ECLI:NL:RBNHO:2025:12481 Rechtbank Noord-Holland , 17-09-2025 / 11327818
De passagiers hadden de aansluitende vlucht kunnen halen. Het mag van passagiers worden verwacht dat zij de aansluiting proberen te halen en dat zij zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begeven om zich te melden. Dat dit de passagiers kennelijk niet is gelukt, komt voor hun eigen rekening en risico.
4 min de lecture · 773 mots
Inhoudsindicatie. De passagiers hadden de aansluitende vlucht kunnen halen. Het mag van passagiers worden verwacht dat zij de aansluiting proberen te halen en dat zij zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begeven om zich te melden. Dat dit de passagiers kennelijk niet is gelukt, komt voor hun eigen rekening en risico.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11327818 \ CV EXPL 24-6858
Uitspraakdatum: 17 september 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
— de dagvaarding:
— de conclusie van antwoord;
— de conclusie van repliek;
— de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2Feiten
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder de passagiers op 12 juni 2024 vervoeren van Amsterdam via Istanboel (Turkije) naar Shiraz (Iran).
De vlucht van Amsterdam naar Istanboel (TK1958, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht naar Shiraz gemist.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
— € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
— de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, tegenover de gemotiveerde betwisting door Airhelp, onvoldoende heeft onderbouwd dat babypassagier [betrokkene 2] gratis heeft gereisd of dat zij heeft gereisd tegen een tarief dat niet voor het publiek toegankelijk is. Dat betekent dat de Verordening ook op haar van toepassing is.
Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat het aan de passagiers zelf te wijten is dat zij hun overstap hebben gemist. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer slaagt. Daartoe overweegt hij als volgt.
De vlucht is om 19:38 uur (lokale tijd) aangekomen in Istanboel. De aansluitende vlucht stond gepland om 20:45 uur (lokale tijd) vanuit Istanbul te vertrekken. Dat betekent dat de passagiers een feitelijke overstaptijd van 67 minuten tot hun beschikking hadden. Airhelp heeft niet betwist dat de minimale overstaptijd op het traject 60 minuten bedroeg. Dat betekent dat de passagiers de aansluitende vlucht hadden kunnen halen. Het mag van passagiers worden verwacht dat zij de aansluiting proberen te halen en dat zij zich zo snel mogelijk naar de betreffende gate begeven om zich te melden. Dat dit de passagiers kennelijk niet is gelukt, komt voor hun eigen rekening en risico. De vordering wordt daarom afgewezen. Het feit dat de vervoerder de passagiers (onverplicht) heeft omgeboekt naar een vlucht van 24 uur later, maakt dat niet anders. Dit neemt immers niet weg dat de passagiers de overstap door hun eigen schuld hebben gemist.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nakosten, te vermeerderen (als betekening plaatsvindt) met de kosten van betekening.
5De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als Airhelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...