ECLI:NL:RBNHO:2025:13607 Rechtbank Noord-Holland , 27-10-2025 / C/15/369967 / KG ZA 25-613
Kort-geding. Verstek. Bruikleenovereenkomst. Ontruiming.
3 min de lecture · 655 mots
Inhoudsindicatie. Kort-geding. Verstek. Bruikleenovereenkomst. Ontruiming.
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/369967 / KG ZA 25-613
Vonnis in kort geding van 27 oktober 2025
in de zaak van
DE STICHTING RAPHAËL,
statutair gevestigd te Schoorl, gemeente Bergen,
eisende partij,
hierna te noemen: de Raphaëlstichting,
advocaat: mrs. C.W. Kniestedt en J.B.J. Swagerman,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, GELEGEN AAN DE [adres] TE [woonplaats],
te [woonplaats]
gedaagde partijen,
hierna te noemen: [gedaagden] ,
niet verschenen.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 7 oktober 2025, met producties 1-11;
de mondelinge behandeling van 20 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen
zijn gemaakt;
— de e-mail van [gedaagde sub 1] van 20 oktober 2025;
— het tijdens de mondelinge behandeling tegen [gedaagden] verleende verstek.
2Het geschil
De Raphaëlstichting vordert — samengevat — dat [gedaagden] het pand aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] (hierna: het pand) ontruimen.
De Raphaëlstichting legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. De Raphaëlstichting is eigenaar van het pand. Op 15 juli 2025 is tussen de Raphaëlstichting en [gedaagde sub 1] een bruikleenovereenkomst tot stand gekomen. In augustus 2025 heeft de Raphaëlstichting geconstateerd dat [gedaagde sub 1] zijn verplichtingen als goed huisvader ernstig heeft geschonden. Zo zijn er in het pand tal van vernielingen aangericht en is bovendien de brandmeldinstallatie onbruikbaar gemaakt. Als gevolg van dit laatste is de dekking van de opstalverzekering van de Raphaëlstichting komen te vervallen, waardoor de Raphaëlstichting een groot risico loopt op het lijden van onverzekerde schade. De Raphaëlstichting heeft daarom de bruikleenovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, dan wel opgezegd. [gedaagden] verblijven nu dan ook zonder recht of titel in het pand, aldus de Raphaëlstichting.
De e-mail van [gedaagde sub 1] met een verzoek de mondelinge behandeling uit te stellen is na de behandeling van de zaak ter kennis gebracht van de voorzieningenrechter en mede om die reden niet in behandeling genomen.
3De beoordeling
De voorzieningenrechter zal de vorderingen op de hierna te melden wijze toewijzen, omdat deze naar hun aard spoedeisend zijn en haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, behoudens het navolgende.
De gevorderde ontruimingskosten worden afgewezen, omdat de met de ontruiming gemoeide kosten slechts toewijsbaar zijn als zij in redelijkheid zijn gemaakt, hetgeen niet op voorhand kan worden beoordeeld.
De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, gelet op de artikelen 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het vonnis kan namelijk — mocht dit nodig zijn — ten uitvoer gelegd worden met behulp van de sterke arm van politie en justitie.
Tenuitvoerlegging van het vonnis op alle dagen en uren zal worden afgewezen omdat niet is onderbouwd waarom nodig is dat (bijvoorbeeld) ’s nachts of op zondag zou moeten worden geëxecuteerd (artikel 64 Rv).
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
4De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om binnen vier dagen na betekening van dit vonnis het pand blijvend te verlaten met al de hunnen en het hunne, onder afgifte van de sleutels en de ruimten ontruimd ter vrije beschikking te stellen aan de Raphaëlstichting, onder bepaling dat dit vonnis gedurende één jaar na de datum waarop het vonnis is gewezen tegen een ieder die nadien zonder toestemming verblijft in het pand of daar binnentreedt, ten uitvoer kan worden gelegd,
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.726,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...