ECLI:NL:RBNHO:2025:3350 Rechtbank Noord-Holland , 15-01-2025 / 11248558
Tussen eiseres en de vof, waarvan gedaagden voormalig vennoten zijn, is een leaseovereenkomst voor een auto tot stand gekomen. Eiseres vordert hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van huurpenningen, verkeersboetes en de doorbelaste kosten voor het innemen van de auto. Gedaagde sub 1 is niet verschenen, tegen haar is verstek verleend. Gedaagde sub 2 voert verweer tegen de hoofdeli...
6 min de lecture · 1 229 mots
Inhoudsindicatie. Tussen eiseres en de vof, waarvan gedaagden voormalig vennoten zijn, is een leaseovereenkomst voor een auto tot stand gekomen. Eiseres vordert hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van huurpenningen, verkeersboetes en de doorbelaste kosten voor het innemen van de auto. Gedaagde sub 1 is niet verschenen, tegen haar is verstek verleend. Gedaagde sub 2 voert verweer tegen de hoofdelijke veroordeling tot betaling. Hij meent dat hij niet van de overeenkomst met eiseres op de hoogte was. De kantonrechter oordeelt dat beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn en wijst de vordering toe.
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11248558 \ CV EXPL 24-2703
Vonnis van 15 januari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CARE4LEASE B.V.,
te Nijmegen,
eisende partij,
hierna te noemen: Care4lease,
gemachtigde: Wiggers Van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incassokantoor B.V.,
tegen
1. [gedaagde 1] , voorheen vennoot van de per 9 maart 2023 uitgeschreven vennootschap onder firma [de VOF],
te [woonplaats] ,
niet verschenen,
2. [gedaagde 2], tot 21 januari 2022 vennoot van de per 9 maart 2023 uitgeschreven vennootschap onder firma [de VOF],
te [woonplaats] ,
procederend in persoon,
gedaagde partijen,
verder te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .
De zaak in het kort
Tussen eiseres en de vof, waarvan gedaagden voormalig vennoten zijn, is een leaseovereenkomst voor een auto tot stand gekomen. Eiseres vordert hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van huurpenningen, verkeersboetes en de doorbelaste kosten voor het innemen van de auto. Gedaagde sub 1 is niet verschenen, tegen haar is verstek verleend. Gedaagde sub 2 voert verweer tegen de hoofdelijke veroordeling tot betaling. Hij meent dat hij niet van de overeenkomst met eiseres op de hoogte was. De kantonrechter oordeelt dat beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn en wijst de vordering toe.
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
— de dagvaarding van 23 juli 2024
— het mondeling antwoord van [gedaagde 2] van 14 augustus 2024
— het tussenvonnis van 28 augustus 2024
— de mondelinge behandeling van 11 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Tegen [gedaagde 1] is verstek verleend.
2De feiten
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren vanaf 16 augustus 2017 vennoten van de vennootschap onder firma [de VOF] (hierna: [de VOF] ), tevens handelend onder de naam WK Entertainment. [gedaagde 2] heeft zich per 21 januari 2022 uitgeschreven als vennoot. De vennootschap onder firma is uitgeschreven op 9 maart 2023.
[gedaagde 1] heeft op 5 april 2021 namens [de VOF] een overeenkomst gesloten met Care4lease voor het leasen van een auto (hierna: de auto), voor een maandbedrag van € 412,68 inclusief btw. Op 16 maart 2022 is de overeenkomst door Care4lease ontbonden vanwege een betalingsachterstand. Rimor Recherchediensten heeft de auto hierna ingenomen.
De leasefactuur van juni 2021 en de leasefacturen vanaf 1 november 2021 tot 16 maart 2022 zijn niet (volledig) voldaan. Daarnaast zijn in deze periode meerdere boetes ontvangen voor snelheidsovertredingen en het niet betalen van de parkeerbelasting. Ook heeft Care4lease de kosten voor het innemen van de auto in rekening gebracht. Tot op heden zijn deze facturen, ondanks meerdere aanmaningen, niet betaald.
3Het geschil
Care4lease vordert — samengevat — hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 4.358,28, bestaande uit € 3.482,81 aan hoofdsom en € 875,47 aan verschenen handelsrente tot en met 31 mei 2024, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 3.482,81 vanaf 1 juni 2024. Daarnaast vordert Care4lease hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van € 473,29 aan buitengerechtelijke incassokosten.
Care4lease legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben uit hoofde van [de VOF] een overeenkomst met Care4lease gesloten. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de huurpenningen, verkeersboetes en de doorbelaste kosten voor het innemen van de auto niet (volledig) betaald.
[gedaagde 2] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Vast staat dat op 5 april 2021 een overeenkomst tot stand is gekomen tussen [de VOF] en Care4lease ter zake van een leaseauto. Verder staat vast dat Care4lease betalingen vordert die voortvloeien uit deze overeenkomst en dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst vennoten waren van [de VOF] . De hoogte van de facturen wordt niet betwist, de kantonrechter gaat daar dan ook van uit.
Alle vennoten zijn hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap onder firma. Hieruit volgt dat ook [gedaagde 2] tegenover schuldeisers van [de VOF] aansprakelijk is en blijft voor verbintenissen die vóór zijn uittreden zijn aangegaan. Ook kan hij in beginsel worden aangesproken voor schulden die na zijn uittreden zijn ontstaan op grond van een vóór zijn uittreden gesloten duurovereenkomst. [gedaagde 2] voert verweer tegen de hoofdelijke veroordeling tot betaling van de facturen. [gedaagde 2] voert daartoe aan dat hij niet op de hoogte was van een overeenkomst tussen Care4lease en [de VOF] . Het verweer van [gedaagde 2] slaagt niet. Care4lease mocht rekenen op nakoming van de overeenkomst door alle vennoten, ongeacht of alle vennoten op de hoogte waren van het bestaan van de overeenkomst. Daarnaast voert [gedaagde 2] aan dat de overeenkomst is getekend door [gedaagde 1] en niet door hem. Ook dit verweer slaagt niet, de overeenkomst is gesloten op de naam van [de VOF] ; welke vennoot deze overeenkomst ondertekent maakt dan – nu beide vennoten onbeperkt bevoegd waren – niet uit. Elke vennoten is dan aansprakelijk.
De vordering tot hoofdelijke veroordeling tot betaling van de huurpenningen, verkeersboetes en de kosten voor het innemen van de auto wordt toegewezen.
Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met tijdige betaling in verzuim zijn, is de wettelijke handelsrente toewijsbaar zoals gevorderd.
Verder vordert Care4lease vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 473,29. Aan de wettelijke eisen voor vergoeding is voldaan. De gevorderde vergoeding is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is bepaald en wordt daarom toegewezen.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Care4lease worden begroot op:
— kosten van de dagvaarding
€
117,56
— griffierecht
€
496,00
— salaris gemachtigde
€
542,00
(2 punten × € 271,00)
— nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.290,56
5De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan Care4lease te betalen een bedrag van € 4.831,57, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 3.482,81, met ingang van 31 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.290,56, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.
Voetnoten
- Artikel 18 Wetboek van Koophandel
- ECLI:NL:GHSHE:2014:3642.
- Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...