ECLI:NL:RBNHO:2025:6686 Rechtbank Noord-Holland , 25-06-2025 / 11503040 \ CV EXPL 25-246
De kantonrechter verklaart eisende partij in verzet niet ontvankelijk in haar verzet, omdat (i) voor haar slechts beroep bij het gerechtshof openstaat tegen het verstekvonnis en (ii) het instellen van verzet bij de kantonrechter niet tot de mogelijkheden behoort.
5 min de lecture · 901 mots
Inhoudsindicatie. De kantonrechter verklaart eisende partij in verzet niet ontvankelijk in haar verzet, omdat (i) voor haar slechts beroep bij het gerechtshof openstaat tegen het verstekvonnis en (ii) het instellen van verzet bij de kantonrechter niet tot de mogelijkheden behoort.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11503040 \ CV EXPL 25-246 WD
Uitspraakdatum: 25 juni 2025 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser in verzet]
wonende te [woonplaats]
eisende partij in het verzet
verder te noemen: [eiser in verzet]
gemachtigde: mr. B. Mous
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Codelogic Benelux B.V.
gevestigd te Amsterdam
gedaagde partij in het verzet
verder te noemen: Codelogic
gemachtigde: A.H. Groenewegen
1Het procesverloop
Codelogic heeft bij inleidende dagvaarding van 27 oktober 2021 een vordering ingesteld tegen [eiser in verzet] en tegen [gedaagde in hoofdzaak] (hierna: [gedaagde in hoofdzaak] ).
[eiser in verzet] is niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. [gedaagde in hoofdzaak] is wel verschenen. Bij vonnis van 22 juni 2022 zijn [eiser in verzet] en [gedaagde in hoofdzaak] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 16.938,41.
Bij dagvaarding van 8 januari 2025 is [eiser in verzet] in verzet gekomen van dat vonnis.
Bij tussenvonnis van 5 februari 2025 heeft de kantonrechter bepaald dat in deze zaak een mondelinge behandeling zal worden gehouden.
Op 9 mei 2025 heeft de kantonrechter besloten de mondelinge behandeling geen doorgang te laten vinden. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen over de ontvankelijkheid van [eiser in verzet] in het door haar ingestelde verzet.
Partijen hebben gediend van akte.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2De beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser in verzet] niet ontvankelijk is in het door haar ingestelde verzet tegen het vonnis van 22 juni 2022. De kantonrechter legt hieronder uit waarom.
Onderhavige procedure betreft een door [eiser in verzet] ingesteld verzet tegen het op 22 juni 2022 uitgesproken vonnis in de zaak tussen Codelogic als eiseres en [eiser in verzet] en [gedaagde in hoofdzaak] als gedaagden. Blijkens dat vonnis is [gedaagde in hoofdzaak] wel, maar [eiser in verzet] niet in dat geding verschenen en is tegen [eiser in verzet] verstek verleend.
Artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt voor een dergelijk geval dat het op 22 juni 2022 gewezen vonnis tussen alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Dit brengt naar het oordeel van de kantonrechter mee dat (i) voor [eiser in verzet] slechts beroep bij het gerechtshof openstaat tegen dit vonnis en (ii) het instellen van verzet bij de kantonrechter niet tot de mogelijkheden behoort.
Namens [eiser in verzet] is hiertegen aangevoerd dat artikel 140 lid 3 Rv buiten toepassing moet worden gelaten, omdat de inleidende dagvaarding aan haar niet op het juiste adres is betekend. Hierdoor is zij langs geen enkel te billijken weg bekend geraakt met de gevoerde procedure en heeft zij geen eigen verweer kunnen voeren. Daarbij komt dat hoger beroep tegen het vonnis van 22 juni 2022 niet mogelijk is vanwege de appeltermijn. Bovendien moet artikel 140 lid 3 Rv buiten toepassing blijven, omdat [gedaagde in hoofdzaak] niet meer aan de procedure deelneemt. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1274), aldus [eiser in verzet] .
Codelogic stelt zich op het standpunt dat sprake is van een vonnis op tegenspraak en dat daartegen slechts hoger beroep mogelijk is.
De kantonrechter gaat voorbij aan het betoog van [eiser in verzet] en overweegt daartoe als volgt. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad is overschrijding van de reguliere appeltermijn niet zonder meer fataal in een geval waarin de inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend, en het verstekvonnis aan de bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan het verstrijken van de reguliere appeltermijn. Niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding blijft achterwege indien de veroordeelde (lees: [eiser in verzet] ) hoger beroep heeft ingesteld binnen een redelijke termijn.
Hieruit volgt dat enkel hoger beroep openstaat tegen het verstekvonnis van 22 juni 2022 en dat het gerechtshof eventueel oordeelt of [eiser in verzet] haar hoger beroep binnen een redelijke termijn heeft ingesteld. Over de lengte van de door het gerechtshof naar verwachting redelijk te achten termijn verwijst de kantonrechter naar hetgeen in het hiervoor aangehaalde arrest is overwogen onder r.o. 3.4.3.
Van een situatie waarin de wel verschenen gedaagde ( [gedaagde in hoofdzaak] ) niet langer deelneemt aan de procedure is niet gebleken. Het beroep van [eiser in verzet] op het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2017 (ECLI: NL:HR:2017:1274) gaat daarom niet op.
[eiser in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Codelogic worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten op nihil.
3De beslissing
De kantonrechter:
Verklaart [eiser in verzet] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde verzet;
Veroordeelt [eiser in verzet] tot betaling van de proceskosten in deze verzetprocedure, die tot en met vandaag voor Codelogic worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en bij vervroeging op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Voetnoten
- Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...