ECLI:NL:RBOBR:2025:7307 Rechtbank Oost-Brabant , 15-09-2025 / VR 25/003
VR 25/003: Verschoning, toegewezen
3 min de lecture · 588 mots
Inhoudsindicatie. VR 25/003: Verschoning, toegewezen
beslissing
RECHTBANK Oost-Brabant
Verschoningskamer
zaaknummer: VR 25/003
Beslissing van 15 september 2025
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb):
mr. M.J.H.M. Verhoeven in zijn hoedanigheid van bestuursrechter in de zaak met zaaknummers SHE 24/437 1 en SI-IE 25/422,
hierna te noemen: de rechter.
De procedure
1. De rechter heeft op 1 5 september 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een
afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan partijen
worden toegestuurd.
Het verschoningsverzoek
2. De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek — kort samengevat — ten grondslag
gelegd dat hij eerder een uitspraak heeft gedaan in het geschil dat partijen verdeeld houdt.
De rechter heeft namelijk, in het kader van een verzoek om voorlopige voorziening, in een
uitspraak van 28 maart 2024 een voorlopig rechtmatigheidsoordeel gegeven en daarbij de
bezwaargronden van eisers inhoudelijk beoordeeld. Inmiddels heeft het college van
gedeputeerde staten van Noord-Brabant een beslissing op het bezwaarschrift van eisers
genomen waartegen eisers in beroep zijn gegaan. De rechter is aangewezen deze zaak te
behandelen. De rechter is echter van mening dat eisers, gelet op zijn oordeel als
voorzieningenrechter over de bezwaargronden, die gelijk zijn aan de beroepsgronden, een
gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid kunnen hebben. De rechter acht zich
daarom niet Vrij om de zaak te behandelen en verzoekt de verschoningskamer om zijn
verzoek toe te wijzen.
De beoordeling
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning, als geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de zaak, de bij een partij bestaande vrees van onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.
Gelet op de gronden die de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Omdat de rechter eerder in een meervoudige kamer tussen dezelfde procespartijen een uitspraak heeft gedaan over dezelfde WOZ-waarde voor hetzelfde object over hetzelfde belastingjaar, kan inderdaad diens betrokkenheid door een procespartij worden gezien als een feit of omstandigheid dat/die grond kan geven voor de objectief gerechtvaardigde vrees dat het bij de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
De beslissing
De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van
mr. M.J.H.M. Verhoeven toe en verstaat dat in de bovengenoemde zaken een andere rechter
zal worden aangewezen.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. M.E. Bartels en
mr. V.R. de Meyere, leden, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.E.A. Schokker
Stadhouders en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2025.
de griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 8:20, derde lid, Awb).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...