ECLI:NL:RBROT:2025:10276 Rechtbank Rotterdam , 23-01-2025 / 05/311034-24
Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor een winkeloverval, waarbij sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De rechtbank legt op een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 262 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren. Deels (hoofdelijk) toegewezen vorderingen benadee...
26 min de lecture · 5 633 mots
Inhoudsindicatie. Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor een winkeloverval, waarbij sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De rechtbank legt op een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 262 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaren. Deels (hoofdelijk) toegewezen vorderingen benadeelde partij.
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 05/311034-24
Datum uitspraak: 23 januari 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1],
feitelijk verblijvende te [verblijfadres],
raadsman mr. M. Jonk, advocaat te Amsterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 9 januari 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 262 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden conform het bevel tot schorsing;
met opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.
4Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere mobiele telefoons (merk Samsung en/of iPhone) en/of telefoonhouders, in elk geval enig(e) goed(eren), die/dat geheel of ten dele aan elektronicawinkel Cex (gevestigd aan [adres 2]), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon
— een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te tonen en/of op hen/hem te richten en/of gericht te houden op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of met voornoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, richting voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te lopen en/of
— meerdere malen, althans eenmaal, de sleede van het vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achter te trekken en los te laten en/of
— over de toonbank te klimmen/springen en/of
— tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te duwen en/of
— meerdere malen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer 1] te roepen: ‘wat doe je’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of tegen die [slachtoffer 2] te roepen: "daar naartoe en opschieten", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of
— een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/onder de kin van die [slachtoffer 1] te drukken.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De zestienjarige verdachte heeft samen met anderen op 28 september 2024 op klaarlichte dag een winkel in een drukke winkelstraat overvallen. Bij de overval zijn 24 tweedehands telefoons van het merk Apple weggenomen. De verdachte was in het bezit van een vuurwapen en heeft daarmee de winkelmedewerkers bedreigd en heeft bij een van de medewerkers het wapen tegen de kin gedrukt. De verdachte heeft op Snapchat gereageerd op een oproep om een winkeloverval te plegen. De verdachte zou daarvoor een groot geldbedrag ontvangen.
De verdachte heeft bij de overval kennelijk slechts oog gehad voor eigen financieel gewin en onvoldoende rekening gehouden met de impact en de gevolgen van dit soort misdrijven voor de slachtoffers. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dit soort feiten, zeker wanneer daarbij wapens worden gebruikt, daar nog gedurende lange tijd psychisch last van kunnen hebben. Uit de toelichting op de vorderingen tot schadevergoeding van de slachtoffers blijkt dat zij nog steeds angsten ervaren en dat hun werkplezier hen ontnomen is. Een van de slachtoffers volgt behandelingen voor zijn angsten die hij heeft als gevolg van de winkeloverval en is sinds de overval nog niet teruggekeerd op de werkvloer. Een gewapende overval veroorzaakt ook breder binnen de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Dit alles heeft de verdachte er niet van weerhouden de overval te plegen. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
16 december 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting
Gz-psycholoog, [naam 1] schrijft in het rapport over de verdachte van
21 december 2024 dat de verdachte functioneert op zwakbegaafd niveau, waarbij met name de praktische vaardigheden achterblijven. De verdachte heeft in zijn jeugd veel wisselingen van primaire verzorgers meegemaakt en heeft een periode weinig contact gehad met zijn moeder. Daarnaast beschikt de moeder niet over de mogelijkheden om tegemoet te komen aan de (emotionele) basisbehoeften van de verdachte, waardoor er sprake is geweest van verwaarlozing. Ook lukte het de moeder niet om de verdachte voldoende sturing en begrenzing te bieden, waardoor hij al op jonge leeftijd zijn eigen plan trekt en doet waar hij zin in heeft. De verdachte heeft niet veel vertrouwen in anderen en gelooft niet dat hij op anderen kan rekenen. Er is bij de verdachte sprake van hechtingsproblematiek. De verdachte heeft praktijkonderwijs gevolgd, waarbij sprake was van veelvuldig schoolverzuim en te laat komen. Vanaf dit moment komt de verdachte tevens een aantal keer in aanraking met politie en justitie. De sociaal-emotionele ontwikkeling, gewetensontwikkeling en het empathisch vermogen van de verdachte zijn achtergebleven. Ook wordt gezien dat de verdachte zelfbepalend en impulsief is. De verdachte is geneigd om te handelen op basis van eigen gewin en voldoet met zijn toenemende gedragsproblemen aan de criteria van een normoverschrijdende gedragsstoornis. Gelet op de ernst van de problematiek is er sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling richting antisociaal. De kans op herhaling van gewelddadig gedrag wordt als hoog ingeschat. Om de ontwikkeling van de verdachte positief te beïnvloeden is het noodzakelijk dat hij voldoende wordt begrensd binnen een duidelijk kader, zodat hij zich zal moeten voegen naar regels en afspraken. Van belang is dat er strak toezicht en controle op de verdachte is om te voorkomen dat hij verder afglijdt in een crimineel circuit en recidiveert. Er dient met name aandacht te zijn voor een prosociale vriendenkeuze, een zinvolle dagbesteding, opleiding, vrijetijdsbesteding en middelengebruik.
De GZ-psycholoog adviseert om een (eventueel deels) voorwaardelijke straf aan de verdachte op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte wordt geplaatst bij een voorziening gericht op zelfstandigheidstraining en zelfstandig begeleid wonen, zoals de (huidige) plek bij [naam instelling], jeugdreclasseringstoezicht in een strak kader in de vorm van ITB-Harde Kern Aanpak, eventueel elektronisch toezicht en zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) schrijft in het rapport van
9 december 2024 ten behoeve van de raadkamerzitting van 12 december 2024 over de verdachte dat er sprake is van problematiek op diverse leefgebieden. De ingrijpende gebeurtenissen die de verdachte heeft meegemaakt in combinatie met zijn beneden gemiddelde intelligentie, impulsiviteit, beïnvloedbaarheid en het niet accepteren van het gezag van zijn moeder zorgt ervoor dat hij mogelijk buitenhuis bevestiging heeft gezocht bij antisociale jongeren. De verdachte heeft behoefte aan structuur en duidelijke regels en afspraken, die hij eerder niet heeft gehad. Hij is gemotiveerd om de structuur die hij binnen de Justitiële Jeugdinrichting ervaarde vast te houden. Van belang is om de verdachte daarbij goede begeleiding te bieden, zodat hij zijn motivatie weet vast te houden.
Het is de Raad niet gelukt om tijdig te rapporteren met een advies over de strafafdoening. De Raad is van mening dat het lijkt aangewezen om de strakke structuur van de schorsingsvoorwaarden, via oplegging van dezelfde voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel nog enige tijd te bieden.
Op de zitting is als deskundige gehoord, [naam 2], werkzaam bij de WSS als jeugdreclasseerder. Hij heeft verklaard dat de verdachte zich redelijk goed aan de schorsingsvoorwaarden houdt, maar dat het schema van ITB-Harde Kern Aanpak hem zwaar valt. De jeugdreclassering merkt dat de verdachte het nodig heeft om gemotiveerd te worden. De verdachte heeft op dit moment geen vrijetijdsbesteding. Van belang is de komende tijd aandacht te besteden aan het regelen van vrijetijdsbesteding, bijvoorbeeld in de vorm van voetbal of basketbal. Het contact met de verdachte is goed en de ITB-Harde Kern Aanpak verloopt over het algemeen goed.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Straf
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. In het voordeel van de verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat hij bij de politie vrijwel direct openheid van zaken heeft gegeven en verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.
Ter zitting heeft de raadsman kenbaar gemaakt dat naar zijn mening uit het rapport van de GZ-psycholoog duidelijk wordt wat de problematiek van de verdachte is en dat gelet daarop, anders dat wat de GZ-psycholoog concludeert, het bewezen verklaarde niet geheel aan de verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank volgt de zienswijze van de raadsman in die zin dat de ingrijpende gebeurtenissen die de verdachte heeft meegemaakt hem hebben gevormd en aan het plegen van het bewezenverklaarde feit zullen hebben bijgedragen. De rechtbank ziet daarin evenwel geen aanleiding om anders te concluderen ten aanzien van de toerekenbaarheid van het strafbare feit aan de verdachte dan de GZ-psycholoog. Wel acht zij, gelet op de problematiek van de verdachte, structuur en een duidelijk kader noodzakelijk om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden en het recidiverisico te verkleinen. Het baart grote zorgen dat de ontwikkeling van de verdachte lijkt te stagneren, waarbij het de verdachte ontbreekt aan een dagbesteding, positieve vrijetijdsbesteding en hij omgang heeft met antisociale jongeren. De rechtbank zal daarom een deel van de op te leggen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank passend en geboden een jeugddetentie van 262 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf gericht tegen en gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, te weten diefstal met (bedreiging met) geweld. Gelet op de ernst van het feit en de rapportage van de GZ-psycholoog, waaruit naar voren komt dat er zorgen bestaan over de vaardigheden van de verdachte en dat er strakke en duidelijk kaders nodig zijn om de hoge kans op recidive te verlagen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa van dit wetboek uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 1] ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 270,50 aan materiële schade en een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert de benadeelde partij een bedrag van € 5.000,- aan toekomstige schade en verzoekt dit deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 2] ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 117,60 aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij 3] ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert integrale toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] met de wettelijke rente, hoofdelijkheid en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich ten aanzien van de [benadeelde partij 1] op het standpunt dat er een te ver verwijderd verband is tussen de gevorderde materiële schade, bestaande uit kosten voor psychosomatische behandelingen bij een fysiotherapeut, en het strafbare feit. De immateriële schade dient te worden gematigd en op gelijke hoogte te worden vastgesteld als de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3].
De verdediging stelt zich ten aanzien van de [benadeelde partij 2] op het standpunt dat de gevorderde materiële schade, bestaande uit gederfde loonkosten van 26 november 2024 in verband met een bezoek aan het advocatenkantoor, geen rechtstreekse schade is van het bewezen verklaarde feit. De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schade aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering van [benadeelde partij 3] aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
[benadeelde partij 1]
Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Door de raadsman van de benadeelde partij is ter zitting nader toegelicht dat bij de benadeelde partij de angsten en stress die hij ervaart fysiek tot uiting komen. De benadeelde partij is in behandeling bij een neurologische fysiotherapeut, waardoor hij zich meer bewust wordt van deze lichamelijke uitingen en daarmee leert om te gaan. Deze schade is het gevolg van het handelen van de verdachte en is voldoende onderbouwd om voor toewijzing in aanmerking te komen.
Ook is voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Namens de benadeelde partij is ter zitting toegelicht dat de impact van het bewezen verklaarde strafbare feit groot is. De benadeelde partij heeft last van stress en angsten en is sinds de overval op de winkel niet teruggekeerd op de werkvloer. De aard en de ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. De benadeelde partij is tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden overvallen. Daarbij is de benadeelde partij bedreigd met een vuurwapen en terwijl de verdachte voor hem stond heeft de verdachte het vuurwapen doorgeladen en dit op zijn kin gedrukt. De benadeelde partij is de manager van de winkel en voelde zich verantwoordelijk voor het overige aanwezige personeel door de overvaller met het vuurwapen bij hen weg te houden. Naar het oordeel van de rechtbank is door de benadeelde partij voldoende onderbouwd dat de impact van het bewezen verklaarde feit op de benadeelde partij groot. De gevorderde schadevergoeding is gelet op de gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, billijk. De rechtbank zal daarom het gevorderde immateriële schadebedrag toewijzen.
De gevorderde vergoeding voor nader te onderbouwen schade betreft schade die nog niet is gevorderd, dan wel niet bekend is, dan wel toekomstig is in verband met een eventuele procedure in hoger beroep. Dit deel van de vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
[benadeelde partij 2]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Het deel van de vordering dat betrekking heeft op vergoeding van de gederfde inkomsten van donderdag 3 oktober 2024 en de reiskosten voor een afspraak naar slachtofferhulp is door de verdediging niet betwist en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde gederfde inkomsten wegens een afspraak op het kantoor van de raadsman zijn door de verdediging betwist. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze inkomsten daadwerkelijk en noodzakelijk zijn gederfd. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ook is voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Sinds de overval schrikt de benadeelde partij van onverwachtse geluiden, heeft hij last van paniekaanvallen en is verandering van de sfeer op de werkvloer merkbaar. De aard en de ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. De gevorderde schadevergoeding is door de verdediging niet betwist en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, waardoor de vordering zal worden toegewezen.
[benadeelde partij 3]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Sinds de overval merkt de benadeelde partij dat hij paranoïde gedachten heeft als hij op straat loopt. Ook is hij bang om opnieuw een overval mee te maken. De aard en de ernst van de normschending brengt met zich dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon wordt aangenomen. De gevorderde schadevergoeding is door de verdediging niet betwist en komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, waardoor de vordering zal worden toegewezen.
Hoofdelijkheid
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 september 2024.
Nu de vorderingen van de benadeelde partij (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
[benadeelde partij 1]
De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van
€ 3.770,50 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
[benadeelde partij 2]
De verdachte moet de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van
€ 2.577,60 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
[benadeelde partij 3]
De verdachte moet de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 262 (tweehonderdtweeënzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
— zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zolang deze instelling dat noodzakelijk acht;
— zal meewerken aan verscherpt toezicht in het kader van de ITB-Harde Kern Aanpak, voor de maximale duur van zes maanden;
— zich zal houden aan de voorwaarden die zijn gesteld met betrekking tot elektronische monitoring in de vorm van een gps-enkelband, voor de maximale duur van zes maanden; dit houdt ook in dat de verdachte dagelijks tussen 07:00-22:00 uur de enkelband tenminste drie uur oplaadt;
— gedurende de proeftijd zal verblijven bij [naam instelling] (aan de [verblijfadres]) of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de jeugdreclassering heeft opgesteld;
— gedurende de proeftijd dagbesteding zal hebben bij Urban Skillsz en zich houdt aan het rooster en de afspraken die daar gelden;
— zal meewerken aan begeleiding door een jongerencoach;
— zich zal inspannen voor het vinden en behouden van vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
— zich houden zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van zes maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 19:00 uur op het adres [verblijfadres] ([naam instelling]) zal zijn en zal blijven tot de volgende ochtend 07:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;
— zich niet zal bevinden in Arnhem, voor de maximale duur van zes maanden;
— gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten: [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 2] 2005 en [medeverdachte 2], geboren op [geboortedatum 3] 2007;
Van rechtswege zijn de volgende voorwaarden verbonden aan de hierboven genoemde
bijzondere voorwaarden:
— de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking
verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als
bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
— de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder
begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak
en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van € 3.770,50 (zegge: drieduizend zevenhonderdzeventig euro en vijftig eurocent), bestaande uit € 270,50 aan materiële schade en € 3.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 1] te betalen € 3.770,50 (hoofdsom, zegge: drieduizend zevenhonderd-zeventig euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van
€ 2.577,60 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro en zestig eurocent), bestaande uit € 77,60 aan materiële schade en € 2.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 2] te betalen € 2.577,60 (hoofdsom, zegge: tweeduizend vijfhonderdzevenenzeventig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij 3], te betalen een bedrag van
€ 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij 3] te betalen € 2.500,- (hoofdsom, zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. J.C.M. Persoon en L.W.M. Hendriks, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 28 september 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere mobiele telefoons (merk Samsung en/of iPhone) en/of telefoonhouders, in elk geval enig(e) goed(eren), die/dat geheel of ten dele aan elektronicawinkel Cex (gevestigd aan [adres 2]), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zijn/hun gezicht(en) had(den) bedekt met een bivakmuts danwel gezichtsbedekkende kleding en/of een capuchon
— een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te tonen en/of op
hen/hem te richten en/of gericht te houden op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of met voornoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, richting voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te lopen en/of
— meerdere malen, althans eenmaal, de sleede van het vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar achter te trekken en los te laten en/of
— over de toonbank te klimmen/springen en/of
— tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te duwen en/of
— meerdere malen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer 1] te roepen: ‘wat doe je’, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of tegen die [slachtoffer 2] te roepen: "daar naartoe en opschieten", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, en/of
— een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen/onder de kin van die [slachtoffer 1] te drukken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...