ECLI:NL:RBROT:2025:10677 Rechtbank Rotterdam , 28-04-2025 / C/10/698409 / FA RK 25-3170
Wvggz. Schorsing beslissing waartegen de klacht is gericht. Art. 10:9 Wvggz. De rechtbank wijst het verzoek af.
7 min de lecture · 1 480 mots
Inhoudsindicatie. Wvggz. Schorsing beslissing waartegen de klacht is gericht. Art. 10:9 Wvggz. De rechtbank wijst het verzoek af.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/698409 / FA RK 25-3170
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 28 april 2025 betreffende de beslissing op het verzoek tot schorsing van de beslissing waartegen de klacht is gericht als bedoeld in artikel 10:9 lid 1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1991, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam GGZ-instelling 1] te [plaats 1] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
zorgaanbieder [naam GGZ-instelling 2] te [plaats 2] (hierna: [naam GGZ-instelling 2] );
zorgaanbieder [naam GGZ-instelling 1] te [plaats 1] (hierna: [naam GGZ-instelling 1] ); en
de zorgverantwoordelijke van verzoeker (hierna: zorgverantwoordelijke).
1Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van verzoeker met bijlagen, ingekomen op 23 april 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 april 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
verzoeker met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[persoon A] , arts in opleiding tot psychiater, verbonden aan [naam GGZ-instelling 1] .
2Feiten
Bij beschikking van 21 november 2024 heeft deze rechtbank ten aanzien van
verzoeker tot en met 21 november 2025 een zorgmachtiging verleend, waarin onder meer het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid als vormen van verplichte zorg zijn opgenomen. Deze zorgmachtiging is gewijzigd bij een beschikking van 21 maart 2025 van deze rechtbank.
Op 27 februari 2025 heeft de zorgverantwoordelijke middels een artikel 8:9 Wvggz beslissing besloten tot het verlenen van de volgende vormen van verplichte zorg: het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid (hierna: de artikel 8:9 Wvggz beslissing). Op dezelfde datum is een beslissing over de wilsbekwaamheid van betrokkene genomen, inhoudende dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen inzake zijn zorg en zijn rechten en plichten (hierna: de artikel 1:5 Wvggz beslissing).
Verzoeker is als gevolg van de artikel 8:9 Wvggz beslissing opgenomen in een accommodatie van [naam GGZ-instelling 2] in [plaats 2] . Daarmee is ook zijn bewegingsvrijheid beperkt. Inmiddels is verzoeker overgeplaatst naar een kliniek van [naam GGZ-instelling 1] te [plaats 1] .
Verzoeker heeft op 14 maart 2025 klachten vergezeld van een schorsingsverzoek ingediend bij de Klachtencommissie van [naam GGZ-instelling 2] (hierna: de klachtencommissie) tegen de artikel 8:9 Wvggz beslissing en de artikel 1:5 Wvggz beslissing en aan hem een in goede justitie te bepalen schadevergoeding ten laste van de zorgaanbieder toe te kennen.
Op 19 maart 2025 heeft de klachtencommissie het schorsingsverzoek afgewezen. De klachtencommissie heeft op 27 maart 2025 de beslissing op de klachten mondeling medegedeeld en deze op 7 april 2025 schriftelijk vastgelegd. De klachtencommissie heeft de klachten ongegrond verklaard.
3Verzoek en verweer
Kort en zakelijk weergegeven verzoekt verzoeker om de artikel 8:9 Wvggz beslissing op grond van artikel 10:9 eerste lid Wvggz te schorsen, de door hem ingediende klachten tegen de artikel 8:9 Wvggz beslissing en de artikel 1:5 Wvggz beslissing alsnog gegrond te verklaren en aan hem een in goede justitie te bepalen schadevergoeding ten laste van de zorgaanbieder toe te kennen.
Verzoeker stelt dat het niet noodzakelijk was om hem op te nemen aangezien het ernstig nadeel in de thuissituatie kan worden afgewend. Er was en is ook thans voor wat betreft de zorgvormen opname in een accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Verder wordt door betrokkene betwist dat hij niet in staat is tot redelijke waardering van zijn belangen.
Tijdens de mondelinge behandeling zegt verzoeker dat het op dit moment goed gaat met hem. Hij vertelt dat hij al een tijd niet meer geblowd heeft en ook geen alcohol meer heeft gedronken. Dat heeft mogelijk een rol gespeeld. Hij zegt bereid te zijn om zijn medicatie te blijven innemen en ambulante behandeling te aanvaarden. Om die reden stelt verzoeker dat er geen reden is om hem gedwongen opgenomen te houden.
[naam GGZ-instelling 1] bepleit gemotiveerd afwijzing van het schorsingsverzoek.
4Beoordeling
Op grond van artikel 10:7 Wvggz kan een betrokkene, binnen zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de verzoeker is meegedeeld, een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de rechter ter verkrijging van een beslissing over de klachten.
Aangezien het verzoekschrift op 23 april 2025 door de rechtbank is ontvangen, is het verzoekschrift tijdig gediend.
Op grond van het bepaalde in artikel 10:9 lid 1 Wvggz kan de rechtbank de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen.
Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het schorsingsverzoek. Gelet op de spoedeisendheid van het schorsingsverzoek ziet de rechtbank aanleiding om hierover apart mondeling uitspraak te doen. Voor het overige zal de rechtbank het verzoek aanhouden tot de mondelinge behandeling te houden op 9 mei 2025 op een nader te bepalen locatie en een nader te bepalen tijdstip.
Bij het beoordelen van het schorsingsverzoek hanteert de rechtbank een terughoudende toets. Naar het oordeel van de rechtbank moet het gaan om een beslissing die op basis van een voorlopige beoordeling zodanig onredelijk of onbillijk is, dat dit een schorsing rechtvaardigt, of dat er op het moment van beoordelen een spoedeisend belang speelt.
In het schriftelijk verweer van de zorgverantwoordelijke bij [naam GGZ-instelling 2] van 24 maart 2025 staat dat er sinds eind januari 2025 een kentering is gekomen in het toestandsbeeld van verzoeker. Er leek bij verzoeker sprake van een in intensiteit toenemend floried psychotisch toestandsbeeld zonder ziektebesef, een weigering door verzoeker van het ophogen van anti-psychotische medicatie ter behandeling daarvan, en meldingen van de politie en omwonenden met zorgen over verzoeker. Volgens de zorgverantwoordelijke bij [naam GGZ-instelling 2] bleek de ambulante behandeling in deze context niet langer doelmatig en veilig om een zich opnieuw ontwikkelende situatie van ernstig nadeel te voorkomen. Nadat de artikel 8:9 Wvggz beslissing is genomen, hebben de psychiaters van [naam GGZ-instelling 2] in de kliniek ook het floride psychotische beeld vastgesteld. Op de afdeling bij [naam GGZ-instelling 2] is volgens de zorgverantwoordelijke sprake geweest van ernstig nadeel in de vorm van fysieke agressie.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts in opleiding tot psychiater dat vlak na de overplaatsing van verzoeker naar [naam GGZ-instelling 1] er een ernstige agressie incident is geweest, maar dat verzoeker vervolgens als somber en teruggetrokken werd ervaren. Bij [naam GGZ-instelling 1] wordt bij verzoeker geen hoge emotie, dreiging of boosheid gezien. De arts in opleiding tot psychiater vervolgt dat dit kan liggen aan de medicatie die inmiddels is gegeven. Volgens de arts in opleiding tot psychiater worden tijdens gesprekken met verzoeker wel opvallendheden opgemerkt. Deze opvallendheden zijn eerder als psychotisch geduid en bij [naam GGZ-instelling 1] kunnen de behandelaren deze ook niet helemaal plaatsen. Het depot dat verzoeker nam is gestopt, maar heeft wel een nawerking. Sinds vorige week krijgt verzoeker orale medicatie, omdat acuter met orale medicatie gestopt kan worden. Het doel is om verzoeker in te stellen op een antipsychoticum dat verzoeker goed kan verdragen, zodat hij naar huis kan. Op dit moment kan dat traject niet ambulant doorlopen worden. Volgens de arts in opleiding tot psychiater is medicatie inname eerder in de thuissituatie een knelpunt gebleken, toen de behandelaren dit wilde verhogen. Ook is eerder gebleken dat cannabis- en alcoholgebruik het toestandsbeeld van verzoeker heeft beïnvloed en is het volgens de arts in opleiding tot psychiater voorzienbaar dat dit weer gebeurt. Daarnaast wordt Lorazepam op dit moment afgebouwd, hetgeen de arts in opleiding tot psychiater bij voorkeur afgebouwd heeft bij klinisch ontslag.
Gelet op de overgelegde stukken en de toelichting van de arts in opleiding tot psychiater is de rechtbank van oordeel dat voldoende onderbouwd is dat verzoeker op dit moment nog opgenomen moet blijven om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank ziet dan ook geen reden om gebruik te maken van de bevoegdheid tot schorsing van de artikel 8:9 Wvggz beslissing in afwachting van de beslissing op het klachtverzoek van verzoeker door de rechtbank. Het verzoek om de verplichte zorg te schorsen wordt dan ook afgewezen.
5Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot schorsing van de artikel 8:9 Wvggz beslissing tot het verlenen van de vormen van verplichte zorg het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot de mondelinge behandeling te houden op 9 mei 2025 op een nader te bepalen locatie en een nader te bepalen tijdstip.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter, in tegenwoordigheid van J. Dam, griffier, en op 12 mei 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...