ECLI:NL:RBROT:2025:11431 Rechtbank Rotterdam , 10-06-2025 / 10/681066-20
Verlening PIJ-maatregel. Deels toegewezen.
9 min de lecture · 1 912 mots
Inhoudsindicatie. Verlening PIJ-maatregel. Deels toegewezen.
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/681066-20
Datum uitspraak: 10 juni 2025
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van [naam P.I.] , [detentieadres] , [postcode] te [detentieplaats] ,
hierna: de inrichting,
raadsman mr. J. Veltheer, advocaat te Amsterdam.
1Procesverloop
Op 2 december 2021 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde opgelegd ter zake van openlijke geweldpleging, bedreiging met zware mishandeling, diefstal
voorafgegaan en vergezeld van geweld en met bedreiging met geweld, afpersing en diefstal
voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld in vereniging gepleegd.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 17 december 2021.
Op 19 december 2023 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd met achttien maanden.
Op 14 april 2025 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel met achttien maanden ontvangen.
Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 9 april 2025, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 4 augustus 2023 tot 6 maart 2025.
Op de zitting van 27 mei 2025 is de vordering in het openbaar behandeld.
Gehoord zijn:
— de officier van justitie, mr. K. Broere;
— de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman;
— de deskundige [persoon A] , als behandelcoördinator verbonden aan de inrichting.
2Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met achttien maanden. De veroordeelde doorloopt het traject met vallen en opstaan. Hij zet positieve stappen, maar het recidiverisico is nog onverminderd hoog. Zoals het nu gaat zal er met kleine stappen gewerkt moeten worden naar resocialisatie. Zoals ook in het rapport staat vermeld is daarvoor een verlenging van achttien maanden noodzakelijk. De officier van justitie verzet zich tegen het voorstel van de raadsman om de PIJ-maatregel met twaalf maanden te verlengen. Indien na afloop van die periode blijkt dat alsnog een verlenging noodzakelijk is, kan dat tot teleurstelling bij de veroordeelde leiden.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsman hebben verlenging van de maatregel bepleit met twaalf maanden. De veroordeelde heeft een stok achter de deur nodig, maar een verlenging met een periode van achttien maanden is te lang. De veroordeelde is elf keer op begeleid verlof geweest. Het begeleide verlof moet kunnen worden hervat. De veroordeelde wil zich daar voor inzetten. De veroordeelde is intussen twintig jaar. Hij wil zo snel mogelijk naar een andere afdeling, dichterbij Dordrecht. Een plaatsing op een LVB-afdeling is straks wellicht te realiseren. Dat zou iets zijn om naar toe te werken binnen een periode van een jaar. De veroordeelde doet zijn best. Bij een verlenging van twaalf maanden blijft de veroordeelde gemotiveerd om er iets van te maken.
3Adviezen
Advies inrichting
Het advies van 9 april 2025 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis met begin in de
adolescentie, een lichtverstandelijke beperking, een stoornis in cannabisgebruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Daarnaast is mogelijk sprake van een onveilige (vermijdende) hechting en hechtingsproblematiek in bredere zin.
De veroordeelde beschikt over beperkte copingvaardigheden, waarbij zijn gedrag nog erg afhankelijk is van de stimulans en sturing van de begeleiding. In conflictsituaties, vooral in de groep met andere jeugdigen, kan de veroordeelde nog steeds snel boos en agressief reageren als hij zich benadeeld voelt. De motivatie van de veroordeelde om te komen tot meer prosociaal gedrag wordt over het geheel gezien als matig ingeschat, hij heeft daarbij externe structuur nodig om dit te verwezenlijken en positieve stappen te kunnen zetten.
Verloop behandeling
Er zijn verschillende interventies ingezet om te werken aan de gestelde behandeldoelen op basis van de Pro Justitia rapportage (hierna: PJ-rapport), de uitgevoerde delict analyse en ervaringen binnen de JJI gedurende het verblijf van de veroordeelde. Zoals vanuit het PJ-rapport geadviseerd bevindt de veroordeelde zich snel na de start van de huidige PIJ-maatregel op een LVB-afdeling om goed aan te kunnen sluiten bij zijn problematiek. De ondersteuning en structuur, gericht op een aanpak voor de licht verstandelijke beperking, lijken hem te helpen. De veroordeelde heeft bij binnenkomst in de JJI eerst de interventies TOPs! en Agressieregulatie op Maat gevolgd, maar is bij beide uitgevallen vanwege een overplaatsing. In maart 2023 is de veroordeelde gestart met Leren van Delict, dit heeft hij in juli 2023 positief afgerond. Daarna is de veroordeelde in maart 2024 opnieuw gestart met Agressieregulatie op Maat. Hiervoor heeft de veroordeelde zich ingezet, maar doordat een andere therapievorm passender werd geacht is de therapie beëindigd. In augustus 2024 is de veroordeelde gestart met Psychomotore Therapie. Hiervoor heeft de veroordeelde zich positief ingezet. In januari 2025 is deze therapievorm na positieve evaluaties afgerond. De veroordeelde is in januari 2025 begonnen met dramatherapie en recentelijk (maart 2025) is hij gestart met Brains4Use/CGT+. Hiermee is de veroordeelde na drie sessies echter alweer gestopt. De veroordeelde geeft aan geen belang te hebben bij de behandeling en deze niet nodig te hebben. Hierbij speelt dat hij vermoedt vrij te komen en daarom meer in de 'wachtstand' zit tot de zitting is geweest. Er is sprake van gebrekkig probleeminzicht; hij kan zijn gevoelswereld niet beschrijven en nauwelijks perspectief nemen.
Gevaar voor herhaling
Het recidiverisico wordt beoordeeld als hoog wanneer de kaders van de JJI wegvallen. Er is bij de veroordeelde sprake van elkaar versterkende problematiek die bij gebrek aan een stevige externe structuur leidt tot ernstig disfunctioneren (waaronder delictgedrag).
Binnen de stevige externe structuur van de JJI wordt het recidiverisico op matig geoordeeld.
Verder behandeltraject en –perspectief
Binnen de behandeling wordt geprobeerd aan te sluiten bij de mogelijkheden van de veroordeelde en wordt geprobeerd de onmogelijkheden vanuit zijn cognitieve beperking hierin mee te nemen. Binnen zijn kunnen lijkt de veroordeelde kleine stappen te maken maar laat hij ook, passend bij de problematiek, terugval zien. Hij kan zelfbepalend zijn in zijn traject door te stoppen met behandelingen welke de ontwikkeling/behandeling laat stagneren. Ook laat dit zien dat er nog steeds sprake is van een gebrekkig probleeminzicht, hij zijn gevoelswereld nauwelijks kan beschrijven en nauwelijks perspectief kan nemen, waarbij zijn mentaliserend vermogen zeer beperkt blijft. Hij heeft ook nog weinig inzicht in wat zijn gedrag bij de ander teweegbrengt en kan hier niet op afstemmen. De gevoelsafvlakking zoals eerder in het PJ-rapport beschreven lijkt nog steeds aanwezig te zijn. Tevens lijkt er een verschuiving van de problematiek plaats te vinden, waarbij er steeds meer sprake is van middelengebruik, welke de ontwikkeling en de behandeling van de veroordeelde in de weg zit. Cannabisgebruik heeft een negatieve invloed op de kernproblematiek van de veroordeelde. Zo wordt hij vlakker, minder sociaal en minder empathisch ervaren na cannabisgebruik. Het versterkt zijn al negatieve kerncognities, zoals wantrouwen, wat de kans op conflicten vergroot. Daarnaast bevordert cannabisgebruik een korte termijnfocus, wat zijn perspectiefvorming belemmert. Overkoepelend is het van belang de komende periode verder te onderzoeken welke ontwikkelruimte de veroordeelde nog heeft op de gestelde behandeldoelen rekening houdend met zijn licht verstandelijke beperking en de ogenschijnlijke verharding in zijn problematiek.
Het advies luidt de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met achttien maanden.
Ter zitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon A] heeft het verlengingsadvies ter zitting toegelicht. De veroordeelde heeft in de afgelopen periode een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het aantal geweldsincidenten is aanzienlijk afgenomen. Behandeling heeft de veroordeelde geholpen beter om te gaan met spanningen. Er is nog wel sprake van agressie, wanneer situaties anders verlopen dan verwacht. Het middelengebruik (cannabis) verergert zijn kernproblematiek. De veroordeelde stopt korte periodes met middelengebruik, waarna hij terugvalt in gebruik. Zonder cannabis is hij socialer, blijer en beter in staat om zijn eigen emoties (gedachten, gevoelens en intenties van zichzelf) en die van anderen te begrijpen. Er heeft zich recent een incident voorgedaan waarbij de veroordeelde een groepsgenoot fysiek heeft aangevallen, omdat deze groepsgenoot een andere groepsgenoot aan het pesten was. Als gevolg hiervan is besloten om zijn verlof voorlopig op te schorten. Voor hervatting van het begeleid verlof dient de veroordeelde zich de komende vier weken aan de gemaakte afspraken te houden. Hieronder valt onder andere het volgen van traumatherapie. De aanleiding voor het geweldsincident lijkt verband te houden met zijn eigen pestervaringen in het verleden. Er wordt gewerkt met een afsprakenlijst en korte, concrete doelen. De veroordeelde is gemotiveerd voor traumatherapie, maar hij staat niet open voor middelentherapie. Indien de veroordeelde structureel stopt met het middelengebruik is de verwachting dat het traject succesvoller zal verlopen.
Gelet op het vorenstaande wordt een verlenging van achttien maanden noodzakelijk geacht.
4Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan.
Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken, blijkt dat het resocialisatietraject van de veroordeelde tot op heden, gelet op zijn problematiek, moeizaam verloopt. Tegelijkertijd heeft de veroordeelde op bepaalde vlakken ook een positieve ontwikkeling laten zien. Toch is op dit moment het risico op recidive, bij het wegvallen van het strakke regiem, onverminderd hoog. De veroordeelde heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om zich de komende tijd goed aan de afspraken omtrent verlof te houden, hetgeen een voorwaarde is om een volgende stap in het resocialisatietraject te kunnen zetten. Het is wel gebleken dat zijn middelengebruik een hardnekkig probleem is, waardoor hij in oude gedragspatronen vervalt. Van belang is dat de veroordeelde ook hierin een stap gaat zetten.
De behandeling heeft tot op zekere hoogte ertoe geleid dat het de veroordeelde steeds beter lukt om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag. Toch is dit nog onvoldoende om het recidiverisico substantieel te verminderen.
Nu de veroordeelde al een geruime tijd de PIJ-maatregel heeft, zijn behandeling binnen deze setting bijna haar grens heeft bereikt, en om verdere stagnatie te voorkomen en de veroordeelde gemotiveerd te houden voor zijn traject richting resocialisatie, zal de rechtbank, zoals door de verdachte en zijn raadsman is verzocht, de PIJ-maatregel verlengen met twaalf maanden.
5Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met 12 maanden,
wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beschikking is gegeven door:
mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. M.A. van der Laan-Kuijt en C.C. Peterse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2025.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...