ECLI:NL:RBROT:2025:11909 Rechtbank Rotterdam , 24-06-2025 / C/10/700820 / JE RK 25-1123
De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen, omdat ondanks vooruitgang bij de ouder de situatie nog niet stabiel genoeg is voor terugplaatsing.
6 min de lecture · 1 145 mots
Inhoudsindicatie. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen, omdat ondanks vooruitgang bij de ouder de situatie nog niet stabiel genoeg is voor terugplaatsing.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700820 / JE RK 25-1123
Datum uitspraak: 24 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 4 juni 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
— de moeder
— de vader;
— een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.
De grootouders (mz) hebben per e-mailbericht van 16 juni 2025 verzocht — zo begrijpt de kinderrechter — om te worden aangemerkt als belanghebbende en om inzage in het dossier. De kinderrechter heeft op 17 juni 2025 per e-mail laten weten dat het verzoek vooralsnog niet wordt ingewilligd, omdat de kinderen op het moment van de zitting nog geen jaar bij de grootouders (mz) verblijven. Tijdens de zitting zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gekomen die aanleiding geven om hierover anders te oordelen. Daarom wordt het verzoek van de grootouders (mz) niet ingewilligd.
2De feiten
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de grootouders (mz).
Bij beschikking van 30 september 2024 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 30 september 2025.
Bij beschikking van 18 december 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 5 juli 2025.
3Het verzoek
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek en licht dit als volgt toe. De situatie is verbeterd; de moeder heeft gewerkt aan de eerdere zorgen en heeft een nieuw huis. Tegelijkertijd is deze ontwikkeling nog pril. In het verleden wisselden goede en slechte periodes elkaar af. Dat het nu beter gaat, hangt samen met het feit dat de partner van de moeder gedetineerd is. Hopelijk weet de moeder de positieve lijn vast te houden, kiest zij voor haar kinderen en zichzelf en houdt zij haar partner buiten de deur. Zijn agressieve gedrag is niet in het belang van de kinderen. De kinderen ontvangen speltherapie en dat gaat goed. [minderjarige 1] durft zich steeds meer te uiten, ondanks dat zij een binnenvetter is.
4Het standpunt van de moeder
De moeder voert verweer tegen het verzoek en geeft aan dat zij op dit moment stabiel is. Om de week vindt een gesprek plaats met een verslavingsexpert van Fivoor. De moeder heeft een nieuw huis, het contact met de kinderen verloopt goed en de moeder laat zich niet langer beïnvloeden door haar partner. Daarnaast is de moeder voornemens een weerbaarheidstraining te volgen. Het rapport bevat onjuistheden. Er zijn geen afspraken afgezegd, alleen verzet. Het klopt ook niet dat de bezoeken onder begeleiding moesten zijn omdat de kinderen zorgen uitten over alcoholgebruik van de moeder, want de moeder heeft nooit alcohol gedronken als de kinderen erbij waren.
5Het standpunt van de vader
De vader voert geen verweer tegen het verzoek en hoopt dat de kinderen uiteindelijk weer bij de moeder zullen gaan wonen.
6. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op 5 juli 2024 met spoed uit huis zijn geplaatst vanwege ernstige zorgen over huiselijk geweld door de partner van de moeder jegens de moeder en vanwege verslavingsproblematiek bij zowel de moeder als haar partner. Hoewel het momenteel beter gaat met de moeder en zij hulp ontvangt voor haar verslavingsproblematiek bij Fivoor, bevinden deze ontwikkelingen zich nog in een pril stadium. Daarbij blijft de invloed van de partner van de moeder een grote zorg. De moeder heeft ter zitting verklaard dat de relatie niet is beëindigd, maar dat zij zich niet laat beïnvloeden en voornemens is een weerbaarheidstraining te volgen. Desondanks blijft de zorg bestaan dat zij mogelijk onvoldoende weerbaar zal zijn wanneer haar partner vrijkomt. Ondanks de positieve vooruitgang is het van belang dat de GI de situatie blijft monitoren, aangezien de situatie schommelt en (nog) niet stabiel genoeg is om overgedragen te worden naar het vrijwillige kader. Gelet op het voorgaande, verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Voor de komende periode is het van belang om zicht te krijgen op het verloop van de behandeling van de moeder bij Fivoor. Ook moet worden gevolgd hoe de speltherapie van de kinderen verloopt en wat er nodig is om het perspectief voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen bepalen.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 30 september 2025;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Voetnoten
- Artikel 798, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
- Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...