Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 10 декабря 2025 N° ROT 24/10198 V NL

ECLI:NL:RBROT:2025:14637 Rechtbank Rotterdam , 10-12-2025 / ROT 24/10198 V

Verzet in een WHT-zaak over niet tijdig beslissen. Voor zover opposante een beroep doet op artikel 6 lid 1 EVRM, merkt de rechtbank enerzijds op dat nog geen twee jaar zijn verstreken sinds opposante bezwaar heeft gemaakt en dat anderzijds een overschrijding van die termijn geen reden is om reeds daarom het verzet gegrond te verklaren. In dit verband wijst de rechtbank op haar uitspraak van 27 ...

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Verzet in een WHT-zaak over niet tijdig beslissen. Voor zover opposante een beroep doet op artikel 6 lid 1 EVRM, merkt de rechtbank enerzijds op dat nog geen twee jaar zijn verstreken sinds opposante bezwaar heeft gemaakt en dat anderzijds een overschrijding van die termijn geen reden is om reeds daarom het verzet gegrond te verklaren. In dit verband wijst de rechtbank op haar uitspraak van 27 november 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:13867).

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/10198 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2025 op het verzet van

[opposante]
, uit Rotterdam, opposante

(gemachtigde: mr. A. Šimičević),

tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 januari 2025 (de uitspraak) in het geding tussen

opposante

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak waarin de rechtbank het beroep van opposante gegrond heeft verklaard.

2. Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep kennelijk gegrond is geacht, verweerder is opgedragen binnen 34 weken alsnog een besluit te nemen op het bezwaar van opposante en verweerder een dwangsom is opgelegd van € 50 voor elke dag dat verweerder de gegeven beslistermijn overschrijdt met een maximum van € 15.000.

4. Opposante stelt dat er geen sprake is van een behandeling van haar bezwaar binnen een redelijke termijn en dat verweerder door de uitspraak van de rechtbank geen prikkel ervaart om nog tijdig te beslissen. Dit komt omdat de rechtbank verweerder een lange termijn geeft om alsnog te beslissen en voorts de daarop volgende dwangsom op slechts € 50 per dag heeft gesteld. De rechtbank wijkt daarmee af van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023. Voorts heeft opposante aangevoerd dat op deze wijze geen sprake is van een effectief rechtsmiddel tegen overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)

5. In navolging van haar uitspraken van 30 juni 2025 en 4 juli 2025 oordeelt de rechtbank in verzet als volgt.

6. Voorop staat dat de rechtbank uitspraak zonder zitting mag doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. Dat was hier het geval. Het verzet ziet uitsluitend op de door de rechtbank geboden nadere beslistermijn en de daaraan verbonden hoogte van de dwangsom als bedoeld in artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht. Het vaststellen van de hoogte van een dwangsom is een discretionaire bevoegdheid van de rechter. De nadere beslistermijn en de dwangsomhoogte zijn voorts in overeenstemming met uitspraken van een meervoudige kamer van de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat hiermee toereikend is gemotiveerd waarom voortaan door de rechtbank in deze zaken de dwangsom wordt bepaald op € 50 per dag met een maximum van € 15.000. De verzetrechter concludeert dan ook dat het verzetschrift in feite een verkapt hoger beroepschrift is, kennelijk omdat opposante het niet eens is met het oordeel van de rechtbank. Daarvoor is de verzetprocedure echter niet bedoeld.

7. De verzetrechter voegt hier aan toe dat de rechtbank geen acht heeft kunnen slaan op ontwikkelingen na haar uitspraak, zoals de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, terwijl daar niet uit volgt dat de rechtbank destijds niet zonder zitting tot haar uitspraak heeft kunnen komen.

8. Voor zover opposante een beroep doet op artikel 6, eerste lid, van het EVRM, merkt de rechtbank enerzijds op dat nog geen twee jaar zijn verstreken sinds opposante op 29 februari 2024 bezwaar heeft gemaakt en dat anderzijds een overschrijding van die termijn geen reden is om reeds daarom het verzet gegrond te verklaren. In dit verband wijst de rechtbank op haar uitspraak van 27 november 2025.

9. Gelet op het voorgaande zal het verzet ongegrond worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

10. De grond van het verzet slaagt niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van

mr. R. Stijnen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

  1. Met opposante wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
  2. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.
  3. ECLI:NL:RVS:2023:3209.
  4. ECLI:NL:RBROT:2025:7534 en ECLI:NL:RBROT:2025:7831.
  5. ECLI:NL:RBROT:2024:6560 en ECLI:NL:RBROT:2024:7458.
  6. ECLI:NL:RVS:2025:1301.
  7. ECLI:NL:RBROT:2025:13867.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.