ECLI:NL:RBZWB:2024:9667 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-10-2024 / RK 24-007607
Klaagschrift beslag ex artikel 552a Sv niet-ontvankelijk.
3 min de lecture · 625 mots
Inhoudsindicatie. Klaagschrift beslag ex artikel 552a Sv niet-ontvankelijk.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/230193-21
rk.nummer: 24-007607
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klager]
geboren op [datum] 2003 te [plaats], [land]
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. N. Assouiki, Bisschop Zwijsenstraat 25 5038 VA Tilburg
1De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 25 maart 2024 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 27 augustus 2021 onder klager in beslag is genomen: een geldbedrag ter hoogte van € 18.000 (hierna: het geldbedrag);
de reactie van de officier van justitie;
het voorwaardelijk sepot wegens onvoldoende nationaal belang van 27 augustus 2021 met een proeftijd van een jaar;
de beschikking in hoger beroep van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 november 2023 op verzoek schadevergoeding ex artikel 530 Sv en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 24 september 2024 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. J.J. Peerboom en mr. N. Assouiki als gemachtigd raadsvrouw van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat € 4.000 van het aangetroffen geldbedrag het spaargeld van klager betrof en klager het overige deel had geleend van een vriend om een auto te kopen. Door een misverstand, mogelijk veroorzaakt door taalbarieres of onduidelijke uitleg, heeft klager onbedoeld afstand gedaan van het geldbedrag. De teruggave van het geldbedrag is cruciaal om de financiële problemen van klager op te lossen. Het strafvorderlijk belang verzet zich ook niet tegen teruggave van het geld aan klager
De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag. Uit artikel 552a, vierde lid, Sv volgt dat een klaagschrift zo spoedig mogelijk moet worden ingesteld, maar uiterlijk binnen twee jaren na inbeslagneming. De afloop van de proeftijd bij een voorwaardelijk sepot maakt dit niet anders. Subsidiar dient het klaagschrift ongegrond te worden verklaard nu uit de stukken blijkt dat klager destijds afstand van het geldbedrag heeft gedaan.
2De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Uit de beschikking van het Gerechtshof van 30 november 2023 blijkt dat klager op 27 juni 2022 door de raadsvrouw op de hoogte is gesteld van het voorwaardelijk sepot met een proeftijd van een jaar. Daaruit volgt dat de zaak tegen klager is geëindigd op 27 juni 2023. Volgens artikel 552a, derde lid, Sv is een klaagschrift niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sinds de vervolgde zaak tot een einde is gekomen. In dit geval dus op een tijdstip na27 september 2023. Het klaagschrift is ingediend op 25 maart 2024, zodat de rechtbank het klaagschrift niet-ontvankelijk is
3De beslissing
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 8 oktober 2024 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...