ECLI:NL:RBZWB:2025:5897 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-09-2025 / 25/3209
bezwaar tegen weigering van ambtenaar van burgerlijke stand om akte van erkenning o.g.v. arti. 1:27 BW op te maken; doorgestuurd om als beroep te worden behandeld bij de bestuursrechter; betreft verzoekschriftprocedure als bedoeld in artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering; bestuursrechter verklaart zich onbevoegd, omdat civiele rechter, meer in het bijzonder team familie en...
3 min de lecture · 648 mots
Inhoudsindicatie. bezwaar tegen weigering van ambtenaar van burgerlijke stand om akte van erkenning o.g.v. arti. 1:27 BW op te maken; doorgestuurd om als beroep te worden behandeld bij de bestuursrechter; betreft verzoekschriftprocedure als bedoeld in artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering; bestuursrechter verklaart zich onbevoegd, omdat civiele rechter, meer in het bijzonder team familie en jeugd bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3209
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 in de zaak tussen
[eiser], eiser en [eiseres], eiseres, tezamen eisers
(gemachtigde: mr. L.K. Matpanözer),
en
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Etten-Leur, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eisers tegen het besluit van 3 juni 2025 (bestreden besluit) over de weigering een akte van erkenning op te maken op grond van artikel 27 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiseres heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht haar ongeboren kind te laten erkennen door eiser. Met het bestreden besluit heeft verweerder geweigerd een erkenningsakte op te maken. Eisers hebben tegen dat besluit bezwaar gemaakt bij verweerder. Verweerder heeft het bezwaarschrift met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorgezonden aan de rechtbank om het als beroepschrift in behandeling te nemen.
In artikel 27 van boek 1 van het BW is het volgende bepaald: “Naar aanleiding van een besluit van een ambtenaar van de burgerlijke stand om op grond van artikel 18c of 20c te weigeren een akte van de burgerlijke stand op te maken, een latere vermelding aan een akte toe te voegen of, buiten het geval van stuiting van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap en dat van afgifte van een afschrift of een uittreksel, aan een verrichting mee te werken, kunnen belanghebbende partijen binnen zes weken na de verzending van dat besluit een verzoek indienen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de standplaats van de ambtenaar van de burgerlijke stand is gelegen.”
3. Een dergelijk verzoek moet gelet op artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij verzoekschrift worden ingediend. Dit verzoekschrift moet worden ingediend bij de civiele rechter (team familie en jeugd). De bestuursrechter is derhalve niet bevoegd te oordelen over het ingestelde beroep.
4. Ter voorlichting aan eisers deelt de rechtbank mee dat het verzoek door het team bestuursrecht zal worden doorgezonden naar het team familie en jeugd met het verzoek dit in behandeling te nemen.
5. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de bestuursrechter onbevoegd is om op het beroep van eisers te beslissen.
6. Er wordt geen griffierecht geheven als de bestuursrechter onbevoegd is. Is er wel griffierecht betaald, dan wordt dit terugbetaald. De rechtbank heeft eisers geen nota voor het griffierecht gestuurd. Daarom hoeft geen griffierecht terugbetaald te worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.B. Both, griffier, op 5 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...