Pays-Bas Rechtbank Zeeland-West-Brabant Divers 24 июня 2025 N° C/02/431917 / JE RK 25-270 NL

ECLI:NL:RBZWB:2025:6513 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-06-2025 / C/02/431917 / JE RK 25-270

Intrekking machtiging tot uithuisplaatsing. Het gaat slecht met de minderjarige op de open groep en de kinderrechter acht plaatsing van de minderjarige bij de moeder in het belang van de minderjarige. De GI moet goed zicht houden op de situatie van de minderjarige en direct ambulante hulpverlening inzetten.

Source officielle

8 min de lecture 1 727 mots

Inhoudsindicatie. Intrekking machtiging tot uithuisplaatsing. Het gaat slecht met de minderjarige op de open groep en de kinderrechter acht plaatsing van de minderjarige bij de moeder in het belang van de minderjarige. De GI moet goed zicht houden op de situatie van de minderjarige en direct ambulante hulpverlening inzetten.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/431917 / JE RK 25-270

Datum uitspraak: 24 juni 2025

nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder]
,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

advocaat: mr. E.A.G. van Acker te Sint Jansteen.

1Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 9 april 2025 en alle daarin genoemde stukken;

de brief van de GI van 16 juni 2025, met bijlagen.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:

— de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

— een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Daarbij was een begeleidster aanwezig. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2De verdere beoordeling

Bij beschikking van 9 april 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met een jaar verlengd. Bij deze beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van 4 maanden verlengd tot 19 augustus 2025 en is de beslissing op het restant van het verzoek aangehouden tot de mondelinge behandeling op 24 juni 2025. De GI is verzocht om uiterlijk twee weken voor de mondelinge behandeling een schriftelijke update over de situatie van [minderjarige] bij de rechtbank in te dienen. De kinderrechter heeft in voornoemde beschikking overwogen dat hij in ieder geval geinformeerd wil worden over de uitkomsten van het diagnostisch onderzoek, het perspectief van [minderjarige] bij [jeugdhulp] of een andere accommodatie, welke daginvulling passend is voor [minderjarige] en hoe de samenwerking met de moeder verloopt.

De standpunten

Bij brief van 16 juni 2025 heeft de GI de kinderrechter bericht dat de GI het restant van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing handhaaft. Na een gesprek met de moeder, de GI en [jeugdhulp] is geadviseerd om terug te werken naar thuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder met de inzet van MST-C vanuit De Viersprong. Uit het diagnostisch onderzoeksverslag en het advies van [jeugdhulp] volgt dat inzet van MST-C wenselijk is. De GI heeft een aanmelding gedaan bij de Viersprong, maar [minderjarige] is op de wachtlijst geplaatst. Rekening houdend met een eventuele afwijzing door de Viersprong heeft de GI [minderjarige] ook aangemeld bij [accommodatie 1] voor een uitgebreid gezinsonderzoek in de thuissituatie bij de moeder. Mocht de Viersprong aangeven dat MST-C niet de juiste hulpverlening voor [minderjarige] is dan zal er opnieuw met [jeugdhulp] moeten worden overlegd over de inzet van intensieve ambulante begeleiding. Er is nu een overbruggingsperiode van één op één-begeleiding voor [minderjarige] , maar dit is een oplossing voor de korte en niet voor de lange termijn. De behandelaar van [jeugdhulp] is nu in samenwerking met de orthopedagoge van de [hulpverlening] (waar [minderjarige] nog staat ingeschreven) een risicoanalyse aan het maken om helder te krijgen welke vorm van onderwijs op dit moment het meest passend/haalbaar is of dat er nog een vorm van dagbesteding nodig is om toe te kunnen werken naar school. Ook is gesproken over een plaatsing van [minderjarige] bij de [accommodatie 2] . Dit betreft dan een buiten regionale plaatsing. De moeder is de afgelopen periode meegenomen in de stappen en de afwegingen die zijn gemaakt om te komen tot dit verzoek en kan zich hierin vinden. De samenwerking tussen de GI en de moeder is inmiddels flink verbeterd.

Tijdens de mondelinge behandeling wordt door en namens de moeder aangevoerd dat het slecht gaat met [minderjarige] op de groep bij [jeugdhulp] . Hij voelt zich er erg ongelukkig. [minderjarige] is onveilig op de groep. Hij heeft vlak na de mondelinge behandeling geprobeerd zelfmoord te plegen. Ook heeft hij in het kanaal gezwommen terwijl hij helemaal geen zwemdiploma heeft en heeft hij al diverse winkelverboden gekregen. De moeder is bang dat het steeds slechter gaat met [minderjarige] . De moeder is van mening dat [minderjarige] zo snel mogelijk terug naar huis moet. Als hij terug thuis komt heeft de moeder ten minste zicht op [minderjarige] . Slechter dan nu kan het niet met hem gaan. De moeder heeft begrepen dat er meerdere jongeren van [jeugdhulp] weglopen. Afgelopen weekend kwam [minderjarige] met blauwe plekken terug thuis. Hij wordt hard vastgegrepen op de groep en er is geen grip meer op hem. De moeder is erg bang dat [minderjarige] nog verder afglijdt als hij nog langer op [jeugdhulp] blijft. [jeugdhulp] heeft zelf ook aangegeven dat [minderjarige] daar niet op zijn plek zit. De moeder is van mening dat het voor [minderjarige] het beste is als hij terug naar huis komt en dat de GI dan zo snel mogelijk hulpverlening in moet zetten in de thuissituatie.

De GI verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat het inderdaad niet goed gaat met [minderjarige] bij [jeugdhulp] . Deze middag volgt een gesprek met [jeugdhulp] omdat iedereen ziet dat het niet goed gaat met [minderjarige] . De GI ziet een toename van zorgelijk gedrag bij [minderjarige] . Hij loopt veelvuldig weg. Recent heeft [jeugdhulp] bij de GI nagevraagd of het bezoek tussen [minderjarige] en zijn moeder niet langer kan. De GI ziet geen contra-indicaties voor meer omgang tussen [minderjarige] en de moeder. Vandaag gaat de GI [minderjarige] aanmelden bij [accommodatie 1] . Uit het diagnostisch onderzoek is gebleken dat de weg terug naar huis met inzet van MST helpend kan zijn voor [minderjarige] . Maar op dit moment heeft de GI geen idee wanneer de MST kan starten. De GI vindt het nodig het gesprek met [jeugdhulp] af te wachten voordat besloten wordt dat [minderjarige] terug naar huis kan. De GI wil namelijk eerst weten of MST kan worden ingezet en zo niet, welke hulp er dan nodig is voor [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder voordat [minderjarige] terug naar huis kan. De GI wil zo voorkomen dat [minderjarige] te overhaast terug naar de moeder gaat en het daar misloopt met hem.

De inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter leidt uit hetgeen door de moeder tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd af dat zij verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in te trekken als genoemd in artikel 1:265d lid 4. Ingevolge artikel 1:265d lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing geheel of gedeeltelijk intrekken of de duur ervan bekorten indien de wettelijke gronden niet langer worden vervuld. De kinderrechter kan dit doen op verzoek van de GI of een met het gezag belaste ouder of minderjarige van twaalf jaar of ouder.

De kinderrechter is van oordeel dat de wettelijke gronden voor de machtiging tot uithuisplaatsing niet langer aanwezig zijn. Daarom zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] met ingang van 25 juni 2025 worden ingetrokken. De kinderrechter acht bij deze beslissing het volgende van belang.

De kinderrechter maakt uit hetgeen de moeder en de GI tijdens de mondelinge behandeling hebben aangevoerd op dat het steeds slechter gaat met [minderjarige] op [jeugdhulp] . [minderjarige] voelt zich onveilig bij [jeugdhulp] en is meerdere keren weggelopen. Zowel de moeder als de GI maken zich ernstige zorgen over [minderjarige] . De moeder wil graag dat [minderjarige] terug naar huis komt. De GI erkent dat het niet goed gaat met [minderjarige] bij [jeugdhulp] en geeft aan dat het terug thuis plaatsen van [minderjarige] een optie is, maar dat voordat daaraan toegekomen wordt er eerst zicht moet komen op de in te zetten hulpverlening voor [minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder. [jeugdhulp] zelf ook aangegeven dat zij [minderjarige] niet kunnen bieden wat hij nodig heeft en dat [minderjarige] er niet op zijn plek zit. De kinderrechter bemerkt dat de GI in onderhavige situatie handelingsverlegen is. De kinderrechter is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] niet langer noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . [minderjarige] voelt zich ongelukkig op [jeugdhulp] en zijn gedrag neemt steeds zorgelijkere vormen aan. De kinderrechter kan zich voorstellen dat het terug thuis plaatsen van [minderjarige] voor rust bij hem zal zorgen en dit goed zal doen aan zijn ontwikkeling. Wel is de kinderrechter van oordeel dat er juiste hulpverlening voor [minderjarige] moet worden ingezet in de thuissituatie bij de moeder. De GI dient hier direct actie op te ondernemen. Mogelijk dat inzet van een vorm van ambulante spoedhulp mogelijk is, totdat de GI zicht heeft op of en zo ja wanneer de therapie van MST kan worden ingezet.

De kinderrechter geeft de GI mee om goed zicht te blijven houden op [minderjarige] . Mocht het in de thuissituatie bij de moeder niet goed gaan met [minderjarige] en de benodigde hulpverlening niet kan worden ingezet, dan verwacht de kinderrechter dat de GI direct actie onderneemt en handelt naar bevind van zaken, waar nodig door het indienen van een spoedverzoek tot het verlenen van een (nieuwe) machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij haar medewerking zal verlenen aan iedere verdere actie van de GI. De kinderrechter vertrouwt erop dat de moeder deze toezegging gestand zal doen.

3De beslissing

De kinderrechter:

trekt de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 25 juni 2025 in.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 4 juli 2025.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.