ECLI:NL:RBZWB:2025:7851 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-10-2025 / C/02/437768 / FA RK 25-3673
Voorlopige voorzieningen, aanhechting vaststellingsovereenkomst na piketmediation en uitsluitend gebruik echtelijke woning.
4 min de lecture · 839 mots
Inhoudsindicatie. Voorlopige voorzieningen, aanhechting vaststellingsovereenkomst na piketmediation en uitsluitend gebruik echtelijke woning.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/437768 / FA RK 25-3673
datum uitspraak: 21 oktober 2025
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. D.R.M. de Vos te Bergen op Zoom,
en
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
— het op 14 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
— het op 3 september 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 11 september 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Ook was aanwezig piketmediator mevrouw [naam], in het kader van de pilot ‘mediation in voorlopige voorzieningen’.
1.3. Na de mondelinge behandeling zijn, met instemming van de rechtbank, de volgende stukken ontvangen:
— het e-mailbericht van het mediationbureau van 18 september 2025;
— het F9-formulier van mr. De Vos van 9 oktober 2025;
— het F9-formulier van mr. Bronsveld van 10 oktober 2025.
2De verzoeken
De man verzoekt, samengevat,
— het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem;
De vrouw verzoekt, samengevat,
— het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar.
De vrouw heeft verzocht het zelfstandig verzoek van de man af te wijzen.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, hierna ingegaan.
3De beoordeling
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat zij met behulp van de piketmediator gaan proberen om afspraken te maken over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank heeft partijen vervolgens verwezen voor mediaton en de beslissing op de verzoeken omtrent het gebruik van de echtelijke woning aangehouden in afwachting van bericht van de mediator en van de advocaten van partijen over het resultaat van de bemiddeling en de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan.
Uit de inhoud van de hiervoor onder 1.3 genoemde berichten van de advocaten van partijen blijkt dat partijen onder leiding van de mediator voor de duur van de echtscheidingsprocedure afspraken hebben kunnen maken. Deze afspraken zijn vastgelegd in een op 15 september 2025 door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Naar de rechtbank begrijpt verzoeken partijen de rechtbank de door hen gemaakte afspraken in een eindbeschikking vast te leggen door te bepalen dat de onderlinge regelingen uit de vaststellingsovereenkomst deel uitmaken van de beschikking.
De rechtbank stelt vast dat partijen in de vaststellingsovereenkomst voor de duur van de echtscheidingsprocedure afspraken hebben gemaakt over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank bepalen dat de afspraken zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst van 15 september 2025 onderdeel uitmaken van deze beschikking, voor zover deze afspraken de voorzieningen betreffen die op grond van artikel 822 lid 1 Rv voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden gevraagd. Het gaat dan om de afspraken ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
Ten aanzien van de verzoeken van partijen omtrent het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning oordeelt de rechtbank als volgt. Zo de rechtbank begrijpt uit de inhoud van de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat ze, totdat de vrouw andere woonruimte kan betrekken, gezamenlijk in de woning zullen verblijven. Ook hebben partijen afspraken gemaakt over de invulling hun gezamenlijke bewoning van de woning zolang de vrouw nog geen andere woonruimte heeft. De rechtbank maakt uit de vaststellingsovereenkomst op dat partijen zijn overeengekomen dat de man het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toebedeeld krijgt vanaf het moment dat de vrouw een eigen woning heeft betrokken. De rechtbank zal het verzoek van de man omtrent het uitsluitend gebruik dan ook toewijzen en het zelfstandig verzoek van de vrouw daartoe afwijzen.
Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft.
4De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in de aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst van 15 september 2025 onderdeel uitmaken van deze beschikking, voor zover deze afspraken de voorzieningen betreffen die op grond van artikel 822 Rv lid 1 Rv voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden gevraagd;
bepaalt dat de man, bij uitsluiting van de vrouw, met ingang van de datum dat de vrouw een andere woonruimte heeft betrokken, gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres], met bevel aan de vrouw deze woning niet meer te betreden;
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest rechter, in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...