ECLI:NL:RBZWB:2025:8189 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-11-2025 / C/02/441544 / FA RK 25-5668
Wvggz - zorgmachtiging 12 maanden gericht op toedienen van medicatie en contact met ambulant behandelteam - opname als vorm van verplichte zorg wordt afgewezen, omdat dit niet voorzienbaar is.
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Wvggz — zorgmachtiging 12 maanden gericht op toedienen van medicatie en contact met ambulant behandelteam — opname als vorm van verplichte zorg wordt afgewezen, omdat dit niet voorzienbaar is.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441544 / FA RK 25-5668
Datum uitspraak: 18 november 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.
1Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
— het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 november 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november 2025 op de locatie van [accommodatie] te [plaats] . Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
zorgverantwoordelijke, de heer [persoon] ;
de moeder van betrokkene.
2Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 26 november 2025.
3Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
— het toedienen van medicatie;
— het verrichten van medische controles;
— het beperken van de bewegingsvrijheid;
— aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
— opnemen in een accommodatie.
4De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij het verzoek discriminerend vindt en hij het er niet mee eens is. Op dit moment krijgt betrokkene maandelijks depotmedicatie toegediend. Dit vindt hij niet fijn. Daarnaast zijn er telefonische gesprekken met het FACT. Vanaf januari of februari 2026 worden dit fysieke afspraken bij betrokkene thuis. Er zou bij betrokkene sprake zijn van hallucinaties en waanbeelden, echter betrokkene weet niet welke. Hij herkent zich niet in de gestelde diagnose.
De zorgverantwoordelijke verklaart, samengevat, als volgt. In psychiatrisch opzicht gaat het beter met betrokkene. Na zijn opname en het gebruik van medicatie wordt gezien dat betrokkene vriendelijker en rustiger is. Bovendien lukt het nu om met betrokkene contact te krijgen. De medicatie en het contact met het FACT blijven noodzakelijk. Een opname is voor nu niet aan de orde en ook niet voorzienbaar. Belangrijk daarvoor blijft dat betrokkene zijn medicatie blijft innemen. Zorgverlening op vrijwillige basis is niet mogelijk, omdat betrokkene niet inziet dat hij van de medicatie profiteert.
De moeder van betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij zich zorgen maakt om betrokkene. Het komt tot een punt dat het weer uit de hand loopt. De moeder mag nu niet bij betrokkene naar binnen. De moeder verwacht dat betrokkene geen medicatie gaat gebruiken zonder zorgmachtiging.
De advocaat voert, samengevat, aan dat het verzoek volgens betrokkene afgewezen moet worden. Betrokkene herkent zich niet in de gestelde diagnoses en vindt dat een zorgmachtiging niet nodig is. Op dit moment accepteert betrokkene zijn medicatie en de contacten met het FACT, maar dit wil hij eigenlijk liever niet. Wanneer de rechtbank een zorgmachtiging toch nodig acht, dan kan dit zonder de zorgvormen opname en beperking van de bewegingsvrijheid. Het is niet voorzienbaar dat die vormen van zorg nodig zijn.
5De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Op grond van de zitting en de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De enkele ontkenning van betrokkene dat er iets met hem aan de hand is, geeft de rechtbank geen reden om aan de medische verklaring en de toelichting van de zorgverantwoordelijke te twijfelen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
— levensgevaar;
— ernstig lichamelijk letsel;
— ernstige psychische schade;
— ernstige verwaarlozing;
— maatschappelijke teloorgang;
— ernstige verstoorde ontwikkeling;
— het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
— gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene een duidelijke verbetering laat zien. Hij is toegankelijker en vriendelijker, hetgeen de zorgverantwoordelijke ook beaamt. Echter, vanuit psychotische belevingen kan betrokkene verbale agressie vertonen naar derden, is hij niet in staat om zijn woning te onderhouden -waardoor er sprake is van onhygiënische en onveilige woonomstandigheden — en bestaat het risico op maatschappelijke teloorgang, omdat betrokkene geen dagbesteding heeft. Daarbij komt ook dat sprake is van levensgevaar, omdat betrokkene in het verleden zelfmoordgedachten had en nog wordt aangenomen dat tijdens acute psychoses een risico op zelfmoord bestaat.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank betrekt hierin dat is gebleken dat betrokkene geen behandeling wil en hij zich niet in de gestelde diagnoses kan vinden. Gelet hierop heeft de rechtbank er geen vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader. Het gaat nu goed met betrokkene, vanwege de zorgmachtiging en de verplichtingen die daaruit voortvloeien. De verwachting bestaat echter dat betrokkene zijn medicatie staakt, zodra er geen zorgmachtiging meer is. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
— het toedienen van medicatie;
— het verrichten van medische controles;
— aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
Gelet op de toelichting van de zorgverantwoordelijk is de rechtbank van
oordeel dat, ‘opnemen in een accommodatie’ (en de daarbij behorende zorgvorm ‘beperken van de bewegingsvrijheid’) op dit moment niet nodig zijn. Bovendien is niet voorzienbaar, zolang betrokkene zijn medicatie blijft gebruiken, dat een opname in de komende periode nodig is. De rechtbank zal genoemde zorgvormen dan ook niet in de machtiging overnemen.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.
6De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
— het toedienen van medicatie;
— het verrichten van medische controles;
— aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.7.2;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door mr. De Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 20 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...