Pays-Bas Raad van State Divers 21 мая 2025 N° 202406204/1/A2 NL

ECLI:NL:RVS:2025:2336 Raad van State , 21-05-2025 / 202406204/1/A2

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Varia Vastgoed B.V. een splitsingsvergunning verleend. [appellante] huurt sinds 1 november 2010 de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam van verhuurder Varia. Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college een omgevingsvergunning afgegeven voor het adres [locatie 1]-[locatie 2]. Op basis van ...

Source officielle

5 min de lecture 1 055 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Varia Vastgoed B.V. een splitsingsvergunning verleend. [appellante] huurt sinds 1 november 2010 de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam van verhuurder Varia. Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college een omgevingsvergunning afgegeven voor het adres [locatie 1]-[locatie 2]. Op basis van deze vergunning is het onder meer mogelijk om het pand te onderkelderen, de achterzijde op de begane grondverdieping uit te bouwen en de plattegronden opnieuw in te delen. [appellante] huurt sinds 1 november 2010 de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam van verhuurder Varia. Op 1 april 2022 hebben [appellante] en Varia een vaststellingsovereenkomst getekend. Hierin hebben zij afspraken gemaakt over de verbouwing van de woning, waaronder dat [appellante] tijdelijk haar woning zou verlaten tijdens de verbouwing. Na afronding van de bouwwerkzaamheden heeft Varia op 26 juni 2023 een splitsingsvergunning aangevraagd.

202406204/1/A2.

Datum uitspraak: 21 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2024 in zaak nr. 24/482 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Procesverloop

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft het college aan Varia Vastgoed B.V. (hierna: Varia) een splitsingsvergunning verleend.

Bij besluit van 7 december 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 28 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Varia heeft eveneens een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] en Varia hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 maart 2025, waar [appellante], en het college, vertegenwoordigd door mr. S. Ramcharan, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] huurt sinds 1 november 2010 de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam (hierna: de woning) van verhuurder Varia.

2. Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college een omgevingsvergunning afgegeven voor het adres [locatie 1]-[locatie 2]. Op basis van deze vergunning is het onder meer mogelijk om het pand te onderkelderen, de achterzijde op de begane grondverdieping uit te bouwen en de plattegronden opnieuw in te delen.

3. Op 1 april 2022 hebben [appellante] en Varia een vaststellingsovereenkomst getekend. Hierin hebben zij afspraken gemaakt over de verbouwing van de woning, waaronder dat [appellante] tijdelijk haar woning zou verlaten tijdens de verbouwing.

4. Na afronding van de bouwwerkzaamheden heeft Varia op 26 juni 2023 een splitsingsvergunning aangevraagd. Het college heeft de splitsingsvergunning verleend voor het splitsen van het kadastrale recht op de woning in zeven appartementsrechten, waarvan elk appartementsrecht de bevoegdheid geeft tot het gebruik van een deel van het gebouw als zelfstandige woonruimte.

Besluit van het college

5. Het college heeft het bezwaar van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard, omdat de splitsingsvergunning slechts voorziet in publiekrechtelijke toestemming om de eigendom van het pand om te zetten in appartementsrechten en er feitelijk geen nieuwe woningen ontstaan. De splitsing heeft geen invloed op de woonsituatie en het woonrecht van [appellante], zodat zij geen belanghebbende is.

Uitspraak van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het college [appellante] terecht niet heeft aangemerkt als belanghebbende. De woonsituatie van [appellante] wordt niet gewijzigd door het verlenen van de splitsingsvergunning aan Varia. Ook wordt zij hierdoor niet in haar woonrecht aangetast.

Hoger beroep

Procesorde

6. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij in haar recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is geschaad. Zij heeft het verweerschrift van het college pas twee dagen voor de zitting bij de rechtbank ontvangen. Ook heeft zij pas vijf dagen voor de zitting bij de rechtbank gehoord dat Varia als partij deelneemt aan de zitting.

6.1. De Afdeling is niet gebleken dat de rechtbank in strijd met een goede procesorde het verweerschrift van het college heeft geaccepteerd of Varia als partij heeft uitgenodigd. Ook heeft [appellante] niet toegelicht hoe zij hierdoor in haar positie als procespartij is benadeeld.

6.2. Het betoog slaagt niet.

Belanghebbende

7. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de verleende splitsingsvergunning wel degelijk invloed heeft op haar woonsituatie, zodat zij als belanghebbende had moeten worden aangemerkt. Zij wijst daarbij op de kwaliteitseisen die als voorwaarde zijn gesteld aan de vergunningverlening. Ook wijst zij op de verbouwing die in de woning heeft plaatsgevonden. Verder stelt zij dat Varia zich niet aan de Gedragscode Splitsen heeft gehouden en dat dit een weigeringsgrond is om de vergunning te verlenen. Ook heeft de splitsingsvergunning voor haar financiële gevolgen, omdat de WOZ-waarde sinds de vergunning hoger is.

7.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat [appellante] geen belanghebbende is bij het besluit om aan Varia een splitsingsvergunning te verlenen. Hoewel de Afdeling begrijpt dat deze procedure voor [appellante] veel frustratie oplevert, zijn de omstandigheden waar zij op wijst niet het gevolg van de splitsingsvergunning. Dat betekent dat [appellante] als gevolg van de splitsingsvergunning, waar het in deze procedure over gaat, geen feitelijke gevolgen ondervindt of heeft ondervonden waardoor zij als belanghebbende bij de verlening daarvan moet worden aangemerkt. De verbouwing en de gevolgen daarvan voor de woonsituatie van [appellante] zijn terug te voeren op de in 2018 verleende omgevingsvergunning. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het niet-naleven van de Gedragscode Splitsen geen dwingende weigeringsgrond is. Over de financiële gevolgen waar [appellante] op wijst, overweegt de Afdeling dat onweersproken is gesteld dat Varia de huurprijs alleen jaarlijks indexeert, zolang het huurcontract tussen [appellante] en Varia geldt.

7.2. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. M. Soffers en mr. J.F. de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Verheij

voorzitter

w.g. Van Loon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2025

284-1067


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.