Pays-Bas Raad van State Fiscal 25 июня 2025 N° 202404648/1/A2 NL

ECLI:NL:RVS:2025:2830 Raad van State , 25-06-2025 / 202404648/1/A2

[appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. Op 26 april 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van [appellante] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. Naar aanleiding daarvan heeft het Centraal Burea...

Source officielle

4 min de lecture 782 mots

Inhoudsindicatie. [appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. Op 26 april 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van [appellante] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. Naar aanleiding daarvan heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellante] verwezen voor een 75+ keuring. Uit het verslag van de keurend arts bleek dat beide ogen van [appellante] niet voldoen aan het bepaalde in artikel 3.2.1 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft [appellante] daarom verwezen naar een oogarts. Bij brief van 9 oktober 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] medegedeeld geen besluit te kunnen nemen wegens het ontbreken van gegevens.

202404648/1/A2.

Datum uitspraak: 25 juni 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord­-Holland (hierna: de rechtbank) van 29 februari 2024 in zaak nrs. 23/6903 en 23/6904 in het geding tussen:

[appellante]

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR).

Procesverloop

[appellante] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid.

Bij uitspraak van 29 februari 2024 heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift doorgezonden aan het CBR om als bezwaarschrift te behandelen.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het CBR heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 22 mei 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. B. Wernik, advocaat te Haarlem, en het CBR, vertegenwoordigd door mr. Y.M. Wolvekamp, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 26 april 2023 heeft het CBR van [appellante] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. Naar aanleiding daarvan heeft het CBR [appellante] verwezen voor een 75+ keuring. Uit het verslag van de keurend arts bleek dat beide ogen van [appellante] niet voldoen aan het bepaalde in artikel 3.2.1 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000. Het CBR heeft [appellante] daarom verwezen naar een oogarts. Bij brief van 9 oktober 2023 heeft het CBR aan [appellante] medegedeeld geen besluit te kunnen nemen wegens het ontbreken van gegevens.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het CBR tijdig op de aanvraag heeft beslist. De brief van 9 oktober 2023 is, gelet op de inhoud daarvan, een besluit als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) tot het niet in behandeling nemen van de aanvraag. Dat [appellante] de brief van 9 oktober 2023 niet direct als besluit heeft gezien, is begrijpelijk. Er staat bijvoorbeeld geen bezwaarclausule onder. De rechtbank heeft het beroepschrift daarom doorgezonden naar het CBR om als bezwaarschrift te behandelen.

Hoger beroep

3. Uit wat [appellante] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank in rechtsoverweging 12 tot en met 14 van de aangevallen uitspraak dat het CBR met de brief van 9 oktober 2023 tijdig op de aanvraag van [appellante] heeft beslist. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Besluit van 11 juni 2024

4. Bij besluit van 11 juni 2024 heeft het CBR op het bewaar van [appellante] beslist. Dit is niet een besluit als bedoeld in artikel 6:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), waartegen gelet op artikel 6:20, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet een beroep van rechtswege is ontstaan. Het beroep van [appellante] was namelijk gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag. Omdat op het moment dat dit beroep werd ingesteld reeds een reëel besluit op de aanvraag was genomen en bekendgemaakt, is artikel 6:20 van de Awb niet van toepassing. Indien [appellante] het niet eens was met het besluit van 11 juni 2024, dan had zij daartegen bij de rechtbank beroep moeten instellen.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

6. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.

w.g. Bangma

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025

1033


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.