ECLI:NL:RVS:2025:5564 Raad van State , 18-11-2025 / 202307314/2/A2
Ten aanzien van zaak nr. 202307314/1/A2, die op 24 november 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J. Hoekstra, als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 17 november 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat de minister van Defensie een van...
3 min de lecture · 446 mots
Inhoudsindicatie. Ten aanzien van zaak nr. 202307314/1/A2, die op 24 november 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J. Hoekstra, als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 17 november 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat de minister van Defensie een van de partijen is. De staatsraad is voorzitter van de klachtencommissie politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht. De Koninklijke Marechaussee is een onderdeel van het Ministerie van Defensie. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
202307314/2/A2.
Datum beslissing: 18 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van:
mr. J. Hoekstra.
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202307314/1/A2, die op 24 november 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J. Hoekstra (hierna: de staatsraad), als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 17 november 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen.
2. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat de minister van Defensie een van de partijen is. De staatsraad is voorzitter van de klachtencommissie politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht. De Koninklijke Marechaussee is een onderdeel van het Ministerie van Defensie. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
4. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
5. Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025
853
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...