ECLI:NL:RVS:2025:5909 Raad van State , 08-12-2025 / BRS.25.001361
De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.
2 min de lecture · 344 mots
Inhoudsindicatie. De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.
BRS.25.001361
ECLI:NL:RVS:2025:5909
Datum uitspraak: 8 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[appellant],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep.
Procesverloop
De minister van Asiel en Migratie heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 mei 2025 in zaak nr. NL25.10429.
Appellant, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hidding, advocaat in Diever, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De minister heeft het hoger beroep ingetrokken.
Appellant heeft de Afdeling verzocht de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan, bij afzonderlijke uitspraak en met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb, op verzoek van appellant in de proceskosten worden veroordeeld, als het bestuursorgaan het hoger beroep heeft ingetrokken.
2. De minister heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat appellant kosten heeft gemaakt voor het indienen van een schriftelijke uiteenzetting. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek van appellant toe te wijzen.
3. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00 geheel toe te rekenen aan een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.J.M. Ristra-Peeters, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Ristra-Peeters
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025
981
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...