ECLI:NL:GHAMS:2025:1715 Gerechtshof Amsterdam , 01-07-2025 / 200.342.102/01
Incident tot voeging en tussenkomst in Dexia-zaak; partij handelt in hoedanigheid van niet-handelende partner en als erfgename van de handelende partner; voldoende belang; geen strijd met de goede procesorde
4 min de lecture · 696 mots
Inhoudsindicatie. Incident tot voeging en tussenkomst in Dexia-zaak; partij handelt in hoedanigheid van niet-handelende partner en als erfgename van de handelende partner; voldoende belang; geen strijd met de goede procesorde
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.342.102/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9812152 EL 22-33
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 juli 2025
inzake
[geïntimeerde] in haar hoedanigheid van erfgename van [naam],
wonende te [plaats] ,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
in de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonende te [plaats] ,
geïntimeerde,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam.
Partijen worden hierna erfgename, Dexia en [geïntimeerde] genoemd.
1Het geding in hoger beroep
Dexia is bij dagvaarding van 17 mei 2024 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 22 februari 2024, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres en Dexia als gedaagde.
Partijen in de hoofdzaak hebben daarna de volgende stukken ingediend:
– memorie van grieven van Dexia;
– memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met producties.
In het incident zijn de volgende stukken ingediend:
– de op dezelfde roldatum als de memorie van antwoord ingediende incidentele conclusie tot voeging en tussenkomst van erfgename, met productie;
– conclusie van antwoord in het incident tot voeging en tussenkomst van Dexia;
– conclusie van antwoord in het incident tot voeging en tussenkomst van [geïntimeerde] .
Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.
2Beoordeling
Erfgename heeft in het incident gevorderd dat zij als gevoegde en tussenkomende partij zal worden toegelaten in de hoofdzaak.
Dexia heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van erfgename in haar vordering tot voeging en tussenkomst, althans afwijzing daarvan.
[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot voeging en tussenkomst van erfgename.
Erfgename heeft voldaan aan de eisen voor toelating als gevoegde partij aan de zijde van [geïntimeerde] en als tussenkomende partij. Zij heeft daarbij een voldoende belang. Dat [geïntimeerde] zowel als geïntimeerde in de hoofdzaak en als eiseres in het incident tot voeging en tussenkomst optreedt doet daaraan niet af, daar zij in het ene geval handelt in de hoedanigheid van niet-handelende partner en in het andere geval als erfgename van de handelende partner.
Verder maakt de omstandigheid dat erfgename, zoals Dexia heeft gesteld, ook een afzonderlijke procedure tegen Dexia had kunnen instellen, waarin zij aanspraak maakt op terugbetaling van de door haar gewezen echtgenoot aan Dexia betaalde bedragen, het voorgaande niet anders. Naar het oordeel van het hof is er, anders dan Dexia heeft gesteld, dan ook geen sprake van strijd met de goede procesorde.
De incidentele vordering zal worden toegewezen.
Het hof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor een memorie aan de zijde van erfgename, waarin zij haar standpunten ter ondersteuning van de vordering van [geïntimeerde] nader – zo mogelijk met overlegging van relevante stukken – kan onderbouwen en waarin zij haar vorderingen als tussenkomende partij kan instellen. Dexia en [geïntimeerde] zullen vervolgens in de gelegenheid gesteld worden hierop te reageren.
Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld, die aan de zijde van erfgename worden begroot op nihil, omdat geen werkzaamheden van betekenis zijn verricht.
3Beslissing
Het hof:
in het incident
laat erfgename toe zowel tussen te komen als zich te voegen aan de zijde van [geïntimeerde] in de hoofdzaak tussen Dexia en [geïntimeerde] ;
veroordeelt Dexia in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van erfgename begroot op nihil;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van 12 augustus 2025 voor memorie aan de zijde van erfgename;
bepaalt dat Dexia en [geïntimeerde] daarna in de gelegenheid zullen worden gesteld om een memorie in te dienen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. L. Alwin, W.J.J. Los en M.M. Kruithof en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...