ECLI:NL:GHARL:2025:3687 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-03-2025 / 21-002545-21
Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. Het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging voor afdreiging, nu blijkt dat de aangevers de wens hadden dat vervolging van de verdachte(n) zou worden ingesteld en dat van deze wens binnen de drie-maandentermijn is gebleken. Het hof constateert dat telkens sprake is van dezelfde modus operandi. Verdachte heeft zic...
56 min de lecture · 12,134 mots
Inhoudsindicatie. Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. Het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging voor afdreiging, nu blijkt dat de aangevers de wens hadden dat vervolging van de verdachte(n) zou worden ingesteld en dat van deze wens binnen de drie-maandentermijn is gebleken. Het hof constateert dat telkens sprake is van dezelfde modus operandi. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afdreiging, driemaal het medeplegen van oplichting en een reeks diefstallen in vereniging en diefstal door middel van een valse sleutel. Verdachte is telkens samen met een ander of anderen doelbewust en planmatig te werk gegaan door op een datingsite contact met de slachtoffers te zoeken en met hen af te spreken. Vervolgens zijn de slachtoffers in hun eigen woningen geconfronteerd met de indringende mededeling dat zij als pedofiel betrapt zouden zijn of dat er aanleiding is hen van het bezit van kinderporno te verdenken, waarbij verdachte en zijn mededaders zich voordeden als medewerkers van de politie of de datingsite. Deze zeer intimiderende handelwijze heeft telkens tot een zware mentale druk en angst bij de slachtoffers geleid. Zo zwaar, dat zij hun bankgegevens hebben gedeeld. Verdachte en zijn mededader(s) hebben het bovendien niet hierbij gelaten: uit de woningen zijn telkens ook (waardevolle) goederen weggenomen, waarbij de woningen zijn doorzocht. Het hof houdt rekening met de schending van de redelijke termijn en legt een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden op. Verder neemt het hof een beslissing omtrent het beslag en de vordering van de benadeelde partijen.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002545-21
Uitspraak d.d.: 5 maart 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2021 met parketnummer 05-135176-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
wonende te [woonadres] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in [P.I.] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 2 maart 2023, 11 februari 2025 en 5 maart 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 5 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zestien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen (met uitzondering van de [benadeelde partij 1] ) en het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd conform de rechtbank te beslissen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.T. Brassé, naar voren is gebracht.
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is door rechtbank Gelderland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 4, 6 en 9 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder 4, 6 en 9 tenlastegelegde.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 mei 2021 verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair, 5 subsidiair, 7 en 8 (met uitzondering van de pleegplaatsen [pleegplaats 1] en [pleegplaats 2] ) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de rechtbank de teruggave van de inbeslaggenomen computer en geldbedragen aan verdachte gelast en de simkaarten, telefoons en papier verbeurd verklaard. De rechtbank heeft de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk verklaard en de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] toegewezen tot een bedrag van € 2.280,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 maart 2020 tot en met 19 maart 2020 te [pleegplaats 3] en/of te [pleegplaats 4] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) in totaal (ongeveer) 5.500 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens door die [slachtoffer 1] te bedreigen met smaad, smaadschrift en/of de openbaring van een geheim, door opzettelijk
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] en/of via de telefoon een afspraak voor seksueel contact met die [slachtoffer 1] had gemaakt, althans erotisch contact met die [slachtoffer 1] had gemaakt) (meermalen) persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 1] en/of hem te achtervolgen naar zijn woning (aan [adres 1] ) en/of
– voornoemde [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader van de politie is/zijn en/of zich (daarbij) te legitimeren met een politielegitimatiebewijs (althans gelijkend daarop) en/of (vervolgens) te vertellen dat verdachte en/of zijn mededader bezig is/waren met een onderzoek naar kinderporno en/of (nadat verdachten voornoemde [slachtoffer 1] hebben voorgehouden dat er met zijn [benadeelde partij 1] rekeningnummer en/of pasje kinderporno was besteld) dat de laptop en/of de bankpas van voornoemde [slachtoffer 1] moesten worden onderzocht en/of diens bankpas wilden controleren om rekeningnummers met elkaar te vergelijken en/of
– die [slachtoffer 1] te vragen om 0,01 cent te pinnen ten behoeve van de controle en/of
– die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte en/of zijn mededader met de Officier van Justitie zou gaan bellen om te vragen of ze met de bankpas van die [slachtoffer 1] naar [pleegplaats 4] mocht om 10,00 euro te pinnen en/of
– die [slachtoffer 1] te vragen of hij in het bezit is van een tweede computer zodat hij, verdachte, en/of zijn mededader een aantal Cd’s konden controleren op de aanwezigheid van kinderporno en/of
– voornoemde [slachtoffer 1] op de zolderverdieping te laten wachten op de vermeende komst van het NFI en/of dat als die [slachtoffer 1] in de tussentijd naar beneden zou komen, hij zal worden aangehouden voor kinderporno;
1.
subsidiair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 maart 2020 tot en met 19 maart 2020 te [pleegplaats 3] en/of te [pleegplaats 4] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 5.500 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens, door
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] en/of via de telefoon een afspraak voor seksueel contact met die [slachtoffer 1] had gemaakt, althans erotisch contact met die [slachtoffer 1] had gemaakt) (meermalen) persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 1] en/of hem te achtervolgen naar zijn woning (aan [adres 1] ) en/of
– voornoemde [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader van de politie is/zijn en/of zich (daarbij) te legitimeren met een politielegitimatiebewijs (althans gelijkend daarop) en/of (vervolgens) te vertellen dat verdachte en/of zijn mededader bezig is/waren met een onderzoek naar kinderporno en/of (nadat verdachten voornoemde [slachtoffer 1] hebben voorgehouden dat er met zijn [benadeelde partij 1] rekeningnummer en/of pasje, kinderporno was besteld) dat de laptop en/of de bankpas van voornoemde [slachtoffer 1] moesten worden onderzocht en/of diens bankpas wilden controleren om rekeningnummers met elkaar te vergelijken en/of
– die [slachtoffer 1] te vragen om 0,01 cent te pinnen ten behoeve van de controle en/of
– die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte en/of zijn mededader met de Officier van Justitie zou gaan bellen om te vragen of ze met de bankpas van die [slachtoffer 1] naar [pleegplaats 4] mocht om 10,00 euro te pinnen en/of
– die [slachtoffer 1] te vragen of hij in het bezit is van een tweede computer zodat hij, verdachte, en/of zijn mededader een aantal Cd’s konden controleren op de aanwezigheid van kinderporno en/of
– voornoemde [slachtoffer 1] op de zolderverdieping te laten wachten op de vermeende komst van het NFI en/of dat als die [slachtoffer 1] in de tussentijd naar beneden zou komen, hij zal worden aangehouden voor kinderporno; waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
2. primair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2019 tot en met 28 december 2019 te [pleegplaats 5] en/of te [pleegplaats 6] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
[benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 12.180 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens door die [benadeelde partij 2] te bedreigen met smaad, smaadschrift en/of de openbaring van een geheim, door opzettelijk
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 2] had gemaakt, althans erotisch contact met die [benadeelde partij 2] had gemaakt) (meermalen) persoonlijk contact aan te gaan met die [benadeelde partij 2] (bij/in de woning gelegen aan de [adres 2] te [pleegplaats 5] ) met de strekking dat die [benadeelde partij 2] een pedofiel was en/of dat die [benadeelde partij 2] seks wilde hebben met een 17-jarige, althans met een minderjarige jongen, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
– die [benadeelde partij 2] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader medewerkers zijn van [website 1] en/of dat die [benadeelde partij 2] seks wilde hebben met een minderjarige en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader om die reden de voornoemde woning en/of telefoon en/of laptop gingen controleren op de aanwezigheid van kinderporno en/of
– tegen die [benadeelde partij 2] te zeggen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader de politie ging(en) bellen en/of wilde(n) bekendmaken dat die [benadeelde partij 2] een pedofiel was wanneer voornoemde [benadeelde partij 2] niet mee zou werken aan de controle en/of de afgifte van gegevens en/of
– ( nadat die [benadeelde partij 2] zijn bankgegevens had afgegeven aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader), in te loggen op het ( [benadeelde partij 1] ) bankaccount van die [benadeelde partij 2] en/of (vervolgens) nieuwe wachtwoorden aan te maken en/of
– een of meer internetaccount(s) aan te maken en/of bestellingen te plaatsen via [website 2] , althans een of meer internetbestellingen (waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres [emailadres] en/of telefoonnummer [telefoonnummer] en/of [telefoonnummer] en/of klantnummer [klantnummer] ) en/of
– die bestellingen af te rekenen met de/het bankgegevens/banktegoed van die [benadeelde partij 2] ;
2.
subsidiair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2019 tot en met 28 december 2019 te [pleegplaats 5] en/of te [pleegplaats 6] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[benadeelde partij 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te wetende afgifte van (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 12.180 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens, door
– via [website 1] een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 2] te maken, althans erotisch contact met die [benadeelde partij 2] en/of naar de woning aan de [adres 2] te [pleegplaats 5] te gaan (alwaar die [benadeelde partij 2] zich op dat moment bevond) en/of
– zich voor te doen als medewerkers van [website 1] en/of die [benadeelde partij 2] te vertellen dat [benadeelde partij 2] seks wilde hebben met een minderjarige en/of dat hij, verdachte, en/of zijn mededader om die reden de voornoemde woning en/of telefoon en/of laptop gingen controleren op de aanwezigheid van kinderporno en/of
– tegen die [benadeelde partij 2] te zeggen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader de politie ging(en) bellen en/of wilde(n) bekendmaken dat die [benadeelde partij 2] een pedofiel was als die [benadeelde partij 2] niet mee zou werken aan de controle en/of de afgifte van gegevens en/of
– ( nadat die [benadeelde partij 2] zijn bankgegevens had afgegeven), in te loggen op het ( [benadeelde partij 1] ) bankaccount van die [benadeelde partij 2] en/of nieuwe wachtwoorden aan te maken en/of
– een of meer internet-accounts aan te maken en/of bestellingen te plaatsen via [website 2] , althans internetbestellingen (waarbij verdachte en/of zijn mededader gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres [emailadres] en/of telefoonnummer [telefoonnummer] en/of [telefoonnummer] en/of klantnummer [klantnummer] ) en/of die bestellingen af te rekenen met de/het bankgegevens/banktegoed van die [benadeelde partij 2] , waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
3.
primair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 7 december 2019 te [pleegplaats 7] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) in totaal (ongeveer) 5.300 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens en/of autosleutels door die [slachtoffer 2] te bedreigen met smaad, smaadschrift en/of de openbaring van een geheim, door opzettelijk
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] een afspraak voor massage en/of seksueel contact met die [slachtoffer 2] had gemaakt, althans een afspraak met die [slachtoffer 2] had gemaakt) te vragen of hij, verdachte, een vriend mag meenemen en/of
– ( meermalen) telefonisch en/of persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 2] (bij/aan de woning gelegen aan de [adres 3] te [pleegplaats 7] ) met de strekking dat die [slachtoffer 2] heeft ingestemd met (erotisch) contact met een minderjarige en/of dat [slachtoffer 2] seks wilde hebben met een 17-jarige, althans met een minderjarige jongen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
– die [slachtoffer 2] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders alles ging(en) controleren op aanwezigheid van kinderporno en/of dat [slachtoffer 2] mee moet werken door zijn computer te ontgrendelen en/of zijn autosleutels afgeven en/of in te loggen op zijn [naam bank] account en/of
– ( vervolgens) de hele rekening te bekijken en/of
– een of meer geldbedrag(en) van de beleggingsrekening van voornoemde [slachtoffer 2] naar diens lopende rekening over te boeken en/of
– ( vervolgens) een of meerdere geldbedrag(en) te pinnen;
3.
subsidiair
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 7 december 2019 te [pleegplaats 7] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (een) geldbedrag(en) in totaal (ongeveer) 5.300 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens en/of autosleutels, door
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] een afspraak voor massage en/of seksueel contact met die [slachtoffer 2] had gemaakt, althans een afspraak met die [slachtoffer 2] had gemaakt) te vragen of hij, verdachte, een vriend mag meenemen en/of
– ( meermalen) telefonisch en/of persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 2] (bij/aan de woning gelegen aan de [adres 3] te [pleegplaats 7] ) met de strekking dat die [slachtoffer 2] heeft ingestemd met (erotisch) contact met een minderjarige en/of dat [slachtoffer 2] seks wilde hebben met een 17-jarige, althans met een minderjarige jongen, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
– die [slachtoffer 2] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders alles ging(en) controleren op aanwezigheid van kinderporno en/of dat [slachtoffer 2] mee moet werken door zijn computer te ontgrendelen en/of zijn autosleutels afgeven en/of in te loggen op zijn [naam bank] account en/of
– ( vervolgens) de hele rekening te bekijken en/of
– een of meer geldbedrag(en) van de beleggingsrekening van voornoemde [slachtoffer 2] naar diens lopende rekening over te boeken en/of
– ( vervolgens) een of meerdere geldbedrag(en) te pinnen, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
5.
primair
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 19 maart 2020 te [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
[benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot afgifte van (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.880 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens door die [benadeelde partij 5] te bedreigen met smaad, smaadschrift en/of de openbaring van een geheim, door opzettelijk
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] contact heeft gezocht met [benadeelde partij 5] en een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 5] had gemaakt, althans erotisch contact met die [benadeelde partij 5] had gemaakt) zich voor te doen als politieman/politiemensen en/of zich te legitimeren met een op een politielegitimatie gelijkend document/pas en/of
– aan die [benadeelde partij 5] mede te delen dat hij, verdachte en/of zijn mededader een controle komen doen naar de aanwezigheid en/of het bezit van kinderporno en/of
– die [benadeelde partij 5] te vragen om in te loggen op zijn rekeningnummer zodat hij, verdachte, en/of zijn mededader de bankrekening van [benadeelde partij 5] kan/kunnen controleren op de aanwezigheid van kinderporno gerelateerde aankopen en/of
– die [benadeelde partij 5] te vragen zijn pinpas aan hem, verdachte, en/of zijn mededader af te geven ten behoeve van het maken van een kopie;
5. subsidiair
hij op een of meerdere tijdstippen op of omstreeks 19 maart 2020 te [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van (een) geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.880 euro en/of wachtwoorden en/of inlogcodes en/of bankgegevens, door
– ( nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] contact heeft gezocht met [benadeelde partij 5] en een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 5] had gemaakt, althans erotisch contact met die [benadeelde partij 5] had gemaakt) zich voor te doen als politieman/politiemensen en/of zich te legitimeren met een op een politielegitimatie gelijkend document/pas en/of
– aan die [benadeelde partij 5] mede te delen dat hij, verdachte en/of zijn mededader een controle komen doen naar de aanwezigheid en/of het bezit van kinderporno en/of
– die [benadeelde partij 5] te vragen om in te loggen op zijn rekeningnummer zodat hij, verdachte, en/of zijn mededader de bankrekening van [benadeelde partij 5] kan/kunnen controleren op de aanwezigheid van kinderporno gerelateerde aankopen en/of
– die [benadeelde partij 5] te vragen zijn pinpas aan hem, verdachte, en/of zijn mededader af te geven ten behoeve van het maken van een kopie, waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
7.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 6 april 2020 te [pleegplaats 5] en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 7] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,
een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 5.500 euro en/of een of meer telefoons en/of een zwarte portemonnee (met inhoud) en/of een of meer ING -bankpassen (rekeningnummer [rekeningnummer] ) en/of een of meer tegoedbonnen (van [winkel] en/of [winkel] ) en/of een rijbewijs (op mijn naam van [slachtoffer 1] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.125 euro (uit meerdere spaarpotten) en/of een fototoestel en/of een Bose muziek box en/of een of meer Sonos boxen en/of een of meer telefoons (merk IPhone) en/of een of meer horloges (model Chrono Bike en/of Festina Chrono Bike) en/of een trouwring (inscriptie [naam] en trouwdatum [trouwdatum] ) en/of twee kettinkjes (waarvan een met een hangertje, handje van [naam] ) en/of een gevlochten armband en/of een schakel ring en/of twee ringetjes (ingelegd met zirkonen) en/of een ING betaalpas (nummer [rekeningnummer] ) en/of een creditcard en/of een Rabobankpas en/of een ID-kaart, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] en/of
[benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , (telkens) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 300 euro en/of een bankpas (rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van dhr. [slachtoffer 2] ) en/of een sjaal en/of handschoenen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , (telkens) heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 1.880 euro en/of een identifier, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 5] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
8.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 19 maart 2020 te [pleegplaats 5] en/of te [pleegplaats 6] en/of [pleegplaats 3] en/of [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 7] en/of [pleegplaats 2] , althans in Nederland,
een of meerdere geldbedrag(en) van ongeveer (in totaal) 5.500 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten [slachtoffer 1] , althans aan (een) ander(en) dan aan verdachte, (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen en/of verduisterd bankpas van voornoemde [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte, (telkens) (zonder toestemming) geld gepind vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 1] ;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van ongeveer (in totaal) 3.970 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten [benadeelde partij 2] , althans aan (een) ander(en) dan aan verdachte, (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen en/of verduisterde bankpas van voornoemde [benadeelde partij 2] , immers heeft hij, verdachte, (telkens) (zonder toestemming) geld gepind vanaf de bankrekening van die [benadeelde partij 2] ;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 5.000 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten [slachtoffer 2] , althans aan (een) ander(en) dan aan verdachte, (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen en/of verduisterd bankpas van voornoemde [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte, (telkens) (zonder toestemming) geld gepind vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 2] ;
en/of
een of meerdere geldbedrag(en) van ongeveer (in totaal) 1.880 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten [benadeelde partij 5] , althans aan (een) ander(en) dan aan verdachte, (telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen en/of verduisterd bankpas van voornoemde [benadeelde partij 5] , immers heeft hij, verdachte, (telkens) (zonder toestemming) geld gepind vanaf de bankrekening van die [benadeelde partij 5] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, nu ten aanzien van alle aangevers uit het dossier blijkt dat zij wensten dat de vervolging werd ingesteld en dat van deze wens binnen de drie-maandentermijn is gebleken.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 2, 3 en 5 telkens primair tenlastegelegde medeplegen van afdreiging niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Daartoe heeft de raadsvrouw – kort samengevat en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat uit de aangiftes en de aanvullende verklaringen van aangevers niet blijkt dat de wens tot vervolging vaststond.
Juridisch kader
Het hof stelt voorop dat uit het derde lid van artikel 318 Sr blijkt dat het misdrijf afdreiging slechts op klacht vervolgbaar is. De klacht bestaat ingevolge artikel 164, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) uit een aangifte met het verzoek tot vervolging. Op grond van artikel 66 Sr kan de klacht worden ingediend gedurende drie maanden na de dag waarop de tot klachtgerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit.
Een klacht is aldus een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging ter zake van een klachtdelict. Het klachtvereiste strekt ertoe dat het slachtoffer kan afwegen of haar persoonlijk belang niet te worden geconfronteerd met eventuele negatieve gevolgen van een strafvervolging, de voorrang heeft boven het algemene belang van strafvervolging. Dit persoonlijk belang van het slachtoffer is in een geval waarin een klacht is vereist, niet in het geding indien de klacht weliswaar niet voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 164 Sv maar vaststaat dat de klachtgerechtigde de vervolging heeft gewenst (Hoge Raad 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2242).
Het arrest van de Hoge Raad van 18 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:380) ziet ook op de kwestie van de klachttermijn. In de daaraan ten grondslag liggende zaak had het hof de verdachte veroordeeld wegens 1 “medeplegen van afdreiging” en 2 en 3 (telkens) “medeplegen van poging tot afdreiging” van twee personen in de periode van 2 tot en met 9 september 2009. Door de betrokkenen was op 9 respectievelijk 10 september 2009 aangifte gedaan. Afdreiging betrof destijds op grond van art. 318 lid 2 (oud) Sr een klachtdelict, maar beide aangiften hielden geen uitdrukkelijke wens in tot vervolging. Het hof kwam ondanks dat tot het oordeel dat aan het klachtvereiste was voldaan omdat ter terechtzitting onmiskenbaar was komen vast te staan dat de aangevers met het doen van aangifte de bedoeling hadden dat de verdachte vervolgd zou worden. Bij dat oordeel had het hof de inhoud van twee processen-verbaal van verhoor van de aangevers van 16 december 2009 (en dus van ná de klachttermijn) betrokken. Het oordeel van het hof getuigde volgens de Hoge Raad niet van een onjuiste rechtsopvatting en was in het licht van de later afgelegde verklaringen van de aangevers niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad eist dus dat de uitdrukkelijke wens tot vervolging binnen de klachttermijn van drie maanden bestaat, maar bij de beoordeling daarvan mogen feiten en omstandigheden, bekend op grond van het strafdossier en/of het onderzoek ter terechtzitting, worden betrokken, die zich ná deze termijn hebben voorgedaan. Deze feiten en omstandigheden leveren dan een bevestiging op dat er van die wens eerder (en tijdig) is gebleken.
Oordeel van het hof
Het hof stelt vast dat aangever [benadeelde partij 2] op 28 december 2019 aangifte heeft gedaan van de gebeurtenissen die volgens de aangifte rond die datum hebben plaatsgevonden. Op 29 december 2019 heeft [benadeelde partij 2] zijn aangifte aangevuld en nader toegelicht. [benadeelde partij 2] heeft in het slot van deze aanvullende verklaring aangegeven dat hij geïnformeerd wil worden over het verloop en de afdoening van de strafzaak en dat hij zijn schade wenst te verhalen in het strafproces. [benadeelde partij 2] heeft op 26 mei 2020 een klacht ingediend en zich op een later moment ook gevoegd als benadeelde partij.
Verder stelt het hof vast dat aangever [slachtoffer 2] op 7 december 2019 aangifte heeft gedaan van de gebeurtenissen die volgens de aangifte op 6 en 7 december 2019 hebben plaatsgevonden. Op diezelfde dag heeft [slachtoffer 2] een aanvullende verklaring afgelegd waarin hij heeft aangegeven dat hij geïnformeerd wil worden over het verloop en de afdoening van de strafzaak en dat hij zijn schade wenst te verhalen in het strafproces. [slachtoffer 2] heeft op 26 mei 2020 een klacht ingediend.
Tot slot stelt het hof vast dat aangever [benadeelde partij 5] op 20 maart 2020 aangifte heeft gedaan van de gebeurtenissen die volgens de aangifte op 19 maart 2020 hebben plaatsgevonden. Op 11 mei 2020 heeft [benadeelde partij 5] een aanvullende verklaring afgelegd waarin hij heeft aangegeven dat hij geïnformeerd wil worden over het verloop en de afdoening van de strafzaak en dat hij zijn schade wenst te verhalen in het strafproces. [benadeelde partij 5] heeft op 30 juni 2020 een klacht ingediend en zich ook gevoegd als benadeelde partij.
Het hof is van oordeel dat uit voornoemde omstandigheden voldoende blijkt dat [benadeelde partij 2] , [slachtoffer 2] en [benadeelde partij 5] de wens hadden dat vervolging van de verdachte(n) zou worden ingesteld en dat van deze wens binnen de drie-maandentermijn is gebleken. Het Openbaar Ministerie is daarom in zoverre ontvankelijk in de vervolging.
Vrijspraak van het onder 1 primair, 3 primair en 5 primair tenlastegelegde
Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van het onder 1, 3 en 5 telkens primair tenlastegelegde medeplegen van afdreiging te komen, zodat verdachte ter zake van deze feiten zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat uit de aangiftes van [slachtoffer 1] en [benadeelde partij 5] blijkt dat zij dachten dat verdachte en zijn medeverdachte van de politie waren en daarom hebben meegewerkt aan de zogenaamde controle. Met betrekking tot aangever [slachtoffer 2] overweegt het hof dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte en medeverdachten hebben gedreigd met de openbaarmaking van een geheim.
Het onder 1 subsidiair, 2, 3 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde
Verdachte heeft over de hierboven opgesomde feiten een bekennende verklaring afgelegd, behoudens voor zover de feiten betrekking hebben op [pleegplaats 2] .
Ten aanzien van deze feiten constateert het hof dat de wijze waarop de aan verdachte tenlastegelegde feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomen en opvallende kenmerkende gelijkenissen vertonen. Er is sprake van dezelfde modus operandi. Bij alle feiten is er immers sprake van een situatie waarbij eerst met het slachtoffer contact wordt gelegd via [website 1] om een afspraak te maken. Vervolgens staan er personen voor de deur die zich voordoen als personen die de beschuldiging van het bezit van kinderporno komen onderzoeken, namelijk als rechercheurs of als medewerkers van [website 1] . Om dit onderzoek mogelijk te maken, worden bankpassen en pincodes gevraagd, en wordt er op de rekening van het slachtoffer gekeken. Daarna volgt er een taakverdeling waarbij er iemand zogenaamd op kantoor of in elk geval elders onderzoek laat doen aan de rekeningen, maar ondertussen geldbedragen gaat pinnen terwijl de andere persoon in de woning bij het slachtoffer achterblijft. Ook wordt telkens de woning van het slachtoffer doorzocht.
Overweging met betrekking tot het bewijs ten aanzien van het onder 5, 7 en 8 tenlastegelegde ( [pleegplaats 2] – aangever [benadeelde partij 5] )
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5 subsidiair medeplegen van oplichting, de onder 7 tenlastegelegde diefstal in vereniging en de onder 8 tenlastegelegde diefstal door middel van een valse sleutel, voor zover dit betrekking heeft op de pleegplaats [pleegplaats 2] en aangever [benadeelde partij 5] . Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting van het hof bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 5, 7 en 8 tenlastegelegde, voor zover dit betrekking heeft op de pleegplaats [pleegplaats 2] en aangever [benadeelde partij 5] , wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft zij – kort samengevat en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat er in deze zaak enkel zendmastgegevens en een eerder ontlastende dan belastende herkenning voorhanden zijn.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen en gaat uit van de volgende, aan die wettige bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden.
Aangever [benadeelde partij 5] heeft verklaard dat hij op 19 maart 2020 via [website 1] in contact kwam met een persoon en met die persoon vervolgens een afspraak had gemaakt. Het telefoonnummer van die persoon was [telefoonnummer] . Rond 20:15 uur stonden er twee mannen (man 1 en man 2) voor de deur van zijn woning in [pleegplaats 2] . Man 1 had een politieshirt aan, handboeien aan zijn broek en droeg over zijn politieshirt een jas met een bruine bontkraag aan de capuchon. Man 1 legitimeerde zich met een geplastificeerd kaartje en zei dat zij onderzoek naar kinderporno deden en dat zij daartoe in de telefoon en computer van aangever moesten kijken. Man 1 keek op de telefoon van [benadeelde partij 5] en man 2 op de computer. Even later zei man 1 dat zij ook de bankrekening van aangever moesten bekijken. [benadeelde partij 5] heeft toen zijn identifier en bankpas ( [rekeningnummer] ) gepakt en daarmee ingelogd op internetbankieren. Aangever zag dat man 1 zag welke pincode hij intoetste. Man 1 bekeek vervolgens de bankrekening van [benadeelde partij 5] , zei dat alles in orde was maar dat zij nog wel op het politiebureau een kopie van de bankpas van [benadeelde partij 5] moesten maken. Man 1 is toen rond 21:00 uur vertrokken, terwijl man 2 in de woning bleef. Toen man 1 na ongeveer 20 minuten terugkwam, hebben de mannen kort daarop de woning verlaten. Later constateerde [benadeelde partij 5] dat er die avond drie keer geld van zijn rekening was gepind: om 21:11 uur een bedrag van € 380,00 en om 21:12 uur twee keer een bedrag van € 750,00. Ook was zijn identifier weggenomen.
De historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] , dat in gebruik was bij verdachte, zijn geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat de telefoon op 19 maart 2020 na 17:32 uur van [plaatsnaam] naar [pleegplaats 2] gaat, waarbij zendmasten in [plaatsnaam] (18:45 uur), [plaatsnaam] (19:24 uur) en [pleegplaats 2] – [straatnaam] (20:50 uur) worden aangestraald. Later op de avond gaat de telefoon van [pleegplaats 2] naar [plaatsnaam] , waarbij zendmasten in [plaatsnaam] (22:21 uur), [plaatsnaam] (22:21 uur) en [plaatsnaam] (22:44 uur) worden aangestraald. Ook de historische gegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] , het telefoonnummer waarmee contact met [benadeelde partij 5] is gelegd, zijn geanalyseerd. Uit die analyse blijkt dat het telefoonnummer op 19 maart 2020 zendmasten in [plaatsnaam] (18:05 uur) en in [plaatsnaam] (19:08 uur) heeft aangestraald.
Het hof leidt hieruit af dat de telefoon van verdachte en de andere telefoon waarmee met [benadeelde partij 5] contact is opgenomen op 19 maart 2020 niet alleen dezelfde route hebben afgelegd maar ook op hetzelfde moment. Het is een feit van algemene bekendheid dat [plaatsnaam] tussen [plaatsnaam] en [plaatsnaam] ligt, en het tijdstip (19:05 uur) waarop de telefoon een zendmast in [plaatsnaam] heeft aangestraald valt precies tussen de tijdstippen waar de zendmasten in [plaatsnaam] (18:45 uur) en [plaatsnaam] (19:24 uur) zijn aangestraald.
Anders dan de verdediging leidt het hof uit de verklaring van [benadeelde partij 5] niet af dat beide mannen om 22:00 uur de woning hebben verlaten. Aangever heeft verklaard dat man 1 rond 21:00 uur is vertrokken en na ongeveer 20 minuten terugkwam, hem bedankte en dat de mannen hierop zijn weggegaan. Uit het dossier volgt dat er om 21:12 voor het laatst is gepind. Uit het voorgaande kan naar het oordeel van het hof worden afgeleid dat beide mannen ergens tussen 21:20 uur en 22:00 de woning hebben verlaten, wat gelet op de reistijd tussen [pleegplaats 2] en [plaatsnaam] ruimte laat om 22:21 uur een zendmast in [plaatsnaam] aan te stralen.
Verdachte zijn verklaring dat hij destijds vanwege familiebezoeken vaak in het noorden van het land was en dat hij zich daarom op 19 maart 2020 op deze route bevond, wordt niet feitelijk ondersteund door de in hoger beroep aangeleverde verkeersgegevens en maakt naar het oordeel van het hof dat zijn verklaring niet aannemelijk is geworden.
Aan [benadeelde partij 5] zijn stills getoond van de camerabeelden die opgenomen zijn in de woning van [slachtoffer 1] (zaak [pleegplaats 3] ), waarop verdachte in een politieshirt te zien is. Bij het tonen van de stills zag verbalisant dat aangever beamend knikte en zei dat hij de persoon in uniform voor minimaal tachtig procent herkende als de persoon die in zijn woning was geweest en die een politieshirt aan had. Aangever sloeg onder andere aan op het kapsel en het postuur. De man op de afbeeldingen zag er net zo uit als de man die bij aangever thuis was, zo liet aangever de verbalisant weten. Het hof overweegt dat uit de aangifte volgt dat de man met het politieshirt voornamelijk het woord voerde en dat [benadeelde partij 5] daarom met name contact met hem heeft gehad. Het hof is van oordeel dat het er onder die omstandigheden voorgehouden mag worden dat een herkenning van tachtig procent ondersteuning kan bieden aan het overige wettige bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij deze oplichting.
Het hof overweegt dat de werkwijze van verdachte in deze zaak zeer specifiek is en opvallend overeenkomt met de modus operandi in de overige zaken, namelijk het contact leggen via [website 1] en het zich voordoen als politieagenten die de beschuldiging van het bezit van kinderporno onderzoeken,. Het hof overweegt in het bijzonder dat verdachte heeft bekend dat hij zich een dag eerder, namelijk op 18 maart in [pleegplaats 3] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van aangever [slachtoffer 1] . Op de camerabeelden in deze zaak is te zien dat verdachte een politieshirt met daarover een jas met capuchon en een bruine bontkraag draagt. In die zaak is verdachte degene die met de pas van aangever geld is gaan pinnen. Uit de aangifte van [benadeelde partij 5] volgt eveneens dat man 1 een politieshirt met daarover een jas met capuchon en een bruine bontkraag droeg en dat deze man met de pas van de aangever geld is gaan pinnen. Gelet op het voorgaande staat het naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel dat verdachte degene is geweest die in de woning van [benadeelde partij 5] is geweest.
Gelet op de analyses van de historische gegevens in combinatie met de herkenning van aangever en de modus operandi, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander in de woning van aangever is geweest en door het aannemen van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, namelijk dat zij van de politie waren (terwijl één van de mannen gekleed in een politieshirt was) en onderzoek naar kinderporno deden en daarbij een legitimatiebewijs lieten zien, bij aangever een onjuiste voorstelling van zaken in het leven hebben geroepen waardoor aangever is bewogen tot afgifte van wachtwoorden, inlogcodes en bankgegevens.
Daarnaast acht het hof op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte met een ander de goederen zoals opgesomd in de tenlastelegging heeft weggenomen en zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de gepinde bedragen.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 5 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1. subsidiair
hij in de periode van 18 maart 2020 tot en met 19 maart 2020 te [pleegplaats 3] tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifte van wachtwoorden en inlogcodes en bankgegevens, door
– nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] en/of via de telefoon een afspraak voor seksueel contact met die [slachtoffer 1] had gemaakt (meermalen) persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 1] en hem te achtervolgen naar zijn woning (aan [adres 1] ) en
– voornoemde [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte, en zijn mededader van de politie zijn en zich (daarbij) te legitimeren met een politielegitimatiebewijs (althans gelijkend daarop) en (vervolgens) te vertellen dat verdachte en zijn mededader bezig waren met een onderzoek naar kinderporno en (nadat verdachten voornoemde [slachtoffer 1] hebben voorgehouden dat er met zijn [benadeelde partij 1] rekeningnummer en/of pasje, kinderporno was besteld) dat de laptop en de bankpas van voornoemde [slachtoffer 1] moesten worden onderzocht en diens bankpas wilden controleren om rekeningnummers met elkaar te vergelijken en
– die [slachtoffer 1] te vragen om 0,01 cent te pinnen ten behoeve van de controle en
– die [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte en zijn mededader met de Officier van Justitie zou gaan bellen om te vragen of ze met de bankpas van die [slachtoffer 1] naar [pleegplaats 4] mocht om 10,00 euro te pinnen en
– die [slachtoffer 1] te vragen of hij in het bezit is van een tweede computer zodat hij, verdachte, en zijn mededader een aantal Cd’s konden controleren op de aanwezigheid van kinderporno en
– voornoemde [slachtoffer 1] op de zolderverdieping te laten wachten op de vermeende komst van het NFI en dat als die [slachtoffer 1] in de tussentijd naar beneden zou komen, hij zal worden aangehouden voor kinderporno; waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
2.
primair
hij in de periode van 27 december 2019 tot en met 28 december 2019 te [pleegplaats 5] tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, [benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot afgifte van wachtwoorden en inlogcodes en bankgegevens door die [benadeelde partij 2] te bedreigen met de openbaring van een geheim, door opzettelijk
– nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 2] had gemaakt) (meermalen) persoonlijk contact aan te gaan met die [benadeelde partij 2] (bij/in de woning gelegen aan de [adres 2] te [pleegplaats 5] ) met de strekking dat die [benadeelde partij 2] een pedofiel was en dat die [benadeelde partij 2] seks wilde hebben met een 17-jarige en
– die [benadeelde partij 2] te vertellen dat hij, verdachte, en zijn mededader medewerkers zijn van [website 1] en dat die [benadeelde partij 2] seks wilde hebben met een minderjarige en dat hij, verdachte, en zijn mededader om die reden de voornoemde woning en telefoon en laptop gingen controleren op de aanwezigheid van kinderporno en
– tegen die [benadeelde partij 2] te zeggen dat hij, verdachte, en zijn mededader de politie gingen bellen en wilden bekendmaken dat die [benadeelde partij 2] een pedofiel was wanneer voornoemde [benadeelde partij 2] niet mee zou werken aan de controle en de afgifte van gegevens en
– nadat die [benadeelde partij 2] zijn bankgegevens had afgegeven aan hem, verdachte, en/of aan zijn mededader, in te loggen op het ( [benadeelde partij 1] ) bankaccount van die [benadeelde partij 2] en vervolgens nieuwe wachtwoorden aan te maken;
3.
subsidiair
hij in de periode van 6 december 2019 tot en met 7 december 2019 te [pleegplaats 7] tezamen en in vereniging met anderen telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten inlogcodes en bankgegevens en autosleutels, door
– nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] een afspraak voor massage en/of seksueel contact met die [slachtoffer 2] had gemaakt, te vragen of hij, verdachte, een vriend mag meenemen en
– ( meermalen) telefonisch en/of persoonlijk contact aan te gaan met die [slachtoffer 2] (bij de woning gelegen aan de [adres 3] te [pleegplaats 7] ) met de strekking dat die [slachtoffer 2] heeft ingestemd met (erotisch) contact met een minderjarige en dat [slachtoffer 2] seks wilde hebben met een 17-jarige en
– die [slachtoffer 2] te vertellen dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders alles gingen controleren op aanwezigheid van kinderporno en dat [slachtoffer 2] mee moet werken door zijn computer te ontgrendelen en zijn autosleutels afgeven en in te loggen op zijn [naam bank] account en
– vervolgens de hele rekening te bekijken en
– een of meer geldbedragen van de beleggingsrekening van voornoemde [slachtoffer 2] naar diens lopende rekening over te boeken en
– vervolgens een of meerdere geldbedragen te pinnen, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
5.
subsidiair
hij op 19 maart 2020 te [pleegplaats 2] tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
[benadeelde partij 5] heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten wachtwoorden en inlogcodes en bankgegevens, door
– nadat hij, verdachte, of zijn mededader via [website 1] contact heeft gezocht met [benadeelde partij 5] en een afspraak voor seksueel contact met die [benadeelde partij 5] had gemaakt zich voor te doen als politieman/politiemensen en zich te legitimeren met een op een politielegitimatie gelijkend document/pas en
– aan die [benadeelde partij 5] mede te delen dat hij, verdachte en zijn mededader een controle komen doen naar de aanwezigheid en het bezit van kinderporno en
– die [benadeelde partij 5] te vragen om in te loggen op zijn rekeningnummer zodat hij, verdachte, en zijn mededader de bankrekening van [benadeelde partij 5] kunnen controleren op de aanwezigheid van kinderporno gerelateerde aankopen en
– die [benadeelde partij 5] te vragen zijn pinpas aan hem, verdachte, en zijn mededader af te geven ten behoeve van het maken van een kopie, waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;
7.
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 6 april 2020 te [pleegplaats 5] en [pleegplaats 3] en [pleegplaats 7] en [pleegplaats 2] tezamen en in vereniging met een ander,
meer telefoons en een zwarte portemonnee (met inhoud) en een of meer [benadeelde partij 1] -bankpassen (rekeningnummer [rekeningnummer] ) en een of meer tegoedbonnen (van [winkel] en [winkel] ) en een rijbewijs (op naam van [slachtoffer 1] ), die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en
meerdere geldbedragen van in totaal (ongeveer) 1.125 euro (uit meerdere spaarpotten) en een fototoestel en een Bose muziek box en Sonos boxen en meer telefoons (merk IPhone) en een horloge (model Festina Chrono Bike) en een trouwring (inscriptie [naam] en trouwdatum [trouwdatum] ) en twee kettinkjes (waarvan een met een hangertje, handje van [naam] ) en een gevlochten armband en een schakel ring en/of twee ringetjes (ingelegd met zirkonen) en een [benadeelde partij 1] betaalpas (nummer [rekeningnummer] ) en een creditcard en een Rabobankpas en een ID-kaart, die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] , (telkens) hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en
een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 300 euro en een bankpas (rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van dhr. [slachtoffer 2] ) en een sjaal en handschoenen, die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , (telkens) hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
en
een identifier, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 5] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
8.
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2019 tot en met 19 maart 2020 te [pleegplaats 6] en [pleegplaats 4] en [pleegplaats 7] en [pleegplaats 2] ,
meerdere geldbedragen van ongeveer (in totaal) 5.500 euro die aan [slachtoffer 1] toebehoorden telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas van voornoemde [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte, telkens zonder toestemming geld gepind vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 1] ;
en
meerdere geldbedragen van ongeveer (in totaal) 3.970 euro die aan [benadeelde partij 2] toebehoorden telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas van voornoemde [benadeelde partij 2] , immers heeft hij, verdachte, telkens zonder toestemming geld gepind vanaf de bankrekening van die [benadeelde partij 2] ;
en
meerdere geldbedragen van in totaal (ongeveer) 5.000 euro die geheel aan [slachtoffer 2] toebehoorden telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas van voornoemde [slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte, telkens zonder toestemming geld gepind vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 2] ;
en
meerdere geldbedragen van ongeveer (in totaal) 1.880 euro die [benadeelde partij 5] toebehoorden telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een gestolen bankpas van voornoemde [benadeelde partij 5] , immers heeft hij, verdachte, telkens zonder toestemming geld gepind vanaf de bankrekening van die [benadeelde partij 5] .
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 subsidiair, 3 subsidiair en 5 subsidiair bewezenverklaarde levert telkens op:
medeplegen van oplichting.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van afdreiging.
Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Het onder 8 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat, rekening houdend met het grote tijdsverloop in de afdoening van deze zaak, verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zestien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht tot oplegging van een straf die de duur van de voorlopige hechtenis voor wat betreft het onvoorwaardelijke deel niet te boven gaat, aangevuld met een voorwaardelijk deel onder de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Voorts heeft zij aangevoerd dat de redelijke termijn is overschreden.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afdreiging, driemaal het medeplegen van oplichting en een reeks diefstallen in vereniging en diefstal door middel van een valse sleutel. De wijze waarop deze feiten plaatsvonden getuigt van een verregaande mate van brutaliteit. Verdachte is telkens samen met een ander of anderen doelbewust en planmatig te werk gegaan door op een datingsite ( [website 1] ) contact met de slachtoffers te zoeken en met hen af te spreken. Vervolgens zijn de slachtoffers in hun eigen woningen geconfronteerd met de indringende mededeling dat zij als pedofiel betrapt zouden zijn of dat er aanleiding is hen van het bezit van kinderporno te verdenken, waarbij verdachte en zijn mededaders zich voordeden als medewerkers van de politie of de datingsite. De slachtoffers zijn gedurende lange tijd in hun eigen woning in hun bewegingsvrijheid beperkt. Deze zeer intimiderende handelwijze heeft telkens tot een zware mentale druk en angst bij de slachtoffers geleid. Zo zwaar, dat zij hun bankgegevens hebben gedeeld. Verdachte en zijn mededader(s) hebben het bovendien niet hierbij gelaten: uit de woningen zijn telkens ook (waardevolle) goederen weggenomen, waarbij de woningen zijn doorzocht. De keuze voor oudere slachtoffers – die daarom bijzonder kwetsbaar zijn – karakteriseert het hof als erg laf en laaghartig. De slachtoffers hadden zich in hun eigen woning veilig moeten kunnen voelen. Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelen laten zien dat zij geen enkel respect hebben gehad voor de persoonlijke integriteit van een ander, hun veiligheid en hun eigendom. Slachtoffers van dergelijke feiten ondervinden vaak nog lange tijd de nadelige gevolgen. Dat is in deze zaken niet anders; uit de aangiften blijken de vergaande gevolgen van het handelen van verdachte en zijn mededaders.
Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte – blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 6 januari 2025 – vaker onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.
Het hof heeft verder gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies d.d. 7 februari 2025, waaruit volgt dat, nu verdachte heeft erkend een gokverslaving te hebben en intrinsiek gemotiveerd lijkt om daarvoor behandeling aan te gaan, de reclassering mogelijkheden ziet om gedragsverandering en daarmee recidivevermindering te bewerkstelligen. De reclassering heeft geadviseerd om bij een voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden op te leggen, te weten een meldplicht, een ambulante behandeling, een inspanningsverplichting voor dagbesteding en het meewerken aan schuldhulpverlening. De reclassering is eveneens van mening dat een spoedige start van bijzondere voorwaarden geïndiceerd is om het recidiverisico te beheersen. Verdachte heeft zich ook tijdens de terechtzitting bij het hof gemotiveerd getoond voor gedragsverandering.
Tot slot houdt het hof rekening met de schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Het hof stelt vast dat verdachte op 1 juni 2021 hoger beroep heeft ingesteld en dat het hof uitspraak doet op 5 maart 2025. De behandeling in hoger beroep is dus niet afgerond met een eindarrest binnen zestien maanden na het instellen van het hoger beroep. De redelijke termijn is in hoger beroep overschreden met ruim twee jaren en vijf maanden. Bijzondere omstandigheden die deze mate van overschrijding rechtvaardigen zijn het hof niet gebleken. Deze overschrijding dient dan ook te worden gecompenseerd.
Het hof acht de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf in beginsel passend, maar ziet gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn en de aangevoerde persoonlijke omstandigheden aanleiding om te kiezen voor een andere strafmodaliteit. Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslissing omtrent het beslag
Het hof is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven computer en geldbedragen moeten worden teruggeven aan verdachte.
Ten aanzien van de in beslag genomen en niet teruggegeven zeven simkaarten, een iPhone, twee Nokia telefoons en papier overweegt het hof dat het onder 2 primair, 3 subsidiair, 5 subsidiair, 7, 8 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.500,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.
Het hof overweegt dat de [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij in het strafgeding heeft gevoegd en stelt schade te hebben geleden, bestaande uit vergoeding van de geldbedragen aan haar rekeninghouder [slachtoffer 1] die van hem zijn ontvreemd. Naar het oordeel van het hof bestaat er in beginsel voldoende verband tussen de gestelde schade en de ten laste gelegde feiten. In zoverre is de benadeelde partij in de vordering ontvankelijk (vgl. ECLI:NL:HR:2023:322).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair en 8 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2020.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.883,00 ter vergoeding van materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd voor een bedrag van € 1.000,00.
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.000,00 voor het terugbetalen aan de bank van extra rood staan. Het hof is van oordeel dat ook in hoger beroep onvoldoende is onderbouwd dat schade is geleden en dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.067,50. Dit bedrag bestaat uit € 1.317,50 materiële schade en € 750,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.
Het hof is van oordeel dat de gestelde kosten onvoldoende in de vordering zijn onderbouwd. Niet is gebleken dat de vakantiewoning in de periode van 2 tot en met 30 januari 2020 daadwerkelijk verhuurd zou zijn en dat huurinkomsten zijn misgelopen. Ook de psychische schade is niet onderbouwd. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.291,81. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.200,00. De benadeelde partij heeft vordering in hoger beroep niet gehandhaafd.
Materiële schade
Dit deel van de vordering betreft de schadeposten ‘gepinde geldgeldbedragen’ en 'reiskosten'. Met betrekking tot de gevorderde reiskosten stelt het hof vast dat dit geen materiële schade is die voor vergoeding als rechtstreekse schade, geleden door de strafbare feiten, in aanmerking komt. Het hof zal de benadeelde partij in zoverre niet- ontvankelijk verklaren.
Ten aanzien van de gepinde geldbedragen is uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Nu deze schadeposten naar het oordeel van het hof voldoende zijn onderbouwd, is het hof van oordeel dat deze kunnen worden toegewezen, tot een bedrag van € 1.880,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2020.
Smartengeld
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt het hof vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door de oplichting en de wijze waarop deze heeft plaatsgevonden, is de benadeelde partij op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan de verdachte toe te rekenen. Het gevorderde bedrag van € 400,00 kan daarom naar het oordeel van het hof worden toegewezen. Verdachte is daarnaast vanaf 19 maart 2020 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Ook ziet het hof aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 311, 318 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 primair, 4 subsidiair, 6 primair, 6 subsidiair en 9 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3 primair en 5 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 5 subsidiair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 5 subsidiair, 7 en 8 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte verplicht is zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd te melden bij Reclassering Nederland op het adres [adres reclassering] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd onder behandeling zal stellen van door een forensische polikliniek (gericht op de gokstoornis en antisociale coping). De behandeling start zo snel mogelijk wanneer een passende behandelaar is gevonden. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delict gedrag.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
De voorlopige hechtenis
Heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijke opgelegde vrijheidsstraf.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
zeven simkaarten, een iPhone, twee Nokia's en papier.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: computer en geldbedragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 subsidiair en 8 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.500,00 (vijfduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 19 maart 2020.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het onder 5 subsidiair, 7 en 8 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) bestaande uit € 1.800,00 (duizend achthonderd euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5] , ter zake van het onder 5 subsidiair, 7 en 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) bestaande uit € 1.800,00 (duizend achthonderd euro) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 32 (tweeëndertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 19 maart 2020.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. A.F. van Kooij en mr. L. Pieters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.E. van Zalen, griffier,
en op 5 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...