ECLI:NL:GHARL:2026:2171 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-04-2026 / 21-003395-24
Veroordeling voor het met voorbedachten rade mishandelen van aangeefster door haar te drogeren door het toevoegen van temazepam aan haar drankje (Fristi). De verklaring van aangeefster is betrouwbaar en vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Het hof concludeert dat eerdergenoemde stof moet zijn toegediend in de hotelkamer, waar aangeefster en verdachte samen waren. Het hof acht het alt...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Veroordeling voor het met voorbedachten rade mishandelen van aangeefster door haar te drogeren door het toevoegen van temazepam aan haar drankje (Fristi). De verklaring van aangeefster is betrouwbaar en vindt voldoende steun in andere bewijsmiddelen. Het hof concludeert dat eerdergenoemde stof moet zijn toegediend in de hotelkamer, waar aangeefster en verdachte samen waren. Het hof acht het alternatieve scenario van de verdediging, dat aangeefster pas na het hotel slaapmiddelen heeft binnengekregen, niet aannemelijk en in strijd met de bewijsmiddelen. Oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaren en algemene voorwaarden. Beslag. Vordering benadeelde partij deels toegewezen.
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003395-24
Uitspraakdatum: 10 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Utrecht, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 24 juni 2024 met parketnummer 16-038843-23 in de strafzaak tegen:
[Verdachte] ,
geboren op [Geboortedatum] 1994 in [Geboorteplaats] ,
wonende te [Adres] .
Hoger beroep
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 23 maart 2026 en op de zitting bij de rechtbank is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. G. Vermaak, en [Slachtofferhulp] , medewerkster van slachtofferhulp Nederland, namens de benadeelde partij [Slachtoffer] heeft aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor mishandeling gepleegd met voorbedachten rade en heeft aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaar opgelegd, met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de aangeefster [Slachtoffer] . Daarnaast heeft de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opgelegd van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. Ook heeft de rechtbank de teruggave van diverse goederen gelast aan zowel de verdachte als de aangeefster [Slachtoffer] .
Tot slot heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer] .
Het hof zal het vonnis vernietigen, omdat het tot een andere bewezenverklaring komt.
Hoewel het hof het beroepen vonnis in zijn geheel vernietigt, kan het hof zich voor een groot deel vinden in de daaraan door de rechtbank ten grondslag gelegde gronden. Voor zover het hof zich in die gronden kan vinden heeft het hof die hierna overgenomen met op onderdelen een weglating, aanvulling of verbetering. Ten behoeve van de leesbaarheid worden deze weglatingen, aanvullingen of verbeteringen niet expliciet aangeduid.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 4 februari 2023 te [Plaats] met voorbedachten rade [Slachtoffer] heeft mishandeld door (heimelijk) aan het drinken van die [Slachtoffer] toe te voegen een voor de gezondheid schadelijke stof, te weten temazepam en/of oxazepam (benzodiazepinen), tengevolge waarvan die [Slachtoffer] gedrogeerd is geraakt, in elk geval schade voor de gezondheid heeft ondervonden en/of de gezondheid van die [Slachtoffer] is benadeeld.
Bewijsoverweging
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal volgt de bewijsconstructie van de rechtbank en kan zich vinden in de conclusie dat de aangeefster niet na haar bezoek aan het hotel de schadelijke middelen binnen heeft gekregen. Zij heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde met uitzondering van de stof oxazepam, omdat dit vermoedelijk een omzettingsproduct betreft van het middel temazepam. Voor dat deel van de tenlastelegging heeft de advocaat-generaal partiële vrijspraak gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit, omdat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde. Hiertoe heeft ze aangevoerd dat het innamemoment van de tenlastegelegde stoffen door aangeefster niet valt vast te stellen. Er is geen toxicologische onderbouwing van het innamemoment en de interpretatie van de feiten kan niet leiden tot de redenering dat het niet anders kan zijn dan dat aan de aangeefster in het hotel temazepam moet zijn toegediend. De verdachte en de aangeefster waren ongeveer tweeënhalf uur samen, wat volgens de verdediging maakt dat er nog 21,5 uur van de dag overblijven waarin de aangeefster zonder medeweten en betrokkenheid van de verdachte het middel temazepam kan hebben ingenomen.
Oordeel van het hof
Hieronder zal het hof de redengevende bewijsmiddelen weergeven en afsluiten met nadere bewijsoverwegingen.
Bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van aangifte van [Slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op zaterdag 4 februari 2023 had ik met [Verdachte] afgesproken. Ik ontmoette [Verdachte] op [Plaats] Centraal. Wij zijn samen naar Albert Heijn op het [Plein] gegaan. Ik zag dat [Verdachte] snacks kocht. Ik zag dat [Verdachte] geen drinken kocht. Op 1 februari 2023 vroeg [Verdachte] aan mij via whatsapp: "Hé jij lust wel fristi toch?". Ik gaf aan dat ik dit lustte. Voor onze afspraak had ik alleen eten en drinken genuttigd die ik in mijn eigen huis had staan. Wij zijn samen richting het [Hotel] hotel gegaan in [Plaats] . [Verdachte] had al eerder ingecheckt, want we gingen direct naar de kamer. Ik zag dat zijn spullen daar al lagen. Ik zag dat er op een soort bar Fristi stond. Ik voelde mij op dat moment goed en had nergens last van. [Verdachte] vroeg of ik de Fristi wilde drinken. Ik hoorde dat hij een aantal keer herhaalde of hij een foto van mij kon maken met de Fristi. Op enig moment was de Fristi op. Ik kan mij niet zo goed herinneren wat er daarna is gebeurd. Het enige wat ik weet, is dat ik mij na het drinken van de Fristi niet goed voelde. [Verdachte] gaf aan dat ik in slaap was gevallen. Het moment dat ik een beetje weet, is dat ik besefte dat ik nog op de hotelkamer was en dat het donker was buiten. Ik heb aangegeven dat ik naar huis wilde. Onderweg naar huis ben ik met zekerheid één keer gevallen. Ik heb, terwijl ik terug liep naar mijn huis, mijn vriendje een voicebericht gestuurd waarin ik vertelde dat ik mij dronken voelde, maar geen alcohol op had. Ik heb dit bericht om 19:10 (het hof begrijpt: 19.10 uur) gestuurd. Hij vond dat ik raar overkwam in het voicebericht. Ik hoorde dat hij en mijn broertje mij slapend aantroffen in huis. Zij hebben mij naar het ziekenhuis gebracht. In het ziekenhuis hoorde ik dat ze in mijn urine benzodiazepinen hadden aangetroffen. Het ziekenhuis heeft mij vanaf 20:00 tot 3:00 uur gehouden. De volgende ochtend voelde ik mij pas weer goed.
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2026. voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 4 februari 2023 was ik met [Slachtoffer] in het [Hotel] Hotel in [Plaats] . Daarvoor hadden we op het station snacks gekocht. We hebben geen drinken gekocht. Ik was al eerder in de hotelkamer geweest omdat ik naar de WC moest. Ik heb mijn tas achtergelaten in de hotelkamer.
Een proces-verbaal van bevindingen, op ambtsbelofte opgemaakt door [Agent] , hoofdagent van de politie Eenheid [Politie eenheid] , bladzijde 57 en 58 van het dossier, inhoudende, voor zover relevant, een beschrijving van camerabeelden van het [Hotel] hotel te [Plaats]:
Op 4 februari (het hof begrijpt: 2023) vond er een mishandeling plaats in het [Hotel] hotel te [Plaats] .
Op camera 20 welke gericht staat op de ingang van het hotel zag ik dat om 18:35:17 uur [Verdachte] en [Slachtoffer] het hotel verlaten.
Ik zag dat [Verdachte] en [Slachtoffer] om 18:35:42 voorbij de winkelketen [Winkelketen] komen lopen.
Een proces-verbaal van aanvraag van benoeming deskundige, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Slachtoffer: [Slachtoffer]
Geboren: [Geboortedatum] 2001
Spoornummer PL0900-2023037135-187897
SIN AAPZ1672NL
Spooromschrijving Bloed
Datum/tijd veiligstellen 5 februari 2023 om 02:00 uur
Plaats veiligstellen: Uit lichaam slachtoffer
Spoormummer PL0900-2023037135-187898
SIN AAKZ5329NL
Spooromschrijving Urine
Datum/tijd veiligstellen 4 februari 2023 om 20:30 uur
Plaats veiligstellen Uit lichaam slachtoffer
Een verslag van een deskundige, te weten een verkort rapport van dr. J. Roosendaal, als forensisch toxicoloog werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Betreft Toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van [Slachtoffer]
Te onderzoeken materiaal
SIN AAPZ1672NL
SIN AAKZ5329NL
Resultaten en conclusie
In het bloed en de urine van [Slachtoffer] zijn temazepam en het omzettingsproduct oxazepam (benzodiazepinen) aangetoond. De gemeten temazepam- en oxazepamconcentraties in het bloed van respectievelijk 0,58 mg/l en 0,13 mg/1 zijn (hoog) therapeutische concentraties.
Een verslag van een deskundige, een rapport Aanvullende vragen naar aanleiding van een toxicologisch rapport van dr. J. Roosendaal, als forensisch toxicoloog werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
20. Wat zijn de kenmerken en bijwerkingen van temazepam?
Temazepam is een benzodiazepine. Benzodiazepinen zijn stoffen met een kalmerende, slaapverwekkende en spierverslappende werking. De effecten zijn afhankelijk van de mate van gewenning aan benzodiazepinen.
Effecten of bijwerkingen die op kunnen treden bij therapeutisch gebruik van benzodiazepinen zin onder andere slaperigheid, spierzwakte, duizeligheid, anterograde amnesie (geheugenverlies) en onduidelijk spreken.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, nam de aangifte op van slachtoffer [Slachtoffer] . Zij overhandigde mij twee geluidsfragmenten, welke zij via Whatsapp op 4 februari (het hof begrijpt: 2023) naar haar vriend heeft gestuurd. Op beide fragmenten herkende ik haar stem, omdat ik de aangifte heb opgenomen en zij een buitenlands accent heeft. [Slachtoffer] is in beide fragmenten moeilijk te verstaan omdat ze met een dubbele tong sprak. Ook hoorde ik dat ze hikte. Op het eerste fragment hoor ik dat [Slachtoffer] gilt en 'Mierda' zegt wat ‘shit’ in het Spaans betekent. Ik hoorde wat gerommel. In de aangifte verklaarde [Slachtoffer] dat ze op dat moment viel. Op het tweede fragment hoor ik [Slachtoffer] verklaren dat ze bezig was met een fotosessie en ineens niet meer wist wat er gebeurde: ze voelde zich dronken en zegt dat ’we alleen Fristi op hadden' en ‘Lig op bed. slaap gevallen meteen". Later verklaart [Slachtoffer] : ‘Ik weet niet, kan mij echt niets meer herinneren". Ook hoorde ik [Slachtoffer] zeggen: ‘Ik kan ook heel lastig lopen, het voelt alsof ik dronken ben. Ik heb helemaal niets gedronken. Alleen Fristi’.
Een geschrift, te weten een whatsappbericht, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[Verdachte] Heyy jij lust wel fristi toch?
Ontvanger Ja. Waarom?
[Verdachte] Ik was aan het kijken voor zaterdag.
Een proces-verbaal van verhoor van de aangeefster [Slachtoffer] als getuige bij de rechter-commissaris van 28 maart 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Wat kunt u vertellen over wat er op 4 februari 2023 is gebeurd?
We hebben elkaar ontmoet op [Plaats] Centraal Station. [Verdachte] zei dat hij snacks wilde halen voor de fotosessie. We gingen vervolgens naar het hotel. De kamer was volgens mij op de zesde verdieping. Zijn tas stond daar al. Hij had ook al Fristi bij zich. Hij had van te voren gevraagd of ik dat lustte. Op een gegeven moment wilde hij foto’s maken van dat ik at en dronk. Ik at de nacho’s en hij gaf mij de Fristi. Ik dronk de Fristi. Ik weet dat hij een beetje door bleef gaan over de Fristi, hij wilde dat ik bleef drinken. Ik heb de Fristi opgedronken. Het was opvallend dat er zoveel nadruk op de Fristi lag. Het laatste dat ik mij kan herinneren is dat we aan het praten waren over [Naam] . Na dat moment kan ik mij niets meer herinneren.
Wat zijn de volgende herinneren (het hof begrijpt: herinneringen) die u heeft nadat u over [Naam] aan het praten was?
Ik werd wakker en zat op bed. Ik herinner me van die periode vervolgens steeds kleine stukjes.
Kunt u beschrijven wat u voor het eerst voelde toen u zich vreemd begon te voelen?
Het kwam heel erg plotseling. Mijn herinneringen waren opeens weg en ik werd op enig moment wakker.
Nadere bewijsoverwegingen
Het hof acht net als de rechtbank de verklaring van de aangeefster betrouwbaar. Aangeefster heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de wezenlijke onderdelen van de toedracht voorafgaand aan het bezoek aan het hotel en over wat er in de hotelkamer is gebeurd tot het moment dat zij de door de verdachte aan haar aangeboden Fristi helemaal had opgedronken. Over wat er daarna heeft plaatsgevonden kan zij minder gedetailleerd verklaren. omdat zij toen heel slaperig was geworden. Zij heeft telkens verklaard dat zij zich voor het drinken van de Fristi nog goed voelde, dat verdachte meermalen vroeg of zij de Fristi wilde drinken en dat zij na het drinken van de Fristi heel slaperig is geworden en zich weinig kan herinneren. Deze verklaring van aangeefster vindt steun in de overige bewijsmiddelen, te weten het Whatsappbericht, waarin verdachte vraagt of aangeefster Fristi lust, het proces-verbaal van het uitluisteren van het spraakbericht, waarin – onder andere – beschreven wordt dat aangeefster moeilijk te verstaan is en met dubbele tong praat, en tot slot het NFI-rapport waaruit blijkt dat een hoge concentratie temazepam is aangetroffen in het bloed en de urine van aangeefster. Gelet op het bovenstaande acht het hof de verklaring van aangeefster betrouwbaar.
Moment van toedienen en alternatief scenario verdachte
Ter terechtzitting van het hof heeft de verdediging aangevoerd dat niet door deskundigen kan worden vastgesteld wanneer de aangeefster de slaapmiddelen heeft ingenomen. Dat betekent volgens de raadsvrouw dat de aangeefster deze ook in de overige 21,5 uur van de dag dat de verdachte en de aangeefster niet samen waren ingenomen zou kunnen hebben. De verdachte heeft in hoger beroep herhaald dat de aangeefster zich normaal gedroeg in de tijd dat hij met haar samen was en dat hij voorafgaand aan de fotosessie geen drinken heeft gekocht en ook geen Fristi had meegenomen. De verdachte blijft ook bij de verklaring dat het de bedoeling was om foto’s van elkaar te maken en dat zij beiden foto’s hebben gemaakt. De verdachte verklaarde ter terechtzitting van het hof voor het eerst dat de aangeefster die bewuste middag een paarse waterfles bij zich had en de hele avond daaruit heeft gedronken.
Het hof acht het alternatieve scenario van de verdediging op geen enkele wijze aannemelijk geworden, in strijd met de gebruikte bewijsmiddelen en zelfs dat deze als ongeloofwaardig kan worden aangemerkt.
Uit de bewijsmiddelen blijkt immers hoe laat de verdachte en aangeefster het hotel verlaten, hoe laat zij onsamenhangende spraakberichten heeft gestuurd aan haar vriend, dat zij daarna door haar broer en vriend slapend in huis is aangetroffen en dat zij vanaf 20:00 uur in het ziekenhuis is geweest voor onderzoek. Uit de spraakberichten blijkt voorts dat aangeefster met dubbele tong spreekt en hikt. Zij heeft deze voice-berichten opgenomen kort nadat zij de hotelkamer heeft verlaten en binnen een uur daarna is zij in het ziekenhuis voor onderzoek. Zij blijkt dan een concentratie van het middel temazepam in haar bloed te hebben. Ook is zij kort nadat zij het hotel verliet (op haar knie) gevallen. Spierzwakte, duizeligheid en onduidelijk spreken zijn bijwerkingen van een (hoge) inname van temazepam. Er is geen enkele aanwijzing in het dossier of anderszins dat de aangeefster voor haar afspraak met de verdachte al last had van deze bijwerkingen, zodat een inname van een hoge dosis temazepam voor die afspraak niet aannemelijk is. De bijwerkingen zijn echter vrijwel direct na de afspraak met de verdachte bij aangeefster aanwezig nadat zij van de door verdachte aangeboden Fristi heeft gedronken.
Op grond van het voorgaande acht het hof de verklaring van de verdachte over de gang van zaken in de hotelkamer en de toestand van de aangeefster bij het verlaten van het hotel niet geloofwaardig. Gelet op wat hiervoor is overwogen, concludeert het hof dat door de verdachte aan de aangeefster temazepam is toegediend in de hotelkamer, waar de verdachte met haar had afgesproken.
Het hof is, samen met de advocaat-generaal en de raadsvrouw, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte oxazepam heeft toegediend, omdat de in haar bloed gevonden oxazepam vermoedelijk een omzettingsproduct van temazepam betreft.
Het hof overweegt nog het volgende. Van de zijde van de verdediging is in hoger beroep een brief van S.M. Veldthuis van 22 maart 2026 ingebracht. Onderaan deze brief heeft mevrouw Veldthuis vermeld dat zij forensisch deskundige is. Blijkens de brief heeft de verdediging mevrouw Veldthuis gevraagd een uitspraak te doen over de vraag of vanuit forensisch oogpunt kan worden vastgesteld dat temazepam heimelijk is toegediend door [Verdachte] aan [Slachtoffer] op 4 februari 2023 omstreeks 16:00 uur. Hoewel de raadsvrouw ter zitting van het hof heeft betoogd dat mevrouw Veldthuis een allround forensisch deskundige is met specialisme op het gebied van beeldonderzoek en dossieranalyse, blijkt dit niet uit de ingebrachte brief. Er is voorts geen curriculum vitae van mevrouw Veldthuis beschikbaar en zij staat ook niet als deskundige vermeld in het Nederlands register van gerechtelijk deskundigen (NRGD). Daarnaast stelt het hof vast dat kennelijk aan mevrouw Veldthuis dossierstukken zijn verstrekt op basis waarvan zij conclusies trekt die een inhoudelijk oordeel over de strafzaak betreffen. Het hof acht dat niet verenigbaar met de taak van een deskundige, die immers onpartijdig en onbevooroordeeld dient te zijn. Gelet op voornoemde omstandigheden – in samenhang bezien – zal het hof geen acht slaan op de inhoud van de brief van mevrouw Veldthuis.
Voorbedachten rade
Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Voor de bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachten rade' acht het hof in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden redengevend. Verdachte vraagt op 1 februari 2023 via Whatsapp aan aangeefster of zij Fristi lust. Enkele dagen later, op 4 februari 2023, spreekt hij met aangeefster af om de foto’s te maken in een hotelkamer. Voordat hij aangeefster die dag ontmoet, is hij al eerder in de hotelkamer geweest. Zijn tas en de inhoud daarvan heeft hij daar achtergelaten. Vervolgens haalt verdachte aangeefster op [Plaats] Centraal op en gaan zij samen de hotelkamer binnen, waar een flesje Fristi klaarstaat. Verdachte dringt bij aangeefster meermalen aan om de Fristi te drinken. Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat verdachte op enig moment de Fristi heeft gekocht en dat hij hier temazepam aan heeft toegevoegd. Tot op het moment dat aangeefster het drankje, met de toegevoegde stof(fen) daadwerkelijk dronk, heeft verdachte gelegenheid gehad om na de denken over de gevolgen van zijn handelen.
Het hof concludeert op grond van deze feiten en omstandigheden dat de verdachte voorafgaand aan zijn handelen voldoende tijd heeft gehad zich te beraden op het genomen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar rekenschap van te geven. Aldus staat voor het hof vast dat het handelen van de verdachte niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Het hof acht voorts geen contra-indicaties aannemelijk geworden die het aannemen van voorbedachten rade in de weg staan en is dan ook van oordeel dat de verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld.
Opzettelijke benadeling van de gezondheid
Door aangeefster met voorbedachten rade te drogeren heeft verdachte de gezondheid van aangeefster [Slachtoffer] opzettelijk benadeeld. Op grond van het bepaalde in artikel 300 lid 4 Wetboek van Strafrecht wordt dit gelijkgesteld met mishandeling.
Conclusie
Het hof acht op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster met voorbedachten rade heeft mishandeld door haar gezondheid opzettelijk te benadelen door haar te drogeren.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks
4 februari 2023 te [Plaats] met voorbedachten rade [Slachtoffer] heeft mishandeld door
(
heimelijk
)
aan het drinken van die [Slachtoffer] toe te voegen een voor de gezondheid schadelijke stof, te weten temazepam
en/of oxazepam
(benzodiazepinen), tengevolge waarvan die [Slachtoffer] gedrogeerd is geraakt
, in elk geval schade voor de gezondheid heeft ondervonden en/of de gezondheid van die [Slachtoffer] is benadeeld
.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
mishandeling gepleegd met voorbedachten rade.
Strafbaarheid van verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte dient te worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, zonder oplegging van een contactverbod. Daarnaast heeft zij gevorderd dat aan de verdachte taakstraf van 180 uur wordt opgelegd, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan de verdachte, in het geval van een veroordeling, een taakstraf dient te worden opgelegd, en in ieder geval geen (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf en/of maatregel houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
In het bijzonder overweegt het hof het volgende.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een naar strafbaar feit, te weten het drogeren van het slachtoffer met temazepam. Uit de audioberichten blijkt dat het slachtoffer na de afspraak met de verdachte in het hotel zwaar onder invloed van dat middel was, zodanig dat zij onsamenhangend sprak en onderweg naar huis is gevallen. Het is niet aan de verdachte te danken dat het slachtoffer het er uiteindelijk goed vanaf heeft gebracht. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij met voorbedachten rade heeft gehandeld, en dat hij tot op de dag van vandaag geen enkele openheid van zaken heeft gegeven omtrent zijn handelen. Het slachtoffer heeft hierdoor nog steeds geen enkel inzicht kunnen verkrijgen in de beweegredenen van zijn handelen, en zij moet nog steeds in de onzekerheid leven wat er is gebeurd op het moment dat zij is in slaap is gevallen in de hotelkamer.
Het hof heeft kennis genomen van de strafmaatoverweging van de rechtbank om bij de beoordeling van dit feit aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die gelden voor de zwaarste categorie van eenvoudige mishandeling. Het hof acht de door de rechtbank opgelegde straffen, mede gelet op de aard en ernst van het feit, echter niet passend en komt tot een hogere voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf.
Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 16 februari 2026. Hieruit blijkt dat het hof niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. Dit weegt het hof daarom niet in strafverzwarende zin mee.
Daarnaast heeft het hof acht geslagen op de over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportage van 27 september 2023.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, legt het hof aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Aangezien de verdachte geen inzicht heeft gegeven in de reden van zijn handelen, moet – net als de rechtbank heeft overwogen – worden gevreesd voor herhaling. Een voorwaardelijke gevangenisstraf is daarom op zijn plaats. Het hof zal in afwijking van de rechtbank geen contactverbod opleggen in de vorm van een bijzondere voorwaarde, gelet op het tijdsverloop en omdat daar vanuit de benadeelde partij geen wens voor bestaat.
Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf, legt het hof aan de verdachte een taakstraf op van 180 uur. Deze straf is passend en noodzakelijk.
Beslag
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de beslagbeslissing van de rechtbank in stand kan blijven.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair naar voren gebracht dat de in beslag genomen goederen (nog bestaande uit een laptop en een PC) moeten worden teruggegeven aan de verdachte, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft zij verzocht om teruggave van het beslag vanwege de omstandigheid dat er niets strafbaars op de gegevensdrager is aangetroffen.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de beslagbeslissing van de rechtbank geheel in stand kan blijven. Dit betekent dat het hof de teruggave zal gelasten van de inbeslaggenomen gegevensdragers en telefoons aan de verdachte, voor zover deze voorwerpen nog niet zijn teruggegeven. Daarnaast zal het hof de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen kleding aan de redelijkerwijs aan te merken rechthebbende, namelijk [Slachtoffer] .
Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden toegewezen conform het vonnis van de rechtbank.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair verzocht om de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de vordering van de benadeelde partij slechts toe te wijzen tot een bedrag van
€ 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding. Voor het overige, is de raadsvrouw van mening dat de vordering dient te worden afgewezen.
Oordeel van het hof
De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 15.236,94 ingediend, bestaande uit € 10.236, 94 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft deze vordering voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 11.736,94. De benadeelde partij heeft in hoger beroep de vordering voor het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd.
Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, zoals is beslist door de rechtbank in haar vonnis.
Het hof sluit zich in zijn geheel aan bij de overwegingen van de rechtbank in het vonnis en herhaalt deze hieronder.
Anders dan de raadsvrouw is het hof van oordeel dat de materiële schade, bestaande uit het eigen risico van de zorgverzekering en kosten vanwege studievertraging, rechtstreekse schade als gevolg van het bewezenverklaarde feit is. De vordering tot vergoeding van de materiële schade wordt daarom in zijn geheel toegewezen. Het gevorderde bedrag van het eigen risico komt voor toewijzing in aanmerking, nu uit medische stukken blijkt dat is geadviseerd om te starten met PEP-medicatie, vanwege zorgen rondom een mogelijke Hiv-besmetting. Ten aanzien van de studievertraging en het collegegeld merkt het hof het volgende op. Op basis van de overlegde stukken kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij studievertraging heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde. Ten tijde van het bewezenverklaarde was periode 2 van het leerjaar net achter de rug en zou de benadeelde partij beginnen aan periode 3. Uit de stukken blijkt voldoende dat zij voornemens en ook in staat was om haar Bachelor in het studiejaar 2022-2023 af te ronden. Op advies van de studieadviseur heeft zij uiteindelijk moeten besluiten om één vak te laten vallen, waardoor zij pas in het studiejaar 2023-2024 haar studie heeft kunnen afronden. Op zitting is namens de benadeelde partij naar voren gebracht dat zij inmiddels in het schooljaar 2023-2024 haar bachelor heeft afgerond.
In hoger beroep heeft de benadeelde partij bewijs overgelegd van het daadwerkelijk behalen van haar bachelor.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, is het hof van oordeel dat voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreekse schade is toegebracht.
Op grond van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft een benadeelde partij onder meer recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade indien zij ten gevolge van het strafbare feit in hun persoon zijn aangetast. Benadeelde partij is door het drogeren eerst buiten bewustzijn geraakt, was vervolgens gedesoriënteerd en verward, kon nauwelijks uit haar woorden komen, is op straat gevallen, is thuis in slaap gevallen en in het ziekenhuis onderzocht. Het hof merkt dit aan als letsel in de zin van artikel 6:106. eerst lid, onder b. van het Burgerlijk Wetboek. Benadeelde heeft niet alleen de gebeurtenis, maar ook de nasleep ervan als zéér ingrijpend ervaren. Benadeelde wist niet wat haar was aangedaan en verkeerde daardoor in grote onzekerheid en onduidelijkheid. Naarmate de dagen verstreken voelde benadeelde steeds meer gevoelens van angst. Ze was bang dat verdachte zou achterhalen waar zij woonde. Benadeelde ervaarde tot circa juni 2023 slapeloosheid. Benadeelde werd in de nacht wakker en lag vervolgens uren wakker in bed. Er kwamen allerlei piekergedachten bij haar op. Benadeelde kon daardoor regelmatig niet meer in slaap vallen, wat vervolgens ook weer leidde tot meer vermoeidheid overdag. Benadeelde blikt terug op een periode vol verwarring en emoties. Het hof is met de raadsvrouw en de advocaat-generaal van oordeel dat het gevorderde bedrag van de immateriële schade moet worden gematigd. De aangehaalde zaak in de vordering komt niet volledig overeen met de onderhavige zaak. Ook merkt het hof op dat in soortgelijke zaken lagere bedragen worden toegewezen. Alles afwegende, is het hof van oordeel dat een bedrag van € 1.500,00 aan immateriële schade billijk is.
Het hof zal bepalen dat het toegewezen schadebedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, te weten 4 februari 2023.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 300 en 301 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Gelast de teruggave aan [Slachtoffer] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1 STK Ondergoed (G3115749);
1 STK Trui (G3115747);
1 STK Textiel (G3115751);
1 STK Broek (G3115748).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1 STK Computer (G3115957);
1 STK USB-stick (memorykaart) (G3115956);
1 STK Computer (G3115959);
1 STK Computer (G3115958);
1 STK Telefoontoestel (G3116002);
1 STK Telefoontoestel (G3116003);
1 STK Computer (G3115970);
1 STK Film (G3115969);
1 STK Computer (G3115968);
1 STK Computer (G3115966);
1 STK Harddisk (G3115965);
1 STK Harddisk (G3115964);
1 STK Telefoontoestel (G3115963);
1 STK USB-stick (memorykaart) (G3115962).
Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [Slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 11.736,94 (elfduizend zevenhonderdzesendertig euro en vierennegentig cent) bestaande uit € 10.236,94 (tienduizend tweehonderdzesendertig euro en vierennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [Slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.736,94 (elfduizend zevenhonderdzesendertig euro en vierennegentig cent) bestaande uit € 10.236,94 (tienduizend tweehonderdzesendertig euro en vierennegentig cent) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 117 (honderdzeventien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 4 februari 2023.
Dit arrest is gewezen door mr. L.G.J.M. van Ekert, mr. A. Muller, mr. W.M. Weerkamp in aanwezigheid van de griffier mr. R. Harsveld en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 april 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof, zittingsplaats Arnhem, van 10 april 2026.
Tegenwoordig:
mr. Th.C.M. Willemse, voorzitter,
mr. A.I.M.M. Gudde, advocaat-generaal,
mr. B. van Leeuwen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
Het hof is anders samengesteld. Op voorstel van het hof en met instemming van de advocaat-generaal en de verdachte hervat het hof het onderzoek in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 23 maart 2026 bevond.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en doet direct uitspraak.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Voetnoten
- Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina's van door daartoe bevoegde politieambtenaren op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 juni 2023, genummerd PL0900- 2023037135, opgemaakt door [Agent] , als hoofdagent werkzaam bij de politie Eenheid [Politie eenheid] , digitaal genummerd pagina 1 tot en met pagina 113.
- P. 9.
- P. 10.
- P. 105-107
- P. 111-112.
- P. 112.
- P. 9 (Aanvullende vragen naar aanleiding van een toxicologisch rapport met zaaknummer 2023.03.02.158).
- P. 60.
- Aanvullend stuk per e-mailbericht verstrekt door de officier van justitie, bijlage 2.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...