ECLI:NL:GHSHE:2024:1787 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 21-05-2024 / 20-002972-20

Mishandeling. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Bedreiging met verkrachting. Belaging. Eenvoudige belediging, meermalen gepleegd.

Source officielle

68 min de lecture 14,857 mots

Inhoudsindicatie. Mishandeling. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Bedreiging met verkrachting. Belaging. Eenvoudige belediging, meermalen gepleegd.

Parketnummer : 20-002972-20

Uitspraak : 21 mei 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 16 december 2020, in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-222305-20, 01-304042-19 en 01-211879-20, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1963,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder parketnummer 01-222305-20 onder 1 primair en 3 tenlastegelegde en ter zake van:

parketnummer 01-222305-20

1 subsidiair: mishandeling;

2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

parketnummer 01-304042-19

1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan ambtenaren gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, meermalen gepleegd;

parketnummer 01-211879-20:

1: bedreiging met verkrachting;

2: belaging;

3: eenvoudige belediging, meermalen gepleegd;

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast zijn aan de verdachte twee vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd, te weten een contact- en een locatieverbod, telkens voor de duur van 3 jaren, subsidiair 1 week hechtenis, welke maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard.

Voorts heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gedeeltelijk toegewezen en ten behoeve van deze benadeelde partijen aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte – na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep – zal vrijspreken ter zake van het onder parketnummer 01-222305-20 onder 1 primair tenlastegelegde en de verdachte ter zake van het onder parketnummer 01-222305-20 onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde, het onder parketnummer 01-304042-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Verder heeft zij gevorderd om aan de verdachte twee vrijheidsbeperkende maatregelen op te leggen, te weten een contact- en een locatieverbod, telkens voor de duur van 3 jaren, subsidiair 1 week hechtenis, overeenkomstig de beslissing van de rechtbank, welke maatregelen dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard.

Daarnaast heeft zij geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, te weten:

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 2.577,48;

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 1.200,-;

de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 1.200,-;

telkens te vermeerderen met de wettelijke rente, met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen voor het overige en met veroordeling van de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partijen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen tot dezelfde bedragen.

De verdediging heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft zij primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen, subsidiair tot matiging van de schadevergoedingsverplichting.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde – tenlastegelegd dat:

parketnummer 01-222305-20:

1.
hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te [plaatsnaam] ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, genoemde [slachtoffer 1] met kracht met beide handen bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en/of enige tijd die keel/hals dicht geknepen heeft gehouden en/of genoemde [slachtoffer 1] bij haar achterhoofd heeft gepakt en/of (daarbij) haar gezicht in het kussen heeft gedrukt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te [plaatsnaam] ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, genoemde [slachtoffer 1] met kracht met beide handen bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of vervolgens de keel/hals van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en/of enige tijd die keel/hals dicht geknepen heeft gehouden en/of genoemde [slachtoffer 1] bij haar achterhoofd heeft gepakt en/of (daarbij) haar gezicht in het kussen heeft gedrukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te [plaatsnaam] [slachtoffer 1] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 1] met kracht met beide handen bij de keel/hals vast te pakken en/of vervolgens de keel/hals van die [slachtoffer 1] dicht te knijpen;

2.
hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te [plaatsnaam] [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: ‘Ik maak je van kant, ik zorg er voor dat je voor altijd jouw mond dichthoudt’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

parketnummer 01-304042-19 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 9 oktober 2019 en/of op of omstreeks 5 december 2019 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 4] (burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

– op of omstreeks 9 oktober 2019 tegen/ten overstaan van de politie te zeggen/roepen: ‘Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ‘s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan.’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

– op of omstreeks 5 december 2019 tegen [slachtoffer 5] via de telefoon te zeggen/roepen – zakelijk weergegeven – dat hij er een einde aan zou maken en/of dat hij bij deze actie zoveel mogelijk ambtenaren mee wilde nemen en/of dat als hij de burgemeester zag, hij haar de strot of nek door zou snijden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, welke woorden (telkens) ter kennis zijn gekomen van die [slachtoffer 4] ;

2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juni 2019 tot en met 10 december 2019 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een of meer ambtenaren, te weten [slachtoffer 4] (burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] ) en/of [slachtoffer 6] ( [functie 1] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in het openbaar mondeling en/of door een toegezonden of aangeboden geschrift, heeft beledigd,

– door op of omstreeks 9 oktober 2019 tegen/ten overstaan van de politie te zeggen/roepen, dat de burgemeester een hoer, een nazi en een prostituee is, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking, en/of

– door in of omstreeks de periode van 27 juni 2019 tot en met 10 december 2019 hem/haar/hun mails toe te zenden met daarin de volgende teksten: ‘Ben je nu ook hetzelfde als in 40-45 een kampbeul en volg je enkel je opdracht, mu kapot maken’ en/of

‘Maar liegen en bedriegen, dat is jou/jullie handelsmerk, en vooral mij discrimineren, jullie mogen alles en hoeven niks, waarom moet ik dood’ en/of

‘Ik heb enkel gevragen, laat me eerst met die andere criminele organisatie, het traject afleggen, ik kan er dit niet bij hebben?’, en/of

‘Wat ben je toch een etergezwel’, en/of

‘Wat zijn jullie toch een kut organisatie, jullie mogen alles, en hoeven nooit eerlijk te zijn, stelletje corruptelingen’, en/of

‘Mevrouw de burgemeester, als jij werkelijk iets een eigen mening hebt, kun je toch niet toestaan dan die imbeciel van een [slachtoffer 6] heel mijn leven kan verwoesten, ik ben ook een inwoner van jou gemeente’, en/of

‘Niksnut, imbeciel, saboteur van goedwillende mensen’, en/of

‘Meneer achterbakse, en mevrouw niksnut, het leven zou zo mooi kunnen zijn! Waarom gunnen jullie dat mij niet? Wat zijn jullie toch een stelletje achterbakse niksnutten’, en/of

‘Je reageert nergens op, als je morgen niet voor 10 uur geageerd zal ik de term meneer ook niet meer gebruiken, enkel en alleen omdat jij totaal geen omgangsmanieren hebt, wat ben je toch een schoft, [slachtoffer 6] ’, en/of

‘Geachte Beul, Ik heb zojuist vernomen dat jij totaal niet weet wat er speelt, maar het toch steeds belangrijk vind om alles in het werk te stellen om mij te dwarsbomen, mijn ex hebben jullie met de corruptie al weggejaagd, ik pik dit niet meer. De heer [naam] heeft toegezegd dat ik hier de 4a kon krijgen als er de indicatie was, die is er al lang, maar omdat jij totaal imbeciel bent en nergens in de normale mensenwereld zult kunnen functioneren, heb je de beul taak bij de criminele organisatie [plaatsnaam] op je genomen, jammer voor jou dat je niet meer verstand hebt’, en/of

‘Je zou ook mij normaal kunnen behandelen, maar jullie enige doel is om mij uit te schakelen met jullie criminele organisatie, TUIG’, en/of

‘Sorry moeten jullie nu zeggen, dat jullie geen enkele fatsoensnorm hebben, wat zijn er hier toch een stelletje klojo’s bezig, ik heb netjes bericht gedaan, maar jullie willen enkel de zaak saboteren, TUIG’, en/of

‘Je behoord gewoon bij het onderste van de samenleving, je hebt macht, maar niet omdat je capaciteiten hebt, maar omdat je je op bepaalde momenten op het juiste moment opengesteld hebt, wat ben je toch een misbaksel, ik had de keuze niet, maar als ik aan de andere kant van de wereld geboren was had ik je waarschijnlijk niet te hoeven ondergaan, kut’, en/of

‘Wat vindt jij het verschil tussen een criminele organisatie, en jullie clupje, ik zie het verschil niet, ik heb deze vraag al heel vaak neergelegd, maar nog nooit inhoudelijk beantwoord gekregen, dus de maffia is minder erg al jullie xxx’, en/of

‘Je had nooit je knokploeg moeten steuren, het was toch rustig, mens, waar ben je mee bezig, wat wil jij, ik vraag me werkelijk af of je wel volledig bij je verstand bent, imbeciel’, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

parketnummer 01-211879-20 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 23 juli 2020 te Hoogeloon, gemeente Bladel en/of [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met verkrachting en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] (middels tussenkomst van haar partner) in een mail/bericht dreigend de woorden toe te voegen: ‘Ik ga [slachtoffer 7] neuken totdat het bloed uit haar kut loopt, en ik de rest martelen tot dat ze hun bloed gaan drinken, tot dat ze dood gaan van de dorst, imbecielen, waar ben je mee bezig stuk tuig’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 16 april 2020 tot en met 17 augustus 2020 te Hoogeloon, gemeente Bladel, en/of te [plaatsnaam] en/of elders in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) beledigende en/of grievende sms-berichten en/of mailberichten te sturen en/of (telkens) veelvuldig te bellen (telkens) met het oogmerk die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;

3.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 22 juli 2020 te Hoogeloon, gemeente Bladel, en/of te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag 2] 1970) bij geschrift heeft beledigd door hem (telkens) (middels toegezonden (mail) berichten) de woorden toe te voegen:

‘Als je er ooit die lieve, lieve, liefste [slachtoffer 7] neukt denkt ze aan mij heeft ze zelf gezegd, ik ben veel beter dan jij miskwal’ en/of

‘Heb je er ooit aan gedacht [slachtoffer 2] , het dubbele minder oplichten is een veelvoud van minder zorgen, je zou zo maar gewaardeerd kunnen worden, ook door [slachtoffer 7] ’ en/of

‘Minder geachte miskwal, ik heb begrepen dat jij een ziekte meedraagt, je hoeft jou ziekte niet op mij te verspreiden maar ik hoop dat jou ziekte je een pijnlijke dood bezorgd, je hebt een actie gedaan dat ik nu niet verder in detail ga treden maar ziekere personen, uitdrukkelijk niet mensen als [slachtoffer 2] zijn er niet’,

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe het volgende.

Met betrekking tot parketnummer 01-222305-20 onder 1 primair en 1 subsidiair

Zoals hierna zal blijken, heeft de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] weliswaar met beide handen bij de keel/hals gegrepen en die keel/hals dichtgeknepen, maar uit het dossier blijkt niet hoe lang en met welke kracht de verdachte haar keel/hals heeft dichtgeknepen. Het hof acht dan ook met de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van een voornemen en een begin van uitvoering om [slachtoffer 1] van het leven te beroven respectievelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Met betrekking tot parketnummer 01-222305-20 onder 2

Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Nu het dossier voor wat betreft het toevoegen van de tenlastegelegde bedreigende woorden door de verdachte slechts de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] bevat, is het hof met de verdediging van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair, het in de zaak met parketnummer 01-304042-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

parketnummer 01-222305-20:

1.
hij op of omstreeks 26 augustus 2020 te [plaatsnaam] [slachtoffer 1] heeft mishandeld door genoemde [slachtoffer 1] met kracht met beide handen bij de keel/hals vast te pakken en/of vervolgens de keel/hals van die [slachtoffer 1] dicht te knijpen;

parketnummer 01-304042-19 (gevoegd):

1.
hij op 9 oktober 2019 te [plaatsnaam] , [slachtoffer 4] (burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door op 9 oktober 2019 ten overstaan van de politie te roepen: ‘Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ‘s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan.’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij in de periode van 27 juni 2019 tot en met 10 december 2019 in Nederland, meermalen, opzettelijk ambtenaren, te weten [slachtoffer 4] (burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] ) en [slachtoffer 6] ( [functie 1] ), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in het openbaar mondeling en door een toegezonden of aangeboden geschrift, heeft beledigd,

– door op 9 oktober 2019 ten overstaan van de politie te roepen, dat de burgemeester een hoer, een nazi en een prostituee is en

– door in de periode van 27 juni 2019 tot en met 10 december 2019 hun mails toe te zenden met daarin de volgende teksten: ‘Ben je nu ook hetzelfde als in 40-45 een kampbeul en volg je enkel je opdracht, mu kapot maken’ en

‘Maar liegen en bedriegen, dat is jou/jullie handelsmerk, en vooral mij discrimineren, jullie mogen alles en hoeven niks, waarom moet ik dood’ en

‘Wat ben je toch een etergezwel’, en

‘Wat zijn jullie toch een kut organisatie, jullie mogen alles, en hoeven nooit eerlijk te zijn, stelletje corruptelingen’, en

‘Mevrouw de burgemeester, als jij werkelijk iets een eigen mening hebt, kun je toch niet toestaan dan die imbeciel van een [slachtoffer 6] heel mijn leven kan verwoesten, ik ben ook een inwoner van jou gemeente’, en

‘Niksnut, imbeciel, saboteur van goedwillende mensen’, en

‘Meneer achterbakse, en mevrouw niksnut, het leven zou zo mooi kunnen zijn! Waarom gunnen jullie dat mij niet? Wat zijn jullie toch een stelletje achterbakse niksnutten’, en

‘Je reageert nergens op, als je morgen niet voor 10 uur geageerd zal ik de term meneer ook niet meer gebruiken, enkel en alleen omdat jij totaal geen omgangsmanieren hebt, wat ben je toch een schoft, [slachtoffer 6] ’, en

‘Geachte Beul, Ik heb zojuist vernomen dat jij totaal niet weet wat er speelt, maar het toch steeds belangrijk vind om alles in het werk te stellen om mij te dwarsbomen, mijn ex hebben jullie met de corruptie al weggejaagd, ik pik dit niet meer. De heer [naam] heeft toegezegd dat ik hier de 4a kon krijgen als er de indicatie was, die is er al lang, maar omdat jij totaal imbeciel bent en nergens in de normale mensenwereld zult kunnen functioneren, heb je de beul taak bij de criminele organisatie [plaatsnaam] op je genomen, jammer voor jou dat je niet meer verstand hebt’, en

‘Je zou ook mij normaal kunnen behandelen, maar jullie enige doel is om mij uit te schakelen met jullie criminele organisatie, TUIG’, en

‘Sorry moeten jullie nu zeggen, dat jullie geen enkele fatsoensnorm hebben, wat zijn er hier toch een stelletje klojo’s bezig, ik heb netjes bericht gedaan, maar jullie willen enkel de zaak saboteren, TUIG’, en

‘Je behoord gewoon bij het onderste van de samenleving, je hebt macht, maar niet omdat je capaciteiten hebt, maar omdat je je op bepaalde momenten op het juiste moment opengesteld hebt, wat ben je toch een misbaksel, ik had de keuze niet, maar als ik aan de andere kant van de wereld geboren was had ik je waarschijnlijk niet te hoeven ondergaan, kut’, en

‘Wat vindt jij het verschil tussen een criminele organisatie, en jullie clupje, ik zie het verschil niet, ik heb deze vraag al heel vaak neergelegd, maar nog nooit inhoudelijk beantwoord gekregen, dus de maffia is minder erg al jullie xxx’, en

‘Je had nooit je knokploeg moeten steuren, het was toch rustig, mens, waar ben je mee bezig, wat wil jij, ik vraag me werkelijk af of je wel volledig bij je verstand bent, imbeciel’,

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

parketnummer 01-211879-20 (gevoegd):

1.
hij op 23 juli 2020 in Nederland [slachtoffer 3] heeft bedreigd met verkrachting, door die [slachtoffer 3] (middels tussenkomst van haar partner) in een mail dreigend de woorden toe te voegen: ‘Ik ga [slachtoffer 7] neuken totdat het bloed uit haar kut loopt’;

2.
hij in de periode van 16 april 2020 tot en met 17 augustus 2020 in Nederland wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] (telkens) beledigende en/of grievende sms-berichten en mailberichten te sturen en (telkens) veelvuldig te bellen met het oogmerk die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen;

3.
hij op tijdstippen op 22 juli 2020 in Nederland opzettelijk [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag 2] 1970) bij geschrift heeft beledigd door hem (telkens) middels toegezonden mailberichten de woorden toe te voegen:

‘Als je er ooit die lieve, lieve, liefste [slachtoffer 7] neukt denkt ze aan mij heeft ze zelf gezegd, ik ben veel beter dan jij miskwal’ en

‘Heb je er ooit aan gedacht [slachtoffer 2] , het dubbele minder oplichten is een veelvoud van minder zorgen, je zou zo maar gewaardeerd kunnen worden, ook door [slachtoffer 7] ’ en

‘Minder geachte miskwal, ik heb begrepen dat jij een ziekte meedraagt, je hoeft jou ziekte niet op mij te verspreiden maar ik hoop dat jou ziekte je een pijnlijke dood bezorgd, je hebt een actie gedaan dat ik nu niet verder in detail ga treden maar ziekere personen, uitdrukkelijk niet mensen als [slachtoffer 2] zijn er niet’.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Met betrekking tot parketnummer 01-222305-20

Een dossier van de eenheid Oost-Brabant, district Eindhoven, met kenmerk PL2100-2020200794, afgesloten d.d. 4 september 2020, aantal doorgenummerde bladzijden: 42.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden. Dit dossier houdt onder meer in:

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 26 augustus 2020, pag. 5, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik doe aangifte van bedreiging en mishandeling tegen mijn vriend. Ik heb sinds ongeveer

1,5 jaar een relatie met [verdachte] , wonende [adres 1] .

Toen ik op de slaapkamer van zijn dochter zat duwde ik de deur van de slaapkamer dicht, doch [verdachte] schopte de deur open. Ik wilde uit bed opstaan en [verdachte] duwde mij vervolgens op grove wijze terug het bed op. Dat was op woensdag 26 augustus 2020 omstreeks 04.00 uur. Vervolgens sprong hij zelf het bed op en ging op mij zitten. De lamp in de slaapkamer was aan en ik zag en voelde dat [verdachte] meteen met zijn beide handen mijn keel vast pakte en ik voelde dat hij mijn keel dicht kneep. Ik kreeg geen lucht meer en ik voelde dat [verdachte] met zijn hele gewicht op mijn keel duwde. Ik probeerde zijn handen van mijn keel af te trekken maar dat lukte niet. Telkens pakte [verdachte] mijn nek opnieuw weer vast.

p. 9: foto, letsel zichtbaar op gezicht slachtoffer [slachtoffer 1] .

p. 10-11: foto striemen zichtbaar in nek/hals [slachtoffer 1] .

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 1 september 2020, pag. 14, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

A: U heeft de vriendin van uw broer, nadat uw broer haar heeft willen wurgen, aan de telefoon gehad. Wat werd er in het telefoongesprek besproken?

V: Zij klonk paniekerig/wanhopig. Zij was meer aan het schreeuwen. Zij vertelde dat mijn broer haar had willen wurgen.

Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 3 september 2020, pag. 20-21, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Verleden week heb ik gezien dat [slachtoffer 1] striemen in haar nek had, toen heeft hij haar keel dichtgeknepen. Zij heeft mij toen ‘s nachts gebeld en is toen uiteindelijk naar mij toe gekomen.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 4 september 2020, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Er is alleen een kleine worsteling geweest tussen haar en mij.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd zoals blijkt uit het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 2 december 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Zij was op dat moment in mijn huis. Zij zit op het moment van de foto in mijn auto. Ik herken het interieur.

Met betrekking tot parketnummer 01-304042-19

Een dossier van de eenheid Oost-Brabant, district Eindhoven, met kenmerk PL2100-

2019264686, afgesloten d.d. 23 december 2019, aantal doorgenummerde bladzijden: 115.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede

(eventueel) andere bescheiden. Dit dossier houdt onder meer in:

Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 6] d.d. 20 december 2019 met bijlagen, pag. 25 t/m 41, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik wil graag aangifte doen van bedreiging en belediging, gepleegd door [verdachte] , wonende aan [adres 1] . Gepleegd te [plaatsnaam] tussen donderdag 27 juni 2019 om 09:00 uur en dinsdag 10 december 2019 om 23:00 uur.

Ik ben werkzaam als [functie 1] bij de gemeente [plaatsnaam] , gevestigd aan [adres 2] .

Ik heb meneer [verdachte] nooit gesproken aan de telefoon en ik heb hem ook nooit ontmoet. Ik heb alleen met hem contact gehad via de mail. In deze mailtjes heeft meneer [verdachte] mij meerdere malen bedreigd en beledigd.

Dit is eigenlijk begonnen eind juni 2019. Dit was het eerste mailcontact wat ik met meneer [verdachte] had. In de eerste mailtjes is hij vooral beledigend bezig. Daar kwam verandering in vanaf 3 december 2019, omdat ik toen een vooraankondiging had gedaan van intrekking van een omgevingsvergunning. Toen werden er diverse mailtjes met bedreigingen naar mij en de burgemeester gestuurd. In de periode van 3 december 2019 tot en met 10 december 2019 heb ik tientallen mails van hem ontvangen.

De beledigingen vind ik beneden alle peil. De beledigingen zijn kwetsend en grievend. Je moet als ambtenaar wel iets kunnen incasseren, maar ik vind dat [verdachte] te ver is gegaan.

Op 11 okt. 2019 om 22:31 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

je behoord gewoon bij het onderste van de samenleving, je hebt macht, maar niet omdat je capaciteiten hebt, maar omdat je je op bepaalde momenten op het juiste moment opengesteld hebt, wat ben je toch een misbaksel, ik had de keuze niet, maar als ik aan de andere kant van de wereld geboren was had ik je waarschijnlijk niet te hoeven ondergaan, kut.

Op 11 okt. 2019 om 22:18 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

wat vindt jij het verschil tussen een criminele organisatie, en jullie clupje, ik zie het verschil niet, ik heb deze vraag al heel vaak neergelegd, maar nog nooit inhoudelijk beantwoord gekregen, dus de maffia is minder erg al jullie xxx.

Op 11 okt. 2019 om 21:08 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

Je had nooit je knokploeg moeten steuren, het was toch rustig , mens, waar ben je mee bezig, wat wil jij, ik vraag me werkelijk af of je wel volledig bij je verstand bent, imbeciel.

Op 11 okt. 2019 om 17:18 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

MAAR LIEGEN EN BEDRIEGEN, DAT IS JOU/JULLIE HANDELSMERK, EN VOORAL MIJ DISCRIMINEREN, JULLIE MOGEN ALLES EN HOEVEN NIKS, WAAROM MOET IK DOOD.

Op 11 okt. 2019 om 17:13 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

WAT BEN JE TOCH EEN ETERGEZWEL.

Op 27 jun. 2019 om 05:21 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

BEN JE NU OOK HETZELFDE ALS IN 40-45 EEN KAMPBEUL EN VOLG JE ENKEL JE OPDRACHT, MU KAPOT MAKEN.

Op 9 dec. 2019 om 17:59 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1]

<mailto: [e-mailadres 1] > >:

Je zou ook mij normaal kunnen behandelen, maar jullie enige doel is om mij uit te schakelen met jullie criminele organisatie, TUIG

Op 9 dec. 2019 om 17:38 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1]

<mailto: [e-mailadres 1] > >:

Sorry moeten jullie nu zeggen, dat jullie geen enkele fatsoensnorm hebben, wat zijn er hier

toch een stelletje klojo's bezig, ik heb netjes bericht gedaan, maar jullie willen enkel de zaak saboteren, TUIG.

Op 5 dec. 2019 om 22:30 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

wat zijn jullie toch een kut organisatie, jullie mogen alles, en hoeven nooit eerlijk te zijn, stelletje corruptelingen.

Op 5 dec. 2019 om 21:42 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

mevrouw de burgemeester, als jij werkelijk iets een eigen mening hebt, kun je toch niet toestaan dan die imbeciel van een [slachtoffer 6] heel mijn leven kan verwoesten, ik ben ook een inwoner van jou gemeente.

Op 5 dec. 2019 om 21:37 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

niksnut, imbeciel, saboteur van goedwillende mensen.

Op 5 dec. 2019 om 20:34 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

meneer achterbakse, en mevrouw niksnut, het leven zou zo mooi kunnen zijn! Waarom gunnen jullie dat mij niet? wat zijn jullie toch een stelletje achterbakse niksnutten.

Op 5 dec. 2019 om 17:34 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

Je reageert nergens op, als je morgen niet voor 10 uur geageerd zal ik de term meneer ook niet meer gebruiken, enkel en alleen omdat jij totaal geen omgangsmanieren hebt, wat ben je toch een schoft, [slachtoffer 6] .

Op do 5 dec. 2019 om 13:44 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] <mailto: [e-mailadres 1] > >:

Geachte Beul, Ik heb zojuist vernomen dat jij totaal niet weet wat er speelt, maar het toch

steeds belangrijk vind om alles in het werk te stellen om mij te dwarsbomen, mijn ex hebben jullie met de corruptie al weggejaagd, ik pik dit niet meer. De heer [naam] heeft toegezegd dat ik hier de 4a kon krijgen als er de indicatie was, die is er al lang, maar omdat jij totaal imbeciel bent en nergens in de normale mensenwereld zult kunnen functioneren, heb je de beul taak bij de criminele organisatie [plaatsnaam] op je genomen, jammer voor jou dat je niet meer verstand hebt (…).

Bovenstaande mails zijn afkomstig van het mailadres [e-mailadres 1] en gericht aan [e-mailadres 2] [het hof begrijpt: [slachtoffer 4] , burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] ] en [e-mailadres 3] [het hof begrijpt: [slachtoffer 6] , [functie 1] ].

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 oktober 2019, pag. 54, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 9 oktober 2019 omstreeks 14:00 uur zijn wij, verbalisanten, beiden wijkagent in de gemeente [plaatsnaam] , gegaan naar het adres [adres 1] . Aldaar is woonachtig de heer [verdachte] . Wij hoorden [verdachte] erg hard roepen met een rood aanlopend gezicht. Een opsomming van zinnen welke meneer heeft uitgesproken:

‘(…) De Burgemeester van [plaatsnaam] is een hoer, prostituee en een nazi. Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ’s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan. (…)’

Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] d.d. 17 december 2019, pag. 57, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik, mevrouw [slachtoffer 4] , wil in mijn hoedanigheid als burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] , aangifte doen van bedreiging en belediging van het openbaar gezag, gepleegd door [verdachte] , wonende te [plaatsnaam] aan [adres 1] in de periode gelegen tussen 27 juni 2019 en 10 december 2019 om 23.00 uur. Ik doe deze aangifte namens mijzelf, maar tevens namens de heer [slachtoffer 6] , ambtenaar in dienst van de gemeente [plaatsnaam] .

Het betreffen emailberichten in de periode van 27 juni 2019 tot en met 13 oktober 2019 die zowel aan mijzelf, in mijn hoedanigheid als burgemeester, als aan de ambtenaar [slachtoffer 6] , [functie 1] , gericht zijn.

In deze emailberichten gebruikt de heer [verdachte] woorden en kwalificaties die beledigend op ons overkomen, zoals:

onderste van de samenleving;

misbaksel;

ik vraag me af of je wel bij je verstand bent, imbeciel;

wat ben je toch een niksnut;

liegen en bedriegen is jullie handelsmerk;

ettergezwel;

je gaf het al aan: ik ben het niet waard om te leven;

je voelt je machtig en veilig he bij jou criminelen, maar zelfs de grootste oorlogsmisdadigers ontkomen hun straf niet;

ben je nu ook hetzelfde als in 40-45 een kampbeul;

criminelen.

Op 9 oktober 2019 hebben [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden wijkagent in de gemeente [plaatsnaam] , een bezoek gebracht aan de heer [verdachte] naar aanleiding van zijn eerdergenoemde e-mailberichten. Van dit bezoek is door hen een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt wat ik als bijlage 6 voeg bij dit proces-verbaal. In het proces-verbaal lees ik, dat de heer [verdachte] heeft uitgesproken dat alle ambtenaren in Nederland nazi's zijn en allemaal een hele pijnlijke dood mogen sterven. Hij heeft ook gezegd dat ik, de burgemeester van [plaatsnaam] ‘een hoer, prostituee en een nazi’ ben. Ook staat in het proces-verbaal te lezen dat hij zich heeft uitgesproken over de brandstichting in het gemeentehuis in Waalre. Hij heeft gezegd: ‘Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ’s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan. Deze nazi's gaan er allemaal aan. Iedereen die in het gemeentehuis is gaan er allemaal aan. Hitler was nog vriendelijk, ikke niet’.

Door deze uitlatingen van de heer [verdachte] , voelen zowel wij, de heer [slachtoffer 6] en ik, ons bedreigd met enig misdrijf tegen het leven. De uitlatingen van de heer [verdachte] zijn van dien aard en in zodanige bewoordingen dat bij ons de daadwerkelijke vrees is ontstaan, dat hij de daad bij het woord zal voegen en dat

zowel de heer [slachtoffer 6] als ik, door handelen van de heer [verdachte] , lichamelijk letsel of anders zouden kunnen oplopen. De uitlatingen zijn zodanig gericht op onze persoon, dat bij ons de vrees is ontstaan dat de heer [verdachte] de daad bij het woord zal voegen en dat wij door zijn toedoen zwaar lichamelijk letsel of erger kunnen oplopen.

De bedreigingen van de heer [verdachte] zijn mondeling via anderen en schriftelijk

via e-mail, rechtstreeks aan de heer [slachtoffer 6] en aan mij geuit.

Als burgemeester merk ik daarbij op, dat de bedreigingen door de heer [verdachte]

geuit aan het adres van ons gehele ambtelijk apparaat enerzijds en anderzijds aan mij

persoonlijk, een groot negatief effect hebben op mijn welzijn.

De verklaring van de verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 24 december 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik heel boos ben geworden op de gemeente. In die mails heb ik dat van mij af geschreven. Dan ben ik het kwijt.

De verklaring van de verdachte, ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd zoals blijkt uit het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 2 december 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn mailadres is [e-mailadres 1] .

Met betrekking tot parketnummer 01-211879-20

Een dossier van de eenheid Oost-Brabant, district Eindhoven, met kenmerk PL2100-

20202189029, afgesloten d.d. 21 augustus 2020, aantal doorgenummerde bladzijden: 60.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de

onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede

(eventueel) andere bescheiden. Dit dossier houdt onder meer in:

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 30 juli 2020, pag. 4-5, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik doe bij deze aangifte van bedreiging en een klacht van belediging gepleegd op 23 juli 2020 te Hoogeloon. Ik heb verschillende mails ontvangen van [verdachte] waarin hij uitingen doet waardoor ik mezelf bedreigd voel en in mijn goede naam en eer wordt aangetast. Ik heb van u vernomen dat belediging een klachtmisdrijf betreft, waarbij ik uitdrukkelijk om strafvervolging moet verzoeken tegen de verdachte en dat doe ik bij dezen.

Sinds 15/16 april 2020 worden ik en mijn man lastig gevallen door [verdachte] . Ik doe deze keer aangifte omdat ik me niet meer veilig voel in mijn eigen woning. [verdachte] valt ons, zoals ik al zei, al een langere tijd lastig. Dit doet hij door middel van telefoontjes en mails. In deze telefoontjes en mails ratelt en tiert [verdachte] maar door met allerlei beschuldigingen, beledigingen en bedreigingen.

Sinds de laatste aangifte hebben mijn man en ik weer meerdere mails ontvangen van [verdachte] . In een van de mails staat de volgende tekst: ‘Ik ga [slachtoffer 7] neuken totdat het bloed uit haar kut loopt (…).’ Al deze mails die [verdachte] naar mij stuurt zorgen ervoor dat ik me bedreigd, niet meer veilig en in mijn eer en goede naam aangetast, voel.

De mailwisseling afkomstig van [e-mailadres 1] aan [e-mailadres 4] , verstuurd in de periode van 24 mei 2020 t/m 23 juli 2020, pag. 7 t/m 17, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 23-7-2020 23:09 Aan: [slachtoffer 2] < [e-mailadres 4] >

Ik ga [slachtoffer 7] neuken totdat heb bloed uit haar kut loopt (…).

Op 22 jul. 2020 om 05:48 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

Heb je er al ooit aan gedacht [slachtoffer 2] , het dubbele minder oplichten, is een veelvoud van

minder zorgen, je zou zomaar gewaardeerd kunnen worden, ook door [slachtoffer 7] , xxx xxx xxx.

Het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, pag. 18, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 30 juli 2020 om 12:34 uur, heb ik, als hulpofficier van justitie van Eenheid Oost-Brabant te Eersel een mondelinge klacht ontvangen ter zake van belediging. De klacht werd gedaan door: [slachtoffer 3] . De klaagster verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.

Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , pag. 26, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik doe, namens mijzelf en mijn vrouw, aangifte van opzettelijke belediging gepleegd tussen 15 juli 2020 en 22 juli 2020 te Hoogeloon. Ik heb deze woorden die de verdachte sprak en die ik hieronder zal verklaren, kennelijk opzettelijk in mijn richting en voor mij bestemd, schriftelijk ontvangen. Zowel ik als mijn vrouw voelen ons hierdoor beledigd.

[verdachte] blijft ons mailen met het e-mailadres [e-mailadres 1] , hij weet namelijk dat bellen geen zin heeft. In deze e-mails stuurt hij beledigende teksten gericht op mij en mijn vrouw. Ons e-mailadres betreft [e-mailadres 4] .

– Op 22 jul. 2020 om 05:51 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

Als jij nog ooit de Lieve, lieve liefste [slachtoffer 7] neukt, denkt ze aan mij, heeft ze zelf gezegd, ik ben veel beter als jij, miskwal.

– Op 22 jul. 2020 om 01:57 schreef [verdachte] < [e-mailadres 1] >:

Minder geachte miskwal, ik heb begrepen dat jij een ziekte meedraagt. Je hoeft jou ziekte niet op mij te verspreiden, maar ik hoop dat jou ziekte je een pijnlijke dood bezorgd. Je hebt een actie gedaan dat ik nu niet verder in detail ga treden, maar ziekere personen, uitdrukkelijk niet mensen als [slachtoffer 2] zijn er niet.

Het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, pag. 27, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 22 juli 2020 om 10:55 uur, heb ik, als hulpofficier van justitie van Eenheid Oost-Brabant te Eindhoven een mondelinge klacht ontvangen ter zake van belediging i.c.m. stalking behorende tot PL2100-2020115115. De klacht werd gedaan door: [slachtoffer 2] . De klager verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 augustus 2020, pag. 42-44, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik heb een algemene mail naar hun [het hof begrijpt: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ] gestuurd.

V: Wat is jouw e-mailadres?

A: [e-mailadres 1] .

V: Wat is hun emailadres?

A: Iets met [e-mailadres 4] .

V: Hoelang heb jij je e-mailadres?

A: Zolang ik het heb. Ongeveer 10 jaar.

V: Wie verstuurd normaal gesproken jouw mailtjes?

A: Normaal gesproken ik.

V: Wie maken er gebruik van je computer?

A: Niemand dat ik weet.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 21 augustus 2020, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik heb nooit ontkend dat ik die mails heb gestuurd [het hof begrijpt: de mails gericht aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ]. Ik had de woorden die ik in die mails heb gestuurd niet moeten gebruiken, maar ik kan het niet meer terugdraaien. Ik had het niet moeten doen.

Een dossier van de eenheid Oost-Brabant. district Eindhoven, met kenmerk PL2100-2020115115, afgesloten d.d. 31 juli 2020, aantal doorgenummerde bladzijden: 110.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden. Dit dossier houdt onder meer in:

Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 30 juni 2020 namens [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] , pag. 3 t/m 6, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Ik wens aangifte te doen van stalking en bedreiging gepleegd tussen 15 april 2020 en 25 juni 2020. Ik ben namens de slachtoffers gerechtigd tot het doen van aangifte.

Op donderdag 16 april 2020 omstreeks 18.00 uur werd mijn vrouw door de heer [verdachte] gebeld. Ik hoorde dat de heer [verdachte] het volgende tegen haar zei:

‘ [verdachte] , [slachtoffer 2] is een oplichter. [slachtoffer 2] moet zijn problemen met het Waterschap oplossen, zo niet heb ik 4 andere opties waarvan [slachtoffer 2] er 1 is’, waarna mijn

vrouw de heer [verdachte] heel gemeen hoorde lachen en hem de verbinding hoorde verbreken.

Ik kan vertellen dat mijn vrouw en ik de heer [verdachte] meerdere malen aan de telefoon hebben gehad. Meestal worden wij gebeld in de avond- en nachtelijke uren. Ik kan u vertellen dat de heer [verdachte] altijd dronken is. Ik kan dit goed aan zijn stem horen. Hij praat dan met een dubbele tong en ratelt aan een stuk door.

Op donderdag 16 april 2020 omstreeks 19.00 uur werden wij wederom gebeld door de heer [verdachte] . Mijn vrouw nam de telefoon op in onze woning en ik nam de telefoon op in onze stal. Mijn vrouw en ik namen precies tegelijk op. Wij hoorden: ‘ [verdachte] had wel een positieve reactie verwacht, [slachtoffer 7] ik zou de politie maar alvast bellen want de keel gaat doorgesneden worden’. Met [slachtoffer 7] bedoelt hij mijn vrouw.

Notitie verbalisant: met de vraag wat dit met de vrouw van aangever genaamd [slachtoffer 7]

doet geeft hij het volgende antwoord: ‘Ik was heel erg bang, voelde me bedreigd’.

Ik denk dat de heer [verdachte] ons op donderdag 16 april wel 10-15 keer heeft gebeld (enkele van deze gesprekken zijn opgenomen en staan op bij gevoegde USB-stick).

Mijn vrouw heeft op donderdag 16 april 2020 in een van de laatste gesprekken met [verdachte] aangegeven dat zij met een oplossing zou komen.

Op zondag 24 mei 2020 belde [verdachte] mijn vrouw [slachtoffer 7] op en zei tegen haar dat hij met haar wel eens wilde afspreken. En hoe het voelde om door iemand genaaid te worden en daarbij een hoop grof taalgebruik.

Op zondag 24 mei 2020 om 21.55 uur heb ik ook nog een mail ontvangen van [verdachte] waarin hij zegt: ‘Je kunt nog beter een wijf neuken zonder tieten als een wijf met prikkeldraad’.

Op woensdag 27 mei 2020 werd ik wederom gebeld door [verdachte] die wederom zwaar onder invloed van alcohol was. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij mij kapot ging maken. Ik voelde me hierdoor bedreigd.

Op woensdag 27 mei 2020 zijn wij nog 3 keer gebeld door het 06-nummer waarvan wij, mijn vrouw en ik, weten dat dit gebruikt wordt door [verdachte] .

Op maandag 15 juni 2020 zijn wij 59 keer gebeld door [verdachte] . Mijn vrouw heeft van de 59 keren een aantal keren de telefoon opgenomen. Een aantal keren hoorde mijn vrouw muziek. Mijn vrouw heeft ook 1 keer gesproken met [verdachte] .

Op 21 juni en 22 juni 2020 zijn we wederom 8 keer gebeld. We hebben toen niet opgenomen.

Op donderdag 25 juni 2020 is mijn vrouw 14 keer gebeld door [verdachte] , heeft 2 sms-en gehad van hem en ben ik 19 keer gebeld op mijn gsm en 23 keer op de vaste lijn gebeld en heb 3 e-mails gehad van [verdachte] . In 1 van de e-mails staat: ‘Bij oplichting hoort de dood, blijf helder, doe zo dom als je bent’, ‘Je zult het niet ver brengen hoe je nu bezig bent, maar ik wens je een pijnlijke dood’.

Ook voelen mijn vrouw en ik ons bedreigd door [verdachte] . Wij slapen al weken slecht, hebben heel veel spanning en stress.

Het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pag. 107-108, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 31 juni 2020 [het hof begrijpt: 31 juli 2020] was ik, verbalisant [verbalisant 3] , doende met een onderzoek waarbij er aangifte was gedaan van stalking en bedreiging. De verdachte in deze zaak betrof [verdachte] geboren op [geboortedag 1] 1963 te [geboorteplaats] .

Op voorgenoemde dag en datum omstreeks 13:00 uur beluisterde ik de door de aangever aangeleverde geluidfragmenten van opgenomen telefoongesprekken.

De gesprekken die ik beluisterde betroffen voornamelijk gesprekken tussen een man en een vrouw waarbij de man door de vrouw ‘ [verdachte] ’ werd genoemd en de vrouw door de man ‘ [slachtoffer 7] ’ werd genoemd. Tijdens deze gesprekken was voornamelijk de man aan het woord.

Ik hoorde dat de strekking van de gesprekken voornamelijk bestond uit beschuldigingen en scheldpartijen komende van [verdachte] in de richting van [slachtoffer 7] en haar partner genaamd [slachtoffer 2] .

Ik hoorde dat [verdachte] op geluidsfragment met bestandsnaam call_ 21-40-06 IN_+ [telefoonnummer] .amr de volgende bedreiging uitte:

‘Ik ga jou kapot maken en ik ben er al mee bezig. Ik heb al een aantal dingen gedaan om jou kapot te maken.’

Ik hoorde dat [verdachte] op geluidsfragment met bestandsnaam call_ l7-00-01_IN_ + [telefoonnummer] .amr het volgende zegt:’

‘Ik geef er niets om dat er lijken vallen, dat jullie zo corrupt zijn… dat is jullie probleem.’

Ik, verbalisant [verbalisant 4] , luisterde op vrijdag 31 juni 2020 [het hof begrijpt: 31 juli 2020] omstreeks 13:30 uur naar deze zelfde geluidsfragmenten. Ik herkende de stem van de mannelijke beller als de stem van [verdachte] geboren op [geboortedag 1]

1963 te [geboorteplaats] . Ik herkende zijn stem aan zijn dialect, gemoedstoestand, emotie en taalgebruik. Ik herken de stem zonder enige twijfel.

De verklaring van de verdachte, ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegd zoals blijkt uit het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 2 december 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn mailadres is [e-mailadres 1] .

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdediging heeft, op de gronden als verwoord in de pleitnota, integrale vrijspraak bepleit. Deze gronden komen, voor zover nog relevant, kort gezegd op het volgende neer.

Met betrekking tot parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair

Niet kan worden bewezen dat de verdachte [slachtoffer 1] heeft mishandeld. De verdachte heeft verklaard dat hij vermoedde dat [slachtoffer 1] zijn portemonnee had gestolen en dat hij haar hand heeft vastgepakt en de portemonnee uit haar hand heeft getrokken. Hij ontkent dat hij haar keel heeft gegrepen en heeft vastgeknepen. Voor de verklaring van aangeefster is geen steunbewijs.

Met betrekking tot parketnummer 01-304042-19 onder 1

Er was sprake van een uiting van emotionele ontlading en een verzuchting van frustratie jegens de burgemeester van [plaatsnaam] . Ook in het proces-verbaal hebben de verbalisanten het over een ‘uitspatting van emoties’ en wordt vermoed dat de verdachte geestelijk niet in orde is. Een dergelijke uiting kan gezien de context niet leiden tot de vereiste redelijke vrees bij de bedreigde voor het misdrijf waarmee werd gedreigd.

Met betrekking tot parketnummer 01-304042-19 onder 2 en parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3

Bij deze feiten gaat het om mailberichten die zijn verzonden vanaf het mailadres van de verdachte. De verdachte heeft deze mails echter niet zelf verzonden. Zijn computer was niet beveiligd. Het kan zijn dat zijn computer is gehackt, hetzij digitaal, hetzij fysiek door iemand die toegang tot het huis van de verdachte had.

In het proces-verbaal van verhoor verdachte door de rechter-commissaris d.d. 21 augustus 2020 staat ten onrechte dat de verdachte heeft verklaard: ‘Ik had de woorden die ik in die mails heb gestuurd niet moeten gebruiken (…)’. De verdachte heeft evenwel verklaard: ‘Voor zover de mails door mij zijn verzonden (…)’.

Kortom, er kan niet worden bewezen dat de verdachte degene is geweest die de in de tenlastelegging bedoelde mails heeft verstuurd.

Met betrekking tot parketnummer 01-211879-20 onder 2

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat belaging niet kan worden bewezen, omdat niet voldaan is aan het vereiste van stelselmatigheid. Blijkens de aangifte is er op 15 en 25 juni en 9 en 12 juli 2020 veelvuldig getracht om contact te zoeken, maar blijkens de bijgevoegde printscreens was sprake van het automatisch doorschakelen en weigeren van de oproepen. Onduidelijk is of de telefoon daarbij ook overging.

Bovendien is het bewijs voor dit feit voor het leeuwendeel aangeleverd door de aangever. In een groot deel van de bijlagen is geen leesbaar nummer te zien of hooguit de naam van de verdachte. Er is onvoldoende bewijs dat het inderdaad de verdachte is geweest die telefonisch contact heeft gezocht en via sms is slechts incidenteel contact geweest.

Subsidiair, indien het hof belaging wel bewezen acht, dient de verdachte van een groot deel van de tenlastegelegde periode te worden vrijgesproken gelet op het beperkte aantal momenten waarop intensief contact zou zijn gezocht.

Het hof overweegt hieromtrent, gedeeltelijk overeenkomstig de rechtbank, als volgt.

Met betrekking tot parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat de aangeefster [slachtoffer 1] op 26 augustus 2020 omstreeks 04.00 uur in zijn woning te [plaatsnaam] was en dat er een worsteling ontstond tussen hen beiden. Na dit incident is de aangeefster in de auto van de verdachte weggereden. Van het letsel dat zij ten gevolge van die worsteling heeft overgehouden, heeft de aangeefster in die auto foto’s gemaakt en deze aan de politie overgelegd.

Het hof stelt met de rechtbank vast dat op de foto’s enig letsel – waaronder rode striemen aan de linker- en rechterzijde van de hals – bij de aangeefster zichtbaar is. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij op die foto’s (het interieur van) zijn auto herkent. De verklaring van de verdachte dat de aangeefster het letsel bij zichzelf zou hebben toegebracht, acht het hof onvoldoende concreet en niet gemotiveerd onderbouwd waardoor deze verklaring hoogst onaannemelijk is. Het hof wordt gesterkt in de overtuiging dat de verdachte het letsel heeft toegebracht door het feit dat de aangeefster heeft geprobeerd om nadien haar aangifte jegens de verdachte in te trekken, omdat ze daarvan spijt had gekregen nadat ze met de verdachte een goed gesprek had gehad. Twee dagen later, op 3

september 2020, heeft de aangeefster de politie te kennen gegeven haar aangifte toch door te willen zetten, omdat de verdachte haar (opnieuw) bedreigd had. De broer van de verdachte, [getuige] , verklaarde daarover bij de politie dat [slachtoffer 1] die aangifte in eerste instantie wilde intrekken, omdat ze daar veel nadelige gevolgen [het hof begrijpt: in de relatie met de verdachte] van ondervond.

Het hof acht bewezen dat de tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer 1] door de verdachte wettig en overtuigend bewezen.

Het bewijsverweer wordt verworpen.

Met betrekking tot parketnummer 01-304042-19 onder 1

Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Niet vereist is dat bij de bedreigde in kwestie die redelijke vrees ook daadwerkelijk is ontstaan.

Uit de gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat op 9 oktober 2019 twee verbalisanten naar de woning van de verdachte zijn gegaan en dat zij daar de verdachte met een rood aangelopen gezicht onder meer erg hard hoorden roepen ‘(…) Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ‘s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan. (…)’

Uit de aangifte van de burgemeester van de gemeente [plaatsnaam] , [slachtoffer 4] , blijkt dat zij van deze bedreiging op de hoogte is geraakt. Het hof is van oordeel dat deze bedreiging, die onderdeel is van een lange reeks van bedreigingen richting (onder meer) ambtenaren van de gemeente [plaatsnaam] , van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. Uit haar aangifte blijkt dat bij haar die redelijke vrees ook daadwerkelijk is ontstaan. Van slechts een emotionele ontlading en een verzuchting van frustratie is naar het oordeel van het hof geen sprake. Dat bij de verbalisanten het vermoeden bestond dat de verdachte mogelijk geestelijk niet in orde was doet aan de dreiging die van zijn woorden uitging niet af.

Door die dreigende woorden, nota bene met rood aangelopen gezicht, erg hard te roepen tegen twee verbalisanten, heeft de verdachte minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte zou raken van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees zou ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.

Het bewijsverweer wordt verworpen.

Met betrekking tot parketnummer 01-304042-19 onder 2 en parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3

In het onder parketnummer 01-304042-19 onder 2 tenlastegelegde gaat het om belediging van ambtenaren en in het onder parketnummer 01-211897-20 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde gaat het om bedreiging, belaging en (eenvoudige) belediging, voor een groot deel gedaan in e-mailberichten gericht aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] respectievelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] .

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte de betreffende mailberichten niet zelf heeft verzonden.

De verdachte is woonachtig in de gemeente [plaatsnaam] en is aldaar werkzaam als agrariër. De verdachte is vanwege zijn bedrijfsvoering in conflict gekomen met de gemeente [plaatsnaam] na een aangekondigde intrekking van zijn omgevingsvergunning. Uit het dossier en uit de verklaring van de verdachte ter zitting in eerste aanleg is gebleken dat het conflict met de gemeente voor hem moeilijk te verwerken is en bij hem hevige emoties oproept.

Vanaf 27 juni 2019 tot en met 10 december 2019 zijn vanaf het mailadres [e-mailadres 1] veelvuldig mails verstuurd gericht aan [e-mailadres 3] en [e-mailadres 2] (zijnde het mailadres van [slachtoffer 4] , burgemeester van

[plaatsnaam] ). De teksten in deze mails kunnen als beledigend en grievend worden beschouwd.

Sinds 15 april 2020 heeft de verdachte ook een conflict met [slachtoffer 2] en diens echtgenote [slachtoffer 3] over een stuk grond dat zij van de verdachte hadden gehuurd. Op 22 juli 2020 ontvingen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op hun e-mailadres [e-mailadres 4] diverse beledigende en grievende mailberichten afkomstig van het mailadres [e-mailadres 1] .

Desgevraagd heeft de verdachte op 19 augustus 2020 bij de politie verklaard dat het mailadres van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] iets met ‘ [e-mailadres 4] ’ is, dat normaal gesproken hij zelf zijn mailtjes verstuurt en dat voor zover hij weet er niemand anders gebruik maakt van zijn computer.

Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte ook verklaard dat hij nooit ontkend heeft die e-mails aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] [het hof begrijpt: de e-mails die genoemd zijn in de tenlastelegging in zaak met parketnummer 01-211897-20) te hebben verstuurd, dat hij de woorden die hij in die e-mails heeft gestuurd niet had moeten gebruiken, maar dat hij het niet meer kon terugdraaien.

Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de weergave van de verklaring van de verdachte in het van het verhoor door de rechter-commissaris opgemaakte proces-verbaal en gaat daarom voorbij aan de stelling van de verdediging dat de verdachte zou hebben verklaard ‘Voor zover de mails door mij zijn verzonden (…)’. Als de verdachte dit voorbehoud zou hebben gemaakt, is niet logisch dat hij daarna heeft verklaard dat hij het niet meer kon terugdraaien. Bovendien, als de verklaring van de verdachte onjuist zou zijn weergegeven in het proces-verbaal, had het voor de hand gelegen dat de verdachte, die ook tijdens dat verhoor en overigens in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman, dat eerder kenbaar had gemaakt in de strafprocedure en niet eerst bij pleidooi in hoger beroep.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte desgevraagd verklaard dat [e-mailadres 1] zijn e-mailadres betreft en dat het goed zou kunnen dat de betreffende mailberichten van hem afkomstig zijn, maar ook dat ook anderen van zijn mailadres gebruik hebben gemaakt. De bewering van de verdachte dat het kan dat anderen van zijn mailadres gebruik maken dan wel dat zijn computer is gehackt, digitaal of fysiek, zoals ook in hoger beroep door de verdediging is gesuggereerd, wordt naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden doch louter met suggesties. Het hof acht dit dan ook niet aannemelijk. Het hof houdt de verdachte daarom aan zijn verklaring afgelegd bij de politie op 19 augustus 2020, inhoudende dat hij zelf zijn e-mails verstuurd en er niemand anders gebruik maakt van zijn computer.

Verder stelt het hof met de rechtbank vast dat de teksten die in de e-mails worden gebruikt in lijn zijn met hoe de verdachte zich verbaal uit. Het hof betrekt hierbij het hiervóór reeds besproken ambtsedig proces-verbaal van bevindingen dat door de verbalisanten is opgemaakt naar aanleiding van een voorval op 9 oktober 2019, toen twee verbalisanten naar de woning van de verdachte zijn gegaan en dat zij daar de verdachte met een rood aangelopen gezicht onder meer erg hard hoorden roepen ‘(…) Als je denkt dat er in Waalre op het gemeentehuis iets ergs is gebeurd moet je maar eens opletten. Daar werd het ’s nachts gedaan. Dat doe ik niet, ik loop er overdag naar binnen. In [plaatsnaam] op het gemeentehuis gaan ze er allemaal aan, iedereen gaat er daar aan. (…)’ Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid van dit proces-verbaal.

Ten slotte ziet het hof, evenals de rechtbank, gelijkenis in zowel taalgebruik als de regelmaat waarmee e-mails zijn verzonden aan de verschillende personen in de zaken met de parketnummers 01-304042-19 en 01-211879-20.

Nu de verdachte beschikte over het mailadres [e-mailadres 1] , de daarvan afkomstige

mailberichten waren gericht aan de mensen met wie hij een conflict had en de diverse e-mails sterke gelijkenissen kennen in taalgebruik en hoeveelheid, is het hof met de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte al deze mailberichten zelf heeft geschreven en doelbewust heeft verstuurd aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] respectievelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .

Het hof wordt in zijn oordeel gesterkt nu de verdachte ten overstaan van de politie op 19 augustus 2020 de belediging van [slachtoffer 2] impliciet heeft bekend.

Het bewijsverweer wordt verworpen.

Met betrekking tot parketnummer 01-211879-20 onder 2

Vooropgesteld wordt, dat voor de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, betekenis toekomt aan verschillende factoren, waaronder: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Deze in aanmerking te nemen beoordelingsfactoren zijn daarbij in zekere mate communicerende vaten. Het gaat in dat verband niet zozeer om een weging van elke afzonderlijke factor, doch om de waardering van het gehele handelen van de verdachte en de vraag of dat handelen in zijn totaliteit bezien voldoet aan de eisen die aan belaging in artikel 285b, eerste lid, Wetboek van Strafrecht worden gesteld. In dat verband geldt bijvoorbeeld dat een eventuele korte duur en een geringe frequentie van de gedragingen van de verdachte kunnen worden gecompenseerd door de andere criteria, zoals de indringendheid en de aard van de gedragingen en de invloed van die gedragingen op het persoonlijke leven van de getroffene.

Het hof overweegt verder, grotendeels in navolging van de rechtbank, het volgende. De verdachte heeft in de periode gelegen tussen 16 april 2020 tot en met 17 augustus 2020 veelvuldig telefonisch of per mail contact gezocht met [slachtoffer 2] en/of zijn partner [slachtoffer 3] . Zo heeft de verdachte alleen al in de periode van 9 juli 2020 tot en met 12 juli 2020 65 keer telefonisch contact met hen gezocht.

De verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben op 31 juli 2020 fragmenten beluisterd die door [slachtoffer 2] zijn opgenomen. De gesprekken bestonden voornamelijk uit beledigingen en scheldpartijen. [verbalisant 4] herkende de stem van de mannelijke beller aan zijn dialect, gemoedstoestand, emotie en taalgebruik zonder enige twijfel als de stem van de verdachte.

Zoals het hof hiervóór heeft overwogen, staat het vast dat de mails afkomstig van het mailadres [e-mailadres 1] zijn opgesteld en verstuurd door de verdachte.

Uit de bij de aangifte behorende bijlagen volgt dat de verdachte de slachtoffers veelvuldig heeft gemaild en gebeld. Dat de slachtoffers wellicht niet alle telefoontjes hebben aangenomen (al dan niet door het blokkeren of automatisch doorsturen van oproepen) is niet relevant. Volgens vaste jurisprudentie is voor een bewezenverklaring van belaging niet vereist dat het slachtoffer zich van alle belagingshandelingen direct bewust is geweest, mits het slachtoffer nadien ten minste van één van die handelingen op de hoogte is geraakt. Dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op de hoogte zijn geraakt van de handelingen van de verdachte volgt uit de verschillende aangiftes.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard, intensiteit en frequentie van de hierboven beschreven gedragingen van de verdachte, alsmede de onmiskenbaar negatieve invloed daarvan op de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , de verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Het hof acht derhalve belaging bewezen en wel in de gehele tenlastegelegde periode.

Het bewijsverweer wordt bijgevolg verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Het in de zaak met parketnummer 01-304042-19 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het in de zaak met parketnummer 01-304042-19 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met verkrachting.

Het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

belaging.

Het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld, dat indien het hof tot een bewezenverklaring van een of meer feiten zou komen, deze feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De verdediging baseert zich daarbij op een door de advocaat-generaal ingebracht, de verdachte betreffend Pro Justitia rapport d.d. 21 mei 2021 uit een andere strafzaak, waarin bij de verdachte een complex diagnostisch beeld wordt vastgesteld. De aard van de diagnostische conclusies maken volgens de verdediging dat dit beeld al geruime tijd bij de verdachte speelt, hetgeen in haar visie aansluit bij wat er in de onderhavige zaak al bekend is met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Naar de mening van de verdediging zijn de conclusies van de rapporteur dan ook van toepassing in deze zaak.

Het hof deelt dit standpunt van de verdediging niet en overweegt daartoe het volgende.

In een van de onderhavige zaken, met parketnummer 01-211879-20 en dan specifiek de feiten 1 en 2, heeft drs. M.F. Petit, GZ-psycholoog, op 4 oktober 2020 een Pro Justitia rapport uitgebracht betreffende de verdachte. Aangezien de verdachte uiteindelijk niet wilde meewerken aan dit onderzoek, heeft de deskundige geen uitspraak kunnen doen over onder meer de vraag of de verdachte lijdende is aan een psychische stoornis, verstandelijke handicap en/of psychogeriatrische aandoening, hoe dit was ten tijde van het tenlastegelegde, of dit zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloedde en of dit leidt tot het advies om het tenlastegelegde in een verminderde mate dan wel in het geheel niet toe te rekenen.

Het door de advocaat-generaal ingebrachte Pro Justitia rapport van de deskundige N. van der Weegen, GZ-psycholoog, d.d. 21 mei 2021 betreffende de verdachte, heeft betrekking op een andere strafzaak, waarin de verdachte, zo begrijpt het hof uit dat rapport, wordt verdacht van – kort gezegd – bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling van zijn broer [getuige] en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Aan dat onderzoek heeft de verdachte wel medewerking verleend.

De deskundige is tot de conclusie gekomen dat de verdachte lijdt aan een autismespectrumstoornis, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met paranoïde, antisociale, verongelijkte en narcistische trekken en aan een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol, dat dit ook was ten tijde van de tenlastegelegde feiten en dat dit zijn gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloedde. Aangezien de verdachte het wapenfeit ontkent, kan de deskundige geen uitspraak doen over een eventuele mate van toerekening daarvan. Met betrekking tot de bedreiging adviseert de deskundige het tenlastegelegde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.

Hoewel het aannemelijk lijkt dat de door de deskundige Van der Weegen beschreven persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte al in meer of mindere mate aanwezig was ten tijde van de onderhavige feiten, acht het hof dit onvoldoende om op basis daarvan tevens te concluderen dat ook de onderhavige feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Het hof neemt daarbij mede in ogenschouw dat de verdachte thans, in hoger beroep, een groot deel van de feiten ontkent.

Wel zal het hof bij de bepaling van de strafmaat rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken, waaronder de geschetste persoonlijkheidsproblematiek.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De verdediging heeft, op de gronden als verwoord in de pleitnota, (subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd. Zij heeft daarbij onder meer gewezen op het feit dat de verdachte alleen oude feiten op zijn strafblad heeft staan, hij al geruime tijd niet meer met politie en justitie in aanraking is geweest, hij zich heeft gehouden aan het bij beroepen vonnis opgelegde contact- en locatieverbod, dat hij reeds vier maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte zoals die naar voren komt in het genoemde Pro Justitia rapport d.d. 21 mei 2021 uit een andere strafzaak.

De verdachte heeft een vorm van rust gevonden. Het geschil met de gemeente lijkt geëindigd en wel in het voordeel van de verdachte.

De verdediging verzoekt ingeval van strafoplegging aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan die van het voorarrest, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke straf onder algemene voorwaarden.

Het hof overweegt hieromtrent, voor een deel overeenkomstig de rechtbank, als volgt.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft op 28 augustus 2020 [slachtoffer 1] mishandeld door met zijn handen haar

keel/hals vast te pakken en vervolgend die keel/hals dicht te knijpen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het veelvuldig en bij herhaling op grove wijze beledigen in woord en geschrift van twee personen die een publieke functie bekleden, te weten de burgemeester van [plaatsnaam] en een voor die gemeente werkzame [functie 1] . Ook heeft de verdachte op 9 oktober 2019 ten overstaan van de politie geroepen dat ze er in het gemeentehuis van [plaatsnaam] allemaal aan zouden gaan.

Het hof neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij twee personen, die zich inzetten voor het algemeen belang met hun publieke functie, op deze wijze met beledigende en grievende termen lastig valt. De verdachte houdt enkel rekening met zijn eigen belangen en heeft geen oog voor de gevolgen van zijn uitlatingen en de wijze waarop hij die uit.

Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door veelvuldig beledigende en grievende e-mailberichten te sturen en vaak te bellen. Voorts heeft hij [slachtoffer 3] op een uiterst grove manier bedreigd met verkrachting en heeft hij [slachtoffer 2] meermaals beledigd.

De door de verdachte gepleegde strafbare feiten hebben grote onrust veroorzaakt in de plaatselijke gemeenschap en gevoelens van angst en onveiligheid opgeroepen. De verdachte

heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en de lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] aangetast. De bedreigingen, beledigingen, belaging en het geweld moeten een grote indruk op hen hebben gemaakt.

Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichtingen op de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

De verdachte geeft er geen enkele blijk van dat hij inziet wat zijn gedrag hij anderen teweegbrengt.

Het hof betrekt bij zijn oordeel dat de verdachte zelf is getroffen door de gevolgen van de door hem gepleegde strafbare feiten in die zin dat de feiten voor hem grote financiële gevolgen hebben gehad omdat hij vanwege zijn detentie niet in staat was om zijn werkzaamheden uit te voeren. Ook houdt het hof rekening met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken, onder meer zijn persoonlijkheidsproblematiek zoals die hiervóór is geschetst.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op het vorenstaande en op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof zal aan de verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijk gevangenisstraf opleggen van na te melden duur. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Gezien de volharding van de verdachte in zijn gedrag moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte doorgaat met het versturen van beledigende en grievende berichten. De enkele, niet nader onderbouwde mededeling van de verdediging dat de verdachte een vorm van rust heeft gevonden nu zijn geschil met de gemeente is geëindigd geeft het hof onvoldoende vertrouwen dat de verdachte zich zal onthouden van nieuwe strafbare feiten jegens de personen jegens wie hij strafbare feiten heeft gepleegd.

Ter voorkoming van strafbare feiten zal het hof daarom vrijheidsbeperkende maatregelen opleggen. Die maatregelen houden in contactverboden met de volgende personen: [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en

[slachtoffer 1] . Contacten met deze personen die plaatsvinden via een advocaat of een vertrouwenspersoon van de verdachte zijn daaronder niet inbegrepen.

Verder zal het hof aan de verdachte gebiedsverboden opleggen voor de volgende adressen:

[adres 2] (het gemeentehuis van [plaatsnaam] ), tenzij de verdachte voorafgaand schriftelijke toestemming voor bezoek aan het gemeentehuis heeft gekregen van de officier van justitie) en [adres 3] (woonadres [slachtoffer 3] / [slachtoffer 2] ).

Tegenover deze maatregelen staat 1 week vervangende hechtenis per overtreding tot het wettelijke maximum van 6 maanden. De vrijheidsbeperkende maatregelen gelden voor een

periode van 18 maanden, gelet op de wettelijk bepaalde maximumduur en de tijd dat deze maatregelen reeds van kracht zijn sinds het vonnis waarvan beroep.

Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich wederom belastend zal gedragen jegens een of meer van de genoemde personen zal het hof overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal bevelen dat de vrijheidsbeperkende maatregelen dadelijk uitvoerbaar zijn. Het hof betrekt bij zijn oordeel dat de verdachte binnen relatief korte tijd een groot aantal delicten heeft gepleegd en weinig inzicht in zijn eigen gedrag heeft getoond, alsmede het feit dat niet duidelijk is of en zo ja, in hoeverre de aan het gedrag van de verdachte ten grondslag liggende conflicten daadwerkelijk beëindigd zijn en niet duidelijk is hoe de verdachte zal reageren indien in de toekomst nieuwe conflicten zouden ontstaan.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.327,48, bestaande uit een bedrag van € 327,48 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 5.000,- ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 577,48, bestaande uit een bedrag van € 77,48 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 01-304042-19 onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Evenals de rechtbank begroot het hof deze schade op een bedrag van € 77,48 ter zake van materiële schade (reiskosten) en een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade (smartengeld), een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien dat een nader onderzoek zou vergen naar de aard van de gestelde schade en de hoogte van de gevorderde schadevergoeding. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering in zoverre niet worden ontvangen en kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 1] is toegebracht tot een bedrag van € 577,48. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.600,00 ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Evenals de rechtbank begroot het hof deze schade op een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien dat een nader onderzoek zou vergen naar de aard van de gestelde schade en de hoogte van de gevorderde schadevergoeding. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering in zoverre niet worden ontvangen en kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 3] is toegebracht tot een bedrag van € 500,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.525,00, ter zake van immateriële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 500,00.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 01-211879-20 onder 2 en 3 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Evenals de rechtbank begroot het hof deze schade op een bedrag van € 500,- ter zake van immateriële schade (smartengeld), te vermeerderen met de wettelijke rente. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof is van oordeel dat voor het overige de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, aangezien dat een nader onderzoek zou vergen naar de aard van de gestelde schade en de hoogte van de gevorderde schadevergoeding. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering in zoverre niet worden ontvangen en kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 2] is toegebracht tot een bedrag van € 500,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 266, 267, 285, 285b en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 3 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair, het in de zaak met parketnummer 01-304042-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 18 maanden:

– op geen enkele wijze – anders dan via een advocaat en/of vertrouwenspersoon van veroordeelde – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

o [slachtoffer 4] ;

o [slachtoffer 6] ;

o [slachtoffer 2] ;

o [slachtoffer 3] ;

o [slachtoffer 1] ;

– zich niet zal ophouden op de navolgende adressen:

o [adres 2] (het gemeentehuis van [plaatsnaam] ), tenzij veroordeelde voorafgaand schriftelijke toestemming voor bezoek aan het gemeentehuis heeft gekregen van de officier van justitie;

o [adres 3] (woonadres [slachtoffer 3] / [slachtoffer 2] ).

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 577,48 (vijfhonderdzevenenzeventig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 77,48 (zevenenzeventig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-222305-20 onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 577,48 (vijfhonderdzevenenzeventig euro en achtenveertig cent) bestaande uit € 77,48 (zevenenzeventig euro en achtenveertig cent) materiële schade en € 500,00 (vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 11 (elf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 26 augustus 2020.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 16 april 2020.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-211879-20 onder 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 16 april 2020.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. E.N. van der Spoel en mr. F. van Es, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 21 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Van der Spoel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.