ECLI:NL:GHSHE:2025:2365 Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch , 28-02-2025 / 20-001418-24

Mishandeling. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Source officielle

22 min de lecture 4,781 mots

Inhoudsindicatie. Mishandeling.

Inhoudsindicatie. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Parketnummer : 20-001418-24

Uitspraak : 28 februari 2025

TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 24 mei 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, met parketnummers 02-153633-23 en 02-216143-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001261-20, tegen:

[verdachte]
,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van mishandeling (strafzaak met parketnummer 02-153633-23) en ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen’ (strafzaak met parketnummer 02-216143-23) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Voorts heeft de politierechter beslist dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.180,29, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf 28 augustus 2023, tot aan de dag der algehele voldoening, en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ter zake hetzelfde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente als voormeld. De verdachte is voorts veroordeeld in de gemaakte en nog te maken proceskosten van deze benadeelde partij, tot aan het vonnis begroot op nihil. Tot slot heeft de politierechter ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001261-20 gelast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, geheel ten uitvoer zal worden gelegd.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van beroep zal vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde in de strafzaken met parketnummers 02-153633-23 en 02-216143-23 bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] geheel toegewezen dient te worden tot een bedrag van € 1.180,29 bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tot slot heeft de advocaat-generaal het hof verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001261-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, geheel toe te wijzen en de inbeslaggenomen hamer verbeurd te verklaren.

De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring in de strafzaak met parketnummer 02-153633-23 gerefereerd en ten aanzien van de strafzaak met parketnummer 02-216143-23 primair vrijspraak bepleit en subsidiair ten aanzien van beide feiten een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] afgewezen dient te worden, dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Tot slot heeft de raadsman het hof verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001261-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zaak met parketnummer 02-153633-23:

hij op of omstreeks 22 juni 2023 te Tilburg [benadeelde 2] heeft mishandeld door deze in/op/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan en/of te stompen en/of te

stoten;

zaak met parketnummer 02-216143-23:

hij op of omstreeks 28 augustus 2023 te Tilburg, althans in Nederland,

opzettelijk en wederrechtelijk een auto (kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-153633-23 en in de zaak met parketnummer 02-216143-23 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

zaak met parketnummer 02-153633-23:

hij op 22 juni 2023 te Tilburg [benadeelde 2] heeft mishandeld door in het gezicht, te slaan;

zaak met parketnummer 02-216143-23:

hij op 28 augustus 2023 te Tilburg, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (kenteken [kenteken] ), die aan [benadeelde 1] toebehoorde heeft beschadigd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Zaak met parketnummer 02-153633-23

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal met dossiernummer van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , registratienummer PL2000-2023157364, gesloten d.d. 27 juni 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s van 1 tot en met 46.

1. Het proces-verbaal aangifte [benadeelde 2] d.d. 22 juni 2023, pagina’s 5 t/m 9:

Ik doe aangifte van mishandeling. Op donderdag 22 april 2023, [het hof begrijpt: 22 juni 2023] omstreeks 17:00 uur, zat ik op een bankje bij de [supermarkt] supermarkt aan de [straatnaam 1] in Tilburg. Ik zag dat er twee mannen het toilet ingingen. Het toilet is net voorbij de bankjes. De mannen zaten zo'n vijf tot tien minuten op het toilet toen zij eruit kwamen. Ik keek naar de mannen toen zij van het toilet afkwamen. Een van de mannen raakte daardoor zichtbaar geïrriteerd. De man droeg een pet. De man stond op 1,5 tot 2 meter van mij af. Hij riep tegen mij maar ik kon niet verstaan wat hij zei. De man stond voor mij met zijn vuisten en maakte daarmee bewegingen alsof hij mij wilde slaan. Op een bepaald moment zag en voelde ik dat hij mij echt sloeg. Ik zag en voelde dat de man met zijn vuist op mijn rechterkaak sloeg. Hierdoor voelde ik pijn aan mijn kaak. Ik weet niet met welke hand hij sloeg. Ik heb de man weggeduwd en getrapt om hem op afstand te houden. Toen kwam er een man aan die de mannen wegstuurde. De mannen zijn toen vertrokken. De man die mij sloeg kan ik als volgt omschrijven:

Licht getinte man. Droeg een groen New York Yankees petje een zwart shirt met korte mouwen met "Adidas" opdruk en een korte broek met camouflage print.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , d.d. 22 juni 2023, pagina 10:

Ik ben getuige geweest van een mishandeling bij de [bedrijf] in Tilburg. Ik kan

hierover het volgende verklaren: Ik ben werkzaam als huismeester [bedrijf] in Tilburg. Mijn kantoor zit net naast de openbare toiletten. Op 22 juni 2023, omstreeks 17.00 uur, bevond ik mij in mijn kantoor. Ik zag vanaf hier twee mannen, dit waren bekende overlast gevende zwervers voor mij. Ik zou ze omschrijven als:

Persoon 1: man, klein, zwart shirt, droeg een petje.

Persoon 2: man, rond de 1.80/1.90 m, soort houthakkersblouse aan met rood tinten,

iets langer haar dan gemiddeld.

Ik zag dat beiden een toilet ingingen. Beiden waren overduidelijk stomdronken. Na een

paar minuten zag ik beiden weer uit het toilet komen. Bijna direct hierna hoorde ik één van hen schreeuwen. Ik zag dat dit persoon 1 was. Ik zag dat hij voor een meisje stond, zij droeg een blauw shirt. Vervolgens zag ik dat persoon 1 een klap gaf in het gezicht van het meisje.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , d.d. 22 juni 2023, pagina 13:

De man die geslagen heeft had een klein sikje, hij verplaatst zich op een damesfiets met twee tassen aan de zijkant. Die man ging voor het meisje staan en schreeuwde heel hard, daarbij hief hij zijn armen in de lucht alsof hij een monster was. Ik hoorde het meisje schreeuwen: "Laat me met rust.". Ze klonk erg bang.

4Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 22 juni 2023, pagina’s 15 t/m 16:

Op 22 juni 2023 omstreeks 17:00 uur waren wij verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] belast met een handhavingsdienst in het gebied Tilburg centrum. Omstreeks 17.00 uur kregen wij het verzoek van het operationeel centrum om te gaan naar de [bedrijf] . Aldaar zou een man een vrouw hebben geslagen. Onderweg hoorde wij dat de man wegliep in de richting van de [straatnaam 2] te Tilburg. De man zou witte schoenen, zwart shirt en een yankee petje dragen. Enkele minuten later reden wij op de Hoevenseweg te Tilburg. Hier zag ik een man welke voldeed aan het eerder genoemde signalement. Ik, [verbalisant 2] , herkende de persoon ambtshalve als zijnde [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] . Ik, [verbalisant 2] , zag dat persoon een bebloede hand had aan zijn rechterhand. Vervolgens hielden wij de persoon aan ter zake eenvoudige mishandeling

5Het proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 23 juni 2023, pagina 31:

V: Staat voor vraag verbalisant

A: Staat voor antwoord verdachte

V: Wat voor een pet had je op?

A: Van New York Yankees.

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de RC, d.d. 1 september 2023, pagina’s 1 t/m 3:

U vraagt mij of ik weet waar het vandaag over gaat. Ik denk dat het gaat over die meneer die dat meisje geslagen heeft. Ik zat daar alleen tot vijf uur. Ik had de twee personen al gezien. De ene persoon was met de fiets, die heeft de fiets naar achter gereden in het halletje waar ook de toiletten zijn. Op het bankje buiten zaten een jongen en een meisje. Hij had zijn fiets weggezet in het halletje en de twee personen zijn naar het toilet gegaan, in een hokje. Ze kwamen eraf. Toen werden ze wat onrustiger. Toen zijn ze het stel op het bankje lastig gaan vallen. Het meisje zat daar en de jongen ook. Er werd geschreeuwd, door de man en ook door het meisje, omdat ze bang was. De man probeerde indruk te maken en het meisje bang te maken. Ik denk dat het meisje schrok en vervolgens kreeg ze een klap. Ik heb zien uithalen, maar ik heb niet gezien dat het raak was. Dat ze een klap had gekregen hoorde ik later van de jongen die erbij was. U zegt mij dat bij de politie heb verklaard dat ik het meisje hoorde roepen “laat me met rust” en u vraagt mij of dat klopt. Ja dat kan. Dat meisje heeft dat gezegd. U zegt mij dat ik wel heb gezien dat er werd uitgehaald, maar dat ik later van de jongen van het stel heb gehoord dat het meisje geslagen is. Nadat hij uitgehaald had hoorde ik schreeuwen en huilen.

Zaak met parketnummer 02-216143-23

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal met dossiernummer van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , registratienummer PL2000-2023219077, gesloten d.d. 13 september 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s van 1 tot en 31.

1. Het proces-verbaal aangifte [benadeelde 1] , d.d. 28 augustus 2023, pagina’s 5 t/m 9:

Op zondag 27 augustus 2023, omstreeks 13:00 uur, parkeerde ik mijn Mini Cooper

voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik parkeerde mijn voertuig in het parkeervak ter hoogte [adres 2] . Op maandag 28 augustus, omstreeks 00:30 uur, kwam ik bij mijn voertuig en toen zag ik dat er politie bij mijn auto stond. Ik hoorde dat de agent mij vroeg of ik wat bijzonders aan mijn voertuig zag. Ik liep rond mijn auto en ik zag aan de achterzijde van mijn voertuig meteen een grote deuk zitten naast mijn kentekenplaat. Ik ging nog eens goed kijken en toen zag ik ook aan de andere kant, van de achterzijde een deuk zat. Ik hoorde van de politie dat ze hiervoor iemand hadden aangehouden. Ik probeerde hierop mijn achterklep te openen en ik zag dat dit ook niet ging. Voorheen zat deze schade er niet op en kon ik mijn achterklep nog wel openen.

2Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 28 augustus 2023, pagina 10:

Op 28 augustus 2023 waren wij, [verbalisant 5] en [verbalisant 6] werkzaam voor team Tilburg-Centrum, district Zeeland-West-Brabant belast met de wijkzorg. Op 28 augustus 2023, omstreeks 00.20 uur kregen wij de opdracht van het operationeel centrum om naar [adres 2] te gaan. Aldaar zouden er twee personen zijn waarvan er een in het bezit zou zijn van een hamer en hiermee tegen auto’s zou slaan. De persoon met de hamer zou er als volgt uitzien:

Persoon 1 zou er als volgt uit zien:

– Man,

– Fors postuur,

– Kaal en een pet op.

Persoon 2 zou er als volgt uit zien:

– Man,

– Beige broek,

– Baardje,

– Donker bruin haar.

Om 00.24 uur kwamen wij ter plaatse, wij zagen twee personen die voldeden aan het signalement. Zij stonden tegen een auto aan geleund. Op ons vragen gaf de tweede betrokkene aan dat hij de hamer had. Hij haalde deze uit zijn broeksband. Wij hoorde dat hij zei dat hij deze afgepakt van persoon 1. Wij hoorde dat persoon 2 zei dat de persoon 1 tegen de auto waar ze tegenaan stonden had geslagen met de hamer. Dit betrof een grijze Mini voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij zagen dat er zich op de achterzijde van de auto, links van het kenteken verschillende krassen bevonden. Op 28 augustus 2023 hielden wij om 00.30 uur persoon 1, de verdachte aan.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , d.d. 28 augustus 2023, pagina 15:

Op maandag 28 augustus 2023, was ik in mijn woning. Omstreeks 00:15 uur, hoorde ik een knal, ik kon niet goed plaatsen wat dit was. Ik besloot hierdoor om uit mijn raam te kijken. Ik kijk dan op [adres 2] . Ik zag toen dat er twee mannen op de grond lagen bij een auto. Ik zag dat ze allebei met moeite opstonden. Ik zag dat 1 van deze 2 mannen een hamer uit zijn broek pakte. Ik zag dat hij deze achter de band van zijn broek had zitten. Ik kan deze man met de hamer als volgt omschrijven:

– Circa 1,75 meter groot

– Dik postuur.

– Pet op.

– Trainingsshirt.

Ik zag dat hij de hamer in zijn rechterhand hield en vervolgens tegen de achterkant van de daar geparkeerde auto sloeg. Ik hoorde dat hij de auto raakte omdat ik een klap hoorde. Ik zag dat de geparkeerde auto een grijze Mini Cooper was. Ik zag dat deze het kenteken

[kenteken] [het hof begrijpt: [kenteken] ] had.

4Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 12 september 2023, pagina 29:

Op 28 augustus 2023 hoorde ik, verbalisant [verbalisant 7] de verdachte [verdachte] . Voorafgaand aan het verhoor hoorde ik van collega's dat de verdachte in de nacht was ingesloten en dat hij behoorlijk onder invloed was van alcohol. Hierdoor kon hij pas later op de dag gehoord worden als verdachte van vernieling. De verdachte [verdachte] is mij ambtshalve bekend door mijn werkzaamheden in Tilburg. De verdachte [verdachte] hangt veel op straat rond waardoor ik hem regelmatig tegenkom. Ik herken hem aan zijn postuur. Hij is klein maar gezet. Verder heeft hij een opvallend baardje.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] bij de RC, d.d. 27 november 2023, pagina’s 1 t/m 3:

U vraagt mij of ik 112 heb gebeld. Ja, dat klopt. Ik hoorde een harde knal. Ik keek uit mijn slaapkamerraam. Ik zag twee mannen. Eén van de mannen had een hamer aan de voorzijde van de broek. Ze pakten afwisselend de hamer. Hij sloeg tweemaal hard met de hamer tegen de auto. U vraagt mij waar de hamer daarna naartoe is gegaan. Die heeft hij terug in zijn broek gestopt. Hij stond raar te doen met de hamer. De man heeft, toen de politie kwam, de hamer snel terug in zijn broek gedaan. U vraagt mij of de andere man de hamer in zijn handen heeft gehad. Ze hebben allebei de hamer in hun handen gehad, maar ik heb maar één man met de hamer zien slaan. U vraagt mij wanneer de andere man de hamer in zijn handen had. Die man had hem in het begin vast. Hij had hem in en uit zijn broek. Ze wisselden de hamer. U houdt mij voor dat ik de man met de hamer heb omschreven. U vraagt mij of ik dat nog weet. Het was een kleinere man. Hij was wat zwaarder en had een petje op. De andere man was lang en mager. De man die geslagen had pakte de hamer uit zijn broek en gaf deze aan de politie. De kleine man had een breder bomberjack aan, een spijkerbroek en een petje. Er werd op de achterkant van de Mini boven de kentekenplaat geslagen. Er werd een centimeter of 10 boven de kentekenplaat geslagen. De slagen zaten redelijk dichtbij elkaar. U vraagt mij of ik de afstand in meters kan aangeven toen ik zag dat er werd geslagen. Ik stond op anderhalf a twee meter afstand achter het raam. Er zit alleen een stoep tussen. Ik kan van boven op de stoep kijken.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Het hof is van oordeel dat het namens de verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze hiervoor zijn opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 02-153633-23 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

mishandeling.

Het in de zaak met parketnummer 02-216143-23 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling. Zonder enige aanleiding heeft hij onder invloed van alcohol [benadeelde 2] , ten tijde van het incident 15 jaar oud, met de vuist in het gezicht geslagen. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer [benadeelde 2] en bij haar pijn en letsel veroorzaakt. Het hof rekent dat de verdachte zwaar aan. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het beschadigen van een auto door met een hamer tegen de auto te slaan. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar [benadeelde 1] .

Het hof heeft verder rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte heeft een laag IQ, hij staat onder bewind en is lange tijd dakloos geweest. In die periode was de verdachte flink aan de drank en zijn de onderhavige feiten gepleegd. Inmiddels is het de verdachte gelukt een verblijfplek bij [organisatie] te verkrijgen en heeft hij een behandelplek bij [verslavingskliniek] .

Tot slot heeft het hof eveneens gelet op de inhoud van een verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 december 2024, waaruit blijkt dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten niet onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Alles afwegende, acht het hof een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, en met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Met oplegging van deze deels voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg ten aanzien van het tenlastegelegde in de strafzaak met parketnummer 02-216143-23 een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.180,29 aan schade, bestaande uit materiële schade. Het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding bestaat uit vergoeding van de reparatiekosten van de schade aan de auto.

De politierechter heeft bij vonnis waarvan beroep de vordering van de benadeelde partij geheel toegewezen tot een bedrag van € 1.180,29, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij conform de beslissing van de politierechter geheel kan worden toegewezen.

De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] afgewezen dient te worden, dan wel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.180,29 aan materiële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. De zaakschade aan de auto is door de verzekeringsmaatschappij van de benadeelde partij in eerste instantie vergoed maar de benadeelde heeft de vergoeding aan de verzekering terugbetaald zodat het geen invloed zal hebben op de schadevrije jaren en zijn no-claim bij de verzekeringsmaatschappij. De keuze daartoe was aan de benadeelde partij. In zoverre was derhalve nog steeds sprake van zaakschade in de omvang zoals geclaimd door de benadeelde partij.

Voorts zal de verdachte worden veroordeeld in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Het toe te wijzen bedrag aan materiële schade zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2023, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van € 1.180,29. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001261-20

De officier van justitie te Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, opgelegd bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van meervoudige strafkamer in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 30 juli 2021, onder parketnummer 20-001261-20. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd wederom aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, de gehele tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 7 dagen, op zijn plaats is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 57, 63, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02-153633-23 en in de zaak met parketnummer 02-216143-23 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 02-153633-23 en in de zaak met parketnummer 02-216143-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1 STK Hamer (Omschrijving: G2630314, vernieling mee gepleegd, Zwart).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-216143-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 1.180,29 (duizend honderdtachtig euro en negenentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-216143-23 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.180,29 (duizend honderdtachtig euro en negenentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 21 (eenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 28 augustus 2023.

Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juli 2021, parketnummer 20-001261-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) dagen.

Aldus gewezen door:

mr. A.J. Henzen, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,

en op 28 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. P.J.D.J. Muijen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.