ECLI:NL:HR:2018:48 Hoge Raad , 19-01-2018 / 16/05066
Vennootschapsbelasting. Art. 3, lid 4, Verdrag Nederland-Singapore. Uitleg van de uitdrukking "geleid en bestuurd".
3 min de lecture · 478 mots
Inhoudsindicatie. Vennootschapsbelasting. Art. 3, lid 4, Verdrag Nederland-Singapore. Uitleg van de uitdrukking "geleid en bestuurd".
19 januari 2018
nr. 16/05066
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 24 augustus 2016, nrs. BK14/00364, BK‑14/00365 en BK‑14/00366, op het hoger beroep van de Inspecteur alsmede het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 13/5165, SGR 13/5166 en SGR 13/5167) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2005, 2006 en 2007 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen richten zich tegen ’s Hofs oordeel dat belanghebbende in de jaren 2005 en 2006 alsmede tot 3 april van het jaar 2007 voor de toepassing van het Belastingverdrag Nederland-Singapore van 19 februari 1971 (hierna: het Verdrag) inwoner was van Nederland.
Middel 1 en ten dele middel 3 betogen dat ’s Hofs hiervoor in 2.1 weergegeven oordeel berust op een onjuiste uitleg van artikel 3, lid 4, van het Verdrag. Middel 1 en middel 3 in zoverre falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 16/03321 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.
Middel 2, dat betoogt dat het Hof is uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling, faalt omdat het berust op een onjuiste lezing van ’s Hofs uitspraak. Anders dan het middel veronderstelt, heeft het Hof bij zijn hiervoor in 2.1 weergegeven oordeel niet enig bewijsvermoeden ten nadele van belanghebbende aangenomen en heeft het evenmin belanghebbende niet geslaagd geacht in enig van haar verlangd bewijs.
Middel 3 voor het overige, dat het hiervoor in 2.1 vermelde oordeel bestrijdt met motiveringsklachten, kan evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2018.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...