ECLI:NL:HR:2019:680 Hoge Raad , 10-05-2019 / 18/04337
art. 8:75a Awb; vergoeding kosten van bezwaar en beroep na intrekken beroepschrift
3 min de lecture · 521 mots
Inhoudsindicatie. art. 8:75a Awb; vergoeding kosten van bezwaar en beroep na intrekken beroepschrift
10 mei 2019
Nr. 18/04337
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 oktober 2018, nr. SGR 17/6114 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 12 april 2018 betreffende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van het middel
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Den Haag opgelegd. Nadat de heffingsambtenaar het bezwaar tegen de aanslag ongegrond had verklaard en belanghebbende daartegen beroep had ingesteld bij de Rechtbank, heeft de heffingsambtenaar de aanslag ambtshalve vernietigd. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om vergoeding van proceskosten. De Rechtbank heeft uitspraak gedaan zonder zitting (artikel 8:54 Awb) en de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van € 501 voor het indienen van het beroep bij de Rechtbank.
In verzet heeft belanghebbende gesteld dat de Rechtbank heeft verzuimd de heffingsambtenaar te veroordelen in de kosten van de bezwaarfase. Het verzet is ongegrond verklaard.
In cassatie is niet in geschil dat de in 2.1 vermelde uitspraak van de Rechtbank niet in stand kan blijven en dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van de kosten van de bezwaarfase. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
3Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie en de heffingsambtenaar in de kosten van het geding in verzet voor de Rechtbank en de kosten voor de behandeling van het bezwaar.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak op verzet en de uitspraak van de Rechtbank,
draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht van € 126 dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald,
veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.048 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag in de kosten van belanghebbende voor het geding voor de Rechtbank, vastgesteld op € 768 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en in verband met de behandeling van het bezwaar, vastgesteld op € 254 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2019.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...