ECLI:NL:HR:2023:1647 Hoge Raad , 24-11-2023 / 22/04643
Art. 81 lid 1 RO. Burgerlijk procesrecht. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens overschrijding appelgrens (art. 332 lid 1 Rv) nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld.
2 min de lecture · 376 mots
Inhoudsindicatie. Art. 81 lid 1 RO. Burgerlijk procesrecht. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens overschrijding appelgrens (art. 332 lid 1 Rv) nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/04643
Datum 24 november 2023
ARREST
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [betrokkene],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN, vertegenwoordigd door de DIENST UITVOERING ONDERWIJS,
gevestigd te Groningen,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: DUO,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/183598/HA ZA 18-86 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 december 2018, 4 september 2019, 22 juli 2020 en 27 januari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.295.506/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 juli 2021 en 13 september 2022.
[betrokkene] heeft tegen het arrest van het hof van 13 september 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen DUO is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [betrokkene] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
– verwerpt het beroep;
– veroordeelt [betrokkene] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DUO begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 24 november 2023.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...