ECLI:NL:HR:2025:134 Hoge Raad , 28-01-2025 / 22/03379
Gewoontewitwassen van geldbedrag van € 45.985,65 (art. 420ter.1 Sr jo. art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte over legale herkomst van geld niet concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft telkens met verwijz...
3 min de lecture · 503 mots
Inhoudsindicatie. Gewoontewitwassen van geldbedrag van € 45.985,65 (art. 420ter.1 Sr jo. art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat verklaring van verdachte over legale herkomst van geld niet concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is?
Inhoudsindicatie. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft telkens met verwijzing naar bewijsmateriaal en onderzoek gemotiveerd waarom het van oordeel is dat verdachte wat betreft contante uitgaven geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat deze uitgaven niet van misdrijf afkomstig zijn. Inzake uitgaven van levensonderhoud heeft verdachte volgens hof geen concrete en verifieerbare aanknopingspunten aangereikt die inzicht konden geven in zijn bestedingspatroon en wijze waarop dat betaald werd, noch aannemelijk gemaakt dat zijn uitgaven voor levensonderhoud lager waren dan door verbalisanten gebezigde NIBUD-normen. ’s Hofs oordeel dat verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over herkomst van geldbedrag, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
Inhoudsindicatie. Volgt verwerping.
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03379
Datum 28 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 september 2022, nummer 20-000294-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel komt op tegen het bewezenverklaarde gewoontewitwassen van geldbedragen tot een totaal van € 45.985,65.
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden.
4Beslissing
De Hoge Raad:
– vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
– vermindert deze in die zin dat deze vier maanden en drie weken beloopt;
– verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...