ECLI:NL:OGEAC:2024:255 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 30-07-2024 / CUR202402801
Vervangende toestemming reis minderjarige.
6 min de lecture · 1,108 mots
Inhoudsindicatie. Vervangende toestemming reis minderjarige.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202402801
Vonnis in kort geding van 30 juli 2024
in de zaak van
[Eiser],
wonend in [woonplaats],
eiser, hierna te noemen: de vader,
procederend in persoon
–tegen–
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats],
gedaagde, hierna te noemen: de moeder,
procederend in persoon.
1Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties van 25 juli 2024,
de nadere producties van de vader,
de reactie en producties van de moeder,
de mondelinge behandeling van 30 juli 2024, waar de vader en de moeder door middel van een videoverbinding zijn verschenen.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2De feiten
Partijen zijn de ouders van het thans nog minderjarige kind [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige). Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige.
Partijen zijn verwikkeld in een procedure over het gezag over de minderjarige en een zorg- dan wel omgangsregeling. De vader heeft in die procedure verzocht om een zorgregeling vast te stellen, en de moeder heeft zelfstandig verzocht om haar met het eenhoofdig gezag te belasten en de omgang tussen de vader en de minderjarige stop te zetten. Bij tussenbeschikking van 23 mei 2024 heeft het gerecht – voor zover hier van belang – als volgt overwogen en beslist:
“4.4. (…)
zomervakantie
b. Zoals ter zitting besproken zal het in de situatie dat vader geen toestemming geeft voor emigratie, niet haalbaar zijn voor de moeder, om deze zomer te verhuizen met de minderjarige. Het gerecht gaat er daarom vooralsnog vanuit dat de minderjarige deze aanstaande zomervakantie nog in Curaçao zal verblijven. Het ligt in dat geval in de rede dat de vader de tweede helft zomervakantie krijgt, aangezien moeder vorig jaar al de tweede helft van de zomervakantie heeft gehad. (…)
bepaalt een
voorlopige
zorgregeling in die zin dat de minderjarige [de minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] omgang met de vader heeft zoals vermeld onder r.o. 4.4. (….)”
De vader is op 25 juli 2024 met zijn huidige echtgenote en haar twee kinderen naar Colombia afgereisd.
De vader heeft reistickets geboekt voor de minderjarige om op 31 juli 2024 met zijn dochter uit een eerdere relatie via Panama naar Colombia te reizen om daar een vakantie door te brengen tot 8 augustus 2024.
De moeder heeft de vereiste toestemmingsformulieren om de minderjarige naar Colombia te laten reizen geweigerd in te vullen.
3Het geschil en de beoordeling.
De vader vordert – samengevat – dat het gerecht hem vervangende toestemming verleent om de minderjarige naar Colombia af te laten reizen in de periode van 31 juli 2024 tot 8 augustus 2024. De moeder voert gemotiveerd verweer.
Gelet op het spoedeisend karakter van de zaak en hetgeen uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken, beperkt het gerecht zich bij de beoordeling tot een belangenafweging, waarbij de belangen van de minderjarige de doorslag zullen geven.
De vader heeft gesteld dat de hij reis naar Colombia met de minderjarige reeds geruime tijd geleden heeft aangekondigd, in elk geval ook ter zitting in de procedure die heeft geleid tot voormelde beschikking van 23 mei 2024. Hoewel de moeder tijdig hiervan op de hoogte is gesteld, weigert zij de vereiste toestemming te geven. Dit baseert de moeder volgens de vader slechts op een vechtincident dat vorig jaar in aanwezigheid van de minderjarige tussen partijen heeft plaatsgevonden, hoewel nadien het gerecht heeft bepaald dat de minderjarige de tweede helft van de zomervakantie met de vader doorbrengt.
De moeder voert aan te vrezen voor de veiligheid en het welzijn van de minderjarige bij een verblijf met de vader in het buitenland. Bovendien heeft het recente huwelijk van de vader met zijn nieuwe echtgenote volgens de moeder de nodige impact gehad op de minderjarige. Onder deze omstandigheden zal een reis naar het buitenland de minderjarige geen goed doen, aldus de moeder.
Het gerecht acht de door de vader voorgenomen reis voor de minderjarige op dit moment niet in het belang van de minderjarige en wijst de vordering van de vader om verlening van vervangende toestemming dan ook af. De volgende omstandigheden hebben bij deze beslissing meegewogen:
– Tussen partijen speelt meer dan alleen het geschil over de voorgenomen reis voor de minderjarige. Zoals hiervoor vermeld, loopt over kwesties met betrekking tot de minderjarige een andere procedure bij het gerecht. Partijen hebben beide te kennen gegeven dat de minderjarige vanwege de situatie tussen partijen psychologische behandeling krijgt. Onder deze omstandigheden acht het gerecht het voor de minderjarige van belang om zoveel mogelijk onrust te vermijden.
– Weliswaar heeft het gerecht bij voormelde beschikking van 23 mei 2024 beslist dat de minderjarige de tweede helft van de zomervakantie bij de vader zal verblijven, maar de benodigde toestemming van de moeder voor een vakantie in het buitenland maakt geen deel uit van de beslissing en komt overigens ook niet terug in de overwegingen van het gerecht. Uit de motiveringen van het gerecht blijkt slechts van een verblijf van de minderjarige in Curaçao gedurende de zomer.
– Hoewel voor een reis naar het buitenland door partijen toestemmingsformulieren moeten worden ingevuld, heeft de vader het tot de dag van de voorgenomen reis op 25 juli 2024 laten aankomen. Op die dag heeft hij dit kort geding aanhangig gemaakt, en besloten om vooruitlopend op een beslissing daarop zelf af te reizen naar Colombia, de minderjarige bij zijn moeder achter te laten en het ticket voor de minderjarige te wijzigen. Dit heeft tot gevolg dat de minderjarige op 31 juli 2024, met een halfzuster, via Panama, naar Colombia af zou moeten reizen, waar zij pas de volgende dag de eindbestemming van Bogota zal bereiken. Na een verblijf met de vader en zijn nieuwe gezin in Bogota van twee dagen, reist het gezelschap terug naar Medellín, waar nog een week zal worden verbleven. Dit is op zich al een intensieve reis, en dat geldt te meer voor de minderjarige, die slechts 8 jaar oud is en de heenreis met overnachting moet ondernemen zonder haar ouders en met een halfzuster uit een eerdere relatie van de vader, en gesteld noch gebleken is dat de minderjarige een vertrouwensband met haar heeft.
De proceskosten zullen, vanwege het familierechtelijke karakter van de procedure, worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten zal dragen.
4De beslissing in kort geding
Het gerecht:
wijst de vordering af;
compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. M.D.M. Connor, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...