ECLI:NL:OGHACMB:2017:192 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 22-06-2017 / H- 186/2016
bezit diazepam pillen, opiumwet, voorwaardelijk opzet, verwerping avas verweer
11 min de lecture · 2,226 mots
Inhoudsindicatie. bezit diazepam pillen, opiumwet, voorwaardelijk opzet, verwerping avas verweer
Strafzaken over 2017 Vonnis no.
Datum uitspraak: 22 juni 2017 MC
Zaaknummer: H- 186/2016
Parketnummer: 400.00177/16
Tegenspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
STRAFVONNIS
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 21 december 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 1953 in [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres].
Procesgang en onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 30 november 2016, zoals daarvan blijkt uit het proces-verbaal van die terechtzitting, alsmede van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van
1 juni 2017 in Bonaire.
Het Hof heeft kennis genomen van de vordering van de procureur-generaal,
mr. A.C. van der Schans, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw,
mr. M.M.A. van Lieshout, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van honderdzeven dagen, waarvan honderd dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Voorts is de teruggave aan de verdachte gelast van de onder de verdachte inbeslaggenomen witte iPhone en is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Omvang hoger beroep
Het vonnis waarvan beroep is in zijn geheel aan beoordeling in hoger beroep onderworpen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op of omstreeks 8 juli 2016, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES, en/of artikel 1 lid 3 van de Opiumwet 1960 BES, althans verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in ieder geval in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 2242 pillen, althans een grote hoeveelheid pillen/tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende diazepam, in elk geval (een) middel(en) voorkomend op lijst II van de Opiumwet, zijnde diazepam, in elk geval dat middel, een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet 1960 BES en/of (een) middel(len) als bedoeld in lijst II van de Regeling van 6 januari 2005 ter uitvoering van art. 3, eerste lid onder f Opiumwet 1960 BES;
(art. 3, eerste lid onder f jo 11 Opiumwet 1960 jo 49 Wetboek van Strafrecht BES)
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot andere beslissingen komt.
Bewezenverklaring
Het Hof acht bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande:
dat hij op of omstreeks 8 juli 2016, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk heeft uitgevoerd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd in de zin van artikel 1 lid 2 van de Opiumwet 1960 BES, en/of artikel 1 lid 3 van de Opiumwet 1960 BES, althans verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in ieder geval in zijn bezit en/of aanwezig heeft gehad (ongeveer) 2242 2235 pillen, althans een grote hoeveelheid pillen/tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende diazepam, in elk geval (een) middel(en) voorkomend op lijst II van de Opiumwet, zijnde diazepam, in elk geval dat middel, een middel als bedoeld in artikel 1 van de Opiumwet 1960 BES en/of (een) middel(len) als bedoeld in lijst II van de Regeling van 6 januari 2005 ter uitvoering van art. 3, eerste lid onder f Opiumwet 1960 BES.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
1. Een proces-verbaal van bevindingen, pv nummer R 335-2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 1], senior rechercheur bij de Koninklijke Marechaussee Caribisch Nederland, locatie Bonaire, voor zover inhoudende als relaas van die verbalisant, – zakelijk weergegeven -:
Tijdens een huiszoeking in de woning te [adres] werden naast pillenstrips, potjes met medicatie en overige middelen, 3 plastic zakjes gevonden met daarin pillen. Deze bevonden zich op een legplank in een grote inloopkast grenzend aan de slaapkamer.
2. Een proces-verbaal van bevindingen, pv nummer R 311-2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 2], opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudende, als relaas van die verbalisant, – zakelijk weergegeven -:
Op zaterdag 9 juli 2016 heb ik de inhoud geteld van de 3 zakken met pillen welke op vrijdag 8 juli 2016 inbeslaggenomen zijn op het adres [adres]. De inhoud van de 3 zakken opgeteld is totaal: 2235 pillen.
3. Een proces-verbaal, pv nummer R 306-2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 3] en [verbalisant 4], beiden wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudende, als 2de verklaring van de verdachte, – zakelijk weergegeven -:
De inloopkast staat in de slaapkamer. Deze inloopkast is van [medeverdachte] en van mij en wordt door ons beiden gebruikt.
4. Een proces-verbaal, pv nummer R 331-2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 5] en [verbalisant 4], beiden wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudende, als 4de verklaring van de verdachte, – zakelijk weergegeven -:
De blauwe pil die in een zwart aardewerk bakje op het nachtkastje aan mijn zijde van het bed is aangetroffen, neem ik soms in als ik niet kan slapen. De pillen met de afdruk Roche 10 die in een doorzichtig plastic zakje in een ladekast op onze slaapkamer is aangetroffen, geven mij rust.
5. Een proces-verbaal, pv nummer R 305-2015, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 6] en [verbalisant 7], beiden wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudende, als 2de verklaring van [medeverdachte], – zakelijk weergegeven -:
Ik heb drie zakken liggen met diazepam.
6. Een proces-verbaal, pv nummer R 306-2016, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juli 2016 gesloten en getekend door [verbalisant 4] en [verbalisant 3], beiden wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, voor zover inhoudende, als verklaring van de verdachte, – zakelijk weergegeven -:
Ik herken de diazepam als zijnde die van [medeverdachte].
Bewijsoverwegingen
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat bij de verdachte het opzet op het plegen van het aan hem tenlastegelegde feit ontbreekt, omdat de verdachte zich niet bewust was van de aanwezigheid van de pillen en hij ook niet wist dat die pillen diazepam betroffen.
Het Hof overweegt als volgt. De verdachte heeft verklaard wetenschap te hebben gehad van het feit dat in de inloopkast verschillende pillen lagen en dat zijn partner deze gebruikte voor zijn kwalen. Tijdens het tweede verhoor door de politie is de verdachte een foto getoond van doosjes met pillen met het opschrift “Diazepam 10” die zijn aangetroffen in de inloop-kast. De verdachte heeft deze pillen desgevraagd herkend als de diazepam van zijn partner [medeverdachte]. De bij de huiszoeking aangetroffen drie zakjes met pillen lagen, zo blijkt uit de gemaakte foto, op dezelfde plank als, en vlak naast, de doosjes met diazepam pillen die de verdachte heeft herkend waarvan hij zich dus in ieder geval bewust was. Mede in aanmerking genomen dat, zoals eveneens uit eerdergenoemde foto blijkt, de pillen open en bloot in doorzichtige plastic zakjes in de kast lagen, deze door hun hoeveelheid in het oog sprongen en de verdachte, naar hij ter terechtzitting heeft verklaard, regelmatig in de kast kwam om kleding te pakken, acht het Hof zijn verklaring dat hij zich niet bewust was van de aanwezigheid van de drie zakken met pillen niet geloofwaardig. Gezien deze omstandigheden lag het op de weg van de verdachte bij zijn partner te informeren naar de aard en de herkomst van deze pillen. Door dat na te laten heeft de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de drie zakjes met in totaal 2235 pillen diazepam bevatten. Derhalve heeft de verdachte op zijn minst voorwaardelijk opzet gehad op het aanwezig hebben van de desbetreffende diazepam pillen.
Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Opzettelijk medeplegen van handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder f, onder C, van de Opiumwet 1960 BES,
strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet 1960 BES jo artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES.
Het bewezenverklaarde is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
De raadsvrouw heeft een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld, nu de verdachte niet wist dat het bezit van diazepam strafbaar is.
Het Hof verwerpt dit verweer op grond van het volgende. Voor het slagen van een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde is vereist dat aannemelijk is dat verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Van een zodanige onbewustheid kan slechts sprake zijn, indien de verdachte ten tijde van het begaan van het feit in de overtuiging verkeerde dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was. Gelet op het feit dat de diazepam pillen in ongebruikelijke grote hoeveelheden – verpakt op ongebruikelijke wijze in doorzichtige plastic zakjes – bij elkaar in de kast lagen en het feit dat voornoemde pillen slaappillen waren, had bij de verdachte het vermoeden moeten rijzen dat het hierbij niet ging om pillen die zijn partner op legale wijze, dus met een doktersrecept, had verkregen. Derhalve kan geen sprake zijn van een overtuiging van de verdachte dat zijn gedraging niet ongeoorloofd was. De verdachte is strafbaar nu overigens ook geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.
Oplegging van straf en/of maatregel
Bij de bepaling van de straf heeft het Hof rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Meer in het bijzonder heeft het Hof daarbij het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft samen met zijn partner [medeverdachte] 2235 pillen diazepam aanwezig gehad in hun woning. Diazepam is een bewustzijnsbeïnvloedend middel, dat verslavend is en bij aanwending bij de mens kan leiden tot schade voor zijn gezondheid of tot schade voor de samenleving. Het ongecontroleerd in het vrije verkeer brengen van geneesmiddelen vormt een bedreiging voor de volksgezondheid. Het gebruik van een geneesmiddel in een verkeerde dosering en zonder voorafgaande diagnose door een arts kan nadelige gevolgen hebben. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is in beginsel dan ook geïndiceerd.
Ten voordele van de verdachte geldt dat hij niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest. Het Hof houdt bij de strafoplegging voorts, in straf verminderende zin, rekening met het feit dat aanvankelijk sprake was van verdenking van het bezit van XTC, wat achteraf onjuist bleek te zijn. De verdachte en zijn partner zijn bekende personen in de samenleving van Bonaire en exploiteren een populair café-restaurant. De media-aandacht rondom de persoon van de verdachte heeft een zware wissel getrokken op zijn leven en welzijn. Het Hof houdt hier rekening mee. Ook houdt het Hof rekening met het feit dat de wijze waarop de huiszoeking heeft plaatsgevonden, hoewel niet onrechtmatig, wel zeer ingrijpend voor de verdachte is geweest.
Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.
Inbeslaggenomen voorwerpen
De teruggave zal worden gelast van de in beslag genomen witte iPhone aan de verdachte, nu deze niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is mede gegrond op de artikelen 31en 96 van het Wetboek van Strafrecht BES.
BESLISSING
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, van 21 december 2016 en doet opnieuw recht;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 7 (ZEVEN) DAGEN;
bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen witte iPhone;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mrs. H.J. Fehmers, D. Radder en K.A.M. Lasten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Bonaire uitgesproken op 22 juni 2017.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...