Pays-Bas Rechtbank Amsterdam Divers 4 10 月 2023 N° C/13/725204 / HA ZA 22-933 NL

ECLI:NL:RBAMS:2023:8994 Rechtbank Amsterdam , 04-10-2023 / C/13/725204 / HA ZA 22-933

tussenvonnis 2 benoeming deskundige

Source officielle

9 min de lecture 1,889 mots

Inhoudsindicatie. tussenvonnis 2 benoeming deskundige

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/725204 / HA ZA 22-933

Vonnis van 4 oktober 2023

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PEARLPAINT GROUP B.V.,

gevestigd te Hilversum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BICCS INDUSTRIAL COATING & COLOURANTS B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseressen,

advocaat mr. M.R. Fidder te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ISYNKA B.V. (voorheen [bedrijf] B.V.),

gevestigd te Rijswijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INDEZON WERKEN B.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagden,

advocaat mr. J.A.J. Werner te Rotterdam.

De rechtbank noemt eiseressen hierna Pearlpaint en BICCS en de gedaagden samen Isynka c.s.

1De procedure

Partijen hebben de sinds het tussenvonnis van 21 juni 2023 (hierna: het tussenvonnis) de volgende stukken ingediend:

de akte uitlaten deskundigenrapportage van Pearlpaint,

de akte uitlaten van Isynka c.s.

De rechtbank heeft daarna bepaald dat zij vandaag vonnis wijst.

2De verdere beoordeling

Partijen hebben de gelegenheid gekregen een gezamenlijk voorstel te doen voor de te benoemen deskundige. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. De rechtbank heeft daarom, zoals was aangekondigd in het tussenvonnis, zelf een deskundige uitgekozen. Dat is J. van Oerle, verbonden aan Peutz. Hij heeft verklaard vrij te staan tegenover partijen. Dat wil zeggen dat hij geen binding of bekendheid heeft met partijen en dat Peutz ook niet betrokken is (geweest) bij het geschil tussen partijen. Van Oerle is bereid het onderzoek te verrichten. De rechtbank zal hem dus als deskundige benoemen. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige wordt vastgesteld op het in de beslissing vermelde bedrag.

Partijen hebben zich uitgelaten over de aan de deskundigen te stellen vragen.

Zij hebben voorstellen gedaan voor aanpassing van de vraagstelling zoals is geformuleerd in 4.6.2 van het tussenvonnis.

Isynka c.s. hebben in totaal vijftien vragen (met subvragen) geformuleerd in plaats van de door de rechtbank voorgestelde vragen. Daarbij menen Isynka c.s. in het algemeen dat de vraag niet zou moeten zijn of werd voldaan aan de wet- en regelgeving, maar of kan worden vastgesteld dat daaraan niet werd voldaan. De rechtbank vindt het echter van belang om de vragen zo open mogelijk en zo min mogelijk sturend te formuleren. Als de deskundige tot de conclusie komt dat iets niet kan worden vastgesteld, zal de rechtbank daar bij de beoordeling van het deskundigenrapport aandacht aan besteden.

De eerste drie door Isynka c.s. voorgestelde vragen gaan over de wet- en regelgeving en de eisen ten tijde van de vergunningverlening. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze vragen expliciet over te nemen omdat deze al impliciet onderdeel uitmaken van vraag 1 en 2. Wel voegt de rechtbank de datum van de Omgevingsvergunning toe aan vraag 1 en 2, om duidelijk te maken dat moet worden getoetst aan de eisen die golden op die datum. Ook vragen 6 tot en met 9 maken al impliciet onderdeel uit van vragen 1 en 2.

Ook de door Isynka c.s. voorgestelde vragen 4 en 5 neemt de rechtbank niet over. Het verwijt dat Pearlpaint Isynka c.s. maakt is dat het bedrijfspand niet voldeed aan de eisen uit de Omgevingsvergunning uit 2004. De vragen 4 en 5 zien echter op de eisen ten tijde van de Ondertekeningsdatum in 2021. Die zijn dus niet rechtstreeks van belang voor de vordering van Pearlpaint. Voor zover er desondanks relevante omstandigheden zijn ten tijde van de Ondertekeningsdatum, kan de deskundige die bij de beantwoording van de laatste vraag aan de orde stellen.

Vragen 11, 12 en 14 van Isynka c.s. maken al impliciet onderdeel uit van vraag 3. Vraag 13 van Isynka c.s. en het voorstel van Pearlpaint tot een toevoeging aan vraag 3, geven de rechtbank aanleiding om vraag 3 enigszins te preciseren.

Vragen 10 en 15 van Isynka c.s. over eventuele herstelkosten zijn nog niet aan de orde. Indien de deskundige aanleiding ziet hier opmerkingen over te maken, kan hij dat doen bij de beantwoording van de laatste vraag.

De volgende vragen worden aan de deskundige gesteld:

1. Voldeden de binnen- en buitenmuren (inclusief deuren, ramen en gevels) en de staalconstructie van het Bedrijfspand op de Ondertekeningsdatum (15 februari 2021) aan de in de Omgevingsvergunning van 15 december 2004 opgenomen WBDBO?

2. Voldeed het dak van het Bedrijfspand op de Ondertekeningsdatum (15 februari 2021) aan de in de Omgevingsvergunning van 15 december 2004 opgenomen brandwerendheidseisen?

3. Voldeed de kachel van het Bedrijfspand, mede gelet op de plaats waar de kachel stond en de eigenschappen van de kachel, op de Ondertekeningsdatum (15 februari 2021) aan artikel 3.5e onder e Arbobesluit?

4. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

In de vorige beslissing is al aangekondigd dat Pearlpaint het voorschot op de kosten van de deskundige moeten deponeren (in 4.6.4 van het tussenvonnis).

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

De rechtbank zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

De rechtbank heeft in het vorige tussenvonnis al aangekondigd dat dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan degene voor wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

3De beslissing

De rechtbank

benoemt tot deskundige:

De heer J. van Oerle,

Peutz,

bezoekadres:

[adres 1]

correspondentieadres:

[adres 2]

Tel: [telefoonnummer]

e-mail: [e-mailadres]

het voorschot

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

de deskundige dient binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten op te geven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,

de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen

partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,

indien niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige reeds nu voor alsdan vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag,

indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing,

bepaalt dat Pearlpaint het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

bepaalt dat Pearlpaint haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige er op dat:

de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op http://www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daaromverzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk 3 maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige er op dat:

uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 3 april 2024,

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Pearlpaint op een termijn van vier weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schaberg, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2023 door mr. M. Wouters, rechter.

Voetnoten

  1. Artikel 3.5e van het Arbeidsomstandighedenbesluit:

    Maatregelen in gevarenzones

    In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:

    (…)

    e. voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen aanvullende eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparatencategorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes:

    1°.gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;

    2°.gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;

    3°.gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur; (…).


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.