Pays-Bas Rechtbank Amsterdam Divers 25 6 月 2025 N° C/13/761302 / HA ZA 24-1377 NL

ECLI:NL:RBAMS:2025:10679 Rechtbank Amsterdam , 25-06-2025 / C/13/761302 / HA ZA 24-1377

Overeenkomst tot (onder)aanneming, bouw van woningen, levering van warmtepomp/mechanische ventilatie/omvormer units. Uitleg van de afgesproken garantieregeling in de overeenkomst. Vorderingen afgewezen.

Source officielle

17 min de lecture 3,712 mots

Inhoudsindicatie. Overeenkomst tot (onder)aanneming, bouw van woningen, levering van warmtepomp/mechanische ventilatie/omvormer units. Uitleg van de afgesproken garantieregeling in de overeenkomst. Vorderingen afgewezen.

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/761302 / HA ZA 24-1377

Vonnis van 25 juni 2025

in de zaak van

BOUWMAATSCHAPPIJ VERWELIUS B.V.,

gevestigd te Huizen ,

eiseres,

hierna te noemen: Verwelius ,

advocaat: mr. D.D. Nijkamp,

tegen

ASVB TRANSFORMING MARKETS B.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

hierna te noemen: ASVB,

advocaat: mr. P.J. Fousert.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 4 december 2024,

– de akte overlegging producties bij de dagvaarding,

– de conclusie van antwoord met producties,

– het tussenvonnis van 12 maart 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 mei 2025 met de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2De feiten

Verwelius houdt zich bezig met de bouw van diverse projecten.

ASVB investeert risicodragend kapitaal in vennootschappen die actief zijn in de bouw en in het vastgoed.

Op 4 september 2019 heeft Verwelius een overeenkomst tot (onder)aanneming van werk gesloten met Factory Zero Works B.V. (hierna: Factory Zero). Factory Zero is onderdeel van een groep vennootschappen onder moedervennootschap Factory Zero B.V. Er bestaat binnen de groep ook nog een zustervennootschap genaamd Factory Zero AM B.V. Factory Zero en Factory Zero AM B.V. zijn in februari 2018 opgericht. De aandelen in Factory Zero B.V. (de moedervennootschap) worden gehouden door onder andere ASVB. Zij is tevens financier van Factory Zero B.V. en daarmee ook van Factory Zero. Zij heeft tot zekerheid een pandrecht op (onder meer) vorderingen van Factory Zero op derden.

De overeenkomst die Verwelius en Factory Zero met elkaar hebben gesloten ziet op de bouw van woningen in [plaatsnaam] . Het gaat in deze zaak om project [project 1] : 125 woningen onder de naam “ [projectnaam] ” (“ [project 1] -woningen”). Hiertoe heeft Verwelius met de kopers koop-/aannemingsovereenkomsten gesloten. Ten behoeve van deze woningen heeft Verwelius aan Factory Zero opdracht gegeven zogenoemde iCem-modules te leveren en te installeren. Dit is een installatie die fungeert als warmtepomp, mechanische ventilatie en omvormer voor zonne-energie en energiemonitoring.

Vanaf oktober 2020 ontving Verwelius klachten van bewoners over de iCem modules. Factory Zero heeft diverse problemen verholpen conform de door haar afgegeven (fabrieks)garantie die volgt uit de overeenkomst, maar de problemen hielden aan. In februari 2022 hebben Verwelius en Factory Zero besproken dat alle problemen met de iCem modules voor het stookseizoen van 2022-2023 verholpen moesten zijn. In het gespreksverslag staat dat “voor het stookseizoen 2022-2023” uiterlijk 1 oktober 2022 betekent.

Verwelius wenste meer zekerheid en Factory Zero zegde toe dat haar (indirecte) moeder ASVB een garantie zou afgeven, voor het geval Factory Zero niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen vanwege bijvoorbeeld faillissement. Factory Zero heeft daarop met ASVB gesproken over een dergelijke garantie. In een eerste door ASVB opgestelde conceptversie was zij bereid om een garantie te verstrekken voor de tijd van één jaar voor een maximumbedrag van € 250.000. In de tweede conceptversie is het maximumbedrag op verzoek van Verwelius verhoogd naar € 400.000. Verwelius heeft na de tweede conceptversie nog getracht een optie tot verruiming in de garantie opgenomen te krijgen, maar dat is niet gelukt. Die verruiming hield in dat indien Factory Zero niet voor het stookseizoen alle lopende zaken had opgelost, de door ASVB afgegeven garantie zou moeten worden verlengd. Uiteindelijk was ASVB nog wel bereid de looptijd van de garantie te verlengen van 31 december 2022 tot 1 juli 2023.

Op 26 april 2022 heeft ASVB de volgende garantie afgegeven:

“(…)

Ondergetekende,

(…) ASVB Transforming Markets B.V. (…)

overweegt dat

 (…) Factory Zero Works B.V. (hierna: FZW), (…) een overeenkomst heeft gesloten met Bouwmaatschappij Verwelius B.V. (hierna: Verwelius ), (…) voor het project [project 1] – “ [projectnaam] ” – [plaatsnaam] , waarbij FZW 125 energiemodules (hierna: Modules) aan Verwelius geleverd heeft;

 Deze nader overeengekomen garantie een aanvulling is op de overeengekomen garanties zoals opgenomen in opdrachtbevestiging (…)

 FZW in de afgelopen periode enkele Modules onder de werking van de Fabrieksgarantie heeft gerepareerd

 het denkbaar is dat gedurende de periode tot en met 1-7-2023 additionele reparaties en/of vervanging van onderdelen onder de werking van de Fabrieksgarantie noodzakelijk zijn welke door Verwelius of haar bewoners worden gemeld;

 Verwelius ASVB heeft gevraagd voor de onverhoopte en onverwachte situatie dat FZW als schuldenaar in een insolventieprocedure – meer in het bijzonder: de uitspraak van haar faillissement, verlening van surseance van betaling of het deponeren van een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet, hierna gezamenlijk: Insolventieprocedure – betrokken raakt, eventuele verplichtingen vanwege de Fabrieksgarantie over te nemen;

 ASVB zich bereid heeft verklaard onder de in deze verklaring opgenomen voorwaarden en op de daarin omschreven wijze de verplichtingen van FZW in het kader van de Fabrieksgarantie in de periode tot en met 1-7-2023 van FZW over te nemen in de situatie dat een Insolventieprocedure als hiervoor bedoeld op FZW van toepassing wordt verklaard/is;

En verklaart en garandeert dat:

Als op FZW een Insolventieprocedure van toepassing wordt verklaard en Verwelius in de periode tot en met 1-7-2023 een aanspraak onder de Fabrieksgarantie geldend zou kunnen maken en deze aanspraak vanwege de Insolventieprocedure niet door FZW kan worden nagekomen ASVB in plaats van FZW op de navolgende wijze aan de verplichtingen uit de Fabrieksgarantie voldoet:

(i) Verwelius laat de onder de Fabrieksgarantie vallende werkzaamheden aan betreffende Module op basis van een door ASVB goedgekeurde offerte van een UNETO-VNI installateur naar haar keuze (hierna: Installateur) door die Installateur uitvoeren waarna (ii) ASVB alle directe en indirecte kosten door de Installateur als Verwelius verstuurde – en door Verwelius betaalde factuur aan Verwelius vergoedt tot (iii) een maximum bedrag (berekend door de som te nemen van alle betaalde Fabrieksgaranties) van in totaal € 400.000,00. (…)”

Tijdens de totstandkoming van de garantie hebben Verwelius en Factory Zero ook gesproken over “financiële reserveringen”. In het gespreksverslag van 26 april 2022, staat onder andere:

“(…)

Voor de projecten [project 1] als [project 2] een financiële reservering wordt gecreëerd welke door Verwelius wordt beheerd tot het moment dat alle zaken zijn opgelost naar tevredenheid van Verwelius . Verwelius kan vrij over deze reservering beschikken in het geval dat de genoemde zaken in punt 1 en 2 door Factory Zero niet voor de gestelde termijn zijn afgehandeld. Het staat dan Verwelius vrij met andere derden de openstaande punten op te lossen. Door inzetting van de financiële reservering, dit betreft alle directe en indirecte kosten met alleen uitsluiting van AK derving, W&R derving als imagoschade. Dit dient aantoonbaar te zijn door middel van een open boekhouding, en naar redelijkheid en billijkheid te geschieden. Reguliere storingen en/of bewonersmeldingen die enkele weken voor deze datum gemeld zijn, zullen uitgesloten worden. Voor deze meldingen zullen Factory Zero en Verwelius naar redelijkheid en billijkheid zorgdragen voor afhandeling richting bewoners.

(…)

De nog openstaande posten voor de projecten [project 1] als [project 2] worden ingezet als financiële reservering te weten;

A. [project 1] d.d. 04-09-2019 Termijn regel T11 a € 49.500,–

B. [project 2] d.d. 08-09-2019 termijn 3 a € 97.500,–

C. [project 2] d.d. 08-09-2020 opgebouwde reservering t.b.v. geluid 2^1 kap woning a € 44.640,–

Bovenstaande bedragen blijven geserveerd bij Verwelius als financiële reservering totdat tot alle garantiezaken / opleverpunten tot de volle 100% zijn opgelost. Na 1-10-2022 bij het niet realiseren van de doelstellingen door Factory Zero, kan Verwelius vanuit deze reserveringen betalingen doen om klachten op te lossen. Dit dient aantoonbaar te zijn door middel van een open boekhouding, en naar redelijkheid en billijkheid te geschieden.

(…)”

In een e-mail van Verwelius aan Factory Zero van 2 november 2022 staat voor zover van belang het volgende:

“Wij hebben met elkaar afspraken gemaakt aan het herstellen van gebreken op de werken [project 1] (125 woningen te [plaatsnaam] ) en (…) dat deze voor het stookseizoen (1-10-2022) zouden zijn opgelost, deze termijn hebben we in overleg verleng met 1 maand (1-11-2022).
Nu de problemen nog niet zijn afgehandeld komt de zekerheidsstelling van ASVB welke afloopt 1-7-2023 (zie bijlage) in het gedrang. Deze datum is gekozen zodat de modificatie een compleet stookseizoen zouden functioneren waarmee vast komt te staan dat de modificaties naar behoren werken. Gezien het feit dat we niet meer over een compleet stookseizoen kunnen spreken kan het testen van de modificatie ook niet naar behoren worden gedaan. Wij verlangen dan ook dat de gestelde termijn in de Garantstelling wordt verlengd met 1 jaar zodat de modificaties in het stookseizoen 2023-2024 kunnen worden getest.

De problemen met de iCem-modules zagen op platenwisselaars en stekkerverbinders, ventilatieboxen, modbus connecties, boilertemperaturen, energieverbruik, en geluidproductie. Vanaf februari 2023 heeft Verwelius ook melding gemaakt bij Factory Zero van ‘ploffende leidingen’. Op 21 februari 2023 heeft Verwelius daarover, voor zover hier van belang, naar Factory Zero gemaild dat dit waarschijnlijk komt door de kunststof leidingen en dat als dat inderdaad de oorzaak is deze onder de fabrieksgarantie moeten worden vervangen door koperen leidingen. De verwachting was dat daarover binnen afzienbare tijd meer duidelijkheid zou komen.

Op 16 mei 2023 is het faillissement van Factory Zero uitgesproken. De curator heeft het pandrecht van ASVB (zie onder 2.3.) erkend.

Ten tijde van het faillissement hadden Factory Zero en Factory Zero AM B.V. vorderingen op Verwelius die vallen onder het pandrecht van ASVB.

Verwelius heeft bij brief van 16 mei 2023 aan ASVB bericht dat zij een beroep deed op de garantie.

De curator van Factory Zero heeft de overeenkomsten niet gestand gedaan. Daarop heeft Verwelius offertes opgevraagd bij UNETO-VNI installateurs voor diverse werkzaamheden:

een offerte van Watch-E voor werkzaamheden aan de monitoringsinstallatie;

een offerte van BeNext voor hardware;

een offerte van Homij DEC voor de waterpompinstallatie.

Verwelius heeft deze offertes bij brief van 28 juni 2023 aan ASVB voorgelegd en gevraagd om goedkeuring. Zij heeft ASVB daarvoor een termijn van 7 dagen na dagtekening van de brief gegeven, waarna zij bij uitblijven van een reactie de offertes zou accepteren en de kosten van de werkzaamheden in rekening zou brengen bij ASVB. Ook heeft Verwelius aan ASVB laten weten dat het voor een deel van de uit te voeren werkzaamheden nog niet was gelukt om offertes van UNETO-VNI installateurs te ontvangen.

ASVB heeft niet op de brief van 28 juni 2023 gereageerd. Verwelius heeft vervolgens werkzaamheden laten uitvoeren, onder andere door BeNext.

Op 6 juli 2023 heeft ASVB het beroep van Verwelius op de garantie afgewezen. Samengevat was het volgens ASVB niet duidelijk om welke energiemodules het ging, want Factory Zero heeft nog andere modules geleverd dan de iCem-modules. Bovendien gingen de offertes niet over additionele reparaties en/of vervanging van onderdelen op basis van de fabrieksgarantie. De offertes bevatten ook geen werkzaamheden die onder de garantie konden vallen. Ook stond volgens ASVB geenszins vast dat Factory Zero niet alsnog haar verplichtingen zou kunnen nakomen, ondanks het faillissement. Tot slot heeft ASVB erop gewezen dat de garantie inmiddels de einddatum heeft bereikt (1 juli 2023) en dat haar geen aanspraken hebben bereikt die kunnen worden gehonoreerd. Zij ging er derhalve vanuit dat zich gedurende de periode dat de garantie werking had geen gebeurtenissen hebben voorgedaan die tot een gerechtvaardigde aanspraak op de Garantie aanleiding geven.

Partijen hebben daarna gecorrespondeerd over hun verschillende interpretaties van de garantie. In een brief van 15 december 2023 heeft Verwelius geschreven dat er nog steeds problemen waren met ploffende koelleidingen, dat er een productiefout zat in warmtewisselaars waardoor deze vervangen moesten worden, dat het besturingsdisplay en het softwaresysteem niet goed werkten, dat omvormers en Wieland-stekkers verkeerd waren gemonteerd. Zij heeft ASVB verder ingelicht over het feit dat zij geen partij had kunnen vinden die de gebreken wilde verhelpen en die tevens UNETO-VNI gecertificeerd is. Verwelius heeft ASVB verzocht haar te informeren welke gekwalificeerde partij haar goedkeuring zou krijgen. Zolang Verwelius niet beschikte over een gecertificeerde installateur, zo schreef zij, zou zij een beroep doen op gekwalificeerde ZZP’ers. Verder heeft zij een factuur aan ASVB doen toekomen voor reeds gemaakte kosten ter hoogte van
€ 117.298,37 exclusief btw, € 141.931,03 inclusief btw, met daarbij een specificatie van de verrichte werkzaamheden. ASVB heeft die factuur niet betaald.

Op 6 februari, 11 maart, 21 juni en 8 augustus 2024 en op 23 april 2025 heeft Verwelius telkens facturen naar ASVB gestuurd, die door ASVB niet zijn betaald.

3Het geschil

Verwelius vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

primair

i. voor recht verklaart dat Verwelius jegens ASVB zonder maximumbedrag een rechtsgeldig beroep kan doen op de garantie in de onderhavige situatie, waarin Verwelius gedwongen is om kosten te maken teneinde gebreken in de iCem-modules die zijn ontstaan, althans hun oorsprong hebben, vóór 1 juli 2023 te verhelpen en dat ASVB dienovereenkomstig gehouden is alle kosten die direct of indirect verband houden met het verhelpen van deze gebreken en die Verwelius nu en in de toekomst moet maken, te voldoen aan Verwelius ,

subsidiair

de inhoud van de garantie tussen ASVB en Verwelius wijzigt, in de zin dat het drempelbedrag in die garantie wordt aangepast van € 400.000 (exclusief btw) naar € 600.000 (exclusief btw), en

voor recht verklaart dat Verwelius jegens ASVB tot een maximumbedrag van
€ 600.000 (exclusief btw) een rechtsgeldig beroep kan doen op de garantie in de onderhavige situatie, waarin Verwelius gedwongen is om kosten te maken teneinde gebreken in de iCem-modules die zijn ontstaan, althans hun oorsprong hebben, vóór 1 juli 2023 te verhelpen en dat ASVB dienovereenkomstig gehouden is tot een maximumbedrag van € 600.000 (exclusief btw) alle kosten die direct of indirect verband houden met het verhelpen van deze gebreken en die Verwelius nu en in de toekomst moet maken, te voldoen aan Verwelius ,

meer subsidiair

voor recht verklaart dat Verwelius jegens ASVB tot een maximumbedrag van
€ 400.000 (exclusief btw) een rechtsgeldig beroep kan doen op de garantie in de onderhavige situatie, waarin Verwelius gedwongen is om kosten te maken teneinde gebreken in de iCem-modules die zijn ontstaan, althans die hun oorsprong hebben vóór 1 juli 2023 te verhelpen en dat ASVB dienovereenkomstig gehouden is tot een maximumbedrag van € 400.000 (exclusief btw) alle kosten die direct of indirect verband houden met het verhelpen van deze gebreken en die Verwelius nu en in de toekomst moet maken, te voldoen aan Verwelius ,

primair, subsidiair en meer subsidiair

ASVB veroordeelt op grond van de garantie binnen veertien dagen na dit vonnis alle schade te betalen die Verwelius als gevolg van de gebreken in de iCem-modules heeft geleden, in totaal vastgesteld op € 405.530,87 (ex btw), te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur,

ASVB veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn voldaan.

Verwelius stelt daartoe het volgende. De garantie die ASVB heeft afgegeven strekt ertoe dat ASVB alle directe en indirecte kosten van Verwelius zal vergoeden die voortvloeien uit het herstellen van gebreken aan de iCem-modules op het moment dat Factory Zero niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen vanwege bijvoorbeeld een faillissement. Nu vast staat dat Factory Zero is failliet is, de iCem-modules gebreken vertonen en onderdelen moeten worden vervangen, terwijl Verwelius kosten maakt en heeft gemaakt, moet ASVB die kosten vergoeden. Zij heeft dat tot nu toe geweigerd. De kosten die Verwelius heeft gemaakt zien op gebreken aan de iCem-modules die zijn ontstaan vóór 1 juli 2023, althans hun oorsprong hebben vóór 1 juli 2023. Normaal zouden deze gebreken onder de fabrieksgarantie vallen. Hoewel een maximumbedrag van € 400.000 in de garantie is opgenomen, was het de bedoeling van partijen dat alle kosten die voorheen gedragen zouden worden door Factory Zero nu door ASVB aan Verwelius vergoed moeten worden, dus ook als het maximumbedrag wordt overschreden. Ook aan het vereiste dat de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op basis van een door ASVB goedgekeurde offerte van een UNETO-VNI installateur is volgens Verwelius voldaan. Dit was slechts om ASVB enige controle te geven op de persoon en de kwaliteit van de installateur, maar partijen waren toen nog in de veronderstelling dat er voldoende installateurs beschikbaar waren. Met de inspanning die Verwelius op dit vlak heeft geleverd door diverse offertes op te vragen en de passieve houding van ASVB moet worden geconcludeerd dat aan deze voorwaarde is voldaan.

ASVB voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Verwelius in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

Over de inhoud van de garantie is tussen Verwelius en ASVB niet rechtstreeks onderhandeld. Verwelius heeft de eis van een aanvullende garantie door moederconcern ASVB gesteld aan Factory Zero, die vervolgens aan ASVB om een garantie heeft verzocht. ASVB heeft daarop aan Factory Zero een eerste conceptgarantie verstrekt. Nadere wensen van Verwelius zijn door Factory Zero doorgegeven aan ASVB, die er uiteindelijk twee heeft ingewilligd: de looptijd werd verlengd tot 1 juli 2023 en het maximum bedrag werd verhoogd tot € 400.000,00. Zo is de garantie uiteindelijk door Verwelius geaccepteerd.

Dit betekent dat de garantie niet zonder meer kan worden uitgelegd aan de hand van het Haviltex criterium. Van belang zijn in ieder geval wel de omstandigheden waaronder en de redenen waarom om de garantie werd verzocht. Die moeten immers ook bij ASVB als garantie verstrekkende moedermaatschappij bekend zijn geweest. Daarbij ging het erom dat Factory Zero een beginnend bedrijf was, ruim een jaar voor het aangaan van de overeenkomst met Verwelius opgericht, en dat de door haar geleverde iCem-modules al vanaf oktober 2020 gebreken vertoonden. In april 2022 werd afgesproken dat Factory Zero die gebreken voor aanvang van het stookseizoen 2022/23 zou hebben verholpen. Dat zou betekenen vóór 1 oktober 2022, later verlengd tot 1 november 2022. Daarmee zou vast komen te staan dat ze naar behoren werkten.

Het gaat bij de uitleg echter vooral om de tekst van de garantie. In de ‘considerans’ wordt het denkbaar geacht dat gedurende de periode tot en met 1 juli 2023 additionele reparaties en/of vervanging van onderdelen welke door Verwelius of haar bewoners worden gemeld noodzakelijk zijn. Dat duidt op gebreken waarover tot en met 1 juli 2023 door bewoners is geklaagd, dan wel gebreken die tot en met die datum door Verwelius zijn gemeld, problemen dus die zich tot en met 1 juli 2023 hebben geopenbaard. Verder verklaart ASVB zich daarin bereid onder de in de verklaring opgenomen voorwaarden de verplichtingen van Factory Zero in de periode tot en met 1 juli 2023 over te nemen in geval van insolventie van Factory Zero. Dat duidt op verplichtingen die tot en met 1 juli 2023 zouden zijn ontstaan. Tenslotte gaat het in de uiteindelijke garantie om een aanspraak (onder de fabrieksgarantie) die Verwelius in de periode tot en met juli 2023 geldend zou kunnen maken.

Wanneer de hiervoor aangehaalde overwegingen uit de garantie in onderling verband worden bezien, dan blijkt daaruit dat het moet gaan om gebreken die zich tot en met 1 juli 2023 hebben geopenbaard. Dat zouden weliswaar ook constructiefouten kunnen zijn, die het nodig maakten alle modules op dat punt te reviseren, maar dan had dit tot en met 1 juli 2023 bij of door Verwelius moeten zijn gemeld en dat is niet het geval. In de hiervoor onder 2.10. vermelde e-mail van 21 februari 2023 wordt de mogelijkheid van een constructiefout wel geopperd, maar daarover zou binnen afzienbare tijd meer duidelijkheid komen. Klaarblijkelijk is die duidelijkheid er tot en met 1 juli 2023 niet gekomen; in ieder geval is deze constructiefout in die periode niet als zodanig door Verwelius bij Factory Zero of ASVB gemeld.

Deze uitleg strookt met de bedoeling en de verwachtingen van Verwelius en Factory Zero in april 2022, toen de garantie werd verstrekt. Het idee was immers dat als Factory Zero de gebreken vóór 1 november 2022 zou hebben verholpen, daarmee vast zou komen te staan dat de modules naar behoren werkten. Zoals Verwelius zelf stelt in de dagvaarding onder 41.: “Partijen veronderstelden dat alle mogelijke nog opspelende problemen zich niet later dan gedurende het komende stookseizoen 2022-2023 zouden openbaren. (…) om die reden is de datum 1 juli 2023 opgenomen.” Ook nadien bleven er echter klachten komen, maar de termijn van de garantstelling werd, anders dan Verwelius wenste, niet verlengd. (zie e-mail van Verwelius van 2 november 2022 onder 2.9.)

Voor de uitleg van Verwelius dat het niet alleen zou gaan om gebreken die zich hebben geopenbaard tot en met 1 juli 2023, maar ook om gebreken die zich weliswaar later hebben geopenbaard, maar die hun oorsprong hebben in deze periode, zijn in de garantie en in de gang van zaken bij de totstandkoming daarvan geen aanknopingspunten te vinden.

Daarmee ontvalt de grondslag aan de vordering. Gebreken die tot en met 1 juli 2023 bij of door Verwelius zijn gemeld en die zij vanwege het faillissement van Factory Zero noodgedwongen zelf heeft laten verhelpen, zouden wellicht wel onder de garantie vallen.
De kosten daarvan zijn echter niet gespecifieerd en afzonderlijk gevorderd.

Dit betekent dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Verwelius wordt als de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de proceskosten. De proceskosten van ASVB worden begroot op:

– griffierecht

6.617,00

– salaris advocaat

7.004,00

(2 punten × € 3.502,00)

– nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

13.799,00

De gevorderde wettelijke rente over de nakosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Verwelius in de proceskosten van € 13.799,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Verwelius niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt Verwelius tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten van € 178,00 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, rechter in deze rechtbank, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.