ECLI:NL:RBAMS:2025:2157 Rechtbank Amsterdam , 24-03-2025 / 24/2278
Reinigingsrecht. De aanslag is op basis van de informatie van eiseres en het dossier ten onrechte opgelegd. Eiseres heeft voor de zitting een situatiefoto, foto's van de tussenmeters en een overzicht overlegd van een tussenmeters in de door haar gebruikte units. Hiermee heeft zij voor de rechtbank geprobeerd inzichtelijk te maken hoe het nu zit met het daadwerkelijke verbruik. De rechtbank heef...
9 min de lecture · 1,781 mots
Inhoudsindicatie. Reinigingsrecht. De aanslag is op basis van de informatie van eiseres en het dossier ten onrechte opgelegd. Eiseres heeft voor de zitting een situatiefoto, foto's van de tussenmeters en een overzicht overlegd van een tussenmeters in de door haar gebruikte units. Hiermee heeft zij voor de rechtbank geprobeerd inzichtelijk te maken hoe het nu zit met het daadwerkelijke verbruik. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om hier nader onderzoek naar te doen. De heffingsambtenaar heeft vervolgens enkel gesteld dat na onderzoek en contact met eiseres de aanslag kan worden verlaagd tot € 1.534,15. Hiermee heeft de heffingsambtenaar op geen enkele manier inzichtelijk gemaakt hoe hij tot de verlaging van de aanslag van 9 december 2024 is gekomen. Niet is duidelijk geworden welk onderzoek is verricht, van welk verbruik de heffingsambtenaar uitgaat en op welke meterstanden de heffingsambtenaar zich baseert. Zonder nadere motivering is niet te volgen waarom eiseres als gebruiker wordt aangeslagen voor een waterverbruik tot een bedrag van € 1.534,15. Eiseres heeft aan de andere kant wel gemotiveerd welke units bij haar in gebruik waren en hoe het waterverbruik is opgebouwd. Dit heeft zij gedaan aan de hand van foto’s van de watermeters/tussenmeters en overzichten. De rechtbank vindt dat eiseres overtuigend heeft gemotiveerd dat haar totale waterverbruik voor het belastingjaar 2020 82 m3. Nu dit verbruik lager is dan 300 m3 heeft de heffingsambtenaar eiseres ten onrechte een aanslag rioolheffing gebruiker opgelegd.
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/2278
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2025 in de zaak tussen
Katoen Natie Amsterdam B.V ., uit Amsterdam, eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] )
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam.
Inleiding
1. In een beschikking van 5 december 2024 heeft de heffingsambtenaar aan eiseres een aanslag rioolheffing gebruiker over het belastingjaar 2020 (de aanslag) voor het perceel [adres 1] ( [locatie] [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] ) (hierna: de units) in Amsterdam opgelegd voor een bedrag van € 12.842,82.
In een uitspraak op het bezwaar (de bestreden uitspraak) van 24 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard en het bedrag verlaagd naar € 5.077,30.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2. De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van de heer mr. P.E.H.A. Ingenhou.
3. De rechtbank heeft het beroep ter zitting geschorst. Zij heeft de heffingsambtenaar de gelegenheid gegeven om onderzoek te doen naar het watergebruik van de units en na te gaan welk verbruik aan eiseres valt toe te rekenen. De heffingsambtenaar heeft op
9 december 2024 de rechtbank nader geïnformeerd. Eiseres heeft op haar beurt op
19 december 2024 daar een reactie op gegeven.
4. De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting.
Feiten en omstandigheden
5. Eiseres is een opslagbedrijf van cacao en cacaoproducten . Om haar activiteiten goed te kunnen uitoefenen, huurde eiseres voor een periode tot en met 31 december 2021 enkele loodsen gelegen op het bedrijventerrein ‘ [naam bedrijventerrein] ’. Op dit bedrijventerrein zijn verschillende loodsen/units gelegen, die in gebruik zijn/waren van diverse eigenaren en huurders. Eiseres was huurder van de units [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] gelegen aan de [adres 1] (voorheen [adres 2] ). Elke unit aan de [adres 1] heeft een eigen tussenmeter om het waterverbruik per unit bij te houden.
Standpunt eiseres
6. Eiseres heeft na bezwaar een aanslag opgelegd gekregen tot een grondslag van 8.476 m3. Zij is het hier niet mee eens nu er volgens haar in 2020 nagenoeg geen water werd gebruikt in de gehuurde units. Zoals de gemachtigde van eiseres op zitting heeft verklaard is cacao bij uitstek een product dat niet goed samen gaat met water, waardoor dat alleen al zou moeten verklaren dat eiseres weinig tot geen water heeft verbruikt. Eiseres heeft periodiek de tussentijdse meterstanden van de tussenmeters met de nummers 5707108, [tussenmeternummer 2] en [tussenmeternummer 3] die zich in de gehuurde units [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] bevinden genoteerd. Als bewijs heeft zij foto’s overgelegd van de betreffende watermeterstanden. Dit is het feitelijk verbruik geweest in 2020. De watermeters met de nummers [watermeternummer 1] en [watermeternummer 2] waarop de heffingsambtenaar het waterverbruik van eiseres heeft vastgesteld zien op het waterverbruik van heel [adres 1] en dus van alle units. Eiseres denkt dat mogelijk bij de doorgevoerde adreswijzigingen van [adres 2] in [adres 1] de watermeters met de nummers [watermeternummer 1] en [watermeternummer 2] ten onrechte op haar naam zijn gesteld.
Beoordeling door de rechtbank
7. In geschil is of de aanslag rioolrecht gebruiker voor het belastingjaar 2020 terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.
Juridisch kader
8. Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet in samenhang met artikel 2, onder a, van de Verordening Rioolheffing 2020 van de gemeente Amsterdam (de Verordening) wordt onder de naam rioolheffing een directe belasting geheven voor onder andere de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater.
9. Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waar uit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd (het gebruikersdeel). Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt, degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat van het perceel wordt afgevoerd voor zover dit uitkomt boven de 300 m3.
Het verbruik
10. Naar aanleiding van de schorsing heeft de heffingsambtenaar onderzoek gedaan en contact gehad met eiseres. De heffingsambtenaar heeft in zijn schrijven van 9 december 2024 aan de rechtbank laten weten dat de aanslag verder kan worden verminderd tot de tariefklasse van 1.000 m3 tot en met 5.000 m3. Dit is de één na laagste tariefklasse. De aanslag wordt verminderd tot € 1.534,15.
11. Eiseres heeft hierop gereageerd met haar schrijven van 19 december 2024. Zij stelt zich op het standpunt dat door de heffingsambtenaar niet wordt verklaard hoe tot deze hoeveelheid afgevoerd water is gekomen. Verder heeft eiseres geconcludeerd dat zij in 2020 nog meer units in gebruik had op het perceel aan de [adres 1] , namelijk de units [nummer 1] tot en met [nummer 4] . In haar reactie is een overzicht opgenomen waarin per unit het meternummer, de meterstanden per 31 december 2019 en 4 januari 2021 zijn weergegeven en het verbruik per unit. Zij heeft het verbruik van water actief heeft vastgesteld en dit door middel van foto’s gedocumenteerd. Het waterverbruik van de units [nummer 1] tot en met [nummer 4] was in 2020 82 m3. Omdat daarmee niet boven de drempelwaarde van 300 m3 wordt uitgekomen, behoort er geen aanslag te worden opgelegd.
12. De rechtbank komt op basis van de informatie van eiseres en het dossier tot het oordeel dat de aanslag ten onrechte is opgelegd, zij zal dit hieronder toelichten.
13. Eiseres heeft voor de zitting een situatiefoto, foto’s van de tussenmeters en een overzicht overlegd van de tussenmeters in de door haar gebruikte units. Hiermee heeft zij voor de rechtbank inzichtelijk proberen te maken hoe het nu zit met het daadwerkelijke verbruik. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om hier nader onderzoek naar te doen. De heffingsambtenaar heeft vervolgens enkel gesteld dat na onderzoek en contact met eiseres de aanslag kan worden verlaagd tot € 1.534,15. Hiermee heeft de heffingsambtenaar op geen enkele manier inzichtelijk gemaakt hoe hij tot de verlaging van de aanslag van 9 december 2024 is gekomen. Niet is duidelijk geworden welk onderzoek is verricht, van welk verbruik de heffingsambtenaar uitgaat en op welke meterstanden de heffingsambtenaar zich baseert. Zonder nadere motivering is niet te volgen waarom eiseres als gebruiker wordt aangeslagen voor een waterverbruik tot een bedrag van € 1.534,15. Eiseres heeft aan de andere kant wel gemotiveerd welke units bij haar in gebruik waren en hoe het waterverbruik is opgebouwd. Dit heeft zij gedaan aan de hand van foto’s van de watermeters/tussenmeters en overzichten. De rechtbank vindt dat eiseres overtuigend heeft gemotiveerd dat haar totale waterverbruik voor het belastingjaar 2020 82 m3. Nu dit verbruik lager is dan 300 m3 heeft de heffingsambtenaar eiseres ten onrechte een aanslag rioolheffing gebruiker opgelegd.
Conclusie en gevolgen
14. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en de bestreden uitspraak op bezwaar vernietigen. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en de aanslag rioolheffing gebruiker voor het belastingjaar 2020 vernietigen en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de bestreden uitspraak op bezwaar.
15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de heffingsambtenaar aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt. Van enige voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
vernietigt de aanslag rioolheffing gebruiker voor het belastingjaar 2020;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.W. Jansen, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. van der Maas, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
24 maart 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op http://www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Artikel 3, eerste lid, onder b van de Verordening.
- Artikel 3, vierde lid, onder a van de Verordening.
- Artikel 5, tweede lid, van de Verordening.
- Artikel 6, tweede lid, van de Verordening.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...