ECLI:NL:RBAMS:2025:4503 Rechtbank Amsterdam , 02-07-2025 / 23/420 en 23/421

Beroep tegen evenementenvergunning en omgevingsvergunning [naam]. Ongegrond. Passeren gebrek 6:22 Awb. Beroep dwangsombesluit niet-ontvankelijk.

Source officielle

21 min de lecture 4,607 mots

Inhoudsindicatie. Beroep tegen evenementenvergunning en omgevingsvergunning [naam]. Ongegrond. Passeren gebrek 6:22 Awb. Beroep dwangsombesluit niet-ontvankelijk.

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 23/420 en AMS 23/421

uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats 1] , eiseres ( [eiseres] )

(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ),

[eiser] ¸ uit [woonplaats 2] , eiser ( [eiser] )

(gemachtigden: [gemachtigde 3] , [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ),

[naam vereniging] , uit [vestigingsplaats] , eiseres (de Vereniging)

(gemachtigden: [gemachtigde 3] , [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ),

(hierna samen aangeduid als: eisers)

en

de burgemeester van Amsterdam (de burgemeester),

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het college)

(hierna samen aangeduid als: verweerder. Gemachtigden: [gemachtigde 4] en mr. M.J.P. Kamp).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [vergunninghouder] , uit Amsterdam (vergunninghouder).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen een evenementenvergunning en een omgevingsvergunning voor het evenement [naam] , dat op [datum 1] 2022 heeft plaatsgevonden in Amsterdam op de locatie [locatie 1] (hierna worden de twee vergunningen samen aangeduid als: de vergunningen). Eisers zijn het niet eens met de verlening van die vergunningen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de vergunningen.

2. Ook gaat deze uitspraak over een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de vergunningen. Het college heeft op 16 januari 2023 besloten dat er geen dwangsommen verschuldigd zijn (hierna: het dwangsombesluit). [eiseres] is het daarmee niet eens. Het bezwaar van [eiseres] tegen die beslissing is door verweerder aan de rechtbank doorgestuurd en wordt ook in deze uitspraak behandeld.

3. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen en de twee vergunningen op goede gronden zijn verleend. Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond voor zover zij gaan over de vergunningen. Voor wat betreft de ingebrekestelling komt de rechtbank in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

4. Vergunninghouder heeft zowel een evenementenvergunning als een omgevingsvergunning aangevraagd voor het evenement [naam] dat op [datum 1] 2022 (op- en afbouw van [datum 2] tot en met [datum 3] 2022) heeft plaatsgevonden op de locatie [locatie 1] . De burgemeester heeft op [datum 2] 2022 de evenementenvergunning verleend en het college heeft op 10 juni 2022 de omgevingsvergunning verleend. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van beide vergunningen.

5. Omdat een beslissing op de bezwaren van eisers uitbleef, is verweerder in gebreke gesteld. Het college heeft in het dwangsombesluit besloten dat er geen dwangsommen verschuldigd zijn.

6. Met de beslissing op bezwaar van 7 december 2022 is het college bij de verlening van de omgevingsvergunning gebleven (hierna: bestreden besluit I). Met de beslissing op bezwaar van 20 december 2022 is de burgemeester bij de verlening van de evenementenvergunning gebleven (hierna: bestreden besluit II).

7. Eisers hebben beroep ingesteld tegen bestreden besluiten I en II. Zij hebben diverse beroepschriften ingediend en verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen het dwangsombesluit.

8. De rechtbank heeft de beroepen op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres] , de gemachtigden van eisers, de gemachtigden van verweerder, vergezeld door [de persoon 1] (geluidsdeskundige aan de zijde van verweerder), mr. S. Roelofsen (werkzaam bij verweerder) en [de persoon 2] (werkzaam bij verweerder), en vergunninghouder. Namens vergunninghouder was ook aanwezig: [de persoon 3] .

Beoordeling door de rechtbank

9. De rechtbank merkt eisers aan als belanghebbenden in hun beroep tegen de vergunningen en sluit zich aan bij hetgeen daarover is opgemerkt in de bestreden besluiten. Ook is de rechtbank met verweerder van oordeel dat eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de besluiten tot vergunningverlening voor een evenement dat al heeft plaatsgevonden, nu het aannemelijk is dat nieuwe besluiten over soortgelijke vergunningaanvragen zullen volgen. Het evenement vindt namelijk jaarlijks plaats.

10. In de evenementenvergunning staat – onder meer – dat volgens het Geluidbeleid van de gemeente Amsterdam het maximale geluidsniveau 85 dB(C) op de gevel is. Voor de locatie waar het evenement wordt gehouden, [locatie 1] , geldt een locatieprofiel. In het locatieprofiel zijn randvoorwaarden opgenomen die een nadere invulling geven aan het stedelijke geluidbeleid. Voor de [locatie 1] is bepaald dat een maximum aantal evenementendagen geldt van 17, waarvan 8 voor grote evenementen (2.000 – 15.000 bezoekers), waarvan totaal maximaal 5 evenementdagen mogen plaatsvinden met een geluidsbelasting tussen de 75 en 85 dB(C). In het advies van de Omgevingsdienst van 8 juni 2022 over deze aanvraag staat vermeld dat als aanvulling op het locatieprofiel voor deze locatie als dringende doelstelling een gevelnorm van 80 dB(C) geldt. Als hier niet aan kan worden voldaan moet deugdelijk worden gemotiveerd waarom dit voor het betreffende evenement wel aanvaardbaar is. Als harde grens geldt de 85 dB(C) gevelnorm. De Omgevingsdienst acht de maatregelen opgenomen in het bij de aanvraag ingediende akoestisch onderzoek van Westerveld Advies B.V. van 15 april 2022 voldoende en adviseert om voorschriften en voorwaarden aan de vergunning te verbinden. De vergunning vermeldt dat in de planvorming van [naam] ( [naam] ) op drie van de vijf meetpunten de maximaal berekende geluidsnorm op of onder de 80 dB(C) ligt en op één meetpunt op 81 dB(C). Dit is mogelijk gemaakt door een bepaalde podiumopstelling. Daardoor is het echter mogelijk dat bij een paar woningen aan de Haarlemmerweg een maximale gevelbelasting van 84 dB(C) kan voorkomen. Dit is echter nog onder de maximale gevelnorm van 85 dB(C). Er is muziek geprogrammeerd op [dag] [datum 1] 2022 van 12:00 – 23:00 uur. Er zijn maximaal 12.000 bezoekers toegestaan. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen wordt in de vergunning overwogen dat naar aanleiding van de planvorming van [naam] geen sprake zal zijn van overmatige overlast en dus ook geen disproportionele aantasting van het woon- en leefklimaat.

11. Eisers hebben erkend dat binnen de normen van het beleid en het locatieprofiel is vergund. Ook is op de zitting verklaard dat het geluidsniveau bij de editie 2022 van [naam] blijkens de metingen onder de 80 dB(C) is gebleven. Dat was ook in 2023 het geval, maar in 2024 was er weer meer geluid. Dat had volgens eisers te maken met het hogere bezoekersaantal dat toen is vergund. Tegen de vergunningen voor de editie 2024 is echter geen beroepsprocedure gevoerd. Eisers hebben vooral bezwaar tegen de voorwaarden van het locatieprofiel zelf. De locatie was van oudsher bestemd en geschikt bevonden voor kleinschalige evenementen met een intiem karakter waarbij dance-evenementen niet waren toegestaan. Het locatieprofiel van 2018 stond deze ook niet toe. Het in 2022 geldende profiel is volgens eisers zonder deugdelijke participatie of inspraak tot stand gekomen. De belangen van de omwonenden zijn daardoor niet serieus genomen. De vergunning en het beleid waarop deze is gebaseerd geeft ruimte voor onduldbare overlast door [naam] en doet afbreuk aan het woon- en leefgenot. De norm van 85 dan wel 80 dB(C) op de gevel is te hoog en maakt het mogelijk dat dance-evenementen plaatsvinden op de locatie met veel geluidsoverlast. Ook zijn er ernstige problemen geweest met de verkeersafwikkeling in de buurt. Er wordt ook onvoldoende rekening gehouden met cumulatie van geluidsoverlast, doordat op sommige locaties overlast wordt ervaren vanuit meerdere evenementenlocaties. Omdat ernstige geluidsoverlast en hinder aantoonbaar gezondheidsklachten veroorzaakt levert het beleid ook strijd op met onder meer artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin – onder meer – in het recht op respect op privé-leven wordt voorzien. Eisers betogen dat de burgemeester door de vergunningverlening/het beleid de omwonenden geen adequate rechtsbescherming biedt en hun belangen ondergeschikt maakt aan die van de evenementen. Er is sprake van strijd met algemene rechtsbeginselen, in het bijzonder met het evenredigheidsbeginsel. Zij verzoeken de rechtbank om het locatieprofiel voor de [locatie 1] onverbindend te verklaren en de vergunningen te vernietigen.

12. Verweerder heeft zich in de bestreden besluiten kort gezegd op het standpunt gesteld dat bij deze vergunningverlening niet inhoudelijk wordt ingegaan op de bezwaren van eisers tegen de totstandkoming of de inhoud van het beleid en de locatieprofielen. In het bestreden besluit is wel kort geschetst hoe het beleid en de locatieprofielen tot stand zijn gekomen, alsmede dat er een evaluatie van de locatieprofielen is geweest in 2019 en dat als gevolg daarvan in 2020 – onder meer – het locatieprofiel van de [locatie 1] is aangepast, zodat daar ook dance-evenementen kunnen plaatsvinden. Daarbij is er ook ruimte geweest voor inbreng en inspraak van omwonenden waaronder eisers. Getoetst wordt slechts of bij de vergunningverlening de geldende regels juist zijn toegepast en of er een evenwichtige afweging van de belangen heeft plaatsgevonden. Verweerder heeft gemotiveerd overwogen dat dit het geval is geweest.

13. De vergunninghouder heeft op de zitting van de rechtbank opgemerkt het niet eens te zijn met de stelling van eisers dat er geen inspraak is geweest van omwonenden bij de totstandkoming van de locatieprofielen. Ook is vergunninghouder het er niet mee eens dat het beleid door de gemeenteraad zou zijn gesluisd, zoals eisers stellen. Inspraak is er wel degelijk geweest, er zijn zienswijzen ingediend, er is overleg geweest met omwonenden en met de evenementenbranche. De gemeente heeft veel tijd gestoken in het maken van het stadsbrede beleid. Deze stadsbrede evenementenvisie ging veel verder dan het oude beleid en heeft tot conflicten geleid. Ook de evenementenbranche heeft moeten slikken. Er is zeker geen sprake geweest van een eenzijdig proces. Een en ander heeft geleid tot goede uitgebalanceerde locatieprofielen, aldus nog steeds de vergunninghouder.

14. Artikel 2.43 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Amsterdam bepaalt dat de burgemeester een evenementenvergunning kan weigeren als naar haar oordeel een van de daarin genoemde weigeringsgronden zich voordoet. Bij evenementen met geluid kan er sprake zijn van een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat of het evenement kan zich niet verdragen met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden. De burgemeester is bevoegd, maar niet verplicht, een evenementenvergunning te weigeren als een weigeringsgrond zich voordoet. De burgemeester heeft ter invulling van haar bevoegdheid beleidsregels opgesteld. In dat beleid wordt opgemerkt dat door deze beleidsregels voor iedereen duidelijk is waarom voor het ene evenement wel en voor het andere evenement geen vergunning wordt verleend, of waarom er bepaalde voorschriften worden verbonden aan de vergunning, in dit beleid specifiek gericht op de regulering van de geluidbelasting bij evenementen.

15. De rechtbank vat de door eisers aangevoerde gronden tegen de voorwaarden van het locatieprofiel op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel en een verzoek tot exceptieve toetsing van het geluidbeleid en het toepasselijke locatieprofiel. Het evenredigheidsbeginsel is in het nationale recht neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor alle besluiten waarbij het bestuursorgaan voor haar besluitvorming beleidsruimte heeft, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een beoordelingskader geformuleerd. Aan die besluitvorming zal het bestuursorgaan een op grond van artikel 3:4, eerste lid, van de Awb te maken afweging van de rechtstreeks betrokken belangen ten grondslag moeten leggen. Exceptieve toetsing houdt in dat de bestuursrechter in het kader van een beroep tegen een besluit, de rechtmatigheid van (in dit geval) de beleidsregels toetst aan hoger recht of algemene rechtsbeginselen. Daarbij kunnen, afhankelijk van het type besluit, de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid een rol spelen. In hoeverre dat het geval is, wordt ook bepaald door de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden. Verder wordt de intensiteit van de rechterlijke toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bepaald door onder meer de aard en de mate van de beleidsruimte van het bestuursorgaan, de aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en de aard van de betrokken belangen en de mate waarin deze door het besluit worden geraakt.

16. De rechtbank stelt vast dat inhoudelijke beroepsgronden tegen de bestreden besluiten zelf niet zijn aangevoerd. Tegen de omgevingsvergunning is alleen aangevoerd dat deze veel te laat is bekendgemaakt (zie verder onder rechtsoverweging 22 en verder). De gronden richten zich, als gezegd en ook erkend door eisers, tegen de inhoud en de totstandkoming van het beleid en de locatieprofielen die bij de verlening van de evenementenvergunning worden toegepast. Voor het evenement [naam] 2022 is door eisers zelfs erkend dat dit nauwelijks geluidoverlast heeft veroorzaakt en dat blijkens de metingen tijdens het evenement het geluidsniveau binnen de door de Omgevingsdienst geadviseerde 80 dB(C) op de gevel is gebleven. Ook in 2023 was dat het geval. In 2024 was er meer geluid, volgens eisers als gevolg van een hoger aantal bezoekers. De rechtbank overweegt dat hiermee niet is onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat in 2022 of in de daarop volgende jaren tijdens het evenement sprake is geweest van onduldbare geluidhinder, dan wel dat de voorwaarden van het locatieprofiel dat mogelijk zouden maken.

17. De rechtbank overweegt verder dat niet is gebleken van onrechtmatigheid – door onzorgvuldige voorbereiding dan wel anderszins – van het door verweerder opgestelde geluidbeleid en de locatieprofielen. In de beleidsregel Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam, wordt als uitgangspunt geformuleerd dat evenementen bij de stad horen en dat zij bijdragen aan het aanbod van activiteiten voor zowel bezoekers als bewoners van Amsterdam. Tegelijkertijd veroorzaken ze overlast voor omwonenden, hetgeen tot op zekere hoogte onvermijdelijk is. Deze spanning wordt zowel in het oude als het nieuwe beleid onderkend. Bij de hernieuwde invulling van het geluidbeleid voor muziekevenementen wil verweerder een betere balans vinden tussen het beperken van de geluidoverlast voor omwonenden en goed georganiseerde en voor bezoekers aantrekkelijke evenementen. Daarnaast wordt in paragraaf 1.4 een uitgebreide verantwoording gegeven met betrekking tot de totstandkoming van het beleid. Daarin wordt vermeld dat onderzoek naar het oude beleid heeft plaatsgevonden en dat de vernieuwing is besproken met zowel vertegenwoordigers van omwonenden als met vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche. Met betrekking tot een aantal technisch inhoudelijke onderdelen is een Expertgroep Geluid ingesteld met daarin deskundigen van diverse geluidsadviesbureaus en met inbreng vanuit de TU Eindhoven. Er is in 2017 locatieonderzoek uitgevoerd voor diverse evenementenlocaties en rekening houdend met specifieke locatiekenmerken zijn geluidlocatieprofielen opgesteld. Daarbij is ook rekening gehouden met de door eisers genoemde cumulatie, althans voor zover daarmee wordt gedoeld op overlapgebieden voor evenementenlocaties. Voor eventueel gelijktijdig gehouden evenementen geldt voor die gebieden ook als dagnorm het maximum van 85 dB(C). Daarbij is in elk locatieprofiel vastgelegd hoeveel evenementen mogen plaatsvinden. In het overgangsjaar 2017 zijn een aantal nieuwe elementen in het beleid uitgeprobeerd bij evenementen. De resultaten daarvan zijn onderzocht, er is gekeken naar feitelijk opgetreden meetwaarden bij een 15-tal evenementen. De evaluaties zijn input geweest voor de definitieve invulling van het beleid. Dat geldt ook voor de inspraakreacties op het ter inspraak gelegde Geluidbeleid en de nieuwe locatieprofielen voor evenementen. Voorts wordt in de locatieprofielen van december 2020 vermeld dat de in 2018 vastgestelde locatieprofielen voor evenementen in 2018 en 2019 het kader hebben gevormd voor de vergunningverlening in die jaren op de betreffende locaties. In 2019 zijn de locatieprofielen geëvalueerd. Er is beoordeeld in hoeverre de locaties ‘in balans’ waren, kijkend naar de programmering in relatie tot de consequenties voor het gebruik van de locatie en de druk die het legt op de omgeving. De beoordeling of de locaties in balans zijn, is samen gedaan met de stadsdelen. Naar aanleiding van de evaluatie zijn in 2020 wijzigingen in de profielen aangebracht, zodat vanaf 2021 duidelijk is binnen welke kaders evenementen kunnen worden gehouden. Door allerlei ontwikkelingen in de stad kan het zijn dat het gewenst is een profiel aan te passen, daarom worden zij jaarlijks beoordeeld. Bij grote aanpassingen worden deze weer ter inspraak voorgelegd.

18. Voor het locatieprofiel [locatie 1] heeft per 2020 zo’n aanpassing plaatsgevonden. Eisers hebben aangevoerd dat zij het niet eens zijn met de grote schaal waarop evenementen op de [locatie 1] sinds de aanpassing van het locatieprofiel in 2020 mogelijk zijn gemaakt. Ook zijn zij tegen de mogelijkheid om dance-events te laten plaatsvinden op de locatie, die van oudsher alleen geschikt werd bevonden voor kleinschalige, intieme evenementen. Ook het stadsdeel zou tegen de genoemde aanpassing zijn geweest. Er is ook geheel niet geluisterd naar de bezwaren van de omwonenden.

19. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de nu ingebrachte bezwaren van eisers tegen het gewijzigde locatieprofiel overeenkomen met de indertijd door [naam vereniging] ingebrachte zienswijzen en dat daarop zorgvuldig en gemotiveerd is gereageerd. Dit blijkt uit de Nota van Beantwoording/reactie op de inspraak op evenementenbeleid (inclusief locatieprofielen en handhavingsstrategie, hierna: “de Nota”) , overgelegd bij het verweerschrift. In de reactie van het college op die zienswijze is uitgelegd dat de locatie juist wel geschikt is voor grootschalige evenementen (in tegenstelling tot het [locatie 2]) en dat de in het oude profiel voorkomende kwalificatie “dance” is weggelaten omdat voor het onderscheid in muziekstijlen geen juridische basis is op grond van het nieuwe Geluidbeleid 2018. Daarbij geldt immers alleen de maximale norm van 85 dB(C) op de gevel voor een beperkt aantal evenementen. Wel wordt erkend dat muziekevenementen, in het bijzonder dance festivals, vanwege duur en gebruik van relatief veel bastonen tot overlast leiden. Daarom zal volgens de Nota in het stedelijk locatiebeleid in 2021 verder worden verkend of onderscheid gemaakt moet worden in festival (lang) of concert (kort). Dat zou dan kunnen doorwerken in het locatieprofiel voor de [locatie 1] , dat om die reden maar voor 1 jaar geldt. Ter zitting heeft verweerder nog toegelicht dat het stadsdeel inderdaad de grote evenementen in het [locatie 2] wilde laten plaatsvinden omdat het draagvlak voor grote evenementen in de [locatie 1] beperkt was. Echter, het college heeft anders beslist en dat heeft juist te maken met de verschillen in de locaties, waarbij evenementen met als maximale norm 85 dB(C) niet mogelijk bleken in het [locatie 2] vanwege de dichtbij zijnde bebouwing en op de locatie [locatie 1] wel. De rechtbank overweegt dat de ervaringen van eisers en de metingen bij [naam] 2022 aansluiten bij deze beslissing van het college. De geluidsbelasting is immers onder de 80 dB(C) gebleven.

20. Verder hebben de bezwaren/zienswijzen over de verkeersproblematiek bij de evenementen op de [locatie 1] geleid tot de opstelling van een mobiliteitsmanagementplan door de Ondernemersvereniging [locatie 1] in samenwerking met de verkeersafdelingen van de gemeente. De eisen van dit plan zullen worden opgenomen als voorschriften in de vergunningen. In de Nota staat dat dit plan, voor zover mogelijk tijdens corona, zal worden getest en zo nodig zal het locatieprofiel op dit punt na evaluatie worden bijgesteld. Ter zitting heeft de vergunninghouder toegelicht dat er in 2022 inderdaad veel problemen zijn geweest met de verkeersafwikkeling. Ook in het verweerschrift is erkend dat er problemen waren met de mobiliteit in 2021. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie is een nieuw mobiliteitsplan opgesteld. Omdat ook daarmee de problemen nog niet geheel lijken te zijn opgelost is voor 2023 en 2024 niet voor het maximaal aantal bezoekers vergunning verleend. Vergunninghouder heeft op de zitting toegelicht dat er in die jaren veel minder tot geen problemen zijn geweest met de verkeersafwikkeling, althans dat de organisator en de gemeente daarover van omwonenden geen klachten hebben ontvangen.

21. De rechtbank is van oordeel dat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet is gebleken van een onevenwichtige afweging van de belangen van omwonenden enerzijds en die van de evenementenbranche anderzijds bij de totstandkoming van het beleid. Voor zover eisers vinden dat evenementen niet mogen leiden tot enige geluid- en of verkeershinder, kunnen zij niet worden gevolgd. Uit de aangevoerde beroepsgronden is verder ook niet aannemelijk geworden dat het Geluidbeleid en het hier toepasselijke locatieprofiel heeft geleid tot verlening van vergunningen die het woon- en leefklimaat onevenredig hebben aangetast dan wel tot onduldbare (geluid)hinder voor omwonenden heeft geleid. Ook voor het aannemen van strijd met artikel 8 van het EVRM van de vergunningen en het beleid ziet de rechtbank geen aanknopingspunten. Van onrechtmatigheid van de bestreden besluiten dan wel het beleid waarop deze zijn gebaseerd is daarom geen sprake. Verder is duidelijk geworden dat zodra daartoe aanleiding bestaat onderdelen van de locatieprofielen worden geëvalueerd en aangepast. In het najaar van 2025 worden de locatieprofielen wederom (zo nodig) herzien en is nieuw evenementenbeleid aangekondigd dat waarschijnlijk in 2026 wordt vastgesteld. Ook eisers hebben erkend dat de benodigde participatie van – onder meer – bewoners in dit verband al gaande is.

22. Eisers hebben ook aangevoerd dat de vergunningen onredelijk laat zijn verleend, heel kort voor de start van het evenement. Daardoor hebben zij niet effectief kunnen opkomen tegen de verleende vergunningen.

23. De rechtbank stelt vast dat de opbouw van het evenement startte op [datum 2] 2022, de afbouw gereed was op [datum 3] 2022 en het evenement plaatsvond op [datum 1] 2022. De evenementenvergunning en de omgevingsvergunning voor [naam] 2022 zijn op [datum 2] respectievelijk 10 juni 2022 verleend. Dat is veel te laat om effectief een rechtsmiddel zoals bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening te kunnen indienen. Dit wordt ook erkend door verweerder. Volgens het beleid van verweerder moeten de vergunningen uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement worden verleend. Voor [naam] 2023 is dit beter gegaan. De evenementenvergunning is toen ruim zes weken voor aanvang van het evenement bekendgemaakt en de omgevingsvergunning iets later. Verweerder heeft op de zitting nog aangevuld dat de late vergunningverlening bij evenementen een landelijk probleem is en onder meer wordt veroorzaakt doordat allerlei (deel)plannen door organisatoren vaak nog moeten worden aangepast, waarna weer advisering moet plaatsvinden, hetgeen leidt tot uitstel. Zou men dit anders doen, dan zou dit alleen maar leiden tot verlening van “lege” vergunningen, waartegen dan ook niet inhoudelijk kan worden opgekomen. Ook wijst verweerder naar de vroege publicaties van de aanvragen om evenementenvergunningen, waarop ook zienswijzen kunnen worden ingediend. Dat hebben eisers ook gedaan en hiermee wordt voor zover mogelijk bij de vergunningverlening rekening gehouden.

24. De rechtbank kan de door verweerder geschetste problematiek met betrekking tot de vergunningverlening bij evenementen volgen, maar vindt dat verweerder alles in het werk moet stellen om te beslissen op een zodanige termijn dat door omwonenden nog effectief een verzoek om voorlopige voorziening kan worden ingediend. Dat dit bij [naam] 2022 niet is gebeurd, leidt echter niet tot vernietiging van de bestreden besluiten. De rechtbank zal aan dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb voorbijgaan, omdat niet aannemelijk is dat de belanghebbenden hierdoor zijn benadeeld. Eisers hebben immers hun bezwaren en gronden van beroep kunnen indienen en bespreken tijdens de hoorzitting en de zitting bij de rechtbank. Voor zover deze bezwaren gehonoreerd worden, kan dat worden meegenomen in de vergunningverlening van latere edities van hetzelfde evenement. Daarom wordt in deze bezwaar- en beroepszaken ook procesbelang aangenomen, ook al is het evenement in kwestie al achter de rug.

Dwangsom bij niet tijdig beslissen

25. [eiseres] heeft pro forma bezwaar gemaakt tegen het dwangsombesluit. Het beroep van [eiseres] tegen de vergunningen heeft mede betrekking op het dwangsombesluit, voor zover [eiseres] dat dwangsombesluit betwist.

26. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] enkel pro forma bezwaar maar geen gronden van bezwaar heeft ingediend tegen het dwangsombesluit. Tijdens de zitting heeft [eiseres] desgevraagd verklaard dat zij daarvan op de hoogte is, maar ervoor gekozen heeft om zich te focussen op het beroep tegen de vergunningen en niet op het dwangsombesluit. [eiseres] heeft ook tijdens de zitting geen gronden naar voren gebracht tegen het dwangsombesluit. Voor zover de beroepen gaan over het dwangsombesluit, zijn deze daarom in zoverre niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

27. De beroepen zijn ongegrond, voor zover ze gaan over de vergunningen. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en de vergunningen in stand blijven. De beroepen zijn niet-ontvankelijk, voor zover zij gaan over het dwangsombesluit. Verweerder moet wel het griffierecht aan eisers vergoeden, omdat een gebrek is vastgesteld dat met artikel 6:22 van de Awb is gepasseerd. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart de beroepen ongegrond, voor zover zij gaan over bestreden besluit I van 7 december 2022 en bestreden besluit II van 20 december 2022;

– verklaart de beroepen niet-ontvankelijk, voor zover zij gaan over het dwangsombesluit van 16 januari 2023;

– bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 365,- aan eisers moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzitter, en mr. H.J.M. Baldinger en mr. J.W. Vriethoff, leden, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Zaaknummer: AMS 23/420.
  2. Zaaknummer: AMS 23/421.
  3. Zie artikel 4:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  4. In de zin van artikel 4:17 en verder van de Awb.
  5. Samen met de zaken met nummers AMS 23/942 en AMS 23/944. De beslissingen in die twee zaken worden in een aparte uitspraak neergelegd.
  6. Beleidsregel Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam, gemeente Amsterdam, 2018.
  7. Locatieprofielen voor evenementen, Stedelijk Evenementenbureau, december 2020.
  8. Zie de notitie Burgerparticipatie bij locatieprofielen te vinden op de website van [naam vereniging] .
  9. Artikel 2.43 sub f van de APV.
  10. Artikel 2.43 sub c van de APV.
  11. Het eerder genoemde Geluidbeleid en de locatieprofielen.
  12. Zie de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, rechtsoverweging 7.3.
  13. Artikel 3:4, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.

    Artikel 3:4, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

  14. Zie noot 12, rechtsoverweging 7.8 en 7.10.
  15. Zie noot 6 en de in paragraaf 1.4 genoemde titels en vindplaatsen van onderzoeken.
  16. In een toelichting van het Geluidburo op dit nieuwe beleid wordt ook het volgende vermeld:

    Meten en rekenen

    Aangezien er geen wettelijke regels zijn voor evenementengeluid, staat ook nergens voorgeschreven hoe metingen en berekeningen uitgevoerd moeten worden. Dit levert in de praktijk nogal eens onduidelijkheden en discussies op. De Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) wordt weliswaar vaak toegepast, maar is slechts ten dele geschikt voor evenementengeluid. Zodoende is een eigen ‘Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid Amsterdam’ (MRP) opgesteld. Met dit protocol is het duidelijk waar wordt gemeten, hoe hoog, waarmee, hoe lang, welke correcties wel en niet mogen worden toegepast et cetera. Het protocol geeft ook aanwijzingen/hulp voor prognoseberekeningen.

    In lijn met en aansluitend op het MRP is een document gemaakt met de Best Beschikbare Technieken (BBT) waarmee het geluid in de omgeving zo veel mogelijk beperkt wordt. Het document verschaft achtergrondinformatie over de technieken en een lijst met technieken die (waar mogelijk en effectief) toegepast moeten worden. Deze lijst zal elk jaar worden vernieuwd zodat deze up to date blijft.

  17. Zie pagina 23-25 van de Nota.
  18. Zie ook pagina 23 van de Nota.
  19. Zie artikel 4:19, eerste lid, van de Awb.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.