ECLI:NL:RBDHA:2020:7121 Rechtbank Den Haag , 29-07-2020 / SGR 19/6793

Kwalificatie verkoopwinst woning als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de woning is gekocht met de intentie om zelf te bewonen.

Source officielle

5 min de lecture 921 mots

Inhoudsindicatie. Kwalificatie verkoopwinst woning als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de woning is gekocht met de intentie om zelf te bewonen.

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 19/6793

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

29 juli 2020 in de zaak tussen

[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. I.J. Janssens),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 19 september 2019 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2015 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet (Zvw).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft door middel van een beeld- en telefonieverbinding plaatsgevonden op 16 juli 2020. De gemachtigde en eiser namen deel aan de zitting, in aanwezigheid van eisers echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] , [B] en [C] .

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 14 januari 2015 via een veiling de woning aan de [adres] [nummer] te [plaats] (de woning) gekocht voor € 116.500. In de koopovereenkomst zijn partijen opschortende voorwaarden overeengekomen, onder meer dat de voorzieningenrechter zijn toestemming aan de koop verleent. De onthouding van die toestemming tot koop zou onder meer ingegeven kunnen worden doordat de schuldenaar algeheel heeft gelost of doordat er door de schuldeiser alsnog afspraken met de schuldenaar zijn gemaakt welke er toe leiden dat een (onderhandse) executoriale verkoop niet langer gewenst is.

2. Op 11 maart 2015 heeft eiser de woning verkocht aan een derde voor € 157.500. Op 7 april 2015 is de woning aan eiser geleverd en op dezelfde dag is de woning door eiser geleverd aan die derde. Na aftrek van kosten bedraagt de verkoopwinst € 27.876 (de verkoopwinst).

3. Eiser heeft een aangifte IB/PVV 2015 ingediend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 52.330. Eiser heeft de verkoopwinst niet als inkomen opgegeven. Met betrekking tot een andere woning heeft eiser wel verkoopwinst aangegeven als resultaat overige werkzaamheden.

4. Bij het vaststellen van de aanslagen IB/PVV en Zvw voor het jaar 2015 heeft verweerder de verkoopwinst tot het belastbaar inkomen uit werk en woning en tot het bijdrage inkomen Zvw gerekend.

5. In geschil is of verweerder terecht de verkoopwinst als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) tot het tot het belastbaar inkomen uit werk en woning heeft gerekend. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van ROW indien eiser de woning niet heeft gekocht met het oogmerk om deze zelf te gaan bewonen.

6. De rechtbank stelt voorop dat de last op eiser rust aannemelijk te maken dat de woning uitsluitend bestemd is om hem in het jaar 2015 of in een van de daarop volgende twee jaren als eigen woning ter beschikking te staan. Eiser stelt dat hij op het moment van aankoop van de woning de intentie heeft gehad om er zelf te gaan wonen. De eigenaar van de door hem gehuurde woning was een ontruimingsprocedure gestart waardoor hij die woonruimte dreigde kwijt te raken. Volgens eiser wordt de intentie tot eigen bewoning bevestigd door de hypotheekaanvraag van 4 maart 2015 en de hypotheekofferte die hij op 15 februari 2015 heeft ontvangen. Eiser stelt dat hij heeft afgezien van de woning vanwege bedenkingen van zijn echtgenote en de voor hem positieve ontwikkelingen in de civiele procedure met betrekking tot de door hem gehuurde woning.

7. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet in zijn bewijslast is geslaagd. Met wat eiser heeft aangevoerd, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de woning is gekocht met de intentie om zelf te bewonen. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de woning is gekocht op een veiling onder opschortende voorwaarden. Hierbij liep eiser het risico dat de koopovereenkomst, om diverse redenen en buiten de wil van eiser, mogelijk niet tot stand zal komen. Onder dreiging van huisuitzetting is een dergelijke koop niet voor de hand liggend. Daarnaast heeft eiser in de aanslagfase wisselend verklaard over het omslagpunt in de civiele procedure waardoor eiser zou hebben besloten om de woning niet zelf te betrekken maar om deze te verkopen. Het gerechtshof Den Haag heeft op 14 juli 2015 de eigenaar van de door hem gehuurde woning in het ongelijk gesteld terwijl eiser op 11 maart 2015 de woning heeft verkocht. Eiser heeft ondanks het verzoek van verweerder daartoe niet het volledige procesdossier overgelegd. Hiermee heeft eiser onduidelijkheid laten bestaan over het omslagpunt in de procedure. Verder heeft eiser geen inzicht gegeven in onder meer de tijdspanne voor het vinden van een koper. Het aanvragen van een hypothecaire lening is niet doorslaggevend voor de vraag of sprake is van een eigen woning. Gelet op het voorgaande heeft verweerder terecht de verkoopwinst van de woning als ROW tot het tot het belastbaar inkomen uit werk en woning en bijdrage-inkomen Zvw gerekend.

8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van

mr. J. Roodhorst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.

Voetnoten

  1. Gerechtshof Den Haag 14 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2188.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.