ECLI:NL:RBDHA:2025:18640 Rechtbank Den Haag , 11-06-2025 / NL24.1751

Faciliterend visum. Beroep gegrond. Voldoende en overtuigend bewijs overgelegd waarmee aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een exclusieve duurzame relatie. Overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding.

Source officielle

8 min de lecture 1,648 mots

Inhoudsindicatie. Faciliterend visum. Beroep gegrond. Voldoende en overtuigend bewijs overgelegd waarmee aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een exclusieve duurzame relatie. Overschrijding redelijke termijn, schadevergoeding.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.1751

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , [V-Nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. P. le Heux),

en

de minister van Asiel en Migratie
, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. M. van Boheemen).

Procesverloop

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum op grond van artikel 20 van het VwEU en richtlijn 2004/38/EG (hierna: de richtlijn) om zich te voegen bij zijn partner [naam] (referente). De minister heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 11 januari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 december 2023 heeft de minister het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, referente en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijstelling griffierecht

2. Eiser heeft om vrijstelling verzocht van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet over voldoende inkomsten of vermogen beschikt om het verschuldigde bedrag aan griffierecht te betalen. Het beroep op betalingsonmacht slaagt. Eiser wordt in deze procedure daarom (definitief) vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.

Achtergrond

Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1997, is van Marokkaanse nationaliteit en woont in Marokko. Op 4 januari 2023 heeft eiser een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum op grond van artikel 20 van het VwEU en richtlijn 2004/38/EG om zich te voegen bij referente. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 1978, is van Spaanse nationaliteit en woont in Nederland. Eiser en referente zijn in Marokko op religieuze wijze gehuwd.

De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet kan worden aangemerkt als familielid of begunstigde als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de richtlijn, waardoor niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een faciliterend visum op grond van de richtlijn. De minister heeft aangenomen dat eiser en referente regelmatig contact hebben met elkaar, maar volgens de minister is niet gebleken dat eiser en referente samen hebben gewoond, een gezamenlijke huishouding hebben (gehad) of een gezamenlijk kind hebben waar ze samen zorg voor dragen. Daarnaast is volgens de minister niet gebleken dat eiser en referente gezamenlijke financiële verplichtingen of banden hebben dan wel gezamenlijke grote aankopen of eigendommen hebben en evenmin is gebleken dat eiser en referente zorg dragen voor elkaar. Tot slot is volgens de minister niet komen vast te staan wat de frequentie van de bezoeken van referente aan eiser is. Enkel het feit dat eiser en referente regelmatig contact met elkaar hebben, is dan ook onvoldoende voor de minister om aan te nemen dat er sprake is van een duurzame relatie.

Duurzame relatie

Eiser voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat niet is aangetoond dat eiser en referente een exclusieve duurzame relatie hebben. Eiser en referente hebben een grote hoeveelheid overtuigende bewijsmiddelen overgelegd waaruit dit blijkt. De minister legt ten onrechte zeer grote nadruk op een samenwoning (van ten minste zes maanden) om aan te nemen dat sprake is van een duurzame exclusieve relatie. Er zijn echter allerlei manieren om een relatie te beleven en te onderhouden. 'Samenwoning' zegt helemaal niets over de duur of duurzaamheid van een relatie en 'samenwoning' is niet gerelateerd aan het exclusief of niet-exclusief zijn van een relatie.

Deze grond slaagt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat sprake is van een duurzame relatie. Eiser heeft een grote hoeveelheid foto’s overgelegd van hem en referente. De meeste foto’s zijn gedateerd en gemaakt tijdens de verschillende reizen die eiser samen met referente heeft gemaakt. Eiser heeft daarnaast vliegtickets overgelegd naar de bestemmingen die overeenkomen met de bestemmingen op de foto’s. Verder heeft eiser chatgesprekken op whatsapp overgelegd tussen hem en referente. Deze gesprekken zijn niet in het Nederlands, maar uit de inhoud daarvan is op te maken dat zij kennelijk zien op de gestelde exclusieve duurzame relatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser voldoende en overtuigend bewijs overgelegd waarmee hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij en referente een exclusieve duurzame relatie hebben.

Redelijke termijn

Eiser verzoekt om schadevergoeding op grond van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het EVRM.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State (de Afdeling) noopt het rechtszekerheidsbeginsel (dat mede aan artikel 6 van het EVRM ten grondslag ligt) ertoe dat een bestuursrechtelijk geschil binnen een redelijke termijn wordt beslecht, in voorkomend geval na behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. De vraag of de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag de behandeling van het bezwaar ten hoogste een half jaar en de behandeling van het beroep bij de rechtbank ten hoogste anderhalf jaar duren. De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. Wanneer de redelijke termijn is overschreden, geldt een immateriële schadevergoeding van € 500,- voor ieder half jaar waarmee de redelijke termijn wordt overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond.

De redelijke termijn vangt in beginsel aan op het moment dat het bestuursorgaan het bezwaarschrift heeft ontvangen. In dit geval is het bezwaarschrift door de minister ontvangen op 24 januari 2023. Twee jaar daarna, dus op 24 januari 2025, is de redelijke termijn verstreken. Gerekend vanaf deze datum tot aan deze uitspraak, is sprake van overschrijding van de redelijke termijn van bijna 5 maanden. Naar boven afgerond is dit een overschrijding van een half jaar. Niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding kunnen geven deze overschrijding gerechtvaardigd te achten. Eiser heeft recht op een vergoeding van € 500,-.

De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding aan de minister is toe te rekenen. De minister heeft het bezwaarschrift ontvangen op 24 januari 2023 en pas op
20 december 2023 beslist op het bezwaar van eiser. Omdat het bezwaar in beginsel binnen een half jaar moet worden afgehandeld, dat wil zeggen uiterlijk 24 juli 2023, heeft de minister de termijn met 5 maanden overschreden. Eiser heeft beroep ingesteld op 19 januari 2023. Omdat voor een uitspraak op het beroep een termijn van anderhalf jaar geldt, dat wil zeggen uiterlijk 19 juli 2025, heeft de rechtbank met deze uitspraak de redelijke termijn niet overschreden. Het overschrijden van de redelijke termijn moet daarom geheel aan de minister worden toegerekend.

Conclusie

De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Voorts is er aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van eiser in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Deze kosten bestaan uit het doen van het verzoek tijdens de zitting. Deze kosten worden begroot op € 226,75 (1 punt met een waarde van € 907,- en een wegingsfactor 0,25).

De totale vergoeding van de proceskosten is € 2.040,75.

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt het bestreden besluit;

– draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

– wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

– veroordeelt de minister tot het betalen van € 500,- aan schadevergoeding aan eiser;

– veroordeelt de minister tot betaling van € 2.040,75 aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.C.M. Schilder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Voetnoten

  1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
  2. Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
  3. Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden.
  4. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
  5. Zie de uitspraken van de Afdeling van 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188 en 11 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2168.
  6. Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:832 en van 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2508.
  7. Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.