ECLI:NL:RBDHA:2026:8619 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.9489

Asiel (Somalië); WI 2024/6 niet in strijd met Unierecht; geloofwaardigheid; gegrond.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Asiel (Somalië); WI 2024/6 niet in strijd met Unierecht; geloofwaardigheid; gegrond.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.9489

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. L.I. Siers),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen niet in stand kan blijven. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres en niet toereikend gemotiveerd waarom haar verklaringen over de problemen rond de voorgenomen uithuwelijking niet als een samenhangend en aannemelijk geheel kunnen worden aangemerkt. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 25 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 20 februari 2025 afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij afkomstig is uit Somalië en de Somalische nationaliteit bezit. Zij was 13/14 jaar oud toen zij scheidde van haar eerste echtgenoot, met wie zij een gedwongen en traumatisch huwelijk had en een dochter kreeg. De biologische vader van eiseres was van plan haar opnieuw uit te huwelijken, ditmaal aan de zoon van een vriend die lid is van Al-Shabaab. Ook haar stiefvader schaarde zich achter dit plan. De moeder van eiseres kon zich hiermee niet verenigen, mede vanwege het eerdere traumatische gedwongen huwelijk dat eiseres had moeten ondergaan. Met de hulp van haar moeder is eiseres uit Somalië vertrokken om aan een tweede gedwongen huwelijk te ontkomen. Na haar vertrek hoorde zij dat haar vader was vermoord door Al-Shabaab en dat zij ook opzoek waren naar haar.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

– identiteit, nationaliteit en herkomst;

– problemen rondom de uithuwelijking.

De minister acht het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De door eiseres gestelde problemen rondom de uithuwelijking acht de minister ongeloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarnaast stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over de gestelde problemen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres heeft vaag en summier verklaard over de gestelde uithuwelijking. Ook is het verloop van gebeurtennissen rondom de uithuwelijking niet aannemelijk. Verder zijn de problemen omtrent de gestelde uithuwelijking volledig gebaseerd op speculaties en verklaringen van derden. De verklaringen van eiseres stroken niet met openbare informatie. Verder heeft eiseres bij terugkeer naar Somalië geen gegronde vrees voor vervolging en loopt zij geen reëel risico op ernstige schade. Tot slot komt eiseres niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV.

Is werkinstructie 2024/6 (WI 2024/6) in strijd met het Unierecht?

5. Eiseres betoogt dat de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in WI 2024/6 in strijd is met het Unierecht. Eiseres leidt uit de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch af dat ook de minister een strikte toetsing conform de WI 2024/6 niet in overeenstemming met het Unierecht acht.

De rechtbank ziet, overeenkomstig de uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 juni 2025 en 8 september 2025, geen aanleiding voor het oordeel dat WI 2024/6 in strijd is met het Unierecht. De beroepsgrond slaagt niet.

Vormen de verklaringen van eiseres over de problemen rondom de uithuwelijking een samenhangend en aannemelijk geheel?

6. Eiseres betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader, waaronder haar jonge leeftijd, culturele achtergrond en het feit dat zij getraumatiseerd is door een eerder gedwongen huwelijk. Daarbij wijst zij ook op de positie van (jonge) vrouwen in de Somalische cultuur, die in het dagelijkse leven veelal weinig zeggenschap hebben. Eiseres betoogt dat de minister zich daarom ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij ongeloofwaardig heeft verklaard over de problemen rondom de uithuwelijking. Door onvoldoende rekening te houden met haar referentiekader heeft de minister ten onrechte geconcludeerd dat haar verklaringen vaag en summier zijn. Indien de minister behoefte had aan nadere duidelijkheid, dan had het ook in het licht van de samenwerkingsverplichting op zijn weg gelegen om hierover door te vragen. Eiseres heeft bovendien toegelicht waarom zij de leeftijd van de man aan wie zij zou worden uitgehuwelijkt niet kon inschatten en waarom zij niet veel over hem wist. Zij had hem slechts kort gezien tijdens het uitserveren van thee.

De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en overweegt daartoe als volgt. Hoewel de minister zich op het standpunt stelt dat rekening is gehouden met het referentiekader van eiseres, heeft de minister niet deugdelijk gemotiveerd dat desondanks van eiseres mag worden verwacht dat zij meer kan verklaren dan zij heeft gedaan. De rechtbank verwijst in dit verband naar het Algemeen Ambtsbericht over Somalië van april 2025. Daarin wordt uiteengezet dat de positie van Somalische vrouwen wordt gekenmerkt door achterstelling, onder meer op het gebied van sociale en politieke participatie. De minister heeft eiseres onder andere tegengeworpen dat zij vaag en summier heeft verklaard over de gebeurtenissen rondom de uithuwelijking. Zo zou zij niet hebben kunnen aangeven hoe oud de man was, of hij eerder gehuwd is geweest, waarom hij met haar wilde trouwen en waarom het huwelijk niet direct werd voltrokken. De rechtbank overweegt echter dat deze omstandigheden op zichzelf niet zonder meer kunnen leiden tot de conclusie dat de verklaringen van eiseres vaag of summier zijn. Van eiseres kon mogelijk, gelet op haar referentiekader -waaronder de Somalische cultuur, haar jonge leeftijd en haar analfabetisme-, niet worden verwacht dat zij op de hoogte was van alle persoonlijke omstandigheden van de betreffende man. Ten aanzien van de leeftijd van de man acht de rechtbank van belang dat de minister tijdens het gehoor slechts heeft gevraagd hoe oud de man was en of eiseres een schatting van zijn leeftijd kon maken. Nadat eiseres had verklaard dat zij dit niet wist en geen schatting kon maken, heeft de minister hierover geen nadere vragen gesteld. Ook betrekt de rechtbank bij haar oordeel dat eiseres heeft verklaard dat zij de man slechts ongeveer een half uur heeft gezien, toen hij bij haar moeder en stiefvader thuis op bezoek was en met haar stiefvader in gesprek was. Zij heeft daarbij verklaard dat zij hem op dat moment thee bracht en een boerka droeg, en dat het in de Somalische cultuur niet gebruikelijk is dat zij de man leert kennen. In het nader gehoor heeft zij de man omschreven als lang, met een baard, gekleed in een lang overhemd in combinatie met een wijde driekwartbroek in dezelfde kleur, met een sjaal over zijn schouders en grijze plukjes in zijn haar. Indien de minister deze beschrijving onvoldoende concreet achtte, had het op zijn weg gelegen om ook hierover nadere vragen te stellen. De rechtbank acht ook hierbij het referentiekader van eiseres van belang, waarin het volgens eiseres niet gebruikelijk is dat een vrouw betrokken wordt bij de uithuwelijking, noch dat zij de man kan bekijken of hem vragen kan stellen. Gelet hierop volgt de rechtbank eiseres in haar stelling dat zij, binnen haar referentiekader, niet de ruimte had om de man te leren kennen en daarom slechts beperkt over hem kon verklaren. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom van eiseres verwacht mocht worden dat zij meer kon verklaren.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom het onaannemelijk zou zijn dat eiseres, na een eerder traumatisch verlopen huwelijk, opnieuw zou worden uitgehuwelijkt. Verder heeft de minister ook onvoldoende onderbouwd waarom het onaannemelijk zou zijn dat de uithuwelijking niet onmiddellijk na het akkoord van de biologische vader en stiefvader is voltrokken. Eiseres heeft hierover verklaard dat het huwelijk niet direct werd voltrokken omdat daarbij getuigen aanwezig dienden te zijn en dat er nog geen voorbereidingen waren getroffen. De enkele verwijzing van de minister naar wat ‘in de lijn der verwachting’ zou liggen bij een gedwongen huwelijk, en de stelling dat het niet aannemelijk is dat de voltrekking van dit huwelijk op een andere wijze zou plaatsvinden, acht de rechtbank zonder nadere onderbouwing ontoereikend.

De rechtbank volgt de minister wel in diens standpunt dat eiseres met haar verklaringen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar biologische vader door Al-Shabaab is vermoord en dat zij eveneens vermoord zal worden. De minister heeft zich hierbij niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze stellingen gebaseerd zijn op telefonische mededelingen en verklaringen van derden. Eiseres heeft niet uit eigen waarneming verklaard en ook is niet gebleken dat haar moeder deze informatie zelfstandig heeft geverifieerd. De minister heeft zich daarom niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze verklaringen niet controleerbaar zijn. Ook met haar verwijzing naar algemene landeninformatie heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde moord moet worden aangemerkt als een represaille omdat het huwelijk door haar vlucht uit Somalië geen doorgang heeft kunnen vinden. Daarnaast heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres, dat Al-Shabaab aan de macht is in haar woonplaats [plaats], niet stroken met informatie uit openbare bronnen waaruit volgt dat Al-Shabaab al jaren niet meer aan de macht is in [plaats]. Uit openbare bronnen blijkt immers dat haar woonplaats [plaats] wordt aangemerkt als ‘mixed and unclear’ gebied. Dit betekent weliswaar niet dat Al-Shabaab daar niet aanwezig is, maar wel dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat zij daar de feitelijke macht uitoefenen. De enkele verwijzing van eiseres naar een -naar haar zeggen- vergelijkbare zaak in België waar dat wel is aangenomen, is onvoldoende om aan te nemen dat Al-Shabaab in haar woonplaats wel de macht heeft. Ook heeft zij met de verwijzing naar het Country Guidance-rapport over Somalië van oktober 2025 niet concreet en verifieerbaar onderbouwd dat de feitelijke situatie in haar specifieke woonplaats afwijkt van hetgeen volgt uit de beschikbare Algemeen Ambtsberichten over Somalië. Hoewel de verklaringen van eiseres over wie in haar woonplaats aan de macht is niet stroken met openbare informatie, is deze omstandigheid op zichzelf onvoldoende om het geloofwaardigheidsstandpunt van de minister te dragen. Gelet op hetgeen onder 6.1. en 6.2. is overwogen en bezien in onderlinge samenhang, is de rechtbank van oordeel dat de minister zich onterecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet overeenkomstig artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000, heeft verklaard. De beroepsgrond slaagt.

Overige beroepsgronden

7. Omdat het beroep reeds op de vorige beroepsgrond slaagt, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de rechtbank het bestreden besluit vernietigt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat er een nieuwe afweging moet worden gemaakt over de geloofwaardigheid van eiseres haar verklaringen en dat is voorbehouden aan de minister.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868, – (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt het bestreden besluit van 20 februari 2025;

– draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

– veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.B. ter Beke, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. In de zin van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
  2. Rb Den Haag, zittingsplaats Roermond van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:136.
  3. Rb Den Haag, Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch van 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19462.
  4. Rb Den Haag, deze zittingsplaats van 25 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11149 en 8 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16613.
  5. Algemeen Ambtsbericht over Somalië van april 2025, pagina 96.
  6. Algemeen Ambtsbericht over Somalië van zowel juni 2023 als april 2025.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.