ECLI:NL:RBNHO:2025:7549 Rechtbank Noord-Holland , 28-05-2025 / 8300862 \ CV EXPL 20-1185
Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding op het aantal vliegbeweging op de luchthaven. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
7 min de lecture · 1,385 mots
Inhoudsindicatie. Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding op het aantal vliegbeweging op de luchthaven. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8300862 \ CV EXPL 20-1185
Uitspraakdatum: 28 mei 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. I.G.B. Maertzdorff (EUclaim B.V.)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding op het aantal vliegbeweging op de luchthaven. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek;
– de akte eiser.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 9 februari 2018 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Gatwick Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA2761 (hierna: de vlucht).
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
– € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 februari 2018, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
– € 90,75 dan wel € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
– de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
– en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
De vervoerder heeft aangevoerd dat er op de dag van vlucht slecht weer (een grote hoeveelheid sneeuw) was voorspeld rondom de luchthaven Schiphol. Als gevolg van de slechte weersomstandigheden werd door de luchtverkeersleiding een capaciteitsreductie afgekondigd. In anticipatie daarop stelde de luchtverkeersleiding beperkingen op aan de aantal toegestane vliegbewegingen. Deze werden naar beneden bijgesteld van 60 per uur naar 15 per uur tussen 11:00 en 15:00 uur GMT en 35 per uur tussen 15:00 en 17:00 uur GMT . Als gevolg konden er minder vluchten landen en vertrekken vanaf de luchthaven. Vanwege de slechte weersomstandigheden en de uitgevaardigde capaciteitsreductie was de vervoerder genoodzaakt om de vlucht, als voorzorgsmaatregel, te annuleren. Dat achteraf is gebleken dat vluchten mogelijk wel veilig hadden kunnen landen doet volgens de vervoerder niet ter zake. De vervoerder voert aan dat de verwachte slechte weersomstandigheden in combinatie met de ingestelde beperkingen kwalificeren als buitengewone omstandigheden. De vervoerder kon alleen uitgaan van de besluiten die waren gemaakt voor de vlucht. De vervoerder heeft bij conclusie van dupliek de ‘Traffic Manager’s Log’ van de 8 februari 2019 overgelegd. Hieruit blijkt dat een restrictie is opgelegd aan het aantal vliegbewegingen op het tijdstip dat de vlucht uitgevoerd moest worden.
De passagier betwist dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden. Hij heeft als productie een schema overgelegd waaruit blijkt dat rond de geplande aankomsttijd van de vlucht in kwestie wel andere vluchten zijn geland op Schiphol. Hieruit volgt volgens de passagier dat de weersomstandigheden niet dusdanig waren dat er niet langer gevlogen kon worden. Voorts stelt de passagier zich op het standpunt dat een capaciteitsreductie een algemene maatregel is en dat dit derhalve geen buitengewone omstandigheid kan opleveren. De vervoerder verwijst naar nieuwsberichten en een interne e-mail. Deze documenten zeggen niks over de daadwerkelijke, dan wel verwachte, weersomstandigheden omstreeks de geplande uitvoering van de vlucht in kwestie. Uit deze documenten kan niet worden afgeleid waarom de gestelde omstandigheden een buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie zouden opleveren. De passagier daarentegen heeft een weerrapport overgelegd waaruit blijkt dat het weer goed genoeg was om te vliegen. De vervoerder heeft ook niet gesteld of vertrekkende of landende vluchten verminderd moesten worden. De vervoerder heeft een operationele dan wel commerciële keuze gemaakt om de vlucht te annuleren, aldus de passagier.
De kantonrechter overweegt als volgt. In het geval van een capaciteitsreductie is het niet aan de kantonrechter om aan de hand van de overgelegde weergegevens te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Dat bij de beslissing tot het annuleren van specifieke vluchten een operationeel aspect dan wel keuze speelt, zoals de passagier stelt, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet automatisch dat het annuleren van vluchten als gevolg van een capaciteitsreductie inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij.
De vervoerder heeft met de door hem overgelegde stukken en toelichting voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat en in welke mate de luchtverkeersleiding vanwege de voorspelde weersomstandigheden de capaciteit van de luchthaven heeft aangepast. Ten aanzien van de bewijskracht van het vluchtrapport en de uitdraaien van de systemen van de vervoerder overweegt de kantonrechter dat het enkele feit dat dit interne documenten betreft niet betekent dat hieraan een lage(re) mate van bewijskracht toekomt. De capaciteitsreductie heeft invloed gehad op de aantal uit te voeren vluchten op het tijdstip dat de vlucht in kwestie uitgevoerd moest worden. De vervoerder had geen andere keuze dan het annuleren van vluchten vanwege de capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding.
De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat hij gebruik maakt van een automatisch boekingssysteem. Dit systeem kiest altijd de eerst mogelijke vlucht. Hij heeft de passagier een vlucht aangeboden vanaf luchthaven Rotterdam airport, maar deze heeft hij afgewezen. Hij heeft vervolgens de passagier zijn ticketprijs terugbetaald. De passagier betwist dit. Hij stelt dat er andere vluchten waren die plekken beschikbaar hadden. De vervoerder heeft dit weersproken en met de vluchtgegevens onderbouwd waarom de passagier niet omgeboekt kon worden op deze vluchten. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagier wordt afgewezen.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
5De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...