Pays-Bas Rechtbank Oost-Brabant Divers 14 11 月 2024 N° 10446952 CV EXPL 23-1612 NL

ECLI:NL:RBOBR:2024:6818 Rechtbank Oost-Brabant , 14-11-2024 / 10446952 CV EXPL 23-1612

Geschil over niet betaalde facturen juridische bijstand. Gedaagde sub 1 voerde het beleid als feitelijk beleidsbepaler in de eenmanszaak van gedaagde sub 2. Gedaagde sub 2 bij verstek veroordeeld. Analoge toepassing Beklamel-norm mogelijk onder bepaalde omstandigheden. Gedaagde sub 1 aansprakelijk voor een deel van de niet betaalde facturen. Eiseres voor het grootste deel in het gelijk gesteld.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Geschil over niet betaalde facturen juridische bijstand. Gedaagde sub 1 voerde het beleid als feitelijk beleidsbepaler in de eenmanszaak van gedaagde sub 2. Gedaagde sub 2 bij verstek veroordeeld. Analoge toepassing Beklamel-norm mogelijk onder bepaalde omstandigheden. Gedaagde sub 1 aansprakelijk voor een deel van de niet betaalde facturen. Eiseres voor het grootste deel in het gelijk gesteld.

RECHTBANK ’S HERTOGENBOSCH

Locatie: ‘s Hertogenbosch

zaaknummer: 10446952 CV EXPL 23-1612

Vonnis van 14 november 2024

in de zaak van

de besloten vennootschap [eiser] B.V,

gevestigd in ‘ [vestigingsplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. G.J.M. Volders,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. P.K. de Blieck-Willemsen,

2 [gedaagde 2] , h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde 2] ,

wonend in [woonplaats] , gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna “ [eiser] ”, “ [gedaagde 1] ” en “ [gedaagde 2] ” genoemd.

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 3 april 2023, met producties;

de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] ;

de oproep voor de mondelinge behandeling van 30 mei 2024;

de akte indienen productie van [eiser] ;

de akte uitlating tevens akte uitlating aanvullende producties van [gedaagde 1] ;

de mondelinge behandeling van 25 juli 2024 – waarbij [gedaagde 1] niet aanwezig was -, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en de spreekaantekeningen van [eiser] ;

de akte uitlaten en bewijslevering van [eiser] ;

de akte antwoord tevens akte uitlating van [gedaagde 1] .

[gedaagde 2] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.

2De feiten

[gedaagde 2] is eigenaar van een eenmanszaak, [handelsnaam gedaagde 2] . [gedaagde 1] heeft een volledige volmacht om [handelsnaam gedaagde 2] te vertegenwoordigen.

[gedaagde 2] heeft een overeenkomst van opdracht gesloten met [eiser] .

[eiser] heeft op basis van deze overeenkomst diensten verleend aan [gedaagde 2] . In de periode juli – december 2021 heeft [eiser] [gedaagde 2] 6 facturen gestuurd, totaal ter hoogte van € 25.712,50 incl. btw, welke niet zijn betaald.

3Het geschil

[eiser] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, en in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[eiser] voert hiervoor aan dat zij met [gedaagde 2] een overeenkomst van opdracht heeft gesloten op grond waarvan zij [gedaagde 2] juridische diensten heeft verleend. En dan moet [gedaagde 2] zijn verbintenissen uit deze overeenkomst nakomen en de facturen betalen. [gedaagde 1] moet betalen omdat zij aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming dan wel omdat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] . En anders moet zij betalen omdat zij tegen [eiser] heeft gezegd dat zij persoonlijk de facturen van [handelsnaam gedaagde 2] zou betalen.

[gedaagde 1] voert aan dat zij niet aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming en betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] . Zij handelde op basis van een volmacht, dat geldt ook voor de betalingstoezeggingen

4De beoordeling

vorderingen jegens [gedaagde 2]

[gedaagde 2] heeft niet betwist dat hij de gevorderde bedragen moet voldoen. De vorderingen jegens hem worden dan ook toegewezen.

vorderingen jegens [gedaagde 1]

Volgens [eiser] was [gedaagde 1] gelet op haar gedragingen feitelijk beleidsbepaler. Zij heeft in de hoedanigheid van feitelijk bestuurder onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] door opdrachten te verstrekken terwijl zij wist dat de onderneming de betalingsverplichtingen niet kon nakomen. Betwist wordt dat [gedaagde 1] als werkneemster dan wel op basis van een volmacht heeft gehandeld: zij heeft geen arbeidsovereenkomst en ook geen volmacht overgelegd. Als ze wèl als gevolmachtigde de opdrachten en betalingstoezeggingen heeft gedaan, moet zij instaan voor bestaan en omvang van de volmacht (artikel 3:70 Burgerlijk Wetboek (“BW”)). Nu die volmacht ontbreekt, is [gedaagde 1] aansprakelijk voor de schade en moet zij de facturen betalen. Ook wordt betwist dat [gedaagde 1] niet wist dat de facturen niet werden betaald: [eiser] wijst op de uitvoerige communicatie die zij hierover met [gedaagde 1] heeft gevoerd. [gedaagde 1] heeft ook gezegd dat zij de facturen zelf zou betalen.

[gedaagde 1] voert aan dat [handelsnaam gedaagde 2] een eenmanszaak is, waarvan [gedaagde 2] de eigenaar is. Hij is dus met zijn privévermogen volledig aansprakelijk voor de schulden van de onderneming, [gedaagde 1] was slechts werkneemster. Zij betwist dat zij feitelijk beleidsbepaler was en ook, dat bij een eenmanszaak sprake kan zijn van bestuurdersaansprakelijkheid van een feitelijk beleidsbepaler: er is immers geen afgescheiden privévermogen. [gedaagde 1] heeft dus niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] . Haar handelen was gebaseerd op de volledige volmacht de zij had. De facturen hadden trouwens betrekking op de inmiddels failliete [A] b.v. en hadden bij de curator ingediend moeten worden. Zij betwist dat zij wist dat [gedaagde 2] de facturen niet betaalde. Zij betwist ook dat zij heeft gezegd de facturen te betalen, die toezeggingen deed ze uit hoofde van het mandaat.

[gedaagde 1] was feitelijk beleidsbepaler.

Na de de mondelinge behandeling heeft [eiser] nader bewijs geleverd voor de beleidsbepalende rol van [gedaagde 1] . Zij heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde 1] zichzelf aan derden presenteerde als mede-eigenaar en oprichter van het [handelsnaam gedaagde 2] -concept, dat [gedaagde 1] verantwoordelijk was voor het hele [handelsnaam gedaagde 2] -concept, dat [gedaagde 1] het architecten- en ontwerpbureau aanstuurde, dat [gedaagde 1] betalingsverplichtingen op zich nam omdat [gedaagde 2] dat nog niet kon, dat offertes aan [gedaagde 1] zijn uitgebracht, dat [gedaagde 1] degene was die offertes accordeerde en dat [gedaagde 1] de onderhandelingen voerde met derden dan wel deze aanstuurde (een potentiële verhuurder, [eiser] e.a.).

[gedaagde 1] heeft herhaald dat zij geen partij is bij de overeenkomst en dat de opdrachtbevestiging is gericht aan [gedaagde 2] omdat hij de opdrachtgever en eigenaar van [handelsnaam gedaagde 2] is.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 1] de inhoud van de door [eiser] overgelegde stukken daarmee niet, in ieder geval onvoldoende, heeft betwist. Geoordeeld wordt dat [gedaagde 1] feitelijk beleidsbepaler van de eenmanszaak van [gedaagde 2] was.

Waarom is dit van belang?

[eiser] wil dat wordt geoordeeld dat [gedaagde 1] in haar hoedanigheid van feitelijk beleidsbepaler onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] door opdrachten te verstrekken en betalingsverplichtingen aan te gaan terwijl zij wist dat de onderneming de facturen niet zou kunnen betalen. Zij vraagt daarmee om analoge toepassing van de wettelijke bepalingen die handelen over vennootschappen op de situatie die hier aan de orde is bij een eenmanszaak.

Wat betreft vennootschappen is in de wet vastgelegd dat, kortweg, feitelijke beleidsbepalers zich niet aan aansprakelijkheid op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur kunnen onttrekken door zich simpelweg nooit als bestuurder aan te laten stellen (artikel 2:248 lid 7 BW). En in een arrest van 1989 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat wanneer een bestuurder van een besloten vennootschap (“b.v.”) bij het aangaan van een overeenkomst wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de door hem vertegenwoordigde b.v. de uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet zou (kunnen) nakomen, deze bestuurder onrechtmatig handelt jegens de crediteur van die b.v. en uit dien hoofde persoonlijk aansprakelijk is (de zogenaamde Beklamel-norm).

De kantonrechter heeft geoordeeld dat [gedaagde 1] feitelijk beleidsbepaler was. [gedaagde 1] heeft echter aangevoerd dat haar handelingen en gedragingen vallen binnen de volledige volmacht die zij had èn dat de Beklamel-norm exclusief van toepassing is op vennootschappen.

De vraag die moet worden beantwoord is of een feitelijk beleidsbepaler in een eenmanszaak gelijkgesteld kan worden aan een bestuurder van een b.v., waarbij in dit geval de feitelijk beleidsbepaler een volledige volmacht had om de eenmanszaak te vertegenwoordigen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.

5De beslissing

De kantonrechter:

– veroordeelt – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde 2] tot betaling van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 3 april 2023, en in de proceskosten, tot op heden begroot op € 785,32,- (griffierecht € 107,32 + salaris gemachtigde 1 punt à € 543,- + nakosten € 135,-), te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 678,- en de kosten van betekening als [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

– verwijst de zaak naar de rol van 28 november 2024 voor akte van [eiser] (reactie op de onder 4.6 tot en met 4.9 genoemde punten);

– verstaat dat [gedaagde 1] daarop in de gelegenheid zal worden gesteld om te reageren;

– houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2024.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:HR:1989:AB9521.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.