ECLI:NL:RBOVE:2022:2292 Rechtbank Overijssel , 05-08-2022 / ak_21_1340
WLZ. Ongegrond beroep. Menzis heeft terecht geen persoonsgebonden budget toegekend, omdat niet duidelijk is gemaakt wanneer, welke zorg, door wie en tegen welk tarief verleend zal gaan worden. Op grond hiervan heeft Menzis terecht de pgb-aanvraag afgewezen onder verwijzing naar artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz.
11 min de lecture · 2,213 mots
Inhoudsindicatie. WLZ. Ongegrond beroep. Menzis heeft terecht geen persoonsgebonden budget toegekend, omdat niet duidelijk is gemaakt wanneer, welke zorg, door wie en tegen welk tarief verleend zal gaan worden. Op grond hiervan heeft Menzis terecht de pgb-aanvraag afgewezen onder verwijzing naar artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 21/1340
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser,
gemachtigde: [gemachtigde],
en
Menzis Zorgkantoor, verweerder,
gemachtigde: mr. R.P. Scherer.
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering om hem een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) toe te kennen.
Bij besluit van 4 maart 2021 heeft verweerder de aanvraag voor een pgb op grond van de Wlz geweigerd.
Met het bestreden besluit van 17 juni 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en [naam], zijnde de ouders van eiser, alsmede de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank beoordeelt of verweerder op goede gronden heeft geweigerd om eiser een pgb toe te kennen. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die namens eiser zijn aangevoerd, de beroepsgronden.
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat aan de besluitvorming vooraf is gegaan
Eiser, geboren op [geboortedatum] 1980, ondervindt problemen bij zelfstandig leven. Eiser heeft zowel een lichamelijke als een verstandelijke beperking en is gediagnosticeerd met autisme. In verband hiermee is eiser geïndiceerd voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wlz. Eiser heeft de zorgindicatie VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging (VG05).
Op 13 januari 2021 heeft een ‘bewuste keuze-gesprek’ plaatsgevonden tussen de gemachtigde van eiser en een medewerker van verweerder.
Op 18 februari 2021 zijn namens eiser enkele documenten naar verweerder gestuurd. Dit betreft een verklaring gewaarborgde hulp, een budgetplan 2020, een aanvraagformulier pgb, een CZ-omzettingsformulier en een uittreksel uit het curatele- en bewindregister. Op het aanvraagformulier pgb is aangegeven dat eiser een pgb aanvraagt met ingang van 28 december 2019.
Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals beschreven onder Inleiding.
Standpunten van partijen
Verweerder stelt zich op het standpunt dat er onduidelijkheden zitten in de aangeleverde stukken die de aanvraag pgb Wlz onderbouwen. Die onduidelijkheden zijn dusdanig dat niet kan worden vastgesteld dat aan de eisen voor het toekennen van een pgb wordt voldaan en met name of er kwalitatief verantwoorde en ook doelmatige zorg wordt ingekocht. Daarom moet de namens eiser ingediende aanvraag voor een pgb worden geweigerd.
De gemachtigde van eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de aanvraag anders had moeten beoordelen, dat voldoende informatie is verschaft om tot toekenning van het pgb over te gaan en dat het bestreden besluit onzorgvuldig is. Met een pgb kan de juiste zorg voor eiser worden gewaarborgd.
Overwegingen
Ontvankelijkheid
Namens eiser is met het op 28 juli 2021 ingediende beroepschrift tijdig beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Naar het oordeel van de rechtbank bevat dit beroepschrift een summiere motivering van het beroep, waarmee is voldaan aan het vereiste van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Dat eiser vervolgens – op zijn verzoek – in de gelegenheid is gesteld om het beroep aan te vullen, maakt dit niet anders. Er is geen reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
Beoordelingskader
Namens eiser is verzocht om een pgb op grond van de Wlz. De hoogste bestuursrechter die geschillen op dit terrein beoordeelt, de Centrale Raad van Beroep (CRvB), heeft in een richtinggevende uitspraak van 16 februari 2022 enige aandachtspunten van het Wlz-pgb-stelsel en de uit dit stelstel voortvloeiende gevolgen voor de uitvoeringspraktijk en besluitvorming uiteengezet.
In deze uitspraak heeft de CRvB over de systematiek in de Wlz onder meer het volgende overwogen:
“3.1 Aanvraag pgb
De verzekerde kan bij het zorgkantoor een aanvraag voor een pgb indienen. De verzekerde moet hierbij onder meer duidelijk maken dat de in te kopen zorg verantwoord en van goede kwaliteit is en dat hij of zijn vertegenwoordiger in staat is de eigen regie en de pgb-taken uit te voeren. De verzekerde moet in dit kader een budgetplan bij het zorgkantoor indienen. In het budgetplan moet de verzekerde te kennen geven hoe hij van plan is het pgb te besteden. Hierin kan hij ook vermelden hoe hij zal voldoen aan de overige aan hem gestelde eisen voor een goede pgb-besteding. De verzekerde kan en moet in bepaalde situaties hulp inschakelen van een derde die instaat voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen (gewaarborgde hulp). Aan de gewaarborgde hulp kunnen door het zorgkantoor eisen worden gesteld. Het zorgkantoor houdt een bewuste keuze-gesprek om de aanvraag met de verzekerde of de gewaarborgde hulp te bespreken. Het bewuste keuze-gesprek heeft meerdere doelen, waaronder de mogelijkheid om de verzekerde voor te lichten over de pgbverplichtingen, te beoordelen of de verzekerde in staat zal zijn de verplichtingen na te komen en te bezien of weigeringsgronden van toepassing zijn.
Het is de bedoeling dat reeds door de controle aan de voorkant wordt geborgd dat het pgb aan zorg waarin de Wlz voorziet wordt besteed. Deze controle begint al bij de beoordeling van de pgb-aanvraag. Het zorgkantoor moet daarom bij de pgb-aanvraag aan de hand van het budgetplan en het bewuste keuze-gesprek beoordelen of de verzekerde of de gewaarborgde hulp voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.3.3, vierde lid, van de Wlz. Deze voorwaarden borgen onder meer een goede kwaliteit en organisatie van de zorg. Enkel indien aan deze voorwaarden is voldaan, wordt het pgb aan de verzekerde verleend.”
In artikel 3.3.3, vierde lid, van de Wlz is bepaald:
Het persoonsgebonden budget wordt, onverminderd het vijfde lid en andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen, verleend, indien:
naar het oordeel van het zorgkantoor met het persoonsgebonden budget op doelmatige wijze zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit.
de verzekerde naar het oordeel van het zorgkantoor in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de aan een budget verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren;
(…).
Formulieren
Namens eiser is betoogd dat verweerder de aanvraag voor het pgb had moeten beoordelen aan de hand van een volgens eisers gemachtigde al op 30 oktober 2020 ingediend CZ-omzettingsformulier. Dan had verweerder van al bekende gegevens uit kunnen gaan. De rechtbank volgt eiser niet in dit betoog. Verweerder moet bij een pgb-aanvraag beoordelen of voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 3.3.3, vierde lid, van de Wlz. Daartoe heeft verweerder een aanvraagformulier vastgesteld, waarop de voor de aanvraag noodzakelijke documenten zijn vermeld. Om tot een goede beoordeling van de pgb-aanvraag te kunnen komen heeft verweerder van eiser kunnen verlangen dat het aanvraagformulier pgb wordt ingediend, vergezeld van een budgetplan dat is ingericht volgens het door verweerder vastgestelde model. Dat het indienen van een aan een ander zorgkantoor toebehorend omzettingsformulier bij verweerder niet heeft geleid tot een beoordeling door verweerder van de aanvraag van eiser, acht de rechtbank niet onzorgvuldig mede omdat het omzettingsformulier niet geschikt is voor de door verweerder uit te voeren pgb-beoordeling.
Namens eiser is betoogd dat het formulier gewaarborgde hulp correct is aangeleverd, nu eiser onder curatele staat. Eiser heeft hierbij gewezen op de website van verweerder, waarop is vermeld dat een gewaarborgde hulp niet noodzakelijk is als er een curator is.
Ter zitting heeft verweerder hetgeen eiser is tegengeworpen over het formulier gewaarborgde hulp laten vallen. De rechtbank zal dit daarom verder onbesproken laten.
Zorg
Volgens verweerder volgt uit de namens eiser ingediende aanvraag niet duidelijk of er kwalitatief verantwoorde en doelmatige zorg wordt ingekocht. Onder meer is eiser tegengeworpen dat het budgetplan niet is ingevuld.
Namens eiser is in beroep naar voren gebracht dat nog niet duidelijk was hoe de zorg vorm gegeven zou gaan worden en dat het budgetplan daarom niet verder ingevuld kon worden. In het formulier voor het budgetplan wordt er ook van uit gegaan dat niet alles al meteen duidelijk is doordat op verschillende plekken staat: ‘wanneer u dit al weet’.
Tijdens de zitting van de rechtbank heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat de ouders nog niet weten waar eiser naar toe zal gaan of welke zorg hij gaat ontvangen. Er zijn wel ideeën over de in te richten zorg, maar het heeft nog tijd nodig om die ideeën uit te werken.
De rechtbank overweegt dat alleen een pgb wordt verleend als aan de voorwaarden wordt voldaan. Onder meer moet de verzekerde hierbij duidelijk maken dat de in te kopen zorg verantwoord en van goede kwaliteit is en in het budgetplan moet de verzekerde te kennen geven hoe hij van plan is het pgb te besteden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat met hetgeen in de aanvraag en in het budgetplan is vermeld niet te bepalen is of met het pgb op doelmatige wijze zal worden voorzien in toereikende zorg van goede kwaliteit. In het budgetplan is geen enkele zorgverlener vermeld bij wie zorg ingekocht gaat worden. Ook zijn geen bedragen vermeld die per zorgverlener besteed gaan worden. Hiermee is niet inzichtelijk gemaakt hoe eiser van plan is het pgb te besteden. Er is niet duidelijk gemaakt wanneer, welke zorg, door wie en tegen welk tarief verleend zal gaan worden. Op grond hiervan heeft verweerder terecht de pgb-aanvraag afgewezen onder verwijzing naar artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz. Dat in het budgetplan op sommige plaatsen ‘wanneer u dit al weet’ is vermeld, maakt dit niet anders. Het ligt op de weg van de aanvrager om voldoende duidelijk te maken dat de in te kopen zorg verantwoord en van goede kwaliteit is en hoe hij van plan is het pgb te besteden. Door alleen maar in te vullen dat nog niet bekend is bij welke zorgverlener zorg gaat worden ingekocht en welke bedrag per zorgverlener besteed gaat worden, is hieraan niet voldaan. Overigens is ook tijdens de bezwaarprocedure en ter zitting van de rechtbank nog steeds niet duidelijk geworden hoe de zorg voor eiser ingericht zal gaan worden. Dat met een pgb de juiste zorg voor eiser kan worden gewaarborgd, zoals namens eiser naar voren is gebracht, is naar het oordeel van de rechtbank daarmee niet aannemelijk geworden. Nu niet voldaan is aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een pgb, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of een toekenning van pgb hier met terugwerkende kracht met ingang van 28 december 2019 aan de orde kan zijn.
Belangenafweging
Namens eiser is betoogd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is omdat de belangen van eiser onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank overweegt in dit kader dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet voldaan is aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 3.3.3, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wlz. In verband daarmee heeft verweerder terecht de aanvraag pgb geweigerd.
De rechtbank heeft respect voor de wijze waarop de ouders van eiser zich inspannen om de in hun ogen juiste zorg aan eiser te (laten) bieden. Er is echter geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder duidelijke wettelijke bepalingen, bedoeld om vóóraf te controleren of aan de voorwaarden voor een pgb is voldaan om áchteraf problemen en eventuele terugvorderingen te voorkomen, buiten toepassing heeft moeten laten met het oog op de belangen van eiser. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Ten overvloede
De rechtbank overweegt ten overvloede dat inmiddels een nieuwe curator voor eiser is benoemd. Ter zitting van de rechtbank heeft verweerder aangegeven inmiddels contact te hebben gehad met de nieuwe curator. De rechtbank merkt op dat wellicht gezamenlijk kan worden gekeken op welke wijze in het kader van een nieuwe pgb-aanvraag wel aan de gestelde voorwaarden kan worden voldaan.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Dit is de uitspraak ECLI:NL:CRVB:2022:250.
- Dit volgt uit artikel 5.8 van de Regeling langdurige zorg.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...