Pays-Bas Rechtbank Rotterdam Divers 12 10 月 2023 N° 10344983 / VZ VERZ 23-1804 NL

ECLI:NL:RBROT:2023:9565 Rechtbank Rotterdam , 12-10-2023 / 10344983 / VZ VERZ 23-1804

Verzoek gelasten voorlopig getuigenverhoor. Veelprocedeerder. Afwijzing vanwege een gebrek aan belang en misbruik van bevoegdheid.

Source officielle

9 min de lecture 1,842 mots

Inhoudsindicatie. Verzoek gelasten voorlopig getuigenverhoor. Veelprocedeerder. Afwijzing vanwege een gebrek aan belang en misbruik van bevoegdheid.

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 10344983 / VZ VERZ 23-1804

datum uitspraak: 12 oktober 2023 (bij vervroeging)

Beschikking van de kantonrechter

op het verzoek van

[verzoeker]
,

wonende in [woonplaats],

verzoeker,

die zelf procedeert,

gericht tegen

1
[verweerder],

wonende op een onbekend adres,

2. Openbaar Lichaam Sociaal,

zetelend in Dordrecht,

verweerders,

gemachtigde: mr. B.J.P.G. Roozendaal te Breda.

De partijen worden hierna ‘[verzoeker]’, ‘[verweerder]’ en ‘OLS’ genoemd. [verweerder] en OLS worden samen ‘verweerders’ genoemd.

Waar deze zaak over gaat

Het gaat om een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Dit verzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en misbruik van bevoegdheid.

1De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

het verzoekschrift, zonder bijlagen, dat op 20 februari 2023 op de griffie is ontvangen;

de brief van 23 februari 2023 van [verzoeker], met bijlagen;

de tussenbeschikking van 15 juni 2023;

de e-mail van 19 juni 2023 van [verzoeker];

de e-mail van 21 juni 2023 van [verzoeker], met bijlagen;

de e-mail van 21 juni 2023 van [verweerder];

het verweerschrift, met bijlagen, dat op 15 september 2023 op de griffie is ontvangen.

Op 5 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij was alleen [verzoeker] aanwezig. [verweerder], OLS en hun gemachtigde hadden voorafgaand aan de mondelinge behandeling laten weten niet aanwezig te zullen zijn. Omdat [verzoeker] het verweerschrift niet voorafgaand aan de mondelinge behandeling had ontvangen, is de zitting vrijwel direct na aanvang geschorst voor een leespauze. De zitting is hervat nadat [verzoeker] te kennen gaf voldoende tijd te hebben gehad om het verweerschrift te lezen.

2De verdere beoordeling

De tussenbeschikking van 15 juni 2023

Het verzoek strekt tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor, waarbij [verweerder] als getuige zou moeten worden gehoord. Omdat uit het verzoekschrift niet duidelijk (genoeg) bleek wie de wederpartij(en) van [verzoeker] is/zijn, is [verzoeker] in de tussenbeschikking – kort gezegd – in de gelegenheid gesteld om zich daarover schriftelijk uit te laten, onder vermelding van de adresgegevens van die wederpartij(en) en van de te horen getuige.

De wederpartijen

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] in toelichting op zijn schriftelijke reactie na de tussenbeschikking gezegd dat [verweerder] en OLS als zijn wederpartijen hebben te gelden. Daarom zijn deze twee partijen in de kop van deze beschikking als verweerders vermeld. [verzoeker] kon zich tijdens de mondelinge behandeling ook verenigen met de spelling van de naam van [verweerder], zoals haar gemachtigde die in het verweerschrift heeft vermeld, zodat die spelling in deze beschikking wordt aangehouden.

Het verzoek

Het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van [verzoeker] heeft betrekking op het horen van [verweerder] als getuige. [verweerder] is in dienst is van OLS. Dit openbare lichaam voert onder meer de Participatiewet uit (in de volksmond ‘de Sociale Dienst’).

De bevoegdheid van de kantonrechter

Het verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor is een verzoek van onbepaalde waarde. Dergelijke verzoeken worden alleen behandeld en beslist door de kantonrechter als er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering in een eventuele bodemprocedure geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00 (artikel 93 sub b Rv). Met de mededeling van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling dat zijn schade maximaal een paar duizend euro bedraagt, wat niet door OLS en [verweerder] is weersproken, is de kantonrechter van oordeel dat er voldoende duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering van [verzoeker] op OLS en/of [verweerder] in een eventuele bodemprocedure geen hogere waarde zal vertegenwoordigen dan € 25.000,00. De kantonrechter is dan ook bevoegd om het verzoek van [verzoeker] te behandelen en daarop te beslissen.

Het voorlopig getuigenverhoor

Het uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek is dat de rechter in principe een getuigenverhoor beveelt zo vaak een partij dit verzoekt, indien de te bewijzen feiten zijn betwist, het bewijs daarvan door getuigen is toegelaten en de te bewijzen feiten tot een beslissing in de zaak kunnen leiden (artikel 186 Rv in samenhang met artikel 166 Rv).

De kantonrechter is van oordeel dat het onderhavige verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor moet worden afgewezen. Ten eerste vanwege een gebrek aan belang (artikel 3:303 BW) en ten tweede vanwege misbruik van bevoegdheid (artikel 3:313 lid 2 BW). Dit wordt hierna uitgelegd.

[verzoeker] heeft onvoldoende belang bij zijn verzoek

In zijn verzoekschrift heeft [verzoeker] gesteld dat [verweerder], die werkzaam is bij OLS, in het kader van een verzoek om leenbijstand in april 2022 “opzettelijk post heeft gestuurd aan het verkeerde adres”. Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd toegelicht dat de brieven zijn verzonden naar zijn woonadres. Die brieven hadden – volgens [verzoeker] – naar zijn postadres/briefadres moeten worden gestuurd. [verzoeker] heeft hierdoor schade geleden. Voordat [verzoeker] een procedure tegen OLS en/of [verweerder] aanhangig maakt, wil [verzoeker] [verweerder] als getuige horen. [verzoeker] wil haar vragen of zij zelf heeft besloten de brieven naar zijn woonadres te versturen of dat zij daar van hogerhand instructies toe heeft gekregen en waarom zij bij het versturen van de brieven niet “gewoon” de wet toepast. Ook wil hij haar vragen of zij beseft dat het verzenden van de brieven naar zijn woonadres hem heel veel problemen oplevert. Het doel van een procedure, aldus [verzoeker], is om te bereiken dat de post voortaan weer naar zijn postadres wordt verzonden (in de woorden van [verzoeker]: “ik wil dat deze waanzin stopt”).

Bij een dergelijk getuigenverhoor heeft [verzoeker] onvoldoende belang. In de Wet basisregistratie personen wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten adressen: een woonadres en een briefadres. Het uitgangspunt is dat een ingezetene van Nederland in de basisregistratie personen staat ingeschreven op het woonadres. Slechts in het geval dat een ingezetene geen woonadres heeft, in een instelling verblijft of het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is, kan een ingezetene worden ingeschreven op een briefadres (zie de artikelen 2.39 lid 3, 2.40 lid 1 en 2.41 lid 1 van de Wet basisregistratie personen). In het verweerschrift is erkend dat de post – bewust – naar het woonadres van [verzoeker] is verzonden. Verder hebben verweerders toegelicht dat [verzoeker] tot 19 oktober 2021 een briefadres heeft gehad. Hij werd in het verleden gestalkt. De gemeente Zwijndrecht heeft besloten dat [verzoeker] weer zou worden ingeschreven op zijn woonadres, omdat de gemeente geen aanleiding zag om het briefadres van [verzoeker] te verlengen. Tegen dit besluit van de gemeente is [verzoeker] tot aan de hoogste bestuursrechter (de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) opgekomen, maar de Afdeling heeft bij uitspraak van 12 april 2023, gepubliceerd onder ECLI:NL:RVS:2023:1450, geoordeeld dat het hoger beroep van [verzoeker] ongegrond is.

De hoogste bestuursrechter heeft dus al beslist dat de gemeente [verzoeker] vanaf 19 oktober 2021 terecht op zijn woonadres heeft ingeschreven (en in het verlengde daarvan: brieven stuurt naar dat adres). De civiele rechter moet uitgaan van de juistheid van dat oordeel. Dat [verzoeker] naar eigen zeggen bij de Raad van State een verzoek om herziening heeft ingediend en de civiele rechter een ‘restrechter’ is, kan hieraan niet afdoen. Ter zitting heeft [verzoeker] overigens verklaard dat de persoon die hem stalkte – de reden waarom de gemeente aan hem in het verleden een briefadres had toegekend – inmiddels ook is overleden. Aangezien alle brieven, waarvan [verzoeker] in deze zaak stelt dat die ten onrechte naar zijn woonadres zijn gestuurd, dateren van ná 19 oktober 2021 en OLS die brieven op grond van de uitspraak van de Afdeling naar het woonadres van [verzoeker] mocht sturen, is de kantonrechter van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor. Uit het voorgaande blijkt namelijk al wat de reden is de OLS en/of [verweerder] brieven naar het woonadres van [verzoeker] hebben gestuurd. [verzoeker] was hiermee voorafgaand aan het indienen van zijn verzoekschrift vanzelfsprekend ook al bekend, aangezien hij de betreffende procedures zelf heeft gevoerd. De vragen die [verzoeker] aan [verweerder] zou willen stellen zijn dus al beantwoord, behalve de vraag of zij beseft dat het verzenden van post aan zijn woonadres hem heel veel problemen oplevert. Niet valt in te zien welk belang hij in de gegeven situatie heeft bij het antwoord op die vraag. Daar komt nog bij dat gelet op de uitspraak van de Afdeling niet valt te verwachten dat [verzoeker] in een mogelijk aanhangig te maken bodemprocedure tegen OLS en/of [verweerder] aanspraak zal kunnen maken op enige schadevergoeding.

Misbruik van bevoegdheid

Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat het verzoek ook moet worden afgewezen vanwege misbruik van bevoegdheid (art. 313 lid 2 BW). Uit de stellingen van [verzoeker] maakt de kantonrechter op dat sprake is van een zogenoemde ‘fishing expedition’. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat hij eerst [verweerder] wenst te doen horen en aan de hand daarvan zal besluiten of hij nog meer medewerkers van OLS wil doen horen. Het heeft er – mede gelet op wat hiervoor is geoordeeld over het gebrek aan belang van [verzoeker] bij het horen van [verweerder] – alle schijn van dat sprake is van een algemene zoektocht naar onbekende informatie, zonder rechtstreeks verband met een concrete vordering van [verzoeker]. In dit verband acht de kantonrechter ook relevant dat [verzoeker] een zogenoemde ‘veelprocedeerder’ is. Op 17 maart 2023 zijn maar liefst achttien verzoekschriften van [verzoeker] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor over allerhande kwesties niet-ontvankelijk verklaard door de kantonrechter van deze rechtbank vanwege het niet betalen van het griffierecht. Zowel de bestuursrechter als ook de burgerlijke rechter hebben herhaaldelijk geoordeeld dat [verzoeker] met zijn vele procedures misbruik van recht maakt.

Slotsom en proceskosten

Het verzoek wordt afgewezen. [verzoeker] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [verweerder] en OLS tot vandaag vast op € 249,00 aan salaris voor hun gemachtigde (één punt). Voor kosten die [verweerder] en OLS maken na deze uitspraak moet [verzoeker] een bedrag betalen van € 124,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist.

3De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerder] en OLS tot vandaag worden vastgesteld op € 249,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.

38671

Voetnoten

  1. Kantonrechter Rotterdam, 17 maart 2023, ECLI:NL:2023:2277 t/m 2295.
  2. Zie bijv. Hof Den Haag 15 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1080, Centrale Raad van Beroep 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105, Raad van State 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1655, 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3556, ECLI:NL:RVS:2018:3555, ECLI:NL:RVS:2018:3559, ECLI:NL:RVS:2018:3553, ECLI:NL:RVS:2018:3558 en 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310 en Rechtbank Rotterdam 3 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4625
  3. Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.