ECLI:NL:RBROT:2025:11601 Rechtbank Rotterdam , 20-03-2025 / FT RK 24/1538
Dwangakkoord afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers.
6 min de lecture · 1,243 mots
Inhoudsindicatie. Dwangakkoord afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers.
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 20 maart 2025
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
1De procedure
Verzoeker heeft op 4 november 2024, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een viertal schuldeisers, te weten:
[persoon A] , in behandeling bij Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders, hierna te noemen: [persoon A] ;
Just Lease.nl, hierna te noemen: Just Lease;
Santander Consumer Finance Benelux B.V., in behandeling bij Intrum Nederland B.V., hierna te noemen: Santander Consumer Finance Benelux;
Aevitae B.V., in behandeling bij Syncasso, hierna te noemen: Aevitae.
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Op 11 november 2024 heeft Geldplein Rotterdam, voorheen genaamd Kredietbank Rotterdam, te kennen gegeven dat Aevitae bij bericht van 15 augustus 2024 alsnog heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Aevitae wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.
[persoon A] heeft voorafgaand aan de zitting op 27 februari 2025 een verweerschrift ingediend.
Ter zitting van 6 maart 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
mevrouw [persoon B] , partner van verzoeker (hierna te noemen: partner);
de heer [persoon C] , werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna te noemen: schuldhulpverlening).
De schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Op 6 maart 2025 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift dertien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 55.718,20 van verzoeker te vorderen.
Verzoeker heeft bij brief van 7 augustus 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 4,26% aan de concurrente schuldeisers. tegen finale kwijting. De schuldenlast was op dat moment € 55.718,20. Op 4 september 2024 is aan de schuldeisers een heroverweging gezonden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Vanwege gezondheidsklachten wordt er een vermindering van het salaris toegepast. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden voldaan.
Zeven schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux stemmen hier niet mee in. [persoon A] heeft een vordering van € 14.786,78, welke 26,54% van de totale schuldenlast beloopt. Just Lease heeft een vordering van € 6.900,00 op verzoeker, welke 12,38% van de totale schuldenlast beloopt. Santander Consumer Finance Benelux heeft een vordering van € 24.277,97 op verzoeker, welke 43,57% van de totale schuldenlast beloopt.
3Het verweer
[persoon A]
In zijn verweerschrift stelt [persoon A] zich op het standpunt dat hij zwaar financieel benadeeld is door het onjuist handelen van verzoeker. [persoon A] stelt dat verzoeker doelbewust een woning van hem heeft gehuurd om daar een wietplantage op te zetten. Verzoeker heeft hierdoor veel geld omgezet en verdiend. [persoon A] heeft te kennen gegeven dat er veel schade aan de woning is ontstaan. De rechtbank heeft verzoeker dan ook veroordeeld tot het vergoeden van de kosten tot herstel van de woning. [persoon A] wenst deze kosten vergoed te krijgen en stemt niet in met de aangeboden regeling.
Just Lease
Just Lease heeft niet gereageerd op de aangeboden regeling.
Santander Consumer Finance Benelux
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Santander Consumer Finance Benelux te kennen gegeven zij niet akkoord gaat met de aangeboden schuldregeling gezien de lening pas recentelijk in 2022 is afgesloten. Voorts wordt er niet voldaan aan de maximale inkomensplicht. De partner van verzoeker zou immers weer kunnen gaan werken.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben de weigerende schuldeisers geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.
4De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast (te weten 85,26% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux in redelijkheid niet konden weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
Bij deze weigering heeft met name de weigerachtige schuldeiser [persoon A] naar het oordeel van de rechtbank een groot belang mogen hechten aan de wijze waarop de vordering is ontstaan en de mate van verwijtbaarheid van verzoeker. Verzoeker heeft een woning gehuurd van [persoon A] . In oktober 2019 is in deze woning een wietplantage ontdekt. De rechtbank heeft verzoeker veroordeeld tot het vergoeden van de gemaakte kosten tot herstel van de woning. Gelet op de aard van de vordering kan niet worden geoordeeld dat deze schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen. In oktober 2022 is verzoeker een lening aangegaan bij Santander Consumer Finance Benelux. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij met het ontvangen geld meerdere kleine schuldeisers heeft afgelost. Desalniettemin heeft verzoeker er niet voor gekozen om met het geld [persoon A] (gedeeltelijk) terug te betalen.
De rechtbank weegt hier ook mee dat de wettelijke regeling waartoe verzoeker zal kunnen worden toegelaten, langer dan 18 maanden zal duren gelet op de aard van de vordering van [persoon A] , zodat de schuldeisers in dat geval financieel beter af zullen zijn.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om [persoon A] , Just Lease en Santander Consumer Finance Benelux te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5De beslissing
De rechtbank:
– wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...