ECLI:NL:GHAMS:2026:959 Gerechtshof Amsterdam , 10-04-2026 / 23-002111-23
Ladingdiefstal van Apple Watches op Schiphol. Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de diefstal van een lading Apple Watches op Schiphol. In tegenstelling tot de medeverdachte heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de diefstal. De verdachte is ook niet ter zitting in hoger beroep verschenen o...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Ladingdiefstal van Apple Watches op Schiphol. Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de diefstal van een lading Apple Watches op Schiphol. In tegenstelling tot de medeverdachte heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de diefstal. De verdachte is ook niet ter zitting in hoger beroep verschenen om uitleg te geven. In verband met de overschrijding van de redelijke termijn legt het hof in plaats van 10 maanden, 9 maanden gevangenisstraf op. Verder wijst het hof de vordering van de benadeelde partij toe, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002111-23
datum uitspraak: 10 april 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-140180-20 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1983,
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats,.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 16 mei 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere (4400) Apple I-watches , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiair
tot op heden onbekend gebleven personen op of omstreeks 16 mei 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere (4400) Apple I-watches, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan die tot op heden onbekend gebleven personen en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 mei 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door – als bestuurder de bestelbus te rijden waarin de pallets met de meerdere (4400) Apple I-watches in geladen zijn/werden en/of – met de meerdere (4400) Apple I-watches weg te rijden naar een andere locatie;
meer subsidiair
hij op of omstreeks 16 mei 2020 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, meerdere (4400) Apple I-watches, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof zich daarmee op onderdelen niet verenigt, in het bijzonder met de bewezenverklaring en een van de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit.
De raadsvrouw heeft verzocht de verdachte integraal vrij te spreken, omdat niet bewezen kan worden dat de verdachte opzettelijk betrokken is geweest bij het aan hem tenlastegelegde. Daartoe heeft de raadsvrouw onder meer aangevoerd dat de verdachte in de veronderstelling was dat hij een proefrit maakte om zijn bekwaamheid te tonen voor een mogelijke baan als chauffeur. De verdachte was wel op de hoogte van de inhoud van de lading die hij moest vervoeren, maar niet van de wederrechtelijkheid van zijn handelen. De verdachte is simpelweg gebruikt als katvanger volgens zijn raadsvrouw.
Het hof overweegt als volgt.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de vraag of de verdachte opzettelijk als medepleger een bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van een lading Apple Watches op 16 mei 2020 op Schiphol, bevestigend moet worden beantwoord. Het hof neemt de bewijsoverweging van de rechtbank over en vult deze aan.
De bewijsmiddelen houden onder andere de volgende feiten en omstandigheden in. Op 16 mei 2020 vond tussen 18:49 uur en 19:20 uur bij vrachtafhandelaar [bedrijf 1] te Schiphol een diefstal plaats van een lading Apple Watches. De gestolen lading, die bestemd was voor [bedrijf 2] , betrof 6 pallets en had een geschatte (winkel)waarde van € 500.000,-. De verdachte arriveerde op 16 mei 2020 omstreeks 18:49 uur bij het terrein van [bedrijf 1] met een witte bestelbus, voorzien van het kenteken [kenteken] . Hij reed daarmee het terrein op. Medeverdachte [medeverdachte] bevond zich als loodsmedewerker reeds in de loods van [bedrijf 1] . [medeverdachte] was op de hoogte gebracht van de komst van de verdachte en had een zogenaamd ‘manifest’ vervalst om de 6 pallets te kunnen inladen. Uit de
camerabeelden van [bedrijf 1] is gebleken dat [medeverdachte] de 6 pallets vervolgens heeft ingeladen in de bestelbus nadat hij de bewuste pallets door de deurcoördinator toegewezen had gekregen. Omstreeks 19:20 uur verliet de verdachte het terrein met de volgeladen bestelbus. Waar de lading als geheel daadwerkelijk terecht is gekomen, is niet duidelijk geworden.
Op die manier heeft de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm meegewerkt aan het wederrechtelijk wegnemen van de lading die immers bestemd was voor een ander. Bij de beoordeling van deze zaak is ook van belang wat de verdachte zelf over die bewuste avond heeft verklaard. Zo heeft de verdachte meermaals ontkend dat hij enige wetenschap van de ladingdiefstal heeft gehad, laat staan dat hij daaraan als medepleger een bijdrage heeft geleverd. Hij heeft verklaard dat hij op een aanbod van een derde, die hij via een kennis had leren kennen, een proefrit maakte om zijn bekwaamheid als chauffeur te tonen en bij goed gevolg als chauffeur aan de slag te kunnen. Dat hij op 16 mei 2020 op Schiphol is geweest met de witte bestelbus en de pallets heeft opgehaald, wordt door de verdachte dan ook niet betwist, zij het dat hij zegt niet te hebben geweten van de wederrechtelijkheid van de wegneming.
Met de rechtbank acht het hof de verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat hij onderdeel uitmaakte van de ladingdiefstal ongeloofwaardig en schuift deze dan ook terzijde. Daartoe overweegt het hof het volgende.
De verklaring van de verdachte houdt in dat de verdachte — kort nadat hij naar Nederland terug was gekomen — op zoek was naar werk en werk aangeboden kreeg via [persoon] , een kennis van de verdachte. De verdachte, die heeft verklaard tot dan met name te hebben gewerkt als stukadoor, zou als koerier of chauffeur kunnen gaan werken. Omdat de verdachte daarmee geen ervaring had, zou hij de eerste opdracht bij wijze van proef moeten verrichten. Een week later werd de verdachte op 16 mei 2020 naar een parkeerplaats gebracht door [persoon] en een Turkse man. Op die parkeerplaats stond de witte bestelbus klaar en de verdachte kreeg een diensttelefoon en de adresgegevens mee. Verder houdt de verklaring van de verdachte in dat hij de pallets na het ophalen daarvan op een voorbestemde locatie heeft afgeleverd, waar ook de Turkse man zou zijn geweest. Op die manier zou de verdachte in feite misbruikt zijn door anderen om de diefstal van een waardevolle lading te bewerkstelligen.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het, in het bijzonder gelet op de geschatte en zeer hoge verkoopwaarde van de pallets met Apple Watches, hoogst onwaarschijnlijk is dat voor deze geraffineerd georganiseerde ladingdiefstal een onwetende chauffeur is gebruikt. Dit zou immers aanzienlijke risico's voor de organisatie met zich brengen, zoals het risico van verlies van de Apple Watches wanneer de chauffeur later niet meer kan worden achterhaald of dat de chauffeur de diefstal voortijdig zelf ontdekt en bij de autoriteiten meldt. Daar komt bij dat medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard over de verdeling van de rollen bij de diefstal en de verdeling van de opbrengst. In die verdeling wordt ook de rol en de aanzienlijke beloning van de chauffeur benoemd. Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan een dergelijke rolverdeling en beloning van degenen die bij de ladingdiefstal betrokken waren, waaronder de verdachte als chauffeur.
Verder oordeelt het hof dat de mate van betrokkenheid van de verdachte bij de ladingdiefstal en de ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen ook blijken uit de telefoongegevens in het proces-verbaal van bevindingen op pagina’s 1476-1478 van het dossier en de omschrijving van de camerabeelden van de ladingdiefstal op pagina’s 1281-1302 van het dossier. Uit de telefoongegevens van de verdachte blijkt dat hij in de periode van 28 februari 2020 tot 23 juni 2020 in totaal 80 keer telefonisch contact had met [persoon] . Op de dag van de ladingdiefstal had de verdachte zelfs zes keer telefonisch contact met [persoon] , waarvan twee keer vlak vóór het plaatsvinden van de diefstal, één keer terwijl de verdachte op Schiphol was om 18:52:39 uur en nog drie keer nadat de verdachte Schiphol met de bestelbus had verlaten. De verklaring van de verdachte over zijn telefonische contacten die dag – waaronder dat hij slechts één keer vóór aankomst op Schiphol een minuut telefonisch contact had met de Turkse man via een diensttelefoon – stroken niet met de omschrijving van de camerabeelden waaruit blijkt dat de verdachte vrijwel de hele tijd dat hij zich tussen 18:49 uur en 19:20 uur in de Schiphol loods bevond, aan het telefoneren was. Vermoedelijk deed hij dat met de Turkse man via de diensttelefoon, nu het telefoongesprek met [persoon] slechts 1:31 minuten duurde en de verdachte volgens de camerabeelden veel langer aan het telefoneren was. Naar het oordeel van het hof schetsen de telefoongegevens in samenhang met de andere bewijsmiddelen een duidelijk beeld van de nauwe betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal. Een geraffineerde diefstal zoals deze komt immers niet tot stand zonder een zorgvuldige voorbereiding en een goed doordacht plan, waarbij veelvuldig overleg plaatsvindt met alle betrokkenen, zowel voor, tijdens en na de diefstal.
Op grond van de hiervoor opgesomde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof met de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat de verdachte zich in een nauwe en bewuste samenwerking met anderen schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een lading Apple Watches op Schiphol. Het hof is ook van oordeel dat de bijdrage van de verdachte aan de uitvoering en de afhandeling van de ladingdiefstal, als chauffeur en vervoerder van de pallets met Apple Watches naar de afleverplaats, van zodanig significant en wezenlijk gewicht is geweest, dat sprake is van medeplegen. Daarmee acht het hof het primair ten laste gelegde diefstal in vereniging bewezen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 16 mei 2020 te Schiphol tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meerdere (4400) Apple Watches, die geheel aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf en maatregel
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde – met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn – zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw van de verdachte heeft – indien het hof tot een bewezenverklaring komt – verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Zij heeft verzocht om een taakstraf voor de duur van 240 uren in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een verlengde proeftijd van 3 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de diefstal van een grote lading Apple Watches van een loods op Schiphol. De verdachte en zijn medeverdachten zijn daarbij zeer geraffineerd te werk gegaan. Medeverdachte [medeverdachte] , die destijds zelf werkzaam was op Schiphol heeft een manifest vervalst en de pallets met Apple Watches in de bestelbus geladen die door de verdachte werd bestuurd. De verdachte is vervolgens met de pallets Apple Watches naar een loods in [plaats] gereden, waarna de pallets vermoedelijk zijn overgeladen ten behoeve van verder vervoer. De lading is in ieder geval niet meer teruggevonden.
Diefstal is een ernstig feit, waarbij inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. In deze zaak gaat het om een zeer geraffineerde diefstal van een aanzienlijke waarde, waarbij de verdachte en zijn medeverdachten enkel oog hebben gehad voor hun eigen financiële gewin en zij enorme financiële schade hebben aangericht bij de benadeelde partijen. In tegenstelling tot medeverdachte [medeverdachte] heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de diefstal. De verdachte is ook niet ter zitting in hoger beroep verschenen om uitleg te geven. Het hof weegt dit mee in het nadeel van de verdachte.
De ernst van het feit maakt dat naar het oordeel van het hof niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur zoals geëist door de advocaat-generaal. Een straf zoals de raadsvrouw heeft voorgesteld is gelet op de mate van indringendheid van de diefstal, de waarde van de gestolen goederen en gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, niet aan de orde. Het hof ziet ook in hetgeen de raadsvrouw over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren heeft gebracht geen aanleiding tot matiging van de straf.
Het hof houdt wel rekening met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De verdachte is op 4 augustus 2020 gehoord en het hof wijst nu pas arrest. Daarom zal het hof, in overeenstemming met de eis van de advocaat-generaal, in plaats van een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsvrouw van de verdachte heeft verzocht – gelet op de bepleite integrale vrijspraak – de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de gehele vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijf 2] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [bedrijf 2] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 225 (tweehonderdvijfentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 mei 2020.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. W.F. Groos en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 april 2026.
=========================================================================
[…]
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...