ECLI:NL:GHAMS:2026:960 Gerechtshof Amsterdam , 10-04-2026 / 23-002172-23

Ladingdiefstal van Apple Watches op Schiphol. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de straf. De ernst van het feit maakt dat naar het oordeel van het hof in beginsel niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Het hof merkt nog op dat, hoewel er aanknopingspunten in het dossier zijn, dat naast de verdachte en medeverdac...

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Ladingdiefstal van Apple Watches op Schiphol. Bevestiging van het vonnis waarvan beroep, met uitzondering van de straf. De ernst van het feit maakt dat naar het oordeel van het hof in beginsel niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Het hof merkt nog op dat, hoewel er aanknopingspunten in het dossier zijn, dat naast de verdachte en medeverdachte, nog meer mensen bij de diefstal betrokken waren, onder meer een persoon met een schijnbaar coördinerende en opdracht gevende rol, daar om – voor het hof – onduidelijke redenen onvoldoende nader onderzoek naar is verricht en dit niet heeft geleid tot vervolging van de vermoedelijke opdrachtgever(s). Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in dit bijzondere geval aanleiding om de straf te matigen. In tegenstelling tot de medeverdachte heeft de verdachte vanaf zijn eerste politieverhoor openheid van zaken gegeven en verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de diefstal. Daarbij heeft hij zijn spijt betuigd en inzicht getoond dat hij anders had moeten handelen. De verdachte, destijds werkzaam op een – voor de uitvoering van de diefstal – cruciale positie als loodsmedewerker op Schiphol, had een enorm bedrag aan schulden openstaan. Daardoor verkeerde hij in een kwetsbare positie om overgehaald te worden tot het verlenen van zijn medewerking aan de diefstal. In de afgelopen jaren heeft de verdachte – met een verder blanco strafblad – zijn leven opgepakt en een flink bedrag aan openstaande schulden afgelost. Het hof houdt bij de strafoplegging ook rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Verder wijst het hof de vorderingen van de benadeelde partijen (gedeeltelijk) toe, vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002172-23

datum uitspraak: 10 april 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-139619-20 tegen

[verdachte]
,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zal dit om die reden bevestigen behalve ten aanzien van de straf -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat:

– het hof het hof de kwalificatie verbeterd leest als “diefstal door twee of meer verenigde personen”;

– de bewijsmiddelen van de rechtbank zullen worden aangevuld in geval van cassatie.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

De raadsman heeft verzocht om aan de verdachte een taakstraf op te leggen en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat dat onevenredige gevolgen zal hebben voor hem. De verdachte zal in geval van een onvoorwaardelijk gevangenisstraf zijn baan kwijtraken en daarmee zijn inkomen, waardoor zijn vrouw en kind er alleen voor komen te staan en hij zijn schulden niet langer kan aflossen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de diefstal van een grote lading Apple Watches van een loods op Schiphol. De verdachte en zijn medeverdachten zijn daarbij zeer geraffineerd te werk gegaan. Zo heeft de verdachte, die destijds zelf werkzaam was op Schiphol, een manifest vervalst en de pallets met Apple Watches in een bestelbus geladen die door medeverdachte [medeverdachte] werd bestuurd. [medeverdachte] is vervolgens met de pallets Apple Watches naar een loods in [plaats] gereden, waarna de pallets vermoedelijk zijn overgeladen ten behoeve van verder vervoer. De lading is in ieder geval niet meer teruggevonden.

Diefstal is een ernstig feit, waarbij inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. In deze zaak gaat het om een zeer geraffineerde diefstal van een aanzienlijke waarde, waarbij de verdachte en zijn medeverdachten enkel oog hebben gehad voor hun eigen financiële gewin. Zij hebben daarbij enorme financiële schade aangericht bij de benadeelde partijen. Bovendien heeft de verdachte met zijn handelen, gelet op de vertrouwelijke positie die hij op Schiphol bekleedde, het vertrouwen van zijn werkgever ernstig geschaad. Dit weegt het hof mee in het nadeel van de verdachte.

In het voordeel van de verdachte houdt het hof bij de strafoplegging rekening met zijn proceshouding. In tegenstelling tot de medeverdachte [medeverdachte] heeft de verdachte vanaf zijn eerste politieverhoor openheid van zaken gegeven en verantwoordelijkheid genomen voor zijn aandeel in de diefstal. Daarbij heeft hij zijn spijt betuigd en inzicht getoond dat hij anders had moeten handelen. De verdachte, destijds werkzaam op een – voor de uitvoering van de diefstal – cruciale positie als loodsmedewerker bij [bedrijf 1] op Schiphol, had een enorm bedrag aan schulden openstaan. Daardoor verkeerde hij in een kwetsbare positie om overgehaald te worden tot het verlenen van zijn medewerking aan de diefstal. Het hof hecht er verder aan om op te merken dat hoewel er genoeg aanknopingspunten waren in het dossier dat naast de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] nog meer mensen bij de diefstal betrokken waren, onder meer een persoon met een schijnbaar coördinerende en opdracht gevende rol, is daar om – voor het hof – onduidelijke redenen onvoldoende nader onderzoek naar verricht en heeft dit niet geleid tot vervolging van de vermoedelijke opdrachtgever(s).

Het hof constateert verder dat het hier gaat om een oude zaak van zes jaar geleden, waarbij de verdachte – met een verder blanco strafblad – slechts korte tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdachte is na ontdekking van het feit door zijn werkgever ontslagen. In de afgelopen vijf jaren heeft de verdachte zijn leven opgepakt, is hij vader geworden, heeft hij een nieuwe baan gevonden met een vast contract en heeft hij een flink bedrag aan openstaande schulden kunnen aflossen met zijn inkomen. De verdachte zal ook nog lang niet klaar zijn met het aflossen van schulden, nu in deze zaak ook twee grote vorderingen van de benadeelde partijen voorliggen. Indien de verdachte alsnog langdurig de gevangenis in moet, zal hij zijn baan verliezen, zal hij daarna ook moeilijk aan een nieuwe baan kunnen komen en zal hij niet in staat zijn om zijn overige schulden en de vorderingen van de benadeelde partijen in deze zaak af te betalen. Het wringt dan ook om – met alle bovengenoemde omstandigheden in ogenschouw genomen – de verdachte op dit moment nog langdurig terug de gevangenis in te sturen voor een feit dat hij zes jaar geleden heeft gepleegd. Bovendien heeft het hof bij de strafoplegging ook rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De verdachte is op 29 mei 2020 in verzekering gesteld en het hof wijst nu pas arrest.

De ernst van het feit maakt dat naar het oordeel van het hof in beginsel niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De mate van indringendheid van de diefstal, de cruciale rol die de verdachte daarin speelde en de waarde van de gestolen goederen rechtvaardigen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Echter ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – bij wege van hoge uitzondering – aanleiding om de straf te matigen, in die zin dat de gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden geheel voorwaardelijk zal worden opgelegd met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast zal aan de verdachte een taakstraf van maximale duur (240 uur) worden opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 50.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman refereert zich naar het oordeel van het hof.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 169.766,75. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 49.648,64. Het overige gedeelte van de vordering is niet-ontvankelijk verklaard.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot toewijzing van de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft uitvoerig verweer gevoerd tegen het gedeelte van de vordering (€ 120.118,11) dat ziet op de aan de Belastingdienst betaalde invoerrechten.

Het hof is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 49.648,64 — ten gevolge van de getroffen minnelijke regeling – rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De vordering zal om die reden tot dat bedrag worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Voor het overige van de vordering zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van dit deel van de vordering levert gelet op de uitvoerige betwisting van de raadsman en de aard en omvang van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijf 2] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [bedrijf 2] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 50.000,00 (vijftigduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 225 (tweehonderdvijfentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 mei 2020.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [bedrijf 1] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 49.648,64 (negenenveertigduizend zeshonderdachtenveertig euro en vierenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [bedrijf 1] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 49.648,64 (negenenveertigduizend zeshonderdachtenveertig euro en vierenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 135 (honderdvijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 juli 2022.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. W.F. Groos en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 april 2026.

=========================================================================

[…]


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.