Pays-Bas Hoge Raad Fiscal 10 أبريل 2026 N° 25/01609 NL

ECLI:NL:HR:2026:492 Hoge Raad , 10-04-2026 / 25/01609

Parkeerbelasting; art. 7:10 Awb; art. 236, lid 2, en art. 231, lid 1, letter b, van de Gemeentewet; art. 4:18 Awb; beslistermijn heffingsambtenaar bij bezwaar tegen dwangsombeschikking die betrekking heeft op het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. Parkeerbelasting; art. 7:10 Awb; art. 236, lid 2, en art. 231, lid 1, letter b, van de Gemeentewet; art. 4:18 Awb; beslistermijn heffingsambtenaar bij bezwaar tegen dwangsombeschikking die betrekking heeft op het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 25/01609

Datum 10 april 2026

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 13 maart 2025, nr. 24/275, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 22/4886) betreffende een beschikking op een verzoek om een dwangsom wegens het niet-tijdig doen van uitspraak op een bezwaar tegen een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2Uitgangspunten in cassatie

Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam (hierna: de heffingsambtenaar) op 9 augustus 2022 in gebreke gesteld wegens het niet-doen van uitspraak op een volgens belanghebbende op 14 juni 2022 gemaakt bezwaar tegen een dwangsombeschikking die betrekking heeft op niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen een aan hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de termijn om te beslissen op het bezwaar tegen de hiervoor in 2.1 bedoelde dwangsombeschikking op de voet van artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet liep tot 31 december 2022, zodat de ingebrekestelling prematuur is geschied. Daardoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar, zodat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, aldus de Rechtbank.

3De oordelen van het Hof

Voor het Hof was in geschil of de Rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarbij was in het bijzonder in geschil of de bijzondere beslistermijn van artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet van toepassing is.

Het Hof heeft geoordeeld dat die bijzondere beslistermijn blijkens de wetsgeschiedenis weliswaar is opgenomen in de Gemeentewet “met het oog op de piekbelasting als gevolg van de koppeling van de verzending van de gemeentelijke belastingaanslagen aan de beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken”, maar dat die beslistermijn door de wetgever in artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet niet is beperkt tot beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aan die beschikking gerelateerde belastingaanslagen.

4Beoordeling van het middel

Het middel betoogt dat de verlengde beslistermijn van artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet niet geldt voor dwangsombeschikkingen, maar alleen geldt voor zover sprake is van de heffing van een gemeentelijke belasting.

Artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet bepaalt dat op een bezwaarschrift dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar, de in artikel 231, lid 2, letter b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar, in afwijking van artikel 7:10, lid 1, Awb, uitspraak doet in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen. In deze bepaling is als hoofdregel vervat dat de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar moet doen in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ingediend.

De opvatting van het middel dat de hiervoor in 4.2 bedoelde hoofdregel niet geldt in het geval de heffingsambtenaar uitspraak moet doen op een bezwaar dat is gericht tegen een dwangsombeschikking als bedoeld in artikel 4:18 Awb, is onjuist. Volgens de tekst van artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet heeft deze bepaling betrekking op elk bezwaarschrift waarop de in artikel 231, lid 2, letter b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar uitspraak doet. Deze bepaling is dus volgens haar bewoordingen niet beperkt tot bezwaarschriften die zien op de heffing van gemeentelijke belastingen. Aan de wetsgeschiedenis zijn geen argumenten te ontlenen die aanleiding geven tot een andere – van haar bewoordingen afwijkende – uitleg van deze bepaling. Het voorgaande brengt mee dat artikel 236, lid 2, van de Gemeentewet ook van toepassing is indien een gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 231, lid 2, letter b, van de Gemeentewet uitspraak doet op een bezwaarschrift dat is gericht tegen een door hem genomen dwangsombeschikking als bedoeld in artikel 4:18 Awb wegens het niet-tijdig geven door die ambtenaar van een beschikking op aanvraag. Het middel faalt.

5Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

6Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.

Voetnoten

  1. ECLI:NL:GHAMS:2025:1481.
  2. Kamerstukken II 2007/08, 31 206, nr. 7, blz. 15-16; Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 29-31.

Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.