ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.923

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.923 Rolnummer: A. 237656/X-18267 Zaak: Arrest 260923 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-11 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-04 07:32 Fiche Arrest nr 260.923 van 4 oktober...

Source officielle

17 min de lecture 3,676 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 04 oktober 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.923

Rolnummer:

A. 237656/X-18267

Zaak:

Arrest 260923 – Bouwvergunningen en gemengde vergunningen – 04/10/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-10-11

Raadplegingen:

92 – laatst gezien 2026-06-04 07:32

Fiche

Arrest nr 260.923 van 4 oktober 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Bouwvergunningen en gemengde
vergunningen Beslissing : Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 260.923 van 4 oktober 2024
in de zaak A. 237.656/X-18.267
In zake : J.C.
woonplaats kiezend te
tegen :
het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Devers en John Devers kantoor houdend te 9000 Gent Kouter 71-72
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 november 2022, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie, bekend als OVB/2022/245, van 27 september 2022, waarbij wordt beslist dat het beroep tegen de ontstentenis van een beslissing van de gemeente Oostkamp naar aanleiding van het openbaarheidsverzoek van 20 juli 2022, deels zonder voorwerp en deels ongegrond is.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld.
X-18.267-1/11
Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 september 2024.
Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht.
Jan Colpaert, die in persoon verschijnt, en advocaat Patrick Devers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. De gemeente Oostkamp heeft in 2018 voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein in de buurt van verzoekers woonwijk, een omgevingsvergunning toegekend zonder openbaar onderzoek. Volgens verzoeker is die vergunning niet in overeenstemming met de bepalingen van het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan dat geen terreinophogingen toelaat.
Begin 2022 realiseert verzoeker zich dat de uitgevoerde terreinophogingen een bedreiging kunnen vormen voor de nabije lager gelegen woonwijk.
X-18.267-2/11
De termijn om een bezwaar in te dienen is reeds lang verlopen, maar verzoeker probeert een aantal suggesties te formuleren om het risico op wateroverlast voor de wijk te beperken.
In die context vraagt hij om het betreffende omgevingsvergunningsdossier te kunnen inkijken, wat door de gemeente wordt toegestaan.
Dit leidt evenwel tot bijkomende vragen over de wijze waarop de toetsing van de effecten van een toekenning van de vergunning op de lagergelegen woonwijk is gebeurd. Ten aanzien van die bijkomende vragen wordt de gemeente zeer terughoudend en zijn de antwoorden eerder ontwijkend.
Verzoeker vraagt de gemeente vervolgens bij aangetekend schrijven van 4 juli 2022 om “alle documenten te mogen inzien die de beslissing tot het huidig terreinontwerp documenteren”.
In antwoord op dit schrijven krijgt verzoeker een aantal documenten die hij naar eigen zeggen reeds had ingekeken en die volgens hem in geen enkel opzicht een beter inzicht bieden in de eerdere besluitvorming aangaande de terreinophoging.
4. Op 20 juli 2022 dient verzoeker bij de gemeente Oostkamp een verzoek in om inzage te bekomen in documenten die verband houden met de aanleg van het betrokken bedrijventerrein, en die uitleggen waarom de terreinaanleg niet zo gemaakt wordt dat de woonzone gevrijwaard wordt.
5. Op 21 augustus 2022 stelt verzoeker – na meerdere aanmaningen – beroep in bij de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie (hierna: beroepsinstantie) tegen het uitblijven van een antwoord op zijn verzoek.
X-18.267-3/11
6. De beroepsinstantie heeft vervolgens diverse contacten gehad met zowel de gemeente Oostkamp als met verzoeker.
In de bestreden beslissing worden die als volgt weergegeven:
“De gemeente Oostkamp deelt aan de beroepsinstantie op 31 augustus 2022
mee dat in de periode 29 april – 25 juli 2022 diverse documenten ter inzage werden gelegd voor of per e-mail bezorgd aan [verzoeker]. Omdat de vragen zich maar blijven opstapelen, werd uiteindelijk voorgesteld om, samen met een expert van Aquafin en de eigen dienst wonen en omgeving, in overleg te gaan met [verzoeker]. Dit overleg was gepland op 1 september 2022. [Verzoeker] kon er uitleg krijgen bij diverse documenten. Documenten die hij ontving, maar waar hij ofwel technische ofwel inhoudelijke vragen bij heeft. De expert van Aquafin maakte, specifiek ter voorbereiding van het overleg, een onafhankelijke technische analyse op basis van de vragen gesteld door [verzoeker]. Het daarbij horende advies werd ook op het overleg besproken. Het overleg ging volgens de gemeente Oostkamp op zich dus verder dan de loutere openbaarmaking van documenten. Zijn vragen en bemerkingen werden ook extra geanalyseerd.
Verder deelt de gemeente Oostkamp het volgende mee aan de beroepsinstantie:
‘Omwille van verlof van de experten, maar ook om de expert de nodige tijd te geven om deze extra analyse op te maken, werd het overleg ingepland vlak na de vakantie op 1 september 2022 Een datum waar [verzoeker] zich akkoord mee verklaarde (e-mail 25 juli 2022).
Verschillende keren in de procedure lanceerde [verzoeker] een reeks nieuwe vragen, terwijl de dienst(en) nog niet de tijd hadden gehad op eerdere vragen te antwoorden. De nieuwe vragen waren daarbij ook geregeld een bijsturing van eerdere vragen.
Verder waren diverse van zijn vragen ook meer dan het louter opvragen van documenten. Hij vroeg heel specifiek naar een stellingname, een standpuntinname of een interpretatie van documenten. Vandaar dat sommige e-mails in eerste instantie slechts een gedeeltelijk antwoord kregen.
De burgemeester heeft daarenboven een extra inspanning geleverd om ook op zijn inhoudelijke vragen te antwoorden (zie bijvoorbeeld de mail namens [het] College van Burgemeester en Schepenen van 13 juni 2022), wat vanuit het oogpunt van openbaarheid van bestuur geen verplichting is.
De voornaamste redenen voor (gedeeltelijke) weigering van openbaarmaking zijn dan ook gericht op volgende uitzonderingsgronden uit het Bestuursdecreet:
-Artikel II.33 van het Bestuursdecreet; de overheidsinstanties mogen, tenzij het belang van de openbaarheid primeert, een aanvraag afwijzen als de aanvraag kennelijk onredelijk blijft of op een te algemene wijze geformuleerd blijft, na een verzoek van de betrokken instantie tot herformulering van de eerste aanvraag.
X-18.267-4/11
De gemeente heeft op 22 juni 2022 gesteld dat de aanvraag op een te algemene wijze geformuleerd werd en heeft om een herformulering gevraagd. Na verduidelijking door [verzoeker] werden alsnog een aantal documenten bezorgd.
-Artikel II.31 van het Bestuursdecreet: De aanvraag moet betrekking hebben op bestaande documenten. Een aanvrager kan een instantie dus bijvoorbeeld niet vragen om gegevens te verzamelen uit dossiers en daaruit een nieuw document op te maken om de aanvraag te beantwoorden. Een aanvrager kan een instantie ook niet verplichten om documenten te verwerken of te analyseren.
Uit het mail- en briefverkeer met [verzoeker] kunt u afleiden dat hij heel vaak om interpretaties van en stellingnames over bepaalde documenten vraagt. Zijn vragen zijn niet beperkt tot het ontvangen van een afschrift van documenten, uitleg over of inzage in documenten. De regels van openbaarheid van bestuur stellen dat we als bestuur ook niet verplicht zijn tot analyse of standpuntinname.
Om [verzoeker] toch wat tegemoet te komen, werd door de burgemeester al ingegaan op zijn inhoudelijke vragen. Bovendien hebben we nu ook een overleg met [C.] ingepland samen met Aquafin om hem nog extra informatie te geven. We zijn er dan ook van overtuigd voldoende inspanningen te hebben geleverd om de openbaarheid van bestuur richting [verzoeker] te garanderen.’ Op 1 september 2022 kreeg de beroepsinstantie van de gemeente Oostkamp de melding dat er die dag een overleg heeft plaatsgevonden in het bijzijn van de beroeper. De gemeente deelt mee dat de eerder door de beroeper gestelde vragen aan de hand van extra kaart- en studiemateriaal zouden beantwoord zijn. Voor de geuite bezorgdheden, vooral over mogelijke wateroverlast, zouden door de diverse experten rond de tafel de voorziene maatregelen toegelicht zijn.
Op 2 september 2022 nam de beroepsinstantie contact op met beroeper naar aanleiding van het overleg dat daags voordien plaatsvond. De beroeper deelde aan [de] beroepsinstantie mee dat hij op het overleg van 1 september 2022 helemaal geen inzage gekregen heeft in de documenten die aanleiding gegeven hebben tot de gecontesteerde terreinaanleg. Dat was volgens hem ook niet de agenda van het overleg.
Zijn beroep handelt over het niet verlenen van inzage in de besluitvorming die aanleiding gaf tot deze terreinaanleg. Als voorbeeld noemt hij o.m. de referenties naar verslagen 12 t.e.m. 14, zoals aangehaald in zijn bericht d.d. 20 juli 2022, die hij nog steeds niet kon inzien. Maar er zijn volgens hem ongetwijfeld nog meer documenten en e-mail-uitwisseling die verband houden met de gecontesteerde terreinaanleg (projectontwikkelaar, belanghebbenden, …). Aangezien zijn beroep bij de beroepsinstantie over openbaarheid van bestuur ging en niet over de terreinaanleg zelf, wenst hij zijn beroep te handhaven.
De beroepsinstantie contacteerde vervolgens op 2 september 2022
nogmaals de gemeente Oostkamp met de vraag om te willen oplijsten welke documenten er aan de beroeper openbaar gemaakt werden (middels inzage of afschrift), welke documenten er geweigerd worden en over welke van de gevraagde documenten de gemeente niet zou beschikken.
X-18.267-5/11
De gemeente Oostkamp nam op 12 september 2022 telefonisch contact op met de beroepsinstantie waarbij zij vermeldde dat de beroeper twee maal het vergunningsdossier voor de infrastructuurwerken in kader van het RUP Rodenbach is komen inkijken (het dossier met OMV-referentie 2018098380).
Op 13 september 2022 maakte de gemeente Oostkamp aan de beroeper nog drie besprekingsverslagen over waarover hij eerder wel al meer uitleg kreeg maar nog geen inzage of een afschrift. De persoonsgegevens van de aanwezigen werden geanonimiseerd in de verslagen. Deze verslagen werden opgemaakt door het betrokken studiebureau. In de documenten wordt vermeld welke partijen rond de tafel zaten. De gegevens van de concrete vertegenwoordigers voor deze partijen werden geanonimiseerd.
[…]
Op 19 september 2022 werd nogmaals gevraagd aan de gemeente Oostkamp of er geen andere bestuursdocumenten voldoen aan het verzoek van de beroeper.
Op 21 september 2022 deelde de gemeente Oostkamp mee aan de beroepsinstantie dat zij nog een bundel met volgende documenten overmaakte aan de beroeper:
Verslag Oostkamp Rodenbachlaan — WVI — 9 februari 2017;
Besprekingsverslag 6 van 22 maart 2017;
Besprekingsverslag 8 van 5 juli 2017;
Besprekingsverslag 9 van 21 augustus 2017;
Besprekingsverslag 10 van 21 september 2017 + 2 e-mails als bijlages;
Hydraulisch en technisch advies — Aquafin van 21 december 2017;
Verslag Oostkamp Rodenbachlaan — WVI — 8 januari 2018;
Nota bij ontwerp van 22 mei 2018;
Besprekingsverslag 15 — consensusvergadering van 24 mei 2018;
Analyse impact RUP Rodenbach — Aquafin — 2 augustus 2022
(werd toegelicht op overleg van 1 september 2022).
In de documenten is te zien welke partijen rond de tafel zaten. De gegevens van de concrete vertegenwoordigers voor deze partijen werden geanonimiseerd. De beroepsinstantie ontving een afschrift van de kennisgeving aan de beroeper.”
7. Op 27 september 2022 beslist de beroepsinstantie om het beroep “deels zonder voorwerp, deels ongegrond” te verklaren.
In de mate dat het beroep betrekking heeft op de anonimisering van de personen die luidens de overgemaakte documenten aan de betrokken vergaderingen hebben deelgenomen, overweegt de beroepsinstantie:
“Voor wat betreft het anonimiseren van de besprekingsverslagen kan er verwezen worden naar artikel II. 34, 2° van het Bestuursdecreet. Deze bepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag tot openbaarmaking af te wijzen als de
X-18.267-6/11
openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.
Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58).
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen.
In de alsnog aan de beroeper bezorgde besprekingsverslagen komen gegevens (naam, telefoon, mailadres) voor van natuurlijke personen die de aanwezige partijen vertegenwoordigden op de besprekingen.
De voornoemde gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Het vrijgeven van dergelijke gegevens maakt wel degelijk een inbreuk uit op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die betrokken persoon. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer […]. Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur […].
De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat de openbaarmaking van deze naam- en contactgegevens die voorkomen in het opgevraagde document afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze persoonsgegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
Artikel II.50 §1 Bestuursdecreet bepaalt dat als de aanvraag tot openbaarmaking wordt afgewezen op grond van artikel II.34, 2°, de beroepsinstantie contact opneemt met de betrokkene en vraagt of de aanvrager toestemming krijgt om alsnog toegang te krijgen tot de persoonsgegevens in het gevraagde bestuursdocument, als die toestemming nog niet is gevraagd door de betrokken overheidsinstantie. De gemeente Oostkamp deelde op 19 september 2022 mee aan de beroepsinstantie dat ze geen navraag deed of de betrokken
X-18.267-7/11
vertegenwoordigers alsnog hun toestemming verleenden tot de openbaarmaking van deze naam- en contactgegevens. Gelet op de veelheid aan geanonimiseerde gegevens acht de beroepsinstantie zich echter niet in de mogelijkheid om binnen het beperkte tijdsbestek waarover zij beschikt deze navraag alsnog zelf te verrichten in plaats van de gemeente Oostkamp.”
Wat betreft de documenten waarvan de openbaarmaking door de gemeente Oostkamp geweigerd zou zijn geweest, overweegt de beroepsinstantie:
“De beroeper benadrukte […] meermaals dat hij de documenten wenst in te zien die de beleidskeuzes die door het gemeentebestuur gemaakt werden, bevatten (niet de keuzes gemaakt door een projectontwikkelaar of diens studiebureau). De beroeper wil de ondersteunende documenten inkijken waaruit de gemaakte beleidskeuze blijkt. Hij stelt vooral op zoek te zijn naar documenten die de terreinaanleg (ophoging) toelichten of bespreken.
De gemeente Oostkamp deelde op 12 september 2022 telefonisch mee aan de beroepsinstantie dat ze opdracht gaf aan een studiebureau om na te gaan hoe de aanleg best werd aangepakt. Die plannen zouden dan voorgelegd zijn op de gemeenteraad van 18 oktober 2018 (de beslissing van de Gemeenteraad van 18 oktober 2018 kan online geconsulteerd worden). De gemeente deelde telefonisch ook mee aan de beroepsinstantie dat er geen documenten voorhanden zijn over bijvoorbeeld de afweging van de ene (goedkopere) aanpak tegenover een eventuele andere (duurdere) aanpak voor de aanleg van de bedrijventerreinen.
Indien dit het voorwerp zou zijn van het openbaarheidsverzoek, dan stelt de gemeente Oostkamp dat de beroeper zoekt naar documenten die er niet zijn.
Er zijn geen documenten voorhanden die bijvoorbeeld een afweging zouden bevatten qua mogelijkheden in verband met de afwatering. Er werd een plan uitgewerkt door een studiebureau in opdracht van de gemeente. Er werd hierbij geen keuze gemaakt tussen verschillende mogelijke oplossingen, aldus de gemeente. De gemeente stelt dat er bovendien door Aquafin speciaal bijkomend onderzoek werd verricht om de piste qua afwatering die beroeper zelf voorstelde te onderzoeken en te weerleggen.
In de mate dat de beroeper dus zou polsen naar dergelijke documenten, dient de beroepsinstantie redelijkerwijze op basis van de (telefonische)
toelichting door de gemeente Oostkamp te besluiten dat het in casu gaat om onbestaande documenten. Nu een openbaarheidsverzoek enkel maar betrekking kan hebben op informatie die in het bezit is van een overheidsinstantie, zoals omschreven in artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dient het beroep op dit punt dan ook als ongegrond te worden beschouwd.”
Dit is de bestreden beslissing.
X-18.267-8/11
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Standpunt van de partijen
8. De verwerende partij werpt de volgende exceptie op in haar memorie van antwoord:
“In diens verzoekschrift […] verklaart verzoeker het volgende:
‘Verzoeker blijft op vandaag niet zeker dat de set verkregen documenten volledig is, maar neemt vrede met wat hij geleerd heeft uit de in september geleverde documenten[.]’ Daar verzoeker vrede heeft met (wat hij geleerd heeft uit) de in september geleverde documenten erkent hij geen belang te hebben bij diens verzoekschrift dd. 11 november 2022 bij Uw Raad en de daarbij gestelde vordering in nietigverklaring.
Bij gebreke aan belang zijn het verzoekschrift en de daarbij gestelde vordering tot nietigverklaring af te wijzen als niet ontvankelijk.
Ook in zoverre in het verzoekschrift kritiek wordt geuit op het uitblijven van een beslissing van de gemeente Oostkamp volgend [op] het verzoek dd. 20 juli 2022 is het verzoekschrift niet-ontvankelijk nu deze kritiek niet gericht is tegen de bestreden beslissing.
Alvast bestaat er in hoofde van verwerende partij, eens op ontvankelijke wijze gevat door een beroep tegen het uitblijven van een beslissing door het bestuur, geen bijzondere motiveringsplicht ten aanzien van dit gegeven.”
9. Verzoeker erkent in zijn memorie van wederantwoord “met sterke tegenzin vrede [te] nemen met de veronderstelling dat de gemeente [de onwettige keuze om geen openbaar onderzoek te organiseren] gemaakt heeft […]
zonder documentsporen daaromtrent achter te laten”.
Niettemin meent verzoeker zijn belang te kunnen blijven verantwoorden “omdat de nietigverklaring onrechtstreeks de gemeente ook een signaal geeft dat een minimum niveau van transparantie/openbaarheid een recht is van de burger”, en de gemeente anders de bestreden beslissing “misbruikt” om op andere vragen niet te moeten antwoorden. Verzoeker meent zijn belang ook te kunnen staven door de bedoeling “te vermijden dat de beroepsinstantie zich in de toekomst te lichtzinnig laat misleiden door uitspraken van een bestuur” en om “ervoor [te]zorgen dat de beroepsinstantie in de toekomst overheidsinstellingen minstens verplicht te antwoorden ‘dit document bestaat niet’ wanneer een burger
X-18.267-9/11
een voldoende concrete vraag stelt naar een document of motivatie die niet bestaat”.
Verzoeker werpt tot slot op dat een nietigverklaring nog steeds van belang is “omdat het op [het] Internet gepubliceerde besluit OVB/2022/245
onjuistheden verspreidt”. Hij vindt het niet correct dat zijn beroep “ongegrond”
wordt verklaard terwijl “verzoeker zonder klacht bij de beroepsinstantie de gevraagde documenten nooit zou bekomen hebben of nooit een (relevant)
antwoord zou ontvangen hebben of nooit zou geleerd hebben dat sommige gevraagde documenten niet bestaan”.
Beoordeling
10. De Raad van State kan begrijpen dat verzoeker moeilijk kan plaatsen dat zijn beroep bij de beroepsinstantie “deels zonder voorwerp, deels ongegrond” werd verklaard. Het is immers dankzij de interventie van de beroepsinstantie dat de gemeente heeft verduidelijkt welke documenten wel en niet bestaan en dat de gemeente de bestaande documenten die nog niet eerder waren meegedeeld, aan verzoeker heeft bezorgd.
De beroepsinstantie had strikt genomen tot het besluit moeten komen dat het beroep in de loop van de beroepsprocedure zijn voorwerp heeft verloren, in plaats van het “deels ongegrond” te verklaren, temeer nu verzoeker geen bezwaar blijkt te hebben geformuleerd ten aanzien van het onleesbaar maken van de persoonsgegevens van de deelnemers aan de vergaderingen.
11. Dit gegeven volstaat echter niet om aan te nemen dat verzoeker belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing. Een vernietiging zou niet tot gevolg hebben dat verzoeker alsnog toegang zou kunnen verkrijgen tot documenten die hij nog niet heeft bekomen.
12. Het besluit is dat het beroep onontvankelijk is wegens gebrek aan belang.
X-18.267-10/11
13. Het voorgaande verantwoordt dat het beroep wordt verworpen maar ook dat niettemin de kosten ervan ten laste van de verwerende partij worden gelegd. Verzoeker mag zich terecht misleid achten doordat de verwerende partij zijn beroep als ongegrond bestempelt terwijl het juist ten gevólge van dit beroep is dat hij genoegdoening kreeg.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een bijdrage van 24 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.267-11/11

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.923

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.923

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.