ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 november 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555 Rolnummer: A. 242626/IX-10507 Zaak: Arrest 261555 - Varia (justitie) - 28/11/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-02 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-03 16:41 Fiche Arrest nr 261.555 van 28 november 2024 Justitie...
7 min de lecture · 1,337 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 28 november 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555
Rolnummer:
A. 242626/IX-10507
Zaak:
Arrest 261555 – Varia (justitie) – 28/11/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-02
Raadplegingen:
93 – laatst gezien 2026-06-03 16:41
Fiche
Arrest nr 261.555 van 28 november 2024 Justitie – Varia (justitie) Beslissing
: Verwerping
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555 no lien 280246 identiques
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 261.555 van 28 november 2024
in de zaak A. 242.626/IX-10.507
In zake : G.B.
woonplaats kiezend te
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 30 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van de “uitspraak hof van hoger beroep Antwerpen [inzake de]
[v]erkoop van [een] appartement gelegen in Genk”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend.
IX-10.507-1/5
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 november 2024.
Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Filip Stouthuysen, die loco advocaat Ine De Cneudt verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Rechtsmacht van de Raad van State
3. Uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat verzoeker met huidig beroep de nietigverklaring vordert van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 juni 2024 in de zaak met rolnummer 2023/AR/1160. In dat arrest wordt uitspraak gedaan over een geschil inzake contractuele rechten en plichten en wordt verzoeker, als geïntimeerde, in het ongelijk gesteld.
4. Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt:
“Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen:
1° van de onderscheiden administratieve overheden;
IX-10.507-2/5
2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
De in het eerste lid bedoelde onregelmatigheden geven slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden.
Artikel 159 van de Grondwet is eveneens van toepassing op de in het eerste lid, 2°, bedoelde akten en reglementen.”
Overeenkomstig deze bepaling is de afdeling Bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State slechts bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, hetzij als een handeling van een administratieve overheid, in de zin van voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de aanwerving, de aanwijzing of de benoeming in een openbaar ambt of maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
Noch voornoemd artikel 14, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling verleent de Raad van State de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot nietigverklaring gericht tegen vonnissen of arresten van de rechterlijke macht, zoals te dezen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen.
De Raad van State is ook niet bevoegd om, in plaats van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde, kennis te nemen van geschillen over burgerlijke rechten.
5. Uit wat voorafgaat blijkt dat de Raad van State niet bevoegd is om van het voorliggende beroep tot nietigverklaring kennis te nemen.
IX-10.507-3/5
6. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat de zaak kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948.
IV. Rechtsplegingsvergoeding
7. De verwerende partij vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro.
Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling bestuursrechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.
Er is te dezen grond om overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten, aan de verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
8. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, bepaalt artikel 30/1, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State:
“De afdeling bestuursrechtspraak kan, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt ze rekening met:
1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, om het bedrag van de vergoeding te verlagen;
2° de complexiteit van de zaak;
3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie.”
Gelet op de kennelijke onontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring, is de tussenkomst van de raadsman van de verwerende partij beperkt gebleven. In het licht van de hiervoor geciteerde bepaling, dient de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555 IX-10.507-4/5
rechtsplegingsvergoeding bepaald te worden op het minimumbedrag waarin het algemeen procedurereglement voorziet.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig november tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Wouter Pas, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Wouter Pas
IX-10.507-5/5
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.555
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...