ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.684

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.684 Rolnummer: A. 240524/IX-10409 Zaak: Arrest 261684 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 09/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-16 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-03 10:44 Fiche Arrest nr...

Source officielle

10 min de lecture 2,069 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 09 december 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.684

Rolnummer:

A. 240524/IX-10409

Zaak:

Arrest 261684 – Leger en bijzondere korps – Aanwerving en loopbaan – 09/12/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-12-16

Raadplegingen:

100 – laatst gezien 2026-06-03 10:44

Fiche

Arrest nr 261.684 van 9 december 2024 Openbaar ambt – Leger en bijzondere
korps – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 261.684 van 9 december 2024
in de zaak A. 240.524/IX-10.409
In zake : J.U.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Malumgré kantoor houdend te 3980 Tessenderlo Lichtveld 38/001
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Pensioenen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 17 november 2023, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Commissie van beroep voor vergoedingspensioenen van 25 september 2023 waarbij het beroep van de minister bevoegd voor vergoedingspensioenen ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 5
februari 2024.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
IX-10.409-1/8
Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’ (hierna : het koninklijk besluit van 30 november 2006)
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord, ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 november 2024.
Staatsraad Wouter Pas heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Pascal Malumgré, die verschijnt voor de verzoekende partij, en attaché Jozef Brangers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker, die militair is, dient op 2 februari 2016 een aanvraag in tot het verkrijgen van een invaliditeitspensioen voor de letsels ingevolge de feiten die hem op 18 november 2015 zijn overkomen.
3.2. Bij beslissing van 26 april 2017 staat de Commissie voor Vergoedingspensioenen deze aanvraag toe. De Commissie voor
IX-10.409-2/8
Vergoedingspensioenen stuurt het dossier niet naar de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst zodat er geen invaliditeitspercentage wordt toegekend.
3.3. Tegen deze beslissing stellen zowel verzoeker als de minister beroep in bij de Commissie van Beroep voor Vergoedingspensioenen (hierna: de beroepscommissie).
3.4. Op 17 december 2019 verklaart de beroepscommissie het beroep van de minister ontvankelijk en gegrond. De beroepscommissie vernietigt de aanvankelijk bestreden beslissing, oordeelt dat de feiten overkomen aan verzoeker op 18 november 2015 zich niet hebben voorgedaan “door de dienst”, beslist dat de ingeroepen letsels niet onder toepassing vallen van de Samengeordende wetten op de Vergoedingspensioenen (hierna ook SWVP) en verwerpt tot slot de op 2 februari 2016 door verzoeker ingediende aanvraag tot het verkrijgen van een vergoedingspensioen.
3.5. De Raad van State vernietigt bij arrest nr. 251.421 van 6 september 2021 deze beslissing.
3.6. Na deze vernietiging wordt de aanvraag opnieuw behandeld door de anders samengestelde beroepscommissie. Die verklaart op 25 september 2023
het beroep van de minister ontvankelijk en gegrond. De beroepscommissie oordeelt dat de ingeroepen letsels niet vallen onder de toepassing van de Samengeordende Wetten op de Vergoedingspensioenen (SWVP).
Dat is de bestreden beslissing.
IX-10.409-3/8
IV. Ontvankelijkheid van het beroep
Exceptie
4.1. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid ratione temporis op. De verwerende partij wijst erop dat, zoals verzoeker bevestigt in zijn verzoekschrift, de bestreden beslissing aan verzoeker werd betekend per aangetekend schrijven van 2 oktober 2023. Het aangetekend schrijven werd zonder succes aangeboden aan de woonst van betrokkene op 5 oktober 2023, met achterlating van een bericht in de brievenbus. De ‘track and trace code’ van deze aangetekende zending maakt deel uit van het ‘dossier rechtscollege’ onder ‘Map VPR5B Huidige beroepsprocedure’. Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 stelt dat het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld, wordt ingediend uiterlijk de dertigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing. Dat de ‘kennisgeving’ niet noodzakelijk de ‘kennisname’ is, blijkt uit rechtspraak van de Raad van State. In arrest nr. 163.740 van 19 oktober 2006 stelt de Raad hierover het volgende:
“Overwegende dat wanneer een besluit ter kennis wordt gebracht met een aangetekende brief, gericht aan betrokkene op het adres dat hij heeft opgegeven, de kennisgeving wordt geacht te zijn gebeurd op het ogenblik van de aanbieding van de brief; dat het feit dat betrokkene op dat ogenblik afwezig is niet belet dat die kennisgeving de beroepstermijn doet ingaan;
dat het immers, opdat een kennisgeving bij ter post aangetekende brief geldig geschiedt, noodzakelijk maar voldoende is dat de postbode zich aan de woning van belanghebbende heeft gemeld en, als hij de brief niet persoonlijk aan belanghebbende of aan een ander op dat adres verblijvend persoon heeft kunnen overhandigen, in de brievenbus van belanghebbende een bericht heeft achtergelaten waarin deze ervan wordt verwittigd dat de brief te zijner beschikking is op het postkantoor.”
De kennisgeving vond plaats op 5 oktober 2023. Het verzoekschrift werd afgestempeld door de griffie van de Raad van State op 20
november 2023, ruim na de in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30
november 2006 vermelde termijn. Het cassatieberoep is volgens de verwerende partij dan ook niet tijdig ingesteld en is onontvankelijk.
IX-10.409-4/8
4.2. Verzoeker betoogt dat het cassatieberoep wel tijdig is ingesteld.
Verzoeker stelt dat hij op 19 oktober 2023 kennis heeft genomen van de bestreden beslissing die is medegedeeld bij schrijven van 2 oktober 2023. Het verzoekschrift is ingediend vóór het verstrijken van de termijn van dertig dagen en is ontvankelijk. Volgens verzoeker is de stelling van verweerder manifest onjuist. In de eerste plaats wijst verzoeker erop dat bij beschikking van 5 februari 2024 de Raad van State het cassatieberoep al toelaatbaar heeft verklaard daar het voldoet aan de vereisten, zoals bepaald in artikel 20, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Volgens verzoeker is het dus kennelijk ontvankelijk. Ten tweede stelt verzoeker dat hij van het schrijven van 2 oktober 2023 waarmee de bestreden beslissing werd medegedeeld, pas kennis genomen heeft op 19 oktober 2023. Verzoeker betoogt dat de termijn van dertig dagen begint te lopen na de dag van de kennisname van de bestreden beslissing. Als datum van neerlegging van het cassatieberoep geldt de poststempel van de neerlegging van het verzoekschrift, zijnde 17 november 2023, en niet de datum wanneer het verzoek is toegekomen bij de griffie van de Raad van State, zoals de verwerende partij ten onrechte voorhoudt. Het verzoekschrift werd met andere woorden ingediend binnen de termijn van dertig dagen, namelijk binnen 29 dagen, en was dus tijdig neergelegd.
Verzoeker wenst er tot slot op te wijzen dat de verwerende partij geen stukken bijbrengt waaruit het tegendeel zou blijken.
Beoordeling
5. Artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat cassatieberoepen voor de afdeling bestuursrechtspraak kunnen worden gebracht “binnen de termijn door de Koning bepaald”.
Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006
bepaalt dat het verzoekschrift waarbij cassatieberoep wordt ingesteld, ingediend wordt uiterlijk de dertigste dag na de kennisgeving van de bestreden beslissing.
IX-10.409-5/8
6.1. Krachtens artikel 20, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State wordt het cassatieberoep pas behandeld voor zover het toelaatbaar is verklaard.
Met toepassing van artikel 20, § 2, wordt elk cassatieberoep, zodra het op de rol is geplaatst, en op inzage van het verzoekschrift en het rechtsplegingsdossier, onmiddellijk onderworpen aan een procedure van toelating.
Cassatieberoepen waarvoor de Raad van State niet bevoegd is of zonder rechtsmacht, of die zonder voorwerp of kennelijk onontvankelijk zijn, worden niet toelaatbaar verklaard.
6.2. In voorliggend geval is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 15.734 van 5 februari 2024.
6.3. Zulk een beschikking betekent niet dat bij de behandeling van het cassatieberoep geen exceptie inzake ontvankelijkheid meer kan worden opgeworpen en betekent evenmin dat de Raad van State zou hebben vastgesteld dat het cassatieberoep ontvankelijk is. De beschikking, die geen arrest is, stelt enkel vast, op inzage van het verzoekschrift en het rechtsplegingsdossier, dat het cassatieberoep niet kennelijk onontvankelijk is. De beschikking doet geen definitieve uitspraak over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
7. De bestreden beslissing werd, zoals verzoeker ook bevestigt, per aangetekend schrijven van 2 oktober 2023 betekend. Bij die kennisgeving werd eveneens het bestaan van dit cassatieberoep en de in acht te nemen vormvoorschriften vermeld.
In het door de beroepscommissie bezorgde administratief dossier is de ‘track en trace code’ van deze aangetekende zending opgenomen. Hieruit blijkt dat de aangetekende zending aan verzoeker werd aangeboden op 5 oktober 2023, met achterlating van bericht in de brievenbus. Uit deze ‘track en trace code’ blijkt eveneens dat de zending werd afgehaald op 19 oktober 2023.
IX-10.409-6/8
8. Uit artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 volgt dat de termijn voor het indienen van het cassatieberoep begint te lopen “na de kennisgeving” van de beslissing.
De kennisgeving die de termijn doet lopen om beroep in te stellen, geschiedt op het ogenblik dat de aangetekende brief op het aangeduide adres wordt aangeboden, ook wanneer de brief niet aan de bestemmeling kan worden overhandigd of zelfs niet wordt afgehaald op het postkantoor.
Opdat een kennisgeving bij een ter post aangetekende brief op geldige wijze geschiedt, is het voldoende dat de postbode zich aan de woning van de belanghebbende heeft aangemeld en, als hij de brief niet persoonlijk aan de belanghebbende of een gemachtigde heeft kunnen overhandigen, in de brievenbus een bericht heeft achtergelaten waarin de bestemmeling ervan op de hoogte wordt gebracht dat de brief te zijner beschikking is op het postkantoor.
Het is dus de betekening van de beslissing die bepalend is voor de beroepstermijn en niet het moment waarop de beslissing werkelijk ontvangen is.
9. De in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 bedoelde termijn is in voorliggend geval dus ingegaan op 5 oktober 2023. De vervaldag is bijgevolg, met toepassing van artikel 43 van hetzelfde koninklijk besluit 6 november 2023.
10. Voor het bepalen van de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, geldt, zoals verzoeker terecht opmerkt, de datum waarop het verzoekschrift ter post is aangeboden en niet de datum waarop het verzoekschrift is afgestempeld door de griffie van de Raad van State.
Het verzoekschrift werd aldus ingediend op 17 november 2023.
IX-10.409-7/8
11. Het cassatieberoep is bijgevolg niet ingesteld binnen de door artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 opgelegde termijn.
12. De exceptie is gegrond. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negen december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Wouter Pas, waarnemend kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Wouter Pas
IX-10.409-8/8

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.684

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.684

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.