ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 december 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788 Rolnummer: A. 240974/X-18560 Zaak: Arrest 261788 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/12/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-12-20 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-02 19:19 Fiche Arrest nr 261.788 van...
13 min de lecture · 2,793 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 17 december 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788
Rolnummer:
A. 240974/X-18560
Zaak:
Arrest 261788 – Stedenbouw en ruimtelijke ordening – Reglementen – 17/12/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-12-20
Raadplegingen:
97 – laatst gezien 2026-06-02 19:19
Fiche
Arrest nr 261.788 van 17 december 2024 Ruimtelijke ordening, stedenbouw,
leefmilieu en aanverwante aangelegenheden – Stedenbouw en ruimtelijke
ordening – Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 261.788 van 17 december 2024
in de zaak A. 240.974/X-18.560
Derden-verzet tegen het arrestnr. 258.084 van 1 december 2023
In zake : de NV G.E.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en Bert Van Herreweghe kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD GENT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Sebastiaan De Meue kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
H.C.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 19 januari 2024, strekt tot het uitoefenen van derden-verzet tegen het arrest nr. 258.084 van 1 december 2023.
II. Verloop van de rechtspleging
X-18.560-1/10
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
H.C. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 december 2024.
Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. In het Belgisch Staatsblad van 11 januari 2021 wordt vermeld:
X-18.560-2/10
“Bericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State H.C. die woonplaats kiest bij Mr. Bram Vandromme, advocaat, met kantoor te 8500 Kortrijk, Nelson Mandelaplein 2, heeft op 1 december 2020 de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de gemeenteraad van de Stad Gent van 29 september 2020 houdende de voorlopige vaststelling van het ontwerp en procesnota van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP nr 169) Thematisch RUP Groen.
Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G/A 232.446/X-17.855.
Namens de Hoofdgriffier, […].”
In het Belgisch Staatsblad van 1 maart 2022 wordt vermeld:
“Bericht voorgeschreven bij artikel 3quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State H.C., die woonplaats kiest bij Mr. Bram Vandromme, advocaat, met kantoor te 8500 Kortrijk, Nelson Mandelaplein 2, heeft op 19 januari 2022
de nietigverklaring gevorderd van het besluit van de gemeenteraad van de stad Gent van 28 september 2021 houdende de definitieve vaststelling van het thematisch ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 169 ‘Groen’.
Dit besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatblad van 22 november 2021.
Deze zaak is ingeschreven onder het rolnummer G/A. 235.501/X-18.070.
Namens de Hoofdgriffier, […].”
3.2. Met zijn arrest nr. 258.084 van 1 december 2023, gewezen in de samengevoegde zaken A. 232.446/X-17.855 en A. 235.501/X-18.070, vernietigt de Raad van State op vordering van H.C. de weigeringen van de gemeenteraad van de stad Gent om het deelgebied ‘Gent centrum-Apostelhuizen’ (hierna ook het kwestieuze terrein genoemd) op te nemen in de beslissingen van de gemeenteraad van de stad Gent van 29 september 2020 en 28 september 2021 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp, respectievelijk definitieve vaststelling, van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 169 ‘Thematisch RUP Groen’ (hierna:
het gemeentelijk RUP Groen).
X-18.560-3/10
IV. Verzoek tot tussenkomst
4. H.C., op wier verzoek het arrest nr. 258.084 van 1 december 2023 (hierna: het bestreden arrest) is gewezen, heeft belang om in het geding tussen te komen.
V. Ontvankelijkheid van het derden-verzet
Standpunt van de verzoekende partij
5.1. De verzoekende partij zet in haar verzoekschrift, wat de ontvankelijkheid van het derden-verzet betreft, uiteen dat de vraag of een verzoekende partij in derden-verzet kennis kon hebben van de zaak, een feitenkwestie is “die tot de soevereine appreciatie van de Raad van State hoort”. Zij stelt dat zij geen kennis had van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid. Net als de ontwikkelaar van het kwestieuze terrein, heeft zij, als eigenaar ervan, vanwege de Raad van State geen kennisgeving van deze beroepen gekregen.
Nu dat zij door de Raad van State niet als belanghebbende partij werd beschouwd, kan het haar niet ten kwade worden geduid in de betrokken zaken niet te zijn tussengekomen. De bekendmakingen van de beroepen in het Belgisch Staatsblad op 11 november 2021 en 1 maart 2022 waren de verzoekende partij niet bekend.
Daar aan deze beroepen geen andere publiciteit werd gegeven, kan het haar niet verweten worden er geen kennis van te hebben genomen. Van de verzoekende partij kon in elk geval niet verwacht worden dat zij “proactief” het Belgisch Staatsblad zou raadplegen met betrekking tot eventuele beroepen tegen het gemeentelijk RUP Groen, en dit al zeker niet nu haar terrein niet in dit gemeentelijk RUP was opgenomen en zij intussen een vergunning voor de oprichting van een meergezinswoning op het terrein, op grond van de geldende bestemmingsvoorschriften, had verkregen. Waar de publicaties in het Belgisch Staatsblad weliswaar noodzakelijk waren “opdat de reglementaire beslissingen kenbaar waren voor het ruime publiek”, berust de veronderstelling dat eenieder geacht moet worden kennis te hebben van deze publicaties op een juridische fictie, die de effectieve toegang tot de rechter niet garandeert.
X-18.560-4/10
Zelfs indien de verzoekende partij van de onder randnummer 3.1
vermelde publicaties in het Belgisch Staatsblad kennis had genomen, waren deze publicaties in elk geval niet van aard om de verzoekende partij ertoe aan te zetten zich nader te informeren over de precieze inhoud en draagwijdte van die beroepen.
Het bestreden arrest heeft het voorwerp van de beroepen beperkt tot de beslissingen van de plannende overheid om het deelgebied niet op te nemen in het (ontwerp)plan, en heeft “op grond van de vastgestelde onwettigheid tot een vernietiging van beide gemeenteraadsbeslissingen […] besloten”. Dit kan onmogelijk uit de publicaties in het Belgisch Staatsblad worden afgeleid. In die publicaties wordt de indruk gewekt dat de beroepen zich tegen het gemeentelijk RUP Groen “en de daarin voorziene herbestemming” richten, “maar niet tegen enige ‘beslissing’ tot weigering van opname van een deelgebied in dat RUP”.
Dit is volgens de verzoekende partij “een wezenlijk verschil”. De verzoekende partij merkt nog op dat er in maart 2023 in het Belgisch Staatsblad tien beroepen tegen de beslissing tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Groen van 28 september 2021 werden aangekondigd. Al deze aankondigingen vermelden slechts een beroep tegen het gemeentelijk RUP Groen, dat ongeveer 100 deelgebieden, verspreid over het hele grondgebied van Gent, omvat, en bijna 250 ha beslaat. Noch het niet in het plan opgenomen deelgebied ‘Gent centrum-Apostelhuizen’, noch enige nadere verduidelijking over het concrete voorwerp van het beroep, wordt vermeld. Voor de verzoekende partij was het onmogelijk om uit al die aankondigingen enige relevantie voor haar terrein af te leiden, minstens kan van haar niet verwacht worden dat zij zich over de precieze inhoud en draagwijdte van al deze beroepen diende te informeren. Daarbij is het volgens de verzoekende partij van belang te benadrukken dat zij er in tempore non suspecto is van uitgegaan dat de uitsluiting van het deelgebied ‘Gent centrum-Apostelhuizen’ uit de planprocedure “zich als definitief aandiende”, “hetgeen in haar opvatting ook berustte op een overweging die geen voor uw Raad aanvechtbare rechtshandeling uitmaakt”. In die omstandigheden vermocht de verzoekende partij er rechtmatig van uit te gaan dat eventuele verdere discussies over het gemeentelijk RUP Groen haar verder niet aanbelangden. In zoverre het de opvatting zou zijn dat de uitsluiting van haar terrein uit het gemeentelijk RUP
X-18.560-5/10
Groen wel aanvechtbaar is, betreft dit hoogstens een beoordeling die de grond van de zaak aanbelangt. Het kan geen element zijn om de verzoekende partij de mogelijkheid tot derden-verzet te ontzeggen.
5.2. De verzoekende partij stelt in haar memorie van wederantwoord dat zij er in elk geval rechtmatig mocht van uitgaan dat in zoverre de discussie over het gemeentelijk RUP Groen haar, of een met haar “gelieerde vennootschap”, aanbelangde, zij daarover op de hoogte zou worden gehouden. Dit geldt des te meer, nu de bouwheer van het project in het bestreden arrest uitdrukkelijk wordt vermeld, zonder dat hem enige tegenspraak werd gegund. Van de tussenkomende partij kon worden verwacht dat zij de verzoekende partij op de ingestelde beroepen zou wijzen.
5.3. In haar laatste memorie doet de verzoekende partij nog gelden dat de Raad van State van haar niet het onmogelijke mag vragen. Ook moet de ontvankelijkheidsvereiste dat zij geen kennis mocht hebben van de oorspronkelijke beroepsprocedures, ruim worden geïnterpreteerd. De verzoekende partij mocht er in de gegeven omstandigheden van uitgaan dat zij op de hoogte zou worden gebracht van het feit dat een beroep haar aanbelangde. Voorts mag men de rechtszoekende “niet laten ‘verdrinken’ in een zee van op zich regelmatig gepubliceerde beroepen”. Uit de publicaties in het Belgisch Staatsblad blijkt niet dat de beroepen enkel op het deelgebied ‘Gent centrum-Apostelhuizen’ betrekking hebben. Verder diende de verzoekende partij redelijkerwijs niet verontrust te zijn, nu het deelgebied ‘Gent centrum-Apostelhuizen’, waarvan zij eigenaar is, niet opgenomen werd in de voorlopige en definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP Groen. De vermelding van de identiteit van de tussenkomende partij bij de publicatie van de beroepen is niet “zaligmakend”. Van de verzoekende partij kan redelijkerwijs niet verwacht worden dat zij de naam kent van alle personen die een probleem hebben met het gemeentelijk RUP Groen. Minstens kon uit de publicaties niet worden afgeleid dat de beroepen op een beslissing betrekking hebben die de verzoekende partij aanbelangde. Het is ook niet omdat de tussenkomende partij voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb)
een omgevingsvergunning betwist, dat de verzoekende partij moet bevroeden dat
X-18.560-6/10
zij ook voor de Raad van State een procedure voert die haar aanbelangt.
De verzoekende partij mocht er rechtmatig op vertrouwen dat de Raad van State haar als belanghebbende op de hoogte zou brengen van de beroepen. Dit geldt des te meer nu de ontwikkelaar van het project in het bestreden arrest wordt genoemd.
Beoordeling
6.1. Artikel 48, tweede lid, van het algemeen procedurereglement bepaalt :
“Is niet ontvankelijk het derden-verzet van hem die verzuimd heeft vrijwillig tussen te komen in de zaak, wanneer hij er nochtans kennis van had.”
Artikel 3quater van het algemeen procedurereglement luidt :
“Wanneer bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte aanhangig wordt gemaakt, laat de hoofdgriffier in het Belgisch Staatsblad in het Nederlands, het Frans en het Duits een bericht bekendmaken dat de identiteit van de verzoekende partij aangeeft, alsmede de akte waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt.”
6.2. Het derden-verzet is een rechtsmiddel dat slechts uitzonderlijk kan worden aangewend.
6.3. De door artikel 3quater van het algemeen procedurereglement voorziene publicatie in het Belgisch Staatsblad van een beroep tot nietigverklaring van een reglementaire akte, waarbij de identiteit van de verzoekende partij en de bestreden akte wordt aangegeven, houdt in beginsel een voldoende kennisgeving in van het bestaan van een zaak aan een mogelijk belanghebbende derde.
Een individuele kennisgeving van de beroepen door de Raad van State is daartoe niet vereist. De verzoekende partij gaat er dan ook ten onrechte van uit dat de Raad van State haar individueel op de hoogte diende te brengen van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid.
X-18.560-7/10
6.4. De tussenkomende partij, wier naam uitdrukkelijk in de bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad wordt genoemd, heeft haar strijd tegen het bouwproject op verzoeksters terrein en voor het behoud van de natuurwaarden aldaar vooreerst op vergunningsniveau gevoerd. Zij heeft de voor het bouwproject verleende omgevingsvergunning tot voor de RvVb bestreden. Dit moest de verzoekende partij bekend zijn, te meer nu de begunstigde van de voor de RvVb bestreden omgevingsvergunning een met de verzoekende partij verbonden vennootschap is. Voorts zij vastgesteld dat het in de bekendmakingen van het Belgisch Staatsblad vermelde gemeentelijk RUP Groen als doel heeft om de bestaande groengebieden juridisch te beschermen, en om bijkomende groenzones te herbestemmen. Het deelgebied ‘Gent Centrum-Apostelhuizen’, omvattende verzoeksters perceel, werd bij de opmaak van het gemeentelijk RUP Groen als een ‘Zone voor natuur’ opgenomen. De verzoekende partij heeft zich daartegen tijdens het openbaar onderzoek over de startnota verzet, waarna het deelgebied bij de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan niet langer in het gemeentelijk RUP
Groen werd opgenomen. De tussenkomende partij diende tegen deze uitsluiting tijdens het openbaar onderzoek over het ontwerp van gemeentelijk RUP een bezwaar in, waarbij gevraagd werd om verzoeksters terrein alsnog in het gemeentelijk RUP Groen op te nemen. De beroepen van de tussenkomende partij tegen de niet opname van het deelgebied ‘Gent Centrum-Apostelhuizen’ kaderen volledig in – de aan verzoekster genoegzaam bekende – strijd van de tussenkomende partij tot het behoud van de natuurwaarden op verzoeksters terrein.
In het licht van wat voorafgaat, mocht de verzoekende partij er redelijkerwijze niet van uitgaan dat de uitsluiting van haar terrein uit het gemeentelijk RUP Groen “zich als definitief aandiende”. Dat een dergelijke beslissing naar haar opvatting een niet voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling uitmaakt, doet niet anders besluiten.
Het betoog van de verzoekende partij dat het voor haar “onmogelijk” was om uit de bekendmakingen van de beroepen tegen het gemeentelijk RUP Groen in het Belgisch Staatsblad “enige relevantie voor haar [t]errein af te leiden”, komt gezien het voormelde ongeloofwaardig over.
X-18.560-8/10
Integendeel mocht van de verzoekende partij in de gegeven omstandigheden de nodige alertheid worden verwacht bij de publicaties van de kwestieuze beroepen.
Na kennisname daarvan diende zij met de haar ter beschikking staande middelen kennis te nemen van de concrete gegevens van de voor de Raad van State hangende zaken en te beslissen al dan niet daarin vrijwillig tussen te komen.
6.5. De conclusie is dat de verzoekende partij een voldoende kennis had of, wat daar redelijkerwijze mee gelijk te stellen is, diende te hebben van de beroepen die tot het bestreden arrest hebben geleid, om haar toe te laten in deze zaken tussen te komen, wat zij heeft nagelaten te doen. Derhalve is het derden-verzet met toepassing van artikel 48, tweede lid, van het algemeen procedurereglement onontvankelijk.
BESLISSING
1. Het verzoek tot tussenkomst van H.C. wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt het derden-verzet.
3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot derden-verzet, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
X-18.560-9/10
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeventien december tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.560-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.788
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...