ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.043
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.043 Rolnummer: A. 240780/X-18536 Zaak: Arrest 261043 - Polders en Wateringen - 15/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-18 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-04 11:41 Fiche Arrest nr 261.043 van 15 oktober 2024...
10 min de lecture · 2 094 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Raad van State
Vonnis/arrest van 15 oktober 2024
ECLI nr:
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.043
Rolnummer:
A. 240780/X-18536
Zaak:
Arrest 261043 – Polders en Wateringen – 15/10/2024
Rechtsgebied:
Bestuursrecht
Invoerdatum:
2024-10-18
Raadplegingen:
78 – laatst gezien 2026-06-04 11:41
Fiche
Arrest nr 261.043 van 15 oktober 2024 Instellingen, Binnenlandse zaken
en lokale besturen – Polders en Wateringen Beslissing : Vernietiging
Depersonalisatie Overschrijving en verwijzing
Thesaurus CAS:
RAAD VAN STATE
UTU-thesaurus:
PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)
Tekst van de beslissing
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Xe KAMER
nr. 261.043 van 15 oktober 2024
in de zaak A. 240.780/X-18.536
In zake : 1. XXXX
2. XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de ISABELLAPOLDER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Boullart kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 18 december 2023, strekt tot de vernietiging van de beslissing van de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie) van 16 november 2023 waarbij het bezwaar van XXXX en XXXX tegen de lijst der stemgerechtigden 2023 van de Isabellapolder verworpen wordt.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld.
X-18.536-1/9
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september 2024.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor verzoekers, en advocaat Sven Boullart, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Naar luid van artikel 12 van de wet van 3 juni 1957 ‘betreffende de polders’ (hierna: polderwet) bestaat de algemene vergadering van de polder uit de stemgerechtigde ingelanden.
Artikel 15 van de polderwet schrijft voor dat de lijst van de stemgerechtigden wordt opgemaakt door het polderbestuur. Ze wordt ieder jaar vóór 1 oktober herzien en gedurende één maand ter beschikking gehouden van belanghebbenden, die hun eventuele bezwaren bij de deputatie moeten indienen.
Zij die niet op de vastgestelde lijst voorkomen, hebben geen recht van stemmen in de loop van het volgende jaar.
Stemgerechtigd in de algemene vergadering van de Isabellapolder is iedere ingelande die in het gebied van de polder grond bezit ter grootte van 4 hectaren (artikel 14, eerste lid, van de polderwet en artikel 5 van het huishoudelijk reglement van de Isabellapolder). Eigenaars die afzonderlijk geen stemrecht hebben, mogen hun eigendommen groeperen tot het minimum van vier
X-18.536-2/9
hectaren, om gezamenlijk een afgevaardigde naar de algemene vergadering te zenden (artikel 14, tweede lid, van de polderwet en artikel 6 van het huishoudelijk reglement van de Isabellapolder).
4. Verzoekers zijn ieder een stemgerechtigde ingelande van de Isabellapolder.
Zij dienen op 20 september 2023 bij de deputatie een bezwaarschrift in tegen de lijst van stemgerechtigde ingelanden 2023.
Het bezwaarschrift van verzoekers wordt door de deputatie, optredend als administratief rechtscollege, op 16 november 2023 ontvankelijk bevonden, maar de drie aangevoerde bezwaren worden verworpen.
IV. Ontvankelijkheid
Exceptie
5. De verwerende partij werpt verzoekers een gebrek aan belang en hoedanigheid tegen. In de eerste plaats licht zij toe dat verzoekers niet genoeg hebben aan hun hoedanigheid van stemgerechtigde ingelande om over een functioneel belang bij het voorliggende cassatieberoep te beschikken. Immers moet een verzoekende partij in administratieve cassatie opkomen in dezelfde hoedanigheid als die waarin zij is opgetreden bij de administratieve bodemrechter.
Dat is hier niet het geval.
Voorts meent de verwerende partij dat, in zoverre verzoekers zich beroepen op een functioneel belang “in hun hoedanigheid van via de (geschrapte) groeperingsovereenkomsten aangeduide stemgerechtigde”, dit belang niet persoonlijk van aard en ontoereikend is. Ten slotte volstaat ook niet het functioneel belang waarop tweede verzoeker zich beroept in zijn hoedanigheid van ontvanger-griffier bij de Isabellapolder.
X-18.536-3/9
Beoordeling
6. Verzoekers hebben hun bezwaar bij de deputatie ingediend (onder meer) als “stemgerechtigd lid van de algemene vergadering Isabellapolder”.
De bodemrechter heeft dat expliciet vastgesteld en hun bezwaar ontvankelijk verklaard, daarbij terecht overwegend dat zij er in die hoedanigheid belang bij hebben dat de algemene vergadering correct is samengesteld.
7. Ook het voorliggende cassatieberoep stellen verzoekers uitdrukkelijk in (onder meer) “in de hoedanigheid van stemgerechtigde ingelande van de Isabellabellapolder”.
8. Er is dan ook reden om de exceptie te verwerpen.
V. Onderzoek van de middelen
A. Eerste middel
Standpunt van de partijen
9. Verzoekers voeren in een eerste middel onder meer de schending aan van artikel 33 van de polderwet, dat bepaalt dat het mandaat van een bestuurslid maximaal zes jaar duurt. Toegelicht wordt dat de lijst van de stemgerechtigden op 9 augustus 2023 is vastgesteld door een onwettig samengesteld polderbestuur. Aangezien D. C., M. E. en W. D. verkozen werden in de algemene vergadering van 15 februari 2017, verviel hun mandaat op 15 februari 2023.
10. Volgens de verwerende partij moet het middel als onontvankelijk worden verworpen:
– omdat het de Raad van State uitnodigt tot een beoordeling van de feiten, waarvoor de Raad niet bevoegd is;
X-18.536-4/9
– omdat het niet de wijze uiteenzet waarop de aangevoerde norm door de bodemrechter miskend wordt;
– omdat het middel niet tegen de uitspraak van de bodemrechter is gericht, maar tegen de beslissing van 9 augustus 2023 van het bestuur van de Isabellapolder.
Beoordeling
11. In hun bezwaarschrift bij de bodemrechter voerden verzoekers in een eerste bezwaar aan dat de beslissing van de Isabellapolder was genomen “door een bestuur waarvan het 6-jarig mandaat van de meeste bestuursleden reeds bijna een jaar vervallen is”.
In de bestreden beslissing wordt het bezwaar verworpen, overwegende dat het “logisch” is dat het mandaat van enkele bestuursleden vervallen was omdat geen nieuwe verkiezingen hadden kunnen plaatsvinden.
12. Volgens het middel miskent die uitspraak artikel 33 van de polderwet, dat immers voorschrijft dat het mandaat van de dijkgraaf, de adjunct-dijkgraaf en de gezworenen – samen het polderbestuur vormend – zes jaar duurt.
13. Uit het voorgaande volgt dat het middel wel degelijk tegen de uitspraak van de bodemrechter is gericht, dat het genoeg duidelijk maakt op welke wijze de bodemrechter artikel 33 van de polderwet geschonden zou hebben, en dat het bezwaarlijk geacht kan worden tot een beoordeling in feite aan te zetten nu de bodemrechter de juistheid van de relevante feiten zelf onomwonden bevestigt.
De besproken grief is ontvankelijk.
14. Hij is eveneens gegrond. De aangevochten beslissing miskent artikel 33 van de polderwet.
X-18.536-5/9
B. Tweede middel
Standpunt van de partijen
15. Verzoekers voeren in een tweede middel de schending aan van onder andere artikel 15 van de polderwet, doordat de bodemrechter hun middel met betrekking tot de onwettige schrapping van groeperingen in de lijst van de stemgerechtigden “ongegrond verklaart wegens gebrek aan belang” omdat zij niet gemachtigd waren door die groeperingen om in hun naam een bezwaar in te dienen. Nochtans volstaat het belang van verzoekers dat de algemene vergadering correct is samengesteld “om ook de controle van de ingediende groeperingsovereenkomsten te omvatten, los van de vraag of de betrokken groeperingen al dan niet een volmacht gaven aan verzoekers om hun schrapping aan te vechten”.
16. Volgens de verwerende partij laten verzoekers na uiteen te zetten op welke specifieke wijze de bestreden uitspraak artikel 15 van de polderwet schendt. Tevens getuigt het van een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak dat de bodemrechter oordeelde dat verzoekers zonder belang waren bij het besproken bezwaar. Ook meent de verwerende partij dat verzoekers met het middel aansturen op een feitelijke beoordeling van de zaak door de Raad van State uit te nodigen “om zich in de plaats van de administratieve bodemrechter uit te spreken over het belang dat zij zouden hebben bij het [betrokken] middel dat zij bij die bodemrechter hebben opgeworpen”. De Raad is daar niet toe bevoegd.
Voorts richt het tweede middel zich in werkelijkheid tegen de wettelijke procedure van terinzagelegging in artikel 15 van de polderwet. Op die manier behelst het een kritiek op de wet, waarover de Raad van State eveneens onbevoegd is.
X-18.536-6/9
Beoordeling
17. Verzoekers voerden in hun bezwaarschrift bij de deputatie in een derde middel onder andere aan dat 33 geweerde groeperingen “terug opgenomen [dienden te worden] in de lijst der stemgerechtigden 2023”, om tot een correcte lijst der stemgerechtigden te komen.
De deputatie verwerpt het bezwaar als “ongegrond”
“nu [verzoekers] enkel vertegenwoordigers zijn van een groepering voor de algemene vergadering en geen belanghebbende eigenaars zijn binnen een van de geschrapte groeperingen”.
18. In het besproken middel betogen verzoekers, onder verwijzing naar onder andere artikel 15 van de polderwet, dat hun belang dat de algemene vergadering correct is samengesteld “op zich volstaat om ook de controle van de ingediende groeperingsovereenkomsten te omvatten”, en dat de bodemrechter het begrip ‘belang’ ten onrechte beperkt en onder meer de begrippen ‘belang’ en ‘gegrondheid’ met mekaar verwart.
19. Vast te stellen is dat de bodemrechter het besproken bezwaar van verzoekers over de onregelmatige wering van 33 groeperingen als “ongegrond”
verwerpt omdat verzoekers niet doen blijken van een volmacht om namens die groeperingen bezwaar in te dienen, noch zelf eigenaar zijn binnen de geschrapte groeperingen. Met andere woorden doen verzoekers op goede grond gelden dat hun bezwaar als ongegrond is verworpen omdat zij, bij gebrek aan de juiste volmacht of hoedanigheid, onvoldoende belanghebbend zouden zijn.
20. Verzoekers kunnen die beoordeling van het bezwaar ontvankelijk bestrijden en mogen daartoe een beroep doen op artikel 15 van de polderwet, welk artikel zij niet bekritiseren maar juist geëerbiedigd willen zien.
X-18.536-7/9
21. Luidens dat artikel wordt de lijst van de stemgerechtigden jaarlijks herzien en daarna ter beschikking gehouden “van belanghebbenden, die […] hun eventuele bezwaren bij de bestendige deputatie moeten indienen”.
Als stemgerechtigde ingelanden hebben verzoekers er een (functioneel) belang bij dat de algemene vergadering 2023 regelmatig is samengesteld en dat de lijst van de stemgerechtigden correct is wat de andere stemgerechtigden betreft.
Door te vereisen dat verzoekers, stemgerechtigde ingelanden, om een belang te hebben bij hun bezwaar bij de deputatie tegen de schrapping van groeperingen uit de lijst van de stemgerechtigden, bovendien door die groeperingen daartoe gemachtigd moeten zijn of eigenaar binnen die groeperingen moeten zijn, legt de bodemrechter wederrechtelijk bijkomende voorwaarden op en miskent hij het meergenoemde artikel 15 van de polderwet.
22. Het middel, zoals besproken, is gegrond.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt de beslissing van de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen van 16 november 2023
waarbij het bezwaar van XXXX en XXXX tegen de lijst der stemgerechtigden 2023 van de Isabellapolder verworpen wordt.
2. Dit arrest zal in de registers van de deputatie worden overgeschreven en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing.
3. De zaak wordt verwezen naar de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen.
X-18.536-8/9
4. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op het rolrecht van 400 euro, op een bijdrage van 24 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan verzoekers gezamenlijk.
5. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekers niet bekendgemaakt.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijftien oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust
X-18.536-9/9
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.043
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...